December: hoofdstuk 29 - 46
29. Reina
,,Wat is de winter toch saai,” gaap ik. Ik zit in de kantine met Moira en staar naar de miezer buiten. Moira drinkt zwarte koffie en bladert door het script van de schoolmusical. Chicago gaan ze doen dit jaar, en Moira praat al weken over niets anders meer. Ook nu vindt ze mijn opmerking een mooie gelegenheid om er weer over te beginnen. ,,Dan had je mee moeten doen met Chicago. Geloof me, dat kost bijna meer tijd dan je lief is.” Ik neem een slokje van mijn warme chocolademelk. ,,Daarom juist.” Maar ik weet eigenlijk niet of dat de reden is. Hoe leuk ik de schoolmusical vorig jaar ook vond, dit jaar had ik er gewoon geen zin in. Geen zin in repetities, doorloopweekends en deadlines. En bovendien, geen zin om achter de schermen te blijven terwijl May en Moira schitteren op het toneel. Moira is Velma Kelly, een rol die haar op het lijf geschreven is. May moet het doen met een klein rolletje als vrouwelijke gevangene, maar mag wel meehelpen met het ontwerpen en maken van de kostuums. Daar zou ik aankomen met mijn decors. Nee dank je, dan doe ik liever niks.
,,Hallo! Kijk eens wat ik vanmorgen in mijn schoen vond! Zwarte Piet is weer eens verstrooid geweest!” We kijken op. Daar staat May, met twee slordig ingepakte cadeautjes. ,,Kijk, jullie namen staan erop. Heel jammer, maar ik denk dat ik ze maar aan jullie moet geven.” Nieuwsgierig rats ik het pakje open. Ik hou mijn adem in. Ik heb een rok in mijn handen, precies zoals ik die mooi vind: halflang, zwierig, met veel kant. “Made by May” staat er in het merkje. Ik spring op en vlieg haar om de hals. ,,Een zelfgemaakte rok! Wat geweldig!” Lachend knuffelt ze me terug. ,,Ik vind het heerlijk om kleren voor anderen te maken. Snel, trek aan!” Mijn gezicht betrekt. ,,Maar als ik ‘m nou niet pas?” ,,Oh, je past hem,” zegt ze zelfverzekerd. ,,Weet je nog toen ik laatst die zwarte rok van je geleend had? Die heb ik gebruikt om je maat op te nemen.” Sprakeloos hijs ik de rok over mijn spijkerbroek heen. ,,Oh, hij staat je geweldig,” straalt May. ,,Precies wat ik dacht.” Trots draai ik een rondje. ,,Je hebt me helemaal opgevrolijkt!” Nergens kun je mij zo blij mee maken als met nieuwe kleren. Zeker als ze gratis zijn.
Moira paradeert ondertussen rond in een zwarte Velma Kelly-achtige bolero. ,,Zo kan ik me nog beter inleven in mijn rol,” zegt ze blij. Meteen begint ze And All That Jazz te zingen. Stiekem vind ik haar soms wel een beetje een aanstelster.
,,Trouwens,” begint May, als ze op een stoel neerploft. ,,Heet de Pedofiel soms de Booij van zijn achternaam?” De Pedofiel, dat is onze vaste bijnaam voor Kilian geworden. Het is inmiddels bijna drie maanden geleden dat ik er achter kwam dat die leuke jongen eigenlijk een leraar was. Het is vervelend dat ik hem bijna elke dag zie, want zo word ik er elke dag weer even aan herinnerd. Ik ril nog steeds bij het idee dat ik met een leraar gezoend heb.
Ik haal onverschillig mijn schouders op. ,,Ik heb geen idee hoe hij van zijn achternaam heet. Hoezo?” Ze slaat haar agenda open en haalt ons nieuwe rooster eruit. ,,Kijk, we krijgen vanaf morgen ene meneer de Booij voor Engels. Blijkbaar blijft meneer van Zijl nog wel even overspannen. Maar goed, ik vroeg me dus af, zou dat de Pedofiel zijn?”
,,Geen idee,” zeg ik, nog steeds zogenaamd onverschillig. Maar stiekem begint mijn hart te bonzen. Ik plof neer naast May en vergeet helemaal om mijn nieuwe rok uit te trekken. ,,Ik hoop niet dat hij het is, zeg. Stel je voor, dan krijg ik les van hem!” ,,Gadver, dat zou echt vreselijk zijn,” zegt ze. Moira vouwt netjes haar bolero op. ,,Kom nou, hij mag niet zomaar lesgeven aan de bovenbouw. Daar moet je een speciale opleiding voor volgen ofzo.” Ik haal opgelucht adem. ,,Oh ja, dat is waar ook. Gelukkig.” May grinnikt. ,,Gelukkig, ja. Stel je voor dat we les van hem zouden krijgen! Zouden we hem wel lekker kunnen pesten, trouwens.”
Ik vind dat we het genoeg over Kilian gehad hebben. Ik sta op en trek voorzichtig mijn door May gemaakte rok uit. ,,Ik vind hem echt prachtig, May. Hoe lang ben je ermee bezig geweest?” Het werkt; ze begint uitgebreid te vertellen. Ik drink opgelucht mijn lauw geworden chocolademelk op. Nu niet meer aan Kilian denken. Ik krijg geen les van hem. Over een half jaar ben ik hier weg. Punt.
30. Kilian
“Misty1980 heeft een reactie gegeven op je profiel. Klik op de link hieronder om de reactie te bekijken.”
Nieuwsgierig klik ik. Van Misty1980 heb ik nooit eerder een reactie gehad. Zou zij het zijn? Het meisje dat mijn vriendin wordt? Ik hoop het met heel mijn hart. Niet alleen word ik het single zijn spuugzat en voel ik elke dag weer een steek vanbinnen als ik Reina door de school zie lopen, ik betaal ook nog eens 40 euro per maand voor deze service. Internetdaten. Nooit gedacht dat ik daar nog eens aan zou beginnen. Maar ja, wat moet ik dan? Ik was niet van plan om eeuwig vrijgezel te blijven. Absoluut niet. Ik ben midden twintig en leraar: vanaf nu kan ik alleen maar onaantrekkelijker worden. Ik moet zo snel mogelijk iemand vinden, voordat ik zo’n leraar word van wie ze zeggen dat-ie nog bij zijn moeder woont. En als die zoektocht via Internet moet, so be it.
Ik heb al veel reacties gehad in de twee maanden dat ik nu lid ben van The Cupid Network. Ondanks de wat domme en voorspelbare naam zijn er best veel leuke mensen lid van. Ik mail met een meisje dat Brenda heet en ik heb al een paar keer aan de telefoon gehangen met Inge, met wie ik volgende week zelfs een afspraakje heb. Ik heb wel met meer meisjes contact gehad, maar alleen met Brenda en Inge heb ik het volgehouden. Brenda stuurt prachtige lange mails vol stijlfiguren en beeldspraak, maar ik denk dat het met haar niet meer zal worden dan vriendschap. Van Inge heb ik hogere verwachtingen, daarom ga ik volgende week ook met haar uit. Zij zou het weleens kunnen zijn. Ze lijk me een lief, eerlijk meisje. En ze wordt volgend jaar lerares Aardrijkskunde.
Maar goed, we zien het wel, en ik hou alle opties open. Optimistisch begin in de reactie van Misty1980 te lezen.
Hey, hot stuff!Wow, voor een leraar zie jij er behoorlijk lekker uit! Weet je zeker dat je niet stiekem fotomodel bent?Kus
Ik zucht. Dit soort reacties maken dus meteen geen kans meer. “Voor een leraar zie jij er behoorlijk lekker uit”. Als ze me meteen als meneer de leraar ziet, en niet gewoon als Kilian, hoeft het voor mij niet. Ik ga niet eens reageren.
Ik zet de computer in de slaapstand en plof neer op mijn tweezitsbank. Nog heel even tv kijken, en dan ga ik maar eens slapen. Morgen moet ik mijn eerste les aan VWO 6 gaan geven. Aan Reina’s klas. Of niet. Ik weet nog steeds niet welke VWO 6 ik nou te pakken heb, de klas van Reina of de parallelklas. Pas morgen krijg ik een lijst met alle namen.
Ik weet dat ik me vereerd zou moeten voelen dat ik na amper een halfjaar al mag lesgeven aan een bovenbouwklas, terwijl ik daar officieel niet eens de bevoegdheid voor heb. Dit is ook absoluut niet de gewoonte, heeft de directrice me op het hart gedrukt, maar ze konden op korte termijn geen andere vervanging voor van Zijl vinden en een examenklas kan niet zomaar een hele tijd geen les krijgen. En ik heb mezelf heel aardig bewezen in de afgelopen maanden. Ha, ze moest eens weten. Maar goed, ik weet dat dit een grote eer is. Maar de angst om Reina les te moeten geven overschaduwt mijn blijheid. Ik moet er niet aan denken dat ik haar huiswerk zou moeten opgeven, terwijl ik een paar maanden geleden nog met haar gezoend heb bij het meertje. Ik zou me zo’n schoft voelen. Zo’n viezerik. Ik weet dat Reina en haar vriendinnen me achter mijn rug om de Pedofiel noemen, en ze hebben nog gelijk ook. Als leraar ben ik in een machtspositie. Ik mag daar absoluut geen misbruik van maken.
En dat zal ik ook absoluut niet doen, beloof ik mezelf. Als ik Reina’s klas krijg de komende maanden, zal ik me zo professioneel gedragen als maar kan. Ik zal doen alsof ik haar niet beter ken dan haar klasgenoten. Als ze na de les iets komt vragen, zal ik de deur wijdopen laten en zo kort mogelijk antwoord geven. En als ze me dan nog voor pedofiel uitmaken, zal ik alle leerlingen van die klas heel formeel bij hun achternamen gaan aanspreken.
Ik besluit dat ik geen zin meer heb in de tv. Ik ben het zat, ik ga naar bed. En voor ik ga slapen zal ik voor de verandering weer eens bidden, zoals ik dat van mijn moeder altijd moest toen ik klein was. Ik zal bidden dat ik Reina geen les zal hoeven geven.
31. Pat
Langzaam vallen mijn ogen dicht. De stem van de docent raakt steeds verder op de achtergrond. Vaag hoor ik nog iemand een vraag stellen, maar ik hoef het antwoord niet zo nodig te horen, dus het is niet belangrijk…
Een por in mijn zij. ,,Pat!” fluistert Max hard. ,,Wakker blijven!” Geïrriteerd doe ik mijn ogen open. Waarom mag ik niet slapen? Dan realiseer ik me waar ik ben. In de collegezaal. Waar ik een college over Middeleeuwse literatuur moet volgen. Voorzover je dat Middeleeuwse gebroddel literatuur kunt noemen tenminste. Ik zie dat Max me bezorgd aan zit te kijken. Ik pak mijn schrijfblok. Don’t worry, het is gewoon laat geworden gisteravond, schrijf ik op. Alweer? schrijft Max er onder. Ik zucht. Ja, alweer. Ik weet dat ik eigenlijk meer uitga dan goed voor me is, maar ik kan het gewoon niet laten. Sinds ik op kamers woon, struin ik samen met drie meisjes uit onze werkgroep een paar keer per week de feesten af. Er zijn er ook zo véél. Elke week zijn er wel weer een paar studieverenigingen die iets, of niets, te vieren hebben. En bijna altijd kent één van ons wel iemand die ons naar binnen kan loodsen. En als dat eens een keer niet zo is, bluffen we onszelf gewoon naar binnen. We hebben al zogenaamd rechten, biologie, theologie en culturele antropologie gestudeerd. Gisteren was het feest van fysische geologie. Er waren veel jongens. Met één van die jongens ben ik mee naar huis gegaan. Van de seks zelf herinner ik me niet meer zoveel. Wel herinner ik me dat hij na afloop zei dat ik snel naar huis moest omdat zijn vriendin ieder moment thuis kon komen van haar studentenvereniging. De klootzak. Nou ja, ik heb die paar uurtjes wel in mijn eigen bed geslapen, dat was wel fijn. Ik voel me vaak zo vies als ik in andermans bed wakker word. Zeker als het dan zo’n krap eenpersoonsbedje is. Daar ben ik niet meer aan gewend. Het grootste deel van het geld dat ik had gespaard voor mijn kamer, heb ik uitgegeven aan een enorm tweepersoonsbed, dat nu meer dan de helft van mijn kamer in beslag neemt. Mmm, mijn bed. Bij de gedachte daaraan vallen mijn ogen bijna weer dicht. Gelukkig is het college net afgelopen.
,,Zullen we nog even een broodje eten?” stelt Max voor. Daar kan ik geen nee tegen zeggen: in onze kantine verkopen ze de heerlijkste broodjes. We kopen allebei het ongezondste, maar allerlekkerste broodje en gaan aan ons favoriete tafeltje zitten. Lunchen met Max is één van de gezelligste dingen van mijn studie. Maar als ik hem aankijk, zie ik dat hij vandaag niet van plan is het over gezellige dingen te gaan hebben. Hij kijkt serieus. Net als ik wil gaan vragen wat eraan scheelt, valt hij al met de deur in huis. ,,Pat,” vraagt hij ernstig. ,,Vind jij deze studie nog wel leuk?”
