Schrijfbeest verhaal: 2005-2006

Pat en Reina zijn hartsvriendinnen. Na hun laatste jaar op de middelbare school verandert echter alles: Pat gaat Nederlands studeren, terwijl Reina gezakt is en het jaar moet overdoen. Wat zal er dit schooljaar allemaal op hun pad komen? Mannen, in elk geval. Kilian begint enthousiast aan zijn nieuwe baan als leraar. En Sebastiaan stort zich net als Pat vol overgave in het studentenleven. In het schooljaar 2005-2006 zullen de levens van deze mensen zich mengen...

Wednesday, October 11, 2006

December: hoofdstuk 47 - 56

47. Sebastiaan
Het is lang geleden dat ik voor het laatst in de Monza ben geweest. Toen we een jaar of 15, 16 waren, vonden we het het toppunt van stoerheid om hier uit te gaan. Dit was véél cooler dan de schoolfeesten die we gewend waren. Ik zie me nog sjouwen met dure Breezers voor de veeleisende meisjes die ik wat te drinken aanbood. De term “breezersletjes” bestond toen nog niet echt. Oh God, ben ik echt al zo oud?
Ik ben in elk geval blij dat dit feest alleen voor studenten is. Geen bezopen meisjes van dertien achter me aan. Helaas zal ik ook niet echt jacht kunnen maken op één van de leuke studentes die hier rondlopen, want ik heb nou eenmaal Karin. ,,Ach man, daar komt ze toch nooit achter,” zegt een stemmetje in mijn hoofd. Maar ik wil haar niet bedriegen. Niet omdat ik haar nou zo fantastisch vind, maar omdat ik nou eindelijk wel eens een keer eerlijk tegen een meisje wil zijn. En wil blijven. Maar of ik er na wat biertjes nog zo over denk… ik zou het niet durven zeggen.
De nieuwste hit van Madonna schalt door de speakers en Ivo komt aanlopen met bier. We proosten. Ik neem een grote slok en voel de energie door me heen stromen. God, ik heb dit gemist. Me misdragen met mijn schoolvrienden. Karin kan me gestolen worden. Vanavond ga ik lol maken. Ik wist wel dat mijn trouwhartige houding niet lang stand zou houden. Nou ja, eerlijk zijn kan ik natuurlijk nog steeds. Ik kan het haar tenslotte ook gewoon opbiechten als ik met een ander meisje zoen.
Alsof hij mijn gedachten kan raden, schreeuwt Sam in mijn oor: ,,Hé Bas! Heb jij nou een vriendin of kun je je gang gaan vanavond?” ,,Ik heb een vriendin!” schreeuw ik terug. Ik vind het nog steeds vreemd klinken uit mijn mond. Op de één of andere manier past het niet bij me. ,,Jammer voor je!” lacht Sam. Ik haal mijn schouders op. ,,Als ik hier wat leuks vind komt ze daar toch nooit achter.” Sam schatert het uit. ,,Jij bent echt niet veranderd! Je bent nog precies dezelfde! Geweldig!” Bewonderend slaat hij me op mijn schouder. Ik grijns. Ik weet dat ik op school de reputatie van rokkenjager had, en ik vind het geweldig om daar nog eens aan herinnerd te worden. Sebastiaan de womanizer. Geen vrouw is veilig voor hem. Een spoor van gebroken harten laat hij achter zich. Oh yeah.
Even ben ik verzonken in narcistische fantasieën, maar Sam stoot me weer aan. ,,Hé, zaten zij niet ook bij ons op school?” Ik kijk in de richting die hij aanwijst. Mijn adem stokt in mijn keel. Een stukje verderop, bij een pilaar, staat Pat met haar beste vriendin Reina.