Zijn vraag treft me als een klap in mijn gezicht. Het voelt alsof ik wakker geschud wordt. Het is zo’n vraag waarop ik het antwoord zelf niet wil weten. ,,Eh, ja hoor,” stamel ik. ,,Ja, een beetje saai natuurlijk, op z’n tijd. Maar dat hoort erbij, toch?” Max kijk me aan, nog steeds zo serieus. ,,Nee, hoor,” zegt hij. ,,Ik vind het helemaal niet saai. Ik vind het interessant. Oké, niet álles, maar… je begrijpt wat ik bedoel. Maar jij, jij investeert er helemaal niets in. En je hebt het zelf niet eens door. Daarom zeg ik het tegen je.”
Zo heb ik hem nog nooit meegemaakt. Ik krijg er de rillingen van. Van de weeromstuit reageer ik geïrriteerd. ,,Nou, daar heb ik jou anders niet voor nodig. Voor dat soort dingen heb ik mijn tutor al.” Maar Max geeft het niet zo makkelijk op. ,,Pat, je viel net bijna in slaap tijdens het college,” zegt hij streng. ,,Je gaat alleen maar uit, en je neukt een slag in de rondte, als ik dat zo mag zeggen. Vraag je je nou nooit af hoe je later op deze tijd terug zult kijken?”
,,Wat kan het mij nou schelen hoe ik later op deze tijd terug zal kijken! Ik mag toch wel een beetje plezier hebben!”
,,Dat is het hem nou juist. Ik heb het idee dat je helemaal geen plezier hebt. Dat je alleen maar zo leeft omdat je denkt dat het van je verwacht wordt.”
,,Dat slaat nergens op! Dat jij nou toevallig gezellig stelletje speelt met Simon, dat wil toch niet zeggen dat ik dat ook moet doen! Ik ga graag uit, en ik neuk graag een slag in de rondte, als je dat per se zo wilt noemen. En zal ik je eens wat vertellen? Ik vind het heerlijk!”
Max haalt gelaten zijn schouders op. ,,Oké dan. Ik wil geen ruzie met je, Pat. Ik wou alleen maar even… ach, laat maar zitten.” Omdat hij zijn onverzettelijke houding laat varen, doe ik dat ook. Ik leg mijn hand op zijn arm. ,,Ik zal er over nadenken, goed? Als mijn broodje op is ga ik naar huis, dan ga ik slapen en als ik dan weer een beetje normaal ben, ga ik nadenken over wat je gezegd hebt.” We eten onze broodjes op. We babbelen een beetje, maar het is duidelijk dat we niet écht zo ontspannen zijn. Er hangt iets in de lucht. We hebben net bijna ruzie gekregen. Dat vergeet je niet zomaar. En wat ik ook niet zomaar vergeet, is zijn eerste vraag: vind ik deze studie eigenlijk wel leuk?
32. Reina
,,Meneer de Booij komt er zo aan,” meldt de conrector ons. Ik zucht teleurgesteld. Dus toch geen tussenuur. May pakt gelaten haar boeken uit haar tas. We staren voor ons uit. ,,Ik ben nu een tussenuur gewend,” klaagt May na een lange geeuw. ,,Het is gemeen.” Ik knik instemmend terwijl ik in mijn tas rommel, op zoek naar mijn schrijfblok. Op saaie momenten als dit heb ik altijd zin om iets te tekenen. Maar mijn schrijfblok zit niet in mijn tas. Nou ja, nu heb ik in elk geval een excuus om even naar mijn kluisje te lopen.
Langzaam loop ik door de lege gangen, vastberaden mijn wandelingetje zo lang mogelijk te rekken. Ik groet een jongen die vorig jaar ook meehielp met decors schilderen. Ik tik op het raam, in een mislukte poging de aandacht van de poes die op het schoolplein rondscharrelt, te trekken. Ik rommel nog even door in mijn kluisje als ik mijn schrijfblok allang gevonden heb, in de hoop dat ik nog iets eetbaars vind. Helaas vind ik alleen een beschimmelde krentenbol.
,,Hé, dame!” roept Henry, de congiërge. ,,Heb jij geen les?” Dat roept hij altijd naar mensen die even iets uit hun kluisje komen pakken. Ze moeten die man echt eens uitleggen wat tussenuren zijn. ,,Jawel,” zeg ik met tegenzin eerlijk. ,,Daar ga ik nu heen.” Hij grijnst. ,,Oké, tot zo!” ,,Hoezo, tot zo?” vraag ik verbaasd. Zijn grijns wordt breder. ,,Nou, als je terugkomt om een briefje te halen, natuurlijk.” Oh, god. Die heeft hij vast thuis geoefend. Ik lach beleefd. ,,We zullen zien.”
Ik vertraag mijn pas als ik in de buurt van het lokaal kom. Ik zucht als ik zie dat de deur al dicht is. Ik hoop dat die nieuwe leraar een beetje leuk lesgeeft. Ik hoop niet dat hij oud is, of lelijk, of dat hij stinkt. Ik trek nog even een rare bek naar mijn spiegelbeeld in het raam achter me, en dan doe ik de deur open.
,,De volgende keer even kloppen, graag.”
Mijn adem stokt in mijn keel. Ik herken die stem. Na drie maanden ben ik die helaas nog niet vergeten. Het is de stem van Kilian. Maar hij klinkt niet zo aardig als toen. Hij klinkt streng en afgemeten. En zo kijkt hij ook. Koud en hatelijk staart hij me een moment aan. Hij geeft me niet eens de kans om van de schrik te bekomen en snauwt meteen: ,,Waarom ben jij zo laat?” Ik slik en wapper met mijn schrijfblok. ,,Ik eh… ik moest dit nog even uit mijn kluisje halen.” Hij pakt zijn pen en schrijft iets op. ,,Dat is geen geldig excuus. Jij hebt je eerste minnetje al binnen. Ga maar een briefje halen.” Mijn mond valt open. Is dit zijn manier van wraak nemen ofzo? Ik dacht toch echt dat hij degene was die fout zat! ,,Een briefje?!” echo ik. ,,Ik weet het niet hoor, maar oorspronkelijk was ík op tijd. U was degene die zo nodig later moest komen.” Normaal zou ik dat natuurlijk nooit tegen een leraar durven zeggen. Maar dit is Kilian. Kilian heeft in mijn wereld geen autoriteit. Kilian is in mijn wereld geen leraar, maar een zielig mannetje dat me wijsmaakte dat hij een nieuwe leerling was, in een poging me in bed te krijgen.
Kilian vindt zelf blijkbaar wel dat hij autoriteit heeft. ,,Nog één zo’n opmerking en je hoeft vandaag helemaal niet meer terug te komen,” bijt hij me toe. Ik draai me om en sla de deur dicht. Met grote stappen loop ik de gang door. Halverwege stop ik even om tegen de muur te leunen en mijn bonzende hart tot bedaren te brengen. Verdomme. Ik krijg les van Kilian. Dus tóch. En hij haat me. Het lijkt wel of hij mij nog erger haat dan ik hem. Hoe ga ik mijn cijfer voor Engels zo ooit een beetje op peil houden? En, belangrijker: hoe overleef ik al die lessen met hem voor de klas? Hoe zal ik ooit kunnen vergeten dat ik met hem gezoend heb? Hoe zal ik hem ooit als mijn leraar kunnen zien?
,,Zie je nou wel!” roept Henry triomfantelijk als ik zijn hokje binnenloop. Ik glimlach dunnetjes. ,,Ja. Een briefje voor mij graag. En liefst snel, want anders ben ik nog niet jarig, geloof ik.” ,,Wie heb je?” vraagt Henry nieuwsgierig terwijl hij mijn naam opzoekt in de computer. ,,Ki… eh, meneer de Booij,” antwoord ik. Verbaasd haalt Henry zijn wenkbrauwen op. ,,Vreemd. Die is normaal nooit zo streng.” ,,Vandaag blijkbaar wel,” zeg ik kortaf. Ik pak mijn briefje uit de printer en zeg Henry gedag. Mijn hart klopt onrustig als ik voor de derde keer naar het lokaal loop. Ik besluit Kilian vandaag niet verder tegen de haren in de strijken en klop netjes aan. ,,Binnen,” zegt hij formeel. Ik hou mijn ogen neergeslagen als ik het lokaal in loop en mijn briefje op zijn bureau leg. ,,Bedankt,” zegt hij, en gelukkig klinkt hij nu wat vriendelijker. ,,Naam?”
Oh, ik haat hem. Ik heb zin om tegen de poot van zijn bureau te trappen en te snauwen dat hij dat best weet. Daar zou ik zijn carrière aardig mee de mist in kunnen helpen. Maar mijn eindexamen is belangrijker, hou ik mezelf krampachtig voor. Als ik me nog een halfjaartje koest hou, kan ik hier daarna eindelijk weg. ,,Ik heet Reina,” zeg ik dus beleefd. Hij kucht. ,,Goed, Reina. Ga snel zitten. Ik was aan het vertellen over MacBeth.”
Ik negeer de veelzeggende blikken van May en Moira en schuif zo onopvallend mogelijk aan mijn tafeltje. Eindexamen, eindexamen, eindexamen. Ik heb nog nooit zo vurig gewenst dat het al zover was.
33. Sebastiaan
,,Teddybeer?”
,,Eh… ja?”
,,Waar is mijn beha gebleven?”
,,Hoe moet ik dat weten?”
,,Nou, jíj hebt hem gisteravond bij me uitgetrokken?”
,,Denk je dat ik toen goed gekeken heb waar ik ‘m heb neergelegd?”
,,Maar weet je echt niet waar-ie zou kunnen liggen?”
,,Eh… probeer eens achter de tv?”
,,Ja! Gevonden!”
,,Mooi zo.”
Terwijl Karin een rondtocht door mijn kamer maakt om al haar kledingstukken weer bij elkaar te zoeken, probeer ik een werkstuk af te maken. Ik wrijf vermoeid over mijn voorhoofd. Ik geloof dat Karin en ik nu zo’n beetje “iets” hebben en ik moet zeggen, ik krijg er niet bepaald meer energie van. Maar dat komt misschien ook doordat het Karin is. Bijna elke avond wil ze wel afspreken, en als ik een keer geen zin heb, heb ik meteen haar hele avond verruïneerd. Ik verheug me op vanavond, want dan heeft ze jaarclubavond. Kan ik eindelijk mijn eigen gedachten weer eens horen.
Ze komt achter me staan, volledig aangekleed nu. Ze slaat haar armen om mijn hals en begraaft haar neus in mijn haar. ,,Teddybeer, ik moet gaan.” ,,Goed,” antwoord ik kortaf. ,,Teddybeer heeft trouwens toch geen tijd voor je. Teddybeer moet dit werkstuk afmaken. En daarna wil Teddybeer de gemiste slaap inhalen.”
,,Aaaah!” Ze knuffelt me. Een beetje halfslachtig aai ik over haar arm. ,,Nou, dag.” Ze laat me los en giechelt. ,,Dag, seksgod!” Ze pakt haar tas en huppelt naar de deur. Ze doet ‘m open, draait zich nog een keer om en blaast me een kushandje toe. ,,Love ya!” roept ze zonnig. Ik zwaai slapjes. Gelukkig lijkt ze verder geen antwoord terug te verwachten. De deur valt in het slot.
Ik leun achterover en zucht diep. Het lijkt erop dat Karin en ik niet zomaar “iets” hebben, maar een echte heuse relatie. Hoe heeft het zo ver kunnen komen? Nou ja, simpel eigenlijk. Na dat fiasco met Pat had ik iemand nodig om me op af te reageren. Dus ik belde Karin. Karin en ik hadden bijzonder goede seks, dus ik belde Karin nog een keer. En daarna nog een keer. En vanaf dat moment begon Karin mij zelf te bellen. Eerst vond ik dat heel erg leuk. Ik hoefde niets zelf te doen: de seks kwam praktisch op pootjes mijn kamer binnen gelopen. Ik hoefde er alleen maar voor te gaan liggen. En na afloop ging de seks beleefd weer weg, zonder onhandige taferelen de volgende morgen. Wat wil een man nog meer? Nou ja, vrijheid dus. Want inmiddels blijft Karin na de seks natuurlijk wél slapen, en ze belt me liefst een paar keer per dag. Ik vind haar echt een leuke meid, ze is knap, sexy en nog slim ook. Maar ik word er zo moe van. Zo verschrikkelijk moe. Het is leuk om ook eens een echte vriendin te hebben, in plaats van de eeuwige scharrels. Maar ik kan onmogelijk 24 uur per dag haar Teddybeer zijn (afschuwelijk koosnaampje, trouwens). Dat gaat gewoon niet. Maar dat eist ze wel van me. En ik ben te laf om te zeggen dat ze het even wat rustiger aan moet doen, want ik ben bang dat ze dan kwaad wordt en het uitmaakt. Dan moet ik weer op zoek naar meisjes die met me naar bed willen, terwijl ik nu gewoon zo’n meisje binnen handbereik heb. Ja ja, ik weet het, ik ben een klootzak. Maar ik zie niet voor me dat ik ooit zal veranderen, dus ik zal er maar mee moeten leren leven.
Ik geeuw, rek me uit en zet Karin uit mijn hoofd. Ik moet dat stomme werkstuk afmaken, dat is nu even het belangrijkste. Dan mail ik het naar mijn docent en dan duik ik mijn bed in. En vanavond wordt een mannenavond. Een mannenavond voor maar één man: ikzelf.
34. Kilian
Doodmoe wankel ik de docentenkamer in. Mijn eerste les aan Reina’s klas zit erop. Afschuwelijk was het. Ik moet er bijna niet aan denken dat ik nog minstens twee maanden drie keer per week aan deze klas zal moeten lesgeven. Oké, er komen twee weken kerstvakantie aan. Maar dan nog. Zes schoolweken, drie lessen per week… achttien lessen. Achttien keer doen alsof ik Reina niet ken. Alsof ik haar niet nog steeds ontzettend mooi vind. Alsof ik haar niet nog steeds wil zoenen zodra ik haar zie. Minstens achttien lessen.
,,Man, wat zie jij er moe uit,” merkt Cees, de geschiedenisleraar, op. ,,Welke klas heeft jou zo afgemat?” ,,VWO 6,” antwoord ik. ,,Ben niet gewend daar les aan te geven.”
,,Oh, nee, natuurlijk niet. Maar daar wen je wel aan, joh. Zoals ik inmiddels ook gewend ben aan eh… HAVO 3.”
Net als ik mag Cees alleen lesgeven aan onderbouwklassen. Het enige verschil tussen ons is dat hij achtenveertig is, en ik vierentwintig. Hij geeft geen les aan de bovenbouw omdat hij dat niet durft. Tenminste, dat vermoed ik. Van wat ik gehoord heb, weet ik dat Cees’ lessen meestal een puinhoop zijn. Zijn grootste zorg is HAVO 3. Ik geef toe dat er rotklassen bij zitten. Ik heb het ook wel eens moeilijk met ze. Maar eerlijk gezegd vind ik Cees een beetje zielig. Ik ben dus niet meteen geneigd hem te geloven als hij zegt dat ik er wel aan zal wennen. En trouwens, wat weet hij er nou helemaal van? Hij weet niet waarom ik het zo moeilijk vind om les te geven aan VWO 6. En dat is maar goed ook.
Ik haal een beker slappe koffie uit de automaat en plof neer op de bank. Ik hoop dat niemand een gesprek met me zal beginnen. Ik wil even stilte. Ik weet dat ik daarvoor eigenlijk naar buiten zou moeten gaan, maar buiten is het guur en koud, en buiten is geen zachte bank.
Een leraar Duits waarvan ik even de naam kwijt ben, zit naast me de krant te lezen. Ik hoor hem lachen. Ik hoop niet dat hij mij nu de grappige passage gaat voorlezen. Maar helaas; dat doet hij wel. ,,Hier, moet je horen,” gnuift hij. ,,In Venlo is een leraar ontslagen nadat hij was betrapt op seks met een leerling in de docentenkamer.” Ik krimp ineen. Cees lacht hikkerig. ,,In de docentenkamer! Die is goe-hoed!” ,,Vind jij het niet grappig, Kilian?” vraagt de leraar Duits. Het klinkt bijna beschuldigend. Of verbeeld ik me dat nou maar? ,,Jawel hoor,” zeg ik snel. ,,Echt heel grappig. Maar ik eh, ik voel me niet zo goed.” ,,Je ziet inderdaad een beetje pips,” zegt Cees meelevend. ,,Wil je een aspirientje?” Ik schud mijn hoofd. ,,Nee, ik ga even een frisse neus halen, denk ik. Dag, heren.” ,,Dag,” zeggen de “heren” tegelijk.
Ik trek snel mijn jas aan en loop met grote stappen naar buiten. Ik heb anderhalf uur voor ik weer voor de klas moet staan. Ik denk dat ik even een stevige wandeling ga maken. Ik ga Reina lettelijk uit mijn hoofd lopen. Voor altijd.
35. Pat
Ik lig in mijn bed. In mijn heerlijke grote bed. Ik ben waar ik de hele ochtend al wilde zijn. Maar nu ik hier eenmaal lig, in mijn ondergoed, kan ik niet meer slapen. Is dat niet ironisch? Ik val in slaap bij college, maar als ik eenmaal in bed lig, kan ik de slaap niet meer vatten. Ik draai me op mijn zij en staar uit het raam, naar het flatgebouw aan de overkant. Ik heb niet eens de moeite gedaan om de gordijnen dicht te doen. Ik ben binnengekomen, heb mijn tas op de grond gesmeten en mijn kleren uitgetrokken, en ik ben regelrecht in bed gedoken, alleen om tot de ontdekking te komen dat ik nu opeens klaarwakker ben. En dat de woorden van Max nog steeds nagalmen in mijn hoofd.
Je gaat alleen maar uit, en je neukt een slag in de rondte, als ik dat zo mag zeggen. Vraag je je nou nooit af hoe je later op deze tijd terug zult kijken?
Wie denkt hij wel niet dat hij is? Wat geeft hem het recht om mij een slet te noemen? Of heeft hij dat niet gedaan? In mijn hoofd spoel ik het bandje nog eens terug. Nee, hij heeft niet letterlijk gezegd dat hij me een slet vindt. Maar komt “je neukt een slag in de rondte” niet op hetzelfde neer?
Je neukt een slag in de rondte. Ik neuk een slag in de rondte. Gek genoeg zijn dat de woorden die me het meest getroffen hebben van zijn hele donderpreek. Dat ik weinig tijd in mijn studie steek, oké. Dat ik veel uitga, oké. Dat zijn dingen die ik zelf onder ogen kan zien, dingen waar ik niet van schrik als ik ze uit de mond van een ander hoor. Maar als iemand zegt dat ik veel seks heb, en nog wel op zo’n grove manier, doet dat pijn. Waarom in godsnaam? Ik doe het toch omdat ik het zelf wil? Ik vind het toch lekker? Ik kies er toch elke keer zelf voor? En waarom mogen jongens het wel met veel verschillende meisjes doen, maar meisjes niet met veel verschillende jongens?
Ik zucht en draai me op mijn andere zij. Ik dacht dat Max het leuk vond dat ik zo was. Pat het feestbeest. Ik dacht dat hij me daarom aardig vond. In de bus naar introkamp was hij nog zo enthousiast over mijn verleidingstechnieken. Zoveel ben ik toch niet veranderd, de afgelopen maanden? Of toch wel? Ben ik pas na het Hugo/Sebastiaan-debacle de zogenaamde slag in de rondte gaan neuken? Het stomme is, ik kan het me niet eens meer zo precies herinneren. Het is gewoon zo gelopen. Ik ontdekte hoe leuk studiefeesten zijn, en van het één kwam het ander. Voor ik hier kwam wonen had ik ook weleens een one night stand, maar in een dorp gaan dat soort dingen nou eenmaal een stuk moeilijker. Ik heb niet besloten om hier veel seks te hebben, het liep gewoon zo. En ik heb er nooit problemen mee gehad. Ja, ik voelde me weleens een beetje vies als ik ’s morgens wakker werd in zo’n vreemd bed, maar dat hoort erbij. Dat krijg je met uitgaan, en dat krijg je met seks. Maar ik heb mezelf nooit een slet gevonden. Tot nu toe, eigenlijk. Soms loop je in de stad en zie je jezelf plotseling in een spiegel, en één nanoseconde besef je niet dat jij dat bent, en denk je alleen: hé, die ken ik ergens van. Eén nanoseconde zie je jezelf zoals anderen je zien. Zo zag ik mezelf heel even toen Max zei “je neukt een slag in de rondte”.
Ik ga uit mijn bed hangen en trek mijn tas naar me toe. Ik grabbel naar mijn mobiel. Ik moet het weten, nú. Met trillende vingers zoek ik Max’ nummer op, en met ingehouden adem luister ik naar het overgaan van zijn telefoon. Net als ik denk dat ik afgescheept zal worden door zijn voicemail, neemt hij op. Godzijdank. ,,Max,” piep ik. ,,Vind je mij een slet?” Hij is even stil, verbijsterd, waarschijnlijk. ,,Lieverd, nee!” roept hij dan uit. ,,Denk dat alsjeblieft niet! Zo was het niet bedoeld!”
,,Wat bedoelde je dan met dat ik een slag in de rondte neuk?”
Hij zucht. ,,Daar bedoel ik mee dat je nogal… losbandig bent, tegenwoordig. En dat is prima, als jij dat leuk vindt. Ik had het alleen niet van je verwacht.”
,,Oh.” Een beter antwoord kan ik niet verzinnen. Ik ben te moe.
,,Liefje, ik wilde je niet van streek maken.” Max’ stem klinkt bezorgd. ,,Echt, het kwam er helemaal verkeerd uit. Ik wilde je alleen maar even wijzen op iets wat je zelf misschien niet door had. Het was niet de bedoeling dat het zo’n enorme preek zou worden. Ik voel me echt heel schuldig nu.”
Ik glimlach, al kan Max dat natuurlijk niet zien. ,,Dat hoeft niet. Dus je vindt me geen slet?”
,,Vind jij jezelf dan een slet?”
,,Eerst niet, maar toen jij dat net zei… ik weet het niet. Het is net alsof ik mezelf opeens anders zag.”
,,Het enige wat ik wilde zeggen is dat je je tijd misschien nuttiger kunt besteden dan met het rondhangen bij een studie die jou niet ligt. Voor de rest niks. Echt niet. Maar als jij er zo van geschrokken bent, moet je misschien toch eens gaan nadenken.”
,,Ik ga nadenken. Dat beloof ik.”
,,Maar volgens mij moet je nu eerst gaan slapen.”
,,Dat probeerde ik, maar het lukte niet.”
,,Lukt het wel als ik je nu zeg dat ik je nog steeds een geweldige meid vind, en geen slet?”
Weer glimlach ik, nu nog breder dan daarnet. ,,Misschien wel. Ik zal het proberen.”
,,Nou, welterusten dan.”
,,Welterusten.”
Ik zet mijn telefoon uit en klim uit mijn bed om de gordijnen dicht te doen. Dan kruip ik weer onder mijn dekbed. Ik trek het op tot aan mijn kin en doe mijn ogen dicht. Binnen een minuut ben ik vertrokken.
36. Reina
,,Okee, we gaan beginnen! Mag ik even vragen wie MacBeth al uit heeft?”
Ik steek aarzelend mijn vinger op. “Uit hebben” is een groot woord. Ik heb het een beetje globaal gelezen. Er was geen doorkomen aan. Ik snap niet waarom iedereen zo hoog opgeeft over Shakespeare, want ik vond dat boek vreselijk saai. Ik kijk de klas rond en zie dat ik lang niet de enige ben. Naast mij beweren nog vijf mensen het boek uit te hebben. Kilian is er duidelijk ook niet al te blij mee. ,,Zes,” zegt hij kil. ,,En dat terwijl jullie het eigenlijk vandaag uit hadden moeten hebben. Over een half jaar doen jullie eindexamen, jongens! En ik ben er dan niet om jullie handjes vast te houden. Je zult het allemaal zelf moeten doen, en de belangrijkste raad die ik jullie daarbij kan geven, is: Begin Op Tijd. Begin alsjeblieft op tijd, anders is de schade niet te overzien.” Iedere andere leraar had hierbij naar mij gekeken en gezegd: ,,Daar kan onze Reina hier over meepraten,” of iets in die trant. Maar Kilian kijkt volledig door me heen. Hij speelt het spelletje perfect. Hij is zo goed in doen alsof hij me niet kent, dat ik er zo langzamerhand zelf soms aan begin te twijfelen of hij nog wel weet wie ik ben. Het is raar. Want toen ik die onbekende naam op het rooster zag staan en me afvroeg of ik soms les van hem zou krijgen, stelde ik het me even kort voor, en toen hoopte ik uit de grond van mijn hart dat hij zou doen alsof hij me niet kende. En nu hij dat doet… ik vind het verschrikkelijk. Ik wil niet dat mijn bestaan ontkend wordt. Ik wil een gezicht hebben. Ik heb liever dat hij me haat, zoals de vorige keer, dan dat hij doet alsof ik zomaar een leerling ben.
Ik steek mijn vinger op. Hij doet niet alsof hij die niet ziet; hij blijft professioneel. ,,Ja?” ,,Ik ben vorig jaar gezakt,” begin ik. ,,En ik was op tijd begonnen. Ik was het eerste begonnen van de hele klas. Maar ik kon het gewoon niet. Dus ik wil maar zeggen, op tijd beginnen is ook niet alles. Wel veel, maar niet alles.” Kilian knikt. ,,Dat is waar. Goed, van de mensen die MacBeth gelezen hebben, wie is volgens jullie de hoofdpersoon? En de mensen die het nog niet gelezen hebben, let goed op.”