48. Kilian
Tirza is klein, mollig en heeft lang, kastanjebruin haar. Ze praat veel en ze lacht nog meer. Ze vertelt over haar studie Diergeneeskunde, haar vriendinnen en haar familie. En ze stelt vragen. Hoe het nou is om leraar te zijn, of ik de klas een beetje onder de duim kan houden, hoe mijn collega’s zijn. Ik geef uitgebreid antwoord, dolblij dat er met Tirza niet van die enge stiltes vallen. Ik heb het naar mijn zin. Ik voel me op mijn gemak bij dit meisje. Maar ik voel niet de behoefte om zometeen met haar te zoenen, en al helemaal niet om met haar tussen de lakens te duiken. Ik vind haar aardig, ik heb het gevoel dat we goede vrienden zouden kunnen worden, maar verder niks. Helaas heb ik ook het gevoel dat Tirza er anders over denkt. Ik zie het aan de manier waarop ze naar me kijkt, met een haarlok speelt en elegant haar ene been over het andere slaat. Ze leunt voorover en kijkt me verleidelijk aan. ,,Voel jij je weleens… aangetrokken tot één van je leerlingen?” vraagt ze zwoel. Ik voel dat ik van kleur verschiet, maar gelukkig is het schemerig in het café waar we zitten. Zogenaamd onverschillig haal in mijn schouders op. ,,Soms. Maar daar doe ik dan natuurlijk niks mee,” antwoord ik. Ze knikt, een beetje teleurgesteld, lijkt het wel. ,,Op mijn oude middelbare school is eens een lerares ontslagen omdat ze iets met een leerling had,” begint ze dan weer vrolijk. Schijnbaar onbewogen luister ik naar haar verhaal. Dit zal jou niet overkomen, hou ik mezelf voor. Met Reina heb je het verpest, en dat is maar goed ook. Ga door met je leven, man!
Maar de gedachte aan Reina heeft zich alweer vastgenesteld in mijn brein. Reina is knapper dan Tirza, realiseer ik me. Maar zo wil ik niet denken. Bah, dat is zelfs helemaal niks voor mij. Ik vind het een leuke bijkomstigheid als een meisje er goed uitziet, maar uiteindelijk gaat het toch om haar persoonlijkheid. Nou, en Tirza is wel een stuk vrolijker en spontaner dan Reina, dat moet gezegd worden. Ze is veel meer down to earth. Zij is niet iemand om wrokgevoelens te koesteren. Dat vind ik leuk aan haar. Ach, misschien zit er toch wel een partijtje zoenen in, vanavond. Waarom eigenlijk niet? Het is alweer zo lang geleden dat ik me voor het laatst helemaal heb laten gaan. Zuipen & zoenen, zoals ik dat vroeger altijd deed. Misschien wordt het daar weer eens tijd voor. Dat ik leraar ben, wil tenslotte niet zeggen dat ik me niet een keer mag misdragen als ik off-duty ben.
Alsof Tirza mijn gedachten kan lezen, slaat ze opeens enthousiast met haar vlakke hand op tafel. ,,Hé, we zitten hier nou wel hartstikke gezellig te kletsen, maar ik vergeet helemaal te zeggen dat ik nog een ander leuk idee had! Er is vanavond een studentenfeest in de Monza! Heb je zin om daarheen te gaan?”
Het is ontzettend lang geleden dat ik voor het laatst in de Monza ben geweest, maar zodra ik de naam hoor, voel ik de oude tintelende verwachting weer die ik altijd had toen ik een puber was. De Monza, daar gebeurde het. Daar zette je als onzekere puber je eerste stappen op het seksuele pad. En al heeft dat pad nu niet al teveel geheimen meer voor me, roept de naam “Monza” alle oude associaties weer op. ,,Klinkt goed!” zeg ik daarom enthousiast. ,,Mooi!” roept Tirza, en ze springt op. ,,Zullen we dan maar meteen gaan?” Ik lach, een beetje overdonderd. ,,Eh, goed.” We trekken onze jassen aan en stappen de vrieskou in. Tirza haakt haar arm door de mijne, en gearmd lopen we richting disco.