Hij gaat er gewoon niet op in! Hij laat mijn opmerking gewoon hangen, hij gaat gewoon verder! De schoft.
,,Ja, MacBeth is natuurlijk zelf de hoofdpersoon, dûh,” zegt Joeri. ,,Waarom zouden ze anders…” ,,Dat ben ik niet helemaal met je eens!” onderbreekt Tinka hem. ,,Ik denk dat zijn vrouw de hoofdpersoon is!” Zij altijd met haar theorieën. Ik weet zeker dat ze dat boek al minstens twee keer gelezen heeft, en dat ze het nog leuk gevonden heeft ook. Ik snap niet hoe iemand zo fanatiek kan zijn. Ik bestudeer haar. Ze lijkt een beetje op een hond. Gedachtenloos begin ik haar te schetsen in mijn schrijfblok, Tinka met een hondenkop. Ik hoor May naast me grinniken.
,,Waarom is MacBeths vrouw volgens jou de hoofdpersoon, Tinka?” vraagt Kilian, één en al rust en geduld. Ik stel me voor hoe hij achter me aan liep te rennen door de gang, drie maanden geleden. Toen was hij zo rustig niet.
Tinka begint ethousiast haar theorie uiteen te zetten. Ik leun achterover. Dit gaat even duren.
Min gedachten dwalen af. Naar het eindexamen, dat er alweer een beetje aan zit te komen. Naar de diplomauitreiking, waarbij ik dit jaar hopelijk zelf ook een diploma krijg. Naar het nieuwe jaar, dat nog helemaal open ligt en dat ik zelf mag invullen, helemaal alleen. Naar Pat, die nu op kamers woont en elke avond uitgaat. Als ik haar moet geloven, gaat ze ook bijna iedere avond met een andere jongen naar huis. Had ik dat nu ook gedaan, als ik was geslaagd vorig jaar? Had ik ook op kamers gewoond en overdag geslapen, had ik het ook met jan en alleman gedaan, had ik studeren ook als tijdverspilling gezien? Ik kan het me bijna niet voorstellen. Het heeft ook weinig zin om me er zorgen over te maken. Ik ga volgend jaar pas studeren, en dan zie ik het allemaal wel. Het enige waar ik me wel zorgen over maak, is Pat zelf. Ik vraag me af of ze wel gelukkig is. Toen ik haar gistermiddag belde om bij te kletsen, nadat ik haar een hele week niet gesproken had, zei ze alleen: ,,Ik lig te slapen… ik ben vannacht uit geweest… ik bel je nog wel.” Toen hing ze weer op. Ze hing gewoon op! Ze had niet eens gedag gezegd! Dat vind ik toch wel een beetje extreem. Oké, ze is student, maar ze hoeft zich niet te gedragen als een junkie. En ze heeft me niet meer teruggebeld ook. Toen ze wakker werd, is ze waarschijnlijk gelijk door gegaan naar het volgende feest. En nu zal daar wel weer van bij liggen te komen.
Ik word opgeschrikt uit mijn overpeinzingen door de bel. Geen één keer ben ik op mijn vingers getikt deze les, hoewel het overduidelijk was dat ik niet zat op te letten. Dat is dan weer het voordeel van een leraar die heeft besloten jouw bestaan systematisch te ontkennen. ,,Dáág, meneer!” zegt May met een suikerzoet stemmetje als we langs Kilians bureau lopen. ,,Dag,” zegt Kilian heel neutraal. ,,Wat een eikel,” zegt May, zodra we buiten staan. ,,Wees maar blij dat het niks met hem geworden is.” Ik knik. ,,Ja, zeg dat wel.” Maar ik betrap mezelf erop dat ik er eigenlijk helemaal niet zo blij om ben.
37. Kilian
Zenuwachtig frunnik ik nog een keer aan mijn haar. Ik lijk wel een meisje. Kom op Kilian, je haar zit heus wel goed, zeg ik tegen mezelf. Maar ik het niet laten om voor de zekerheid toch nog eens in de spiegel schuin tegenover me te kijken. Ik vind dat ik wel een legitieme reden heb om nerveus te zijn. Ik heb vanavond mijn eerste Internetdate. Met Inge. Ze klinkt leuk aan de telefoon, maar is ze dat in het echt ook? En zou ze míj wel leuk vinden?
In een telefoongesprek dat aan elkaar hing van nerveus gegiechel hebben we in dit anonieme café afgesproken, in dit kleine stadje, dat we geen van beiden goed kennen, maar dat een beetje tussen onze woonplaatsen in ligt. ,,Hoe laat?” vroeg ik. ,,Acht uur?” ,,Negen uur?” stelde zij voor, op precies hetzelfde moment. We begonnen allebei hard te lachen, alsof het een verschrikkelijk goeie grap was dat we allebei tegelijk een andere tijd noemden. Half negen zou het worden, spraken we af. ,,Nou, eh, tot dan, dan,” zei ik toen, en dat “tot dan, dan” klonk zo raar dat we weer allebei begonnen te lachen. ,,Ja, tot dan, dan!” zei ze toen lachend. ,,Kus!” Toen hing ze op. Ik werd helemaal blij van dat laatste woordje. Grappig wat een klein, lullig woordje van één lettergreep met je kan doen.
En nu zit ik hier, een beetje te vroeg. Ik kijk op mijn horloge. Drie minuten voor half negen. Ik kan niet wachten om haar te ontmoeten. Natuurlijk heb ik haar stem gehoord, en haar foto gezien, maar ik wil weten hoe ze ruikt, hoe ze beweegt, hoe ze eruitziet als ze lacht, hoe ze haar drankje drinkt, hoe ze met haar haren speelt en stiekem ook hoe ze zoent. Ik zucht en zak quasi-ontspannen achterover in mijn stoel. Ik hoop maar dat ze snel komt.
Om twee minuten over half negen zie ik haar het café binnen komen lopen. Het eerste wat me opvalt is dat ze lang is, erg lang. Ik sta op. Mijn knieën voelen een beetje week aan als ik naar haar toe loop. Ze is langer dan ik, merk ik. Stiekem ben ik daar niet zo blij mee, maar ik laat niets merken. Ik steek mijn hand uit. ,,Hoi.” Ze glimlacht en schudt mijn hand. Plotseling ben ik bang dat dit gebaar veel te formeel is, dat ik haar beter had kunnen omhelzen ofzo. Als ik nou maar geen stijve hark lijk. Snel, een complimentje. Ik moet haar een complimentje geven. Verzin een complimentje, Kilian! Vlug!
,,Eh, mooi eh, topje,” hakkel ik, terwijl ik nog geen moment naar haar topje gekeken had. Ze glimlacht weer, of nog steeds. ,,Dank je.” Er valt een ongemakkelijke stilte. ,,Wat wil je drinken?” vraag ik snel. Ik hou mijn adem een beetje in. Wat iemand wil drinken zegt volgens mij heel veel over die persoon. Er is een wereld van verschil tussen een meisje dat een biertje bestelt en een meisje dat gaat voor jus d’orange. Inge wil een wijntje. Dat is een veilige middenweg. Ik hou wel van meisjes die wijn drinken.
Ik loop naar de bar en bestel een biertje voor mezelf en een wijntje voor haar.
,,Alsjeblieft,” zeg ik als ik het voor haar op tafel zet. ,,Dankjewel,” zegt ze. Ik ga zitten en er valt weer zo’n vervelende stilte. Het is heel raar om opeens tegenover haar te zitten. Aan de telefoon hadden we zoveel om over te praten, maar nu… We zitten elkaar alleen maar een beetje te bekijken. We hebben allebei onze checklist voor ogen en zitten daar nu als een razende op af te vinken. ,,Zo… daar zitten we dan,” zeg ik en ik kan mezelf wel voor mijn hoofd slaan. ,,Ja…” Ze glimlacht weer. Ze laat haar ogen door het café gaan. ,,Wel leuk, hier,” merkt ze op. Ik slik moeizaam mijn bier door. ,,Ja,” beaam ik. ,,Heel leuk. Vooral die dingen aan de muur.” ,,Ja, de dingen aan de muur zijn leuk,” stemt ze in. ,,Vooral die trompet.” Ik knik heftig. ,,De trompet is het leukst.”
Hoe kan dit? Waarom gingen onze telefoongesprekken zo vlot, en wil er nu maar geen gesprek op gang komen? ,,Hoe gaat het met je studie?” vraag ik, nu we zijn uitgepraat over de versieringen van de wanden van het café. Ze haalt haar schouders op. ,,Goed. Gewoon. Stage, je weet wel.” Over haar stage hebben we het inderdaad gehad. Maar gek genoeg kan ik me nu niet meer herinneren wat ze over haar stage heeft gezegd, waarop ik zou kunnen inhaken. Ik weet niets meer. Het lijkt wel alsof alle telefoon- en msn-gesprekken in één klap zijn weggevaagd. Ik dacht dat ik haar kende, maar het meisje dat tegenover me zit is een volslagen vreemde. En ik moet deze hele avond met haar doorbrengen, ik kan niet opeens voortijdig afhaken, dat zou geen stijl zijn. Maar ik kan ook niet een hele avond hier met haar zitten zwijgen. ,,Zullen we een filmpje pakken?” stel ik dus maar voor. ,,Goed plan,” zegt ze, en ik meen opluchting te bespeuren in haar stem.
Tien ongemakkelijke minuten later lopen we naast elkaar op straat. Ik schaam me een beetje omdat zij zeker een halve kop groter is dan ik, maar vind dat tegelijkertijd heel lullig van mezelf. Ik bedoel, zij kan daar ook niks aan doen, tenslotte. ,,Waar zou hier een bioscoop zijn?” vraagt zij. ,,Ik weet het niet, ik ken hier de weg niet,” antwoord ik. We besluiten het te vragen aan twee jongens die een sigaretje staan te roken voor een café. Ze vertellen ons dat de bioscoop om de hoek is. ,,Dat is toch grappig, we waren er vlakbij,” zegt Inge.
,,Ja,” zeg ik. ,,Komisch. Als we nog even waren doorgelopen…” Stilte.
We kiezen een film met Cameron Diaz uit die ons allebei wel leuk lijkt, en gaan in de zaal zitten. De reclame is nog niet begonnen. ,,Zo, nu mag het van mij beginnen,” grijns ik. ,,Ja, van mij ook,” zegt ze. Er komt een moeder binnen met twee zoontjes van een jaar of acht. ,,Dat ze die kinderen om deze tijd nog meeneemt naar de film,” zegt Inge. ,,Ja,” beaam ik. ,,Belachelijk. Die kinderen horen in bed.” Ze lacht. ,,Je klinkt als een brave huisvader.” Ik lach mee. ,,Misschien ben ik dat stiekem ook wel een beetje. Braaf voel ik me in elk geval wel sinds ik leraar ben.” Eindelijk lijkt het ijs een beetje gebroken te zijn. Gelukkig begint op dat moment ook de reclame, zodat we de film in kunnen gaan met het idee dat we ons niet meer zo héél erg ongemakkelijk hoeven te voelen.
Dat had ik dus gedacht. Als de film een kwartiertje bezig is, begin ik me af te vragen of ik mijn arm om haar heen moet slaan. Dat hoort eigenlijk wel een beetje zo op een date. Maar hoort het ook als het overduidelijk niet klikt? Zou zij het verwachten? Zou het onbeschoft zijn om het niet te doen, of zou zij het juist raar vinden als ik het wel deed?
Als het pauze is ben ik er nog steeds niet uit. Ik ga popcorn halen om nog meer stiltes te ontvluchten. Normaal dring ik altijd voor in de bioscoop, nu sluit ik braaf helemaal achteraan. Een geslaagde opzet; als ik ga zitten en de popcorn tussen ons in zet, begint de film weer. Ik besluit dat ik het te druk heb met popcorn eten om mijn arm om haar heen te slaan. Als de popcorn op is, is de film overduidelijk bijna afgelopen, dus ik besluit dat het de moeite niet meer is om het nu nog te doen.
Als de film afgelopen is staan we ongemakkelijk buiten. ,,Jij moet zeker ook naar het station?” vraag ik. Ze knikt. Shit, denk ik, en ik weet dat zij hetzelfde denkt. Maar er zit niks anders op, we zullen met elkaar mee moeten lopen. We stappen zwijgend door. Blijkbaar berusten we er allebei in dat we “in het echt” niks hebben om over te praten. Het is jammer, maar helaas. Op het station nemen we afscheid met drie zoenen. ,,Het was gezellig,” zegt ze, maar ik weet dat ze dat niet meent. We zeggen geen van beiden iets over een vervolg. Want we weten dat dat er niet komt. ,,Oh, ik moet rennen, anders mis ik mijn trein!” roept ze dan. ,,Doei doei!” Ik kijk hoe ze wegstormt in de richting van de roltrappen. Dan sjok ik naar mijn eigen perron. Onwillekeurig denk ik terug aan mijn date met Reina. Ik schud mijn hoofd. Dat is voorbij. Reina is nu een leerling, punt uit. Deze date was een fiasco, maar er komen nog wel nieuwe dates. En ik hoop maar dat die wél net zo leuk zijn als mijn date met Reina destijds.