49. Reina
,,Kom op, Reina! Een beetje uitbundiger mag wel!” Max pakt mijn hand en laat me snel in het rond draaien. Ik lach. Pat heeft geen woord teveel gezegd: hij is inderdaad een schatje. Ik ben blij dat hij er vanavond bij is; met z’n tweeën uitgaan is altijd een beetje jammer. Zeker als je met Pat bent, die altijd wel iemand vindt waar ze minstens de helft van de avond mee staat te dansen en te zoenen. Ik moet dat ook maar doen, vindt ze. Dat hoort toch bij uitgaan? Maar ik kan me niet zomaar laten gaan met een dronken onbekende. Dat past gewoon niet bij me. Dus sta ik vaak maar een beetje saai toe te kijken hoe Pat een geweldige avond heeft met een jongen die ze daarna hooguit nog twee keer zal zien. Maar goed, dat gaat vanavond gelukkig niet gebeuren. Vanavond vermaak ik me wel met Max.
Opeens voel ik een hand op mijn schouder. Geïrriteerd kijk ik achterom. Ik hou niet van aangeschoten mensen die mij zomaar aanraken. Maar tot mijn verbazing zie ik het grijnzende gezicht van Sebastiaan achter me. Zijn andere hand ligt op Pats schouder. ,,Hoi!” roep ik. ,,Sebastiaan,” zegt Pat kil. Het klinkt vreemd; alsof we de bizarre afspraak hebben gemaakt om om de beurt een woord te zeggen. ,,Wat doe jij hier nou weer?” vraagt Pat agressief. ,,Feesten, net als jullie!” zegt Sebastiaan lackoniek. Ik zie dat Pat nog iets wil zeggen, maar voor ze de kans krijgt, heeft Max zich al tussen ons in gewrongen heeft. Hij kijkt Sebastiaan nieuwsgierig aan en steekt zijn hand uit. ,,Hoi! Ik ben Max!” ,,Sebastiaan,” zegt Sebastiaan. Hij kijkt van Max naar Pat, en van Pat naar Max. ,,En jij bent…?” Pat grijpt haar kans, slaat haar armen om Max’ middel en kondigt trots aan: ,,Hij is mijn vriend.” Een nanoseconde kijkt Max verbaasd, dan trekt hij zijn gezicht razendsnel in de plooi. ,,Ja,” zegt hij, om Pats verklaring nog even aan te dikken. ,,Ik ben haar vriend.” ,,Leuk,” zegt Sebastiaan een beetje onverschillig. ,,Ik heb ook een vriendin tegenwoordig.” Hij noemt een naam die ik niet versta. ,,Leuk,” sneert Pat. ,,Alsjeblieft, Patricia,” zegt Sebastiaan smekend. ,,Zullen we dat hele gedoe van bij Hugo nou alsjeblieft laten rusten? Ik kan je uitleggen hoe het zat als je dat wilt.”
Ze staart hem even aan, duidelijk overdonderd omdat hij haar volledige naam heeft gebruikt. ,,Goed dan. Leg het me eens uit.” Max en ik wisselen een blik van verstandhouding. Het is beter om deze twee even alleen te laten. Ik pak zijn arm. ,,Kom, we gaan drinken halen.”
,,Zo, dus nu mag ik de hele avond voor vriendje gaan spelen,” zegt Max als we aan de bar staan. Hij klinkt niet al te vrolijk. ,,Wil je dat niet dan?” vraag ik. Hij zucht. ,,Ach, ik heb een vriend, dus ik was niet van plan om zelf iemand te gaan versieren. Maar ik heb geen zin om de hele avond met haar te moeten schuren om die Sebastiaan de ogen uit te steken. En als ze straks een beetje bezopen is, gaat ze me vast en zeker zoenen.”
,,Dat zal ze toch niet doen? Ze zal toch wel snappen dat jij dat niet wilt?”
,,Jij hebt nog niet gezien hoe ze is als ze écht bezopen is, of wel? Ze is wild tegenwoordig, Reina, echt waar. Ze krijgt nog eens een naam, als ze die niet al heeft.”
,,Heb je dat dan nooit tegen haar gezegd?”
,,Heb ik geprobeerd, maar ze raakte zo ontzettend van streek, dat ik het maar weer een beetje heb teruggenomen. Zwak, ik weet het. Maar als ze mij vanavond op mijn bek pakt voor het goede doel, dan krijgt ze het nog wel te horen.”
,,Ja, gelijk heb je.” Eindelijk heb ik de blik van de barman weten te vangen. ,,Een bier en een witte wijn!” roep ik. Ik kijk achterom. Pat en Sebastiaan lopen net naar de hal, vermoedelijk omdat ze daar wat rustiger kunnen praten. Maar mijn vermoedens klopten: Pat is een echt feestbeest geworden, en niet zomaar eentje. Als Max denkt dat ze in staat is om hém op zijn bek te pakken, wat heeft ze dan allemaal uitgespookt op die feesten waar ze naartoe gaat? En waarom weet ik dat eigenlijk niet? Is ze nog wel de Pat die ik ken?
Ik schrik op uit mijn gepeins doordat Max me aanstoot. ,,Hier heb je je wijntje. En trouwens, je hebt sjans.”
,,Wie? Waar?”
,,Bah, wat een viezerd. Hij staat te dansen met een ander meisje en ondertussen kijkt hij naar jou. Gadverdamme, wat een prutser.”
,,Waar nou? Wáár?”
,,Daar, voor het podium.”
Ik kijk naar het podium. Mijn hart slaat een slag over. Daar, voor het podium, dans Kilian. Met een meisje. Kijkend naar mij.