38. Pat
Ik staar naar het landschap dat voorbij vliegt. Dit uitzicht ken ik inmiddels op mijn duimpje. Toch is het raar om om deze tijd in de trein te zitten, op dinsdagochtend. Ik ben niet meer gewend om doordeweeks naar huis te gaan. Maar het is de enige optie die ik op dit moment heb. Het hele weekend ben ik ziek geweest en heb ik in bed liggen piekeren. Stoppen met deze studie, of niet? Stoppen met veel feesten, of niet? Stoppen met one night-stands, of niet?
Max raadde me aan om met mijn tutor of de studieadviseur te gaan praten, maar wat heb ik aan die mensen? Die zeggen natuurlijk dat ik door moet gaan, dat heel veel studenten halverwege het eerste jaar een dipje hebben, dat ik er spijt van zal krijgen als ik het nu opgeef. Ik bedoel, het zijn docenten. Docenten willen geen leerlingen verliezen. Nee, ik heb een objectief advies nodig. En ik denk dat de decaan van mijn oude middelbare school de enige is die me dat advies kan geven. Hij had toch gezegd dat we altijd langs konden komen? Nou, hier ben ik.
Ik loop de weg die ik zo goed ken, het stationnetje uit, een lange, saaie straat door, langs de basisschool, langs het winkelcentrum, en dan ben ik thuis. Ik gooi mijn weekendtas op de grond en zucht diep. Waarom voel ik me nou zo’n mislukkeling? Oké, ik twijfel aan mijn studie, maar verder is mijn leven toch goed? Vrienden en aanbidders zat, niks te klagen. Als ik niet nog een beetje slapjes was, zou ik hier vannacht niet eens blijven slapen. Dan zou ik terruggaan voor het Psychologie-feest. Ik vind het sowiezo jammer dat ik daar nu niet bij kan zijn. Maar goed, misschien kan ik vanavond weer eens lekker bijkletsen met Reina. Dat is ook leuk.
Ik verval meteen in mijn oude gewoontes en plof neer op de bank met een glas cola. Ik zet de tv aan en zap langs de kanalen. Herhalingen van praatprogramma’s, domme spelletjes, Tell Sell, clips van artiesten die ik niet ken. Ik realiseer me dat ik alleen maar tijd zit te rekken. Kom op meid, terug naar school. Met een paar grote slokken drink ik mijn cola op. Dan trek ik dapper mijn jas weer aan en haal ik mijn oude fiets uit de schuur. Ik zal ze daar allemaal weleens laten zien hoe cool ik geworden ben.
Het voelt als een vreemde déja-vu als ik mijn fiets op het schoolplein neerzet. Het lijkt alsof ik hier eeuwen niet geweest ben, en tegelijkertijd voelt het heel normaal. Het is net pauze; hier en daar staan leerlingen in groepjes te roken, dik ingepakt in winterjassen. Ooit stond ik daar ook bij, met Kevin, toen ik een blauwe maandag rookte omdat hij dat ook deed. Ik glimlach in mezelf. Wat een dom schaap was ik toen nog. Ik wist toen nog niet dat Kevin op een dag op school zou komen aanzetten met een mouwloos shirtje en een gigantische tribal die over zijn hele arm getatoeërd was. Had ik dat wel geweten, dan had ik hem misschien wat minder gretig nagedaan.
Niemand kijkt naar mij. Of ze herkennen me niet, of ze realiseren zich niet dat ik hier helemaal niet meer hoor te zijn. Het stelt me een beetje teleur. Om de één of andere reden had ik verwacht dat ze allemaal enthousiast “heeee!” zouden roepen. Maar niemand kijkt op of om.
Een beetje gedesillusioneerd lop ik naar binnen. Zodra ik het bekende geluid van de honderden pratende leerlingen hoor, is het laatste restje van mijn “coole” gevoel verdwenen. Ik val niet op. Ik ben nog steeds zoals alle anderen hier. Ik ben niet veranderd. Teleurgesteld hang ik mijn jas aan de kapstok (ik wou bijna naar mijn kluisje lopen, zo vertrouwd voelt het hier). Ik besluit eerst Reina maar eens te gaan zoeken, want de decaan zal nu toch wel in de docentenkamer zitten. Reina zal wel blij zijn om me te zien. Sinds ze me donderdag brak aan de lijn kreeg, heeft ze nog drie keer opnieuw gebeld. Om te checken of ik nog leefde. Dat zei ze er natuurlijk niet bij, maar het was overduidelijk. Plotseling vond ik haar echt een dorpsmeisje. Als ze ook maar iets begreep van het leven in de stad, zou ze niet zo bezorgd over me zijn. Volgend jaar leeft zij precies hetzelfde, maar dat kan ze zich nu nog niet voorstellen.
Ik loop naar ons oude pauzeplekje in de aula, onder de grote trap. Geen Reina te bekennen. Er zitten nu drie brugklassers. Ze lezen een Tina en giechelen. Toch blijf ik even staan kijken, op een afstandje. Herinneringen overvallen me, als losse blaadjes die uit je boekenkast naar beneden dwarrelen als je een oud schoolboek pakt. Wat hebben Reina en ik hier veel pauzes gesleten. Soms met z’n tweeën, soms met anderen. Soms roddelden we, soms hadden we de slappe lach, soms troostten we elkaar, en soms zeiden we gewoon helemaal niks, maar stonden we in een gemoedelijke stilte ons brood op te eten.
Ik slenter de aula door, op zoek naar Reina. Als ik haar niet snel vind, is de pauze alweer bijna voorbij. Dan zie ik plotseling de jongen waarmee ze maanden geleden stond te praten in de stad. Kilian. De leraar die zich voordeed als leerling. Hij staat te surveilleren. Chagrijnig eet hij een boterham. Je kunt aan zijn gezicht zien dat hij hoopt dat er niemand gaat vechten, omdat hij weet dat hij ze niet uit elkaar zal kunnen trekken. Voor ik goed en wel besef wat ik doe, loop ik naar hem toe. ,,Sorry, mag ik u iets vragen?” Verstoord kijkt hij op van zijn boterhammetje. Hij is nog steeds behoorlijk aantrekkelijk, maar zijn humeurige uitstraling verpest het nogal. ,,Pardon, maar zit jij hier op school?” vraagt hij. Ik schud mijn hoofd. ,,Niet meer, maar…”
,,Heb je je wel gemeld bij de congiërge?”
,,Eh, nou, nee, maar ik wil alleen maar even…”
,,We hebben een nieuw beleid wat betreft mensen van buiten de school. Formeel heb jij hier niets te zoeken, en ik kan je pas verder helpen als je je gemeld hebt bij Henry, beneden. Sorry, maar daar moet ik helaas streng in zijn.” Het klinkt alsof hij iets uit zijn hoofd opzegt. Ik kijk hem onderzoekend aan. Zo kan hij toch niet zijn? Ik kijk naar zijn leuke, jonge gezicht. Ik denk aan Reina’s verhaal over hun date. Ik besluit te negeren wat hij gezegd heeft. ,,Luister, ik heb alleen één klein vraagje en dan ga ik weer weg, dat beloof ik. Is Reina uit VWO 6 toevallig een leerling van jou?”
Ik zie hem van kleur verschieten. Hij verslikt zich bijna in zijn boterham. Ik kan een glimlach bijna niet onderdrukken. Het is duidelijk; deze Kilian is nog steeds smoorverliefd op Reina. Dat ga ik haar vertellen. Als ze een keer in een goede bui is. Of om haar op te vrolijken als ze chagrijnig is, dat kan natuurlijk ook.
,,Dat is een leerling van mij, ja,” zegt Kilian afgemeten, maar ik zie zijn ogen paniekerig heen en weer schieten. Wat denkt hij, dat ik van de inspectie ben?
,,Weet u toevallig waar ze altijd zit in de pauze? Ik kom eigenlijk voor de decaan, maar ik wilde nog even met haar kletsen.”
De opluchting is duidelijk van zijn gezicht af te lezen. ,,De decaan is er vandaag niet. Hij geeft trouwens geen advies meer aan oud-leerlingen. Hoort ook bij ons nieuwe beleid. Sorry.” Verslagen sta ik hem aan te staren. ,,Echt? Dus ik ben helemaal voor niks weer naar dit rotdorp toe gekomen?” Kilian slikt ongemakkelijk. ,,Eh, ja, ik ben bang van wel.” Ik begin hem schattig te vinden. Hij is een jongetje in lerarenkleding. En hoe langer ik met hem sta te praten, hoe meer ik ervan overtuigd raak dat hij Reina niet willens en wetens heeft lopen voorliegen.
De bel gaat. ,,Hè, verdomme,” zeg ik. ,,Nou heb ik Reina ook niet eens gesproken. Wat een weggegooide dag.” Ik zie Kilian voorzichtig glimlachen. ,,Wil je haar de groeten van me doen, als je haar ziet?” vraag ik hem. ,,Zeg maar dat Pat geweest is.” Hij knikt. ,,Pat. Oké. Maar eh, en nu snel wegwezen, want formeel heb je hier… nou ja.” ,,Oké,” zeg ik voor een keertje braaf. ,,En bedankt, hè.” Ik wil me omdraaien en weglopen, maar halverwege bedenk ik me. Ik lach nog eens naar Kilian. ,,Mag ik je misschien even een goeie raad geven?” Wantrouwig staart hij me aan. ,,Dat ligt eraan.” Ik besluit niet te vragen waar het aan ligt, en steek van wal. ,,Doe eens niet zo streng. Loosen up a little. Je bent een leuke jonge leraar, gedraag je dan ook zo.”
Met die verbijsterde uitdrukking op zijn gezicht vind ik hem nog schattiger. ,,Ik eh… ik zal er over nadenken,” stamelt hij. ,,Doe dat,” glimlach ik vriendelijk. ,,Doei!”
Ik loop de aula uit, de hal door, en trek mijn jas weer aan. Ik ben totaal voor niks hier naartoe gekomen, maar voel me toch een stuk beter dan toen ik binnenkwam. Ik heb een leraar advies gegeven. Een leraar! Wat is het toch heerlijk om van de middelbare school af te zijn! En wat ik ook zal besluiten, of ik nou met Nederlands door zal gaan of niet, hier zal ik in elk geval nooit meer terugkomen. Ik zal altijd vrijer zijn dan ik hier was. En dat is een goed gevoel.
39. Sebastiaan
Hee neefje!Hier zijn dan eindelijk de foto’s van mijn geweldige verjaardagsparty. Onze exvriendin (whahaha) staat er ook op. Enjoy the shit!
Greetz,
Hugo
Ik grinnik in mezelf. Hugo was duidelijk stoned toen hij dit mailtje schreef. Nah, ik hoef die foto’s niet zo nodig te zien. Ik heb geen zin om terug te denken aan die rampzalige avond. Al was eigenlijk alleen het laatste stukje rampzalig.
Vóór de laatste vijf minuten was de avond zelfs bijzonder leuk. Pat en ik op de bank. De hele avond zitten praten. Over van álles. Zelfs toen we iets met elkaar hadden hadden we nog niet zulke goeie gesprekken. Even had ik zelfs het gevoel dat het misschien wel weer iets kon worden. Dus ik zoende haar, toen Hugo even weg was. Dom natuurlijk. Ik had kunnen weten dat de pleuris uit zou breken toen hij terugkwam. Het stomme was dat ík alles over me heen kreeg van Pat. Ik had gelogen. Ze gaf me niet eens de kans om uit te leggen dat dat Hugo’s idee was. Stom wijf. Ze moet eens tot tien leren tellen voor ze ontploft.
Een vrolijke roffel op mijn deur. Karin. ,,Kom erin,” roep ik, mijn tegenzin verbergend. De deur vliegt open en Karin komt binnen gehuppeld. Ze drukt een kus op mijn wang. ,,Hey, handsome!” Vrijpostig leest ze het mailtje van Hugo. ,,Leuk, foto’s! Mag ik ze zien?” Ik schud mijn hoofd, net iets te heftig. ,,Nee joh, daar vind jij toch niks aan. Je kent al die mensen niet.”
,,Wat maakt mij dat nou uit? Ik hou van foto’s kijken! Wanneer was dit?”
Ik zucht. ,,Hugo’s feestje. Paar maanden geleden.” Ze trekt de muis uit mijn hand en scrollt naar beneden. Een foto van Hugo en Gwen met mijn fles Jack Daniels openbaart zich. ,,Wie zijn dit?”
,,Mijn neef Hugo en een vriendin van hem. Weet je zeker dat je dit wilt zien?”
,,Natuurlijk! Wat maakt het nou uit, als ik daar zin in heb! Heb je soms iets te verbergen?” Ze lacht suggestief, maar ik hoor er onzekerheid in doorklinken. Het irriteert me. ,,Ik vond het gewoon een kutavond en ik hoef er niet zo nodig foto’s van terug te zien.” ,,Aaah,” zegt ze medelijdend, en ze strijkt door mijn haar. ,,Nou, gewoon even snel, goed? Hier lijk je je trouwens wel te vermaken, hoor.” Op het scherm ben ik te zien, innig gearmd met Hugo en Gwen. De foto is een beetje scheef, want gemaakt door één van Hugo’s dronken studievrienden. Optogen scrollt Karin door. Hugo’s dronken vrienden met een biertje in de hand. Het meisje dat niet ophield met praten, in een verleidelijke pose met een vriendinnetje. Gwen met twee brede gasten. Hugo met dezelfde twee brede gasten. Pat en ik op de bank. Onwillekeurig begint mijn hart te bonzen. Die krullen, dat topje, die tieten…,,En wie is dat?” vraagt Karin. Haar stem klinkt een beetje gespannen. Opeens begrijp ik waarom ze de foto’s zo graag wil zien. Ze wil weten wie “onze exvriendin” is. Ze wil zien wie haar voorgangster is, en of die nog steeds enige concurrentie vormt.
,,Dat is Pat,” zeg ik zo gewoon mogelijk. ,,Meisje waar ik op de middelbare school even wat mee had. Bleek nu het vriendinnetje van Hugo te zijn. Heel toevallig.” Ingespannen tuurt Karin naar de foto. Ze drukt haar neus zowat tegen het scherm. ,,Ze is niet echt knap,” oordeelt ze. Plotseling moet ik de neiging onderdrukken om haar met een grote boog mijn kamer uit te schoppen. Meiden ook altijd met hun valse kutopmerkingen! Niks is leuker dan een ander meisje achter haar rug om de grond in boren. Nou, gemeen zijn kan ik ook. ,,Oh, dat ligt aan de foto,” zeg ik schouderophalend. ,,Pat is verreweg de knapste vriendin die ik ooit gehad heb.”
Die zit. Ik hoor Karins adem stokken in haar keel. Ik kan een valse grijns bijna niet onderdrukken. Ik maak van Karins verbijstering gebruik om me de muis weer toe te eigenen en scroll snel door de rest van de foto’s heen. Het zijn er gelukkig nog maar twee en er staat niemand op die ik ken. ,,Zo, dat waren ze,” zeg ik opgeruimd, terwijl ik op het kruisje klik. ,,Wil je wat drinken?”
,,Eh, ja, doe maar ijsthee,” zegt Karin zachtjes. Ik kijk naar haar. Het lijkt wel of ik haar met die ene opmerking van al haar zelfvertrouwen beroofd heb. Dus zo doen meisjes dat. Kutwijven. Plotseling vind ik het toch een beetje zielig voor haar. Ik geef haar haar glas en een klapje op haar kont. ,,Staat je sexy, die broek,” complimenteer ik. Ze glimlacht en ik zie dat ze zich hierdoor weer wat beter voelt. Het is blijkbaar een kwestie van afbreken en opbouwen. Zouden alle meisjes dat doen? En zouden alle meisjes er zo gevoelig voor zijn? Ik schenk mezelf ook een glas ijsthee in en plof neer op mijn oude bank. Misschien moet ik me er maar bij neerleggen dat ik de vrouwen nooit zal begrijpen.
40. Reina
Ik gooi net de vierde schets voor een rok in de prullenbak als ik de bel hoor gaan. Dat zal Pat zijn. Ik hoor mijn moeder opendoen, ik hoor Pats vrolijke stem, en dan hoor ik haar voeten op de trap. Dan bonst ze vrolijk op mijn deur. ,,Binnen!” roep ik. Ze zwaait de deur open. Tot mijn grote opluchting ziet ze er goed uit. Net als anders, eigenlijk, alleen een beetje bleekjes. Om de één of andere reden had ik verwacht dat ze in de drie weken dat ik haar niet gezien heb zou zijn veranderd in een uitgemergeld wrak. ,,Leuke verrassing, hè?” grijnst ze. ,,Ben ik toch niet helemaal voor niks hier naartoe gekomen. Stomme decaan ook.” In een bijzonder warrig telefoongesprek heeft ze uitgelegd dat ze speciaal hier naartoe was gekomen voor studieadvies van de decaan, en dat ze er toen achter kwam dat hij geen studieadvies meer geeft aan oud-leerlingen. ,,Waarom heb je mij niet even opgezocht, als je toch op school was?” vraag ik. Het klinkt een beetje beschuldigend. Pat ploft neer op mijn bed. Ze grijnst breed. ,,Nou, dat wou ik wel, maar ik werd opgehouden.” Ik ken dat lachje. Dit is haar ik-heb-met-jouw-toekomstige-vriendje-gepraat-lachje. Nieuwsgierig leun ik naar voren. ,,Door wie dan?” Pat klemt haar lippen stijf op elkaar en schudt haar hoofd. Ik wiebel ongeduldig heen en weer op mijn stoel. ,,Nou? Door wie dan?” ,,Eerst een belofte,” zegt ze streng. ,,Ik zeg het pas als je belooft dat je me laat uitpraten. Dus niet meteen gaan razen en tieren.” Mijn hart maakt een sprongetje. Zou ze soms met Kilian hebben gepraat? Waar over in godsnaam? ,,Ik beloof het,” zeg ik haastig. ,,Nou? Nou? Nou?” Ze lacht. ,,Rustig maar! Ik kwam die leuke, jonge leraar van jou tegen. Die Kilian.”
,,En toen? Heb je hem zomaar aangesproken? ‘Hallo, ben jij de pedofiel van Reina?’”
,,Nee, natuurlijk niet, gekkie! Ik was op zoek naar jou, en ik vroeg hem of jij misschien een leerling van hem was en of hij wist waar je je pauzes doorbracht. Ik wist trouwens helemaal niet dat je les van hem kreeg.”
,,Ja, sinds vorige week. Hij valt in voor van Zijl. Vreselijk. Maar goed, vertel verder! Wat zei hij toen?”
,,Nou, eerst mocht ik hem niet eens aanspreken. Hij begon vreselijk te zeuren over een of ander nieuw beleid en dat hij me niet mocht helpen voor ik me beneden gemeld heb. Echt belachelijk. Dus ik luisterde gewoon niet en vroeg of jij soms een leerling van hem was. Toen verslikte hij zich bijna in zijn brood. En rood dat-ie werd!”
Ik lach kwaadaardig. ,,Misschien dacht hij wel dat je van de tuchtcommissie was!” Ze schudt haar hoofd, als een oude, wijze dame. ,,Nee, Reina. Volgens mij is die Kilian nog steeds smoorverliefd op jou.”
,,En volgens mij is Kilian nog steeds leraar. Míjn leraar, zelfs. In de les negeert hij me trouwens volledig. Ik maakte laatst een opmerking, en hij ging er niet eens fatsoenlijk op in.”
Pat zucht. ,,Gewetensvraag. Vertrouw je op mijn mensenkennis?” Ik kreun. ,,Ik haat gewetensvragen! Ik kan toch moeilijk nee zeggen!”
,,Daar is het een gewetensvraag voor. Nou? Vertrouw je op mijn mensenkennis?”
,,Oké, oké, ik vertrouw op je mensenkennis.”
,,Goed. Ik heb het je al eens eerder gezegd, maar nu ik met hem gepraat heb, weet ik het helemaal zeker. Volgens mij is die Kilian een hartstikke lieve jongen. Weet je wat het met hem is? Hij zit gewoon in een identiteitscrisis. Hij ziet zichzelf helemaal nog niet als leraar. Hij wil eigenlijk geen leraar zijn. Hij is gewoon nog een jongen, en hij wil zich ook zo gedragen. Daarom doet hij ook zo idioot streng. Dat is gewoon overcompensatie.”
Hier ben ik even stil van. Ik wil het eigenlijk niet toegeven, maar Pat zou hier best eens gelijk in kunnen hebben. Ik ga hier over nadenken, straks, als ze weg is. Maar nu omzeil ik de opmerking nog even. ,,Zo! Ga je switchen naar psychologie ofzo?” Nu is het Pats beurt om even stil te zijn. Ze staart me aan. ,,Weet je,” zegt ze langzaam. ,,Dat zou best wel eens een idee kunnen zijn.”
41. Kilian
Een leuke jonge leraar. Ik ben een leuke jonge leraar. En ik ga me ook zo gedragen. Ik kan het. Ik kan óók zo’n leraar zijn die leuke grapjes maakt met de leerlingen. Een wildvreemd meisje heeft mij gekwalificeerd als een leuke jonge leraar, dus het zit kennelijk wel in me. Nu moet het er alleen nog uit.
Het eerste uur heb ik vandaag VWO 6. Reina’s klas dus. Maar dat gaat me niet weerhouden van mijn plan. Vanaf nu ben ik een leuke jonge leraar, punt uit. Al zaten er tien Reina’s in deze klas.
De eerste leerlingen druppelen binnen. Mijn hart begint sneller te kloppen. Zometeen komt Reina binnen, en dan moet ik mijn voornemen gaan uitvoeren. Kom op, hoe moeilijk kan het zijn? Leuke jonge leraren kunnen echt wel iemands groeten overbrengen. Als ik dat al niet kan, heb ik nog een lange weg te gaan. Ik zucht. Waarom ben ik zo geblokkeerd? Waarom kost het me zo’n moeite om een beetje gezellig met die leerlingen om te gaan?
Vrolijke meisjesstemmen in de gang. Reina komt binnen, met Moira en die vervelende brutale May. ,,Reina!” roep ik quasi opgewekt. Drie hoofden draaien zich tegelijk stomverbaasd mijn kant op. ,,Je moet de groeten van Pat hebben!” zeg ik, dom grijnzend. Wonder boven wonder; ze grinnikt. ,,Weet ik,” zegt ze. Ik voel me heel dom opeens. ,,Oh.” Ze gaan zitten. Opeens valt het me op hoe weinig aandacht de klas aan mij besteedt. Toen ik zelf op nog op school zat, knoopten leerlingen altijd praatjes aan met de leuke leraren. Maar niemand praat uit zichzelf tegen mij. Dat betekent waarschijnlijk dat ik bekend sta als een vervelende leraar, of anders in elk geval een strenge. Zou ik dat nog kunnen veranderen? Of zou die reputatie nu voor altijd vast staan?
Ik ga op de punt van het bureau zitten, in een hopelijk ontspannen houding. ,,Okéé,” begin ik soepeltjes. Dit klinkt alvast heel anders dan mijn gebruikelijke “stilte! We gaan beginnen!”. Ik moet mijn “okéé” nog twee keer herhalen, maar dan is het stil. Eenentwintig paar verwachtingsvolle ogen staren me aan. Ik haal diep adem en glimlach ze vriendelijk toe. Nu ga ik het zeggen. Ik heb er de hele avond op geoefend, het moet er nu toch wel een beetje relaxed uitkomen. ,,Ik weet dat ik me tot nu toe als een autoritaire zak heb gedragen, maar eh… vanaf nu wil ik het anders gaan doen.” Voor ik de kans krijg om me af te vragen of dit wel goed klonk, stijgt er tot mijn verbazing een daverend applaus op. Stiekem kijk ik even naar Reina. Tot mijn opluchting klapt zij ook mee. Ze glimlacht er zelfs een beetje bij. ,,Dit is een goed begin van de dag!” roept Joeri.
Ik voel me onoverwinnelijk opeens. Een applaus van leerlingen! Dat is me nog nooit overkomen! Dat soort dingen gebeuren vast alleen maar bij leuke jonge leraren. Nou, ik ben nu hard op weg om zo’n leraar te worden. Met een verse dosis zelfvertrouwen praat ik verder. ,,Ik wil vandaag spreekvaardigheid met jullie gaan oefenen. Jullie gaan zometeen zelf tweetallen vormen. Jullie mogen over van alles praten, als het maar in het Engels is. En ik vertrouw er dan maar op dat jullie niet in steenkolen-Engels vervallen.” Ze staren me aan, stomverbaasd over zo’n makkelijke opdracht. Ik geef toe, het is heel wat anders dan MacBeth. Ik ben ook zeker niet van plan om hier een gewoonte van te maken. Maar nu geeft het me hopelijk het populariteitsshot dat ik even nodig heb.
Binnen de korste keren hebben de leerlingen tweetallen gevormd. Alleen Reina, May en Moira zijn nog met z’n drieën. Mijn hart begint sneller te kloppen als ik naar ze toeloop. ,,Dat krijg je met een oneven getal,” lach ik zogenaamd luchtig. ,,Wie van de drie dames wil een duo met mij vormen?” Reina, Reina, Reina, alsjeblieft, bid ik in stilte. De drie vriendinnen wisselen een blik. Ik zie Reina aarzelen. Mijn hart bonkt zo hard dat ik bang ben dat het er zometeen via mijn mond uit springt. Natuurlijk wil zij haar spreekoefening niet met mij doen. Ik heb haar belazerd. Ze haat me. Ik heb iets gedaan dat ik in haar ogen nooit meer goed zal kunnen maken. Eén van haar vriendinnen zal zich wel opofferen. God, ik hoop niet May. Om de één of andere reden heb ik een hekel aan dat kind.
Plotseling staat Reina op. ,,Ik ga wel,” zegt ze resoluut. Haar vriendinnen en ik kijken haar stomverbaasd aan. Ze doet alsof ze het niet ziet. ,,Waar gaan we zitten?”
,,Eh, dat tafeltje maar?” Ik wijs naar een tafeltje dat een beetje in een hoek staat. Ze haalt haar schouders op. ,,Goed.” Onhandig zwijgend gaan we zitten. ,,Well, Kilian,” zegt ze dan rustig. ,,I’ve got a few questions I want to ask you.” Ik moet mijn best doen om niet zichtbaar ineen te krimpen. Wil ze me hier aan de tand gaan voelen? In een klaslokaal, met twintig leerlingen om ons heen? Is dit haar manier om wraak te nemen? Ik slaag erin om mijn verwarring te verbergen en te grinniken. ,,Well, go ahead then!” Reina strijkt een haarlok achter haar oor. ,,Do you really want to be a teacher for the rest of your life?”
Met stomheid geslagen staar ik haar aan. ,,I… I never really thought about that.”
,,Maybe you should. Maybe you’re acting so uptight because you don’t know how to behave. You know, overcompensation.”
,,I’m not acting uptight!” Het heeft iets belachelijks om deze discussie in het Engels te voeren. Ik moet me niet zo makkelijk van mijn stuk laten brengen. Ik moet wel een beetje leraar blijven. ,,I have to say you do speak English very well,” probeer ik van onderwerp te veranderen. Ze glimlacht vluchtig. ,,Thanks. I have another question for you.” ,,I don’t think this is the right place, nor the right moment for personal questions.”
Reina trekt zich daar niks van aan en leunt over tafel. Indringend kijkt ze me aan. ,,Why did you lie to me?” Nu kan ik niet verbergen dat ik ineen krimp. ,,As I said, this is not the right moment. Not the right place.” Ik fluister bijna. ,,Please. We can discuss this some other time, I promise.” Nu leunt ze achterover. Ze knikt. ,,Allright. How about tonight? Eight o’clock. Our… village pub?” Nu begint ze te lachen. ,,Village pub, zeg je dat zo?”
,,Ik eh, ik weet het niet.” Op dit moment weet ik even niets.
,,Maar je kunt wel?” Ik knik. ,,Ik ben er.”
Ik heb het ontzettend benauwd opeens. Met een ruk schuif ik mijn stoel naar achteren. ,,Ik moet even een rondje gaan lopen. Je weet wel, controleren of iedereen het goed doet. Ga jij maar even met je vriendinnen meedoen.”
,,Oké,” zegt ze. En ze loopt kalmpjes naar May en Moira. Alsof er niets gebeurd is. Ik heb zin om heel hard te schreeuwen. Ik heb weer een afspraakje met Reina! Ik krijg een tweede kans! Maar in plaats van een vreugdedans door de klas te maken, hurk ik neer bij twee hakkelende jongens. ,,Ik denk dat we nog wat aan jullie fluency zullen moeten werken.”
42. Sebastiaan
Ik wandel door het park. Jawel, ik, Sebastiaan, wandel door het park. In de vier maanden dat ik in deze stad woon, heb ik nog niet één keer door een park gewandeld. En vandaag is zo’n mooie, zonnige winterdag, dat ik het zonde vond om op mijn kamertje te gaan zitten. Bovendien heb ik behoefte aan frisse lucht. En aan een goed excuus om niet met Karin te hoeven afspreken. Ze lijkt met de dag bezitteriger te worden. En ik krijg het steeds benauwder. Toch kan ik het niet over mijn hart verkrijgen om er een punt achter te zetten. Ik leer haar namelijk ook steeds beter kennen. Oké, ze belt me vier keer per dag en ze wil bijna elke avond afspreken, maar als we bij elkaar zijn vertelt ze altijd van die lieve verhaaltjes over zichzelf. Van die kleine dingetjes. Dat ze vroeger een roze jurkje had dat ze heel mooi vond, en dat ze moest huilen toen ze daar definitief uitgegroeid was. Dat ze haar eerste vriendje had op haar elfde, en dat ze moest kokhalzen toen hij haar voor het eerst zoende. Dat ze gruwt van alle soorten kaas. En gek genoeg is het moeilijk om iemand te dumpen van wie je dat soort onbenullige dingen weet. Het is alsof je dan pas echt iets kapot maakt. Dit is anders dan met al die andere meisjes, die ik gewoon aan de kant zette, zonder scrupules. Ik heb alle methoden weleens uitgeprobeerd. Per telefoon, per e-mail, per sms, gewoon niks meer van me laten horen, zeggen “ik ben niet meer verliefd” of “ik kan me niet binden” of “je kunt me niet vertrouwen, en dat wil ik je niet aandoen” (ik geef het toe; dat was de foutste). Maar met Karin kan ik dat niet. Zonder dat ik het wilde, hebben we een band gekregen. Voor het eerst zie ik er tegenop om het uit te moeten maken. Ik stel de beslissing dus nog maar even uit. Misschien krijgen we één dezer dagen wel knallende ruzie en ben ik in één keer overal vanaf. Dat zou mooi zijn.
Ik schrik als ik mijn mobiel voel trillen in mijn zak. Verdomme, daar zul je haar weer hebben. Ik had dat ding ook uit moeten zetten. Zuchtend vis ik het onding uit mijn zak. Ik kijk op het schermpje. Tot mijn verrassing zie ik dat het niet Karin is die belt, maar Ivo, een oud-klasgenoot. Gelukkig. Met een vrolijk “hallo!” neem ik op. ,,Hee Bas!” brult Ivo in de hoorn. ,,Heb jij zaterdagavond al wat te doen?” Dat is typisch Ivo; hij doet niet aan inleidende gesprekjes, hij hoeft niet te weten hoe het met me gaat, hij wil alleen maar weten of ik zaterdagavond iets te doen heb. Ik denk even na. ,,Ik geloof het niet, nee.”
,,Mooi zo!” buldert Ivo. ,,Dan ga je zaterdag met ons mee!” ,,Eh, waarheen, als ik vragen mag?” informeer ik. Ivo lacht. ,,Wéét je dat niet? Man, ik kan merken dat je hier niet veel meer komt! Naar dat gratis feest in de Monza natuurlijk!”
,,Gratis feest in de Monza?” Ik weet van niks. ,,Ja, man!” roept Ivo enthousiast. ,,Vijf euri entree en dan de verder de hele avond gratis drank! Nou, hoe klinkt dat?” Ik heb de Monza altijd nogal een trashy tent gevonden, maar het aanbod van gratis drank klinkt uiterst verleidelijk en ik heb ook wel zin om mijn vrienden van de middelbare school weer eens te zien. ,,Ik ben erbij,” beloof ik.
,,Okee dan! Nou, dan ga ik nu ophangen en Sam bellen. Ciao!” Voor ik de kans krijg om iets terug te zeggen, heeft Ivo al opgehangen.
Ik stop mijn mobiel in mijn zak. De stilte van het park is nogal verstoord. Opeens heb ik geen zin meer om te wandelen. Ik draai me om en begin in de richting van mijn kamer te lopen. Ik heb nu in elk geval een goed excuus om dit weekend niet met Karin te hoeven doorbrengen.
43. Pat
Hee Reina!Je hebt me echt op een idee gebracht toen je voor de grap zei dat ik moest switchen naar psychologie! Ik loop er al een paar dagen over na te denken. En ik begin tot de conclusie te komen dat het wel iets voor mij is. Ik ben nou eenmaal geïnteresseerd in mensen. Denk ik. Ik kan het eigenlijk niet goed uitleggen, maar het lijkt me gewoon heel interessant, ik weet niet precies waarom. Waarom wilden we eigenlijk Nederlands studeren? Wilde jij het omdat ik het wilde, en ik omdat jij het wilde? Wilde één van ons het eigenlijk wel écht? Wil jij het eigenlijk nog steeds? Ik ga het je niet afraden hoor, dat ik het niet leuk vind, wil tenslotte nog niet zeggen dat jij het ook niet leuk zult vinden. En waarom ik het nou precies niet leuk vind, zelfs dát weet ik niet. Ik vind het gewoon saai. Die verhalen in dat vreemde taaltje dat voor Oud-Nederlands moet doorgaan. Die stomme gedichten die we moeten analyseren. ‘Egidius, waar bestu bleven?’ Het interesseert me echt geen donder waar Egidius gebleven is. En dan nog de taalkunde, dat is het ergste: ontleden, maar dan ongeveer honderd keer zo ingewikkeld. Een half uur bezig zijn met één woordje. Brrr, niks voor mij. Ja, dat ik ga stoppen, dat is zo goed als zeker. Nu moet ik alleen nog even kijken wanneer. Ik denk na de kerstvakantie. In elk geval vóór 1 februari, want dan krijg ik nog geld terug van de IB-groep. Het enige nadeel van stoppen is dat ik werk zal moeten gaan zoeken om dat halve jaar vol te maken. Ik kan moeilijk uit mijn neus gaan zitten vreten. Weet jij misschien iets? Ik voel er absoluut niets voor om achter de kassa terecht te komen, of op een kantoor. Maar ik ben bang dat ik weinig keus heb.
Maar goed. Dat zien we allemaal nog wel. Eerst wil ik je even confronteren met mijn fantastische idee! Je vraagt: wat houdt dat fantastische idee dan precies in? Nou, hier komt het. Wat zou je ervan zeggen als jij dit weekend eens bij mij zou komen logeren? Het is toch een regelrechte schande dat je nog nooit op mijn nieuwe kamer bent geweest! En dat is nog niet alles. Zaterdagavond is er een feest met gratis drank in de Monza, een disco hier vlakbij. Normaal gesproken stikt het daar van de breezersletjes, maar dit feest is “students only”. Oké, je hebt geen collegekaart, maar we bluffen je wel naar binnen. Dat is één van mijn verborgen talenten, dus maak je maar geen zorgen. Oh ja, en Max gaat ook mee naar het feest. Je moet hem echt ontmoeten, hij is zo lief, ik weet zeker dat jullie weg van elkaar zullen zijn! Op een vriendschappelijke manier dan wel, want hij is hartstikke homo.
Nou, hoe klinkt het? Laat alsjeblieft snel weten of je komt!
Liefs,Pat
p.s. Oh ja, hoe is het met Kilian?
44. Reina
In onze dorpskroeg “de Drie Beren” zitten zoals gebruikelijk een paar oude mannetjes naar levensliederen te luisteren onder het genot van een ouwe klare. Drie van hen kijken op als ik binnenkom. ,,Zo, jongedame!” roept één van de drie brutaal. ,,Ook zin in een lekker warm drankje op een koude winteravond?”
,,Nee, ik wacht hier op iemand,” antwoord ik gegeneerd. Dit is niet bepaald de ideale plaats voor mijn afspraak met Kilian. Hoe zullen we ooit serieus iets kunnen bespreken met “Zij Gelooft In Mij” op de achtergrond? ,,Oh, je vriend is er al hoor,” grijnst een ander mannetje. Hij wijst naar een verdekt opgesteld tafeltje in de hoek. Inderdaad; daar zit Kilian in een krant te bladeren. Ik loop snel naar hem toe, blij dat ik van de mannetjes verlost ben.
,,Hoi.” Hij schrikt op. ,,Oh, hoi! Ga zitten! Wat wil je drinken?” Een stortvloed aan woorden opeens. Hij is duidelijk nerveus. Nou, dat mag ook wel, denk ik bij mezelf. Hij heeft me tenslotte wel wat uit te leggen. ,,Doe maar warme chocolademelk,” zeg ik. ,,Met slagroom.” Hij vliegt bijna weg om het te halen. Ik hoor dat de mannetjes aan de bar een flauwe grap tegen hem maken, maar ik versta niet precies wat ze zeggen. ,,Nou, eh…” hoor ik Kilian antwoorden.
,,Hebben die lui nou echt niks beters te doen,” moppert hij, als hij de warme beker voor me neerzet. ,,Ik weet het niet,” antwoord ik naar waarheid. ,,Volgens mij zijn ze allemaal weduwnaar. Of zelfs nooit getrouwd geweest. Dat zijn de ergsten.” Ik lik een beetje slagroom van mijn lepeltje af. We moeten nu niet over koetjes en kalfjes gaan babbelen, want dan komt er nog niks van dat gesprek van ons. Dan denkt Kilian dat hij er zomaar mee wegkomt, met al die leugens van hem. Nou, zo werkt dat natuurlijk niet. ,,Maar goed,” zeg ik dus. ,,We zijn hier niet om te roddelen over de dorpsbewoners. Jij hebt mij heel wat uit te lggen.” Hij kijkt schuldbewust. ,,Ik weet het. Reina, het spijt me zo. Kijk me eens aan.”
Nu pas merk ik dat ik dat nog geen één keer gedaan heb; ik heb al die tijd naar buiten zitten staren, naar de natte sneeuw. Met tegenzin kijk ik in zijn ogen. Ze zijn een beetje groen, valt me op. Doordringend kijken ze me aan. ,,Ik wilde niet tegen je liegen,” zegt Kilian bezwerend. ,,Echt, echt niet!” Ik scheur mijn blik weer los. ,,Waarom deed je het dan?” vraag ik koeltjes. Hij zucht. ,,Zit nou toch niet steeds naar buiten te kijken! Ik wil dat je in mijn ogen kijkt. Ik wil dat je ziet dat ik nu niet lieg.”
,,En ik wil dat jij vertelt waarom je toen wél gelogen hebt.” Ik staar naar de vlokjes buiten, hopend dat er eentje zal blijven liggen. Maar ze smelten allemaal zodra ze de grond raken. Dan grijpt Kilian opeens mijn kin beet en draait mijn gezicht naar het zijne toe. Iets in mij wil protesteren, me losrukken, wegrennen. Maar ik blijf zitten waar ik zit. Ik kijk in zijn een-beetje-groene ogen en voel mijn verdediging afbrokkelen. ,,Ik loog omdat ik je zo leuk vond, Reina,” zegt hij, bijna wanhopig. ,,Ik was bang dat je me niet meer zou willen als je wist dat ik een leraar was. Dom natuurlijk, ik weet het! En ik heb er nu zo’n spijt van. Ik vind je nog steeds een prachtmeid. Echt waar.”
De muur die ik om me heen gebouwd had lijkt met donderend geraas in elkaar te storten. Hij kijkt zo lief, hij praat zo lief, hij dóet zo lief. Ik kan er niet meer tegen. Wat ik al die tijd stiekem al wist, wordt nu overduidelijk: ik ben verliefd op hem. Dat ben ik al die tijd geweest. Mijn woede was gewoon een manier om me te uiten. ,,Geloof je me?” vraagt Kilian smekend. Ik glimlach. ,,Ik geloof je.”
Eén moment denk ik dat we weer gaan zoenen. Ik buig me zelfs al een klein stukje naar voren. Maar dan laat hij me opeens los. ,,Kijk mij nou, Jezus, ik mag je helemaal niet aanraken! Als er iemand van school was langsgelopen…” ,,Die komen hier niet vaak.”
,,Daar gaat het niet om! Je bent nu niet zomaar een leerling, nee, je bent MIJN leerling! Ik moet met mijn poten van je afblijven!”
,,Ik ben meerderjarig, hoor.”
Hij kijkt me aan, verdrietig, lijkt het wel. ,,Dat maakt niet uit. Je bent een leerling, en dat is genoeg. Wat we nu doen is heel gevaarlijk. Voor ons allebei.”
Ik wil zeggen dat het me niet kan schelen, dat ik hem wil, dat ik zweer dat ik zal zwijgen als het graf. Maar ik doe het niet. Ik krijg de woorden niet over mijn lippen. Ik kan hem alleen maar aanstaren, gehypnotiseerd als ik opeens ben. Onder het tafeltje legt Kilian zijn hand op mijn knie. Een heerlijke warmte verspreidt zich door mijn hele been. ,,Ik zou je nu het allerliefst zoenen,” zegt hij zachtjes. ,,Maar het kan niet. Het spijt me. Vanaf nu zijn we leraar en leerling.” Ik durf niet te vragen wat hij met dat “vanaf nu” bedoelt. Ik slik moeizaam. ,,Oké.”
Kilian staat op. ,,Ik moet gaan. Fijn weekend alvast.” Dan loopt hij het café uit. ,,Nu al weg?” roept één van de mannetjes. ,,Laat je haar zomaar alleen achter?” roept een ander. Kilian reageert er niet op. Ik hoor de deur achter hem dichtslaan. ,,Ik ben zo éénzaam zonder jou!” schalt het uit de boxen. Ik kan er niet meer tegen. Ik laat mijn half opgedronken chocolademelk staan, grijp mijn jas en vlucht naar buiten. Ik zie Kilian net de hoek om gaan.
45. Kilian
Ik wrijf in mijn handen. Het is kil buiten. Een gure wind doet me rillen. Of komt dat door het gesprek met Reina? Wat het ook is, nu wil ik alleen maar snel doorlopen. Hoe eerder ik in de auto zit, hoe beter. Naar huis rijden is nu het enige wat ik wil. De verwarming aan, achter de computer gaan zitten en kijken of ik nog mailtjes van The Cupid Network heb. En vooral: niet aan Reina denken. Deze avond moet ik uit mijn gedachten bannen, anders word ik gek. Ik wil er niet meer aan denken hoe mooi ze eruit zag, hoe ze me aankeek, hoe ze me bijna wilde zoenen. Het ging goed, verdomme. Het ging zoals ik had gehoopt dat het zou gaan. Ze geloofde me, ze gaf haar verzet op. En juist omdat ze dat deed, besefte ik hoe verschrikkelijk fout ik bezig was. Ik ben nu niet meer zomaar een leraar, nee, ik ben háár leraar. En daarom is dit zo ontzettend verkeerd. Ik moet haar uit mijn hoofd zetten. Als ik dat niet doe, hoe zal ik haar dan ooit normaal les kunnen geven, de komende maanden?
Achter me klinkt het geluid van snel tikkende hakken. De hakken lijken steeds dichterbij te komen. In een reflex draai ik me om. Dat had ik beter niet kunnen doen. Tot mijn stomme verbazing komt Reina naar me toe hollen over de gladde stoep. Als ze vlak bij me is, struikelt ze. Ik weet haar nog net op tijd op te vangen. Als in een goedkoop Bouquetromannetje hangt ze een moment in mijn arm en kijken we elkaar aan. Dan zet ik haar voorzichtig weer overeind. Gek genoeg is het ontzettend moeilijk om haar los te laten. God, wat zou ik haar graag weer vastpakken. Maar dat kan dus niet, hou ik mezelf voor. ,,Zo, heb je haast om thuis te komen?” probeer ik er een grapje van te maken. Ze schudt haar hoofd. ,,Nee, ik…” Dan bedenkt ze zich. Ze haalt een wit mutsje uit haar tas en zet het op. Het staat haar schattig. ,,Nee, laat maar,” zegt ze. ,,Het was stom. Ik moet gaan.” Ze wil zich omdraaien, maar ik hou haar tegen. ,,Nee, nu wil ik het weten! Kom op, ik word niet elke dag achterna gezeten door vrouwen. Zeker niet door vrouwen die dan ook nog eens voor mijn voeten neervallen.” Ze lacht, maar niet lang. Al snel kijkt ze weer serieus. Ze slikt. ,,Het is een hele stomme vraag hoor, maar… na mijn eindexamen… is het dan anders?”
Haar eindexamen, dat is in mei. Het lijkt ontzettend ver weg. Ik denk aan The Cupid Network, aan Brenda, waarmee ik nog steeds mail, en aan Tirza, waarmee ik zaterdag een afspraakje heb. ,,Ik weet het niet,” zeg ik. Een moment kijkt Reina me ongelovig aan. Dan knikt ze langzaam. ,,Oké,” zegt ze. ,,Fijn weekend dan, Kilian.” Dan loopt ze weg.
Pas in de auto besef ik wat ik gezegd heb. Ze vroeg of ik op haar wilde wachten. Een half jaartje maar. En ik heb nee gezegd. Ik heb nee gezegd! Waar zát ik met mijn gedachten?! Ik bonk met mijn hoofd op het stuur. In gedachten scheld ik mezelf uit voor stomme idioot. Had ik net eindelijk een nieuwe kans gekregen, dit kan ik écht niet meer goed maken.
46. Pat
Met een weids gebaar zwaar ik de deur voor Reina open. ,,Welkom in mijn nederige stulpje! Let niet op de rotzooi, ik was net aan het opruimen.” Reina zeult haar zware tas naar binnen en laat die met een plof op de grond vallen. Ze zucht. Ik kijk lachend naar haar enorme hoeveelheid bagage. ,,Was je van plan om hier te blijven wonen ofzo?” Gek genoeg lacht ze niet. ,,Kon dat maar…” zegt ze ernstig. Nee hè, het lijkt erop dat ze weer eens een rothumeur heeft. Daar heb ik nou echt geen zin in. Het is de bedoeling dat dit een leuk weekend wordt, geen therapiesessie. Ik lach haar opmerking dus maar weg, al vind ik dat niet zo heel aardig van mezelf. ,,Nog een half jaartje wachten meid, dan kun jij je ook in het studentenleven storten! Maar vanavond krijg je alvast een voorproefje van wat je allemaal voor leuks te wachten staat. Wil je thee?” Ik wacht haar antwoord niet af, maar schenk gewoon een beker vol. Royaal schep ik er suiker in. ,,In die tas zit vast wel iets dat ik van je kan lenen, hè? Ik heb al maanden geen nieuwe kleren gekocht, namelijk. Ik red het gewoon niet, als ik één shirtje koop kan ik meteen een week niet eten. Verheug je er maar niet al teveel op om op jezelf te wonen. Ieder dubbeltje moet je omkeren. Oh nee, dubbeltjes bestaan helemaal niet meer. Nou ja, tien eurocent dan maar. Hè, dat klinkt toch een stuk minder gezellig.” Ik babbel maar door terwijl ik verder ga met het opruimen van de ergste rotzooi, en doe alsof ik niet merk dat Reina sinds haar binnenkomst nog geen vijf woorden gezegd heeft. Ik hoop dat mijn geklets haar opvrolijkt, maar het tegendeel lijkt waar. Ze zit maar een beetje uit het raam te staren. ,,Mooi uitzicht heb ik, hè?” doe ik nog een poging. ,,’s Avonds is het nog mooier, dat zul je straks wel zien.” ,,Het is wel leuk, ja,” beaamt ze toonloos. Ik geef het op. Ik gooi een stapel losse stencils in de hoek en ga naast haar op mijn bed zitten. ,,Oké, zeg het maar. Wat is er aan de hand?” Gekweld kijkt ze me aan. ,,Ik ben verliefd.” Meteen spring ik weer op. ,,Echt? Wat leuk! Op wie? En waarom ben je dan niet blij?”
Er volgt een enorme monoloog van het soort dat bij Reina op z’n hoogst één keer per jaar voorkomt. Kilian is de gelukkige, begrijp ik. Ik wist het wel, denk ik bij mezelf. Maar dat hij zo’n laffe eikel kon zijn had ik dan weer niet gedacht. Zitten ze eindelijk in dat café, kan hij eindelijk zijn wangedrag goedmaken, doet hij meteen weer iets waarmee hij het verpest. Eerst loopt hij als een hondje achter haar aan en zweert meneer dat hij écht heel verliefd op haar is, en als zij dan eindelijk laat merken dat die gevoelens wederzijds zijn, laat hij het afweten. Niet eens een half jaartje kan hij wachten. ,,Die gast spoort niet,” zeg ik ongelovig als ze is uitverteld. ,,Dit slaat echt nergens op! Hij heeft wat hij al die tijd wilde, en nu? Nu heeft hij niet eens het geduld om een miezerig half jaartje te wachten tot je van school bent!” Ze schudt moedeloos haar hoofd. ,,Ik begrijp er ook niets van. Maar nu krijg ik hem plotseling niet meer uit mijn gedachten, snap je, juist omdat het niets kan worden tussen ons. Waarom zijn jongens waarmee het niks kan worden altijd interessanter?”
Zeg dat wel. Ik betrap mezelf erop dat ik nog steeds elke dag wel een keer aan Sebastiaan denk, ook al is hij volstrekt onbetrouwbaar en een leugenaar van de bovenste plank. Maar daar zeg ik nu niets over. Als je over mensen praat worden ze op de één of andere manier een beetje echt, en daar heb ik in het geval van Sebastiaan absoluut geen zin in.
Ik haal mijn schouders dus maar op. ,,Dat is één van de raadsels der natuur, meid. Maar ik vind het echt klote voor je.”
Gelukkig is Reina wat vrolijker nu ze haar verhaal kwijt is. Ze staat op. ,,Nou ja, ik ben hier niet gekomen om een beetje te zitten sippen op je bed. Zullen we maar eens boodschappen gaan doen? Of heb je alles voor het avondeten al gehaald?” Ik schiet overeind. ,,Fuck! Goed dat je het zegt! Helemaal vergeten!”
Ze lacht. ,,Goeie gastvrouw ben jij, Pat! Zullen we dan maar gaan?” Gearmd lopen we naar de dichtstbijzijnde supermarkt. Ik zeg maar niet dat ik die eigenlijk iets te duur vind. En Reina zegt niets meer over Kilian. Allebei doen we hard ons best om er een zo gezellig mogelijk weekend van te maken.

0 Comments:
Post a Comment
<< Home