50. Pat
,,Goed dan. Leg het me eens uit.” Ik sla mijn armen over elkaar en kijk Sebstiaan strak aan. Maar hij kijkt niet terug. Hij pakt mijn arm en trekt me mee. ,,Niet hier!” roept hij over zijn schouder. ,,Veel te veel herrie!” Gewillig laat ik me meeslepen naar de hal. Daar blijven we weer tegenover elkaar staan. Ik knijp mijn ogen tot spleetjes en neem hem op. De leugenaar. Er zijn weinig mensen waar ik minder respect voor heb dan voor hem. Eens kijken hoe hij zich er nu weer uit gaat draaien. Hoe kan hij zo leven? Hoe kun je lekker slapen als je weet dat je niet eerlijk bent? Ik zie hoe hij zijn ogen openspert, in een poging een eerlijke oogopslag te creëren. ,,Het kwam door Hugo,” zegt hij. ,,Ik vertelde hem dat ik ook iets met jou had gehad, jaren geleden. Toen vroeg hij mij of ik niet tegen jou wilde zeggen dat hij dat wist.”
,,Ja hoor, geef Hugo maar weer de schuld. Lekker makkelijk. Toen we iets hadden liep je al te liegen, en nu doe je het nog steeds. Ik snap niet waarom ik eigenlijk nog de moeite neem om naar jou te luisteren.”
,,En ik snap niet waarom ik eigenlijk nog de moeite neem om met jou te praten. Ik zeg het je nog één keer, en als je me dan nog niet gelooft hoef ik je nooit meer te spreken. Hugo Vroeg Mij Om Niets Te Zeggen. Zo.”
Ook hij slaat nu zijn armen over elkaar. We kijken elkaar aan. Onze ogen voeren een machtsstrijd. Ik wil hem niet geloven, ik wil er niet weer intrappen. Maar aan de andere kant heb ik ook sterk het gevoel dat hij nu wél de waarheid spreekt. Ik moet denken aan wat ik een paar dagen geleden aan Reina vroeg: ,,Vertrouw je op mijn mensenkennis?” Zelf vertrouwde ik op dat moment voor honderd procent op mijn eigen mensenkennis. Waarom nu niet meer? ,,Weet je dat heel zeker?” vraag ik achterdochtig. Hij zucht. ,,Ja, dat weet ik heel zeker. Kom op, wie ken je nu langer, Hugo of mij?” Ik haal mijn schouders op. ,,Jou natuurlijk. Maar of ik naar nou zo blij mee moet zijn…”
Hij is even stil. Scherp kijkt hij me aan. ,,Je bent er nog steeds mee bezig, hè? Pat, het is jaren geleden. We zaten in de vierde. Ik was een egoïstische puber. Ik zou een meisje nu nooit meer op zo’n manier dumpen. Alsjeblieft, laat het nou eens los!” Het is alsof hij een overvolle kast opendoet en de inhoud zich over me uitstort. Allemaal verschillende beelden tuimelen door mijn hoofd. Ik zie ons zoenen, vrijen, schaatsen, patat eten, ruziemaken. In gedachten hoor ik zijn stem: ,,Ik ben pas zestien, ik wil nog niets vasts… ik wil eerst weten of ik iets beters kan vinden.” Die twee zinnetjes zijn me al die jaren blijven achtervolgen. Ik heb zelf ook nooit meer “iets vasts” gehad. Hij ook niet, met die gedachte heb ik mezelf altijd getroost. Maar ook dat is nu veranderd; nu heeft hij die Karin. En hij denkt dat ik nu Max heb, want dat was het enige dat ik zo snel kon verzinnen om maar gelijk met hem te blijven. Hij mag nooit denken dat hij iets op me voor heeft, dat gun ik hem niet.
Het wordt me teveel: teveel gedachten, teveel beelden. Ik moet de stroom stopzetten. Dit moet een leuke avond zijn. Ik ga een leuke jongen versieren, net als anders. Nadenken doe ik morgen wel, als Reina naar huis is.
,,Het is goed,” zeg ik. ,,Je hebt gelijk. We moeten het loslaten. Jij hebt nu een vriendin, ik heb… Max…” Hij knikt. ,,Ik vind je een leuke meid, Pat. Met jou kun je tenminste lol hebben. Het zou zonde zijn als wij ruzie maakten.” Ik knik. Ik wil niets meer horen. Ik wil dit vergeten. Ik ga uit om lol te maken, verdomme! ,,Ik moet terug,” zeg ik. ,,Reina…Max…”
,,Wacht!” Tot mijn verbazing haalt hij zijn mobiel tevoorschijn. ,,Ik wil je nummer,” verklaart hij doodleuk. ,,Waar heb je dat voor nodig?” vraag ik verbaasd. Hij lacht. ,,Nu dit uit de wereld is, wil ik niet wachten tot ik je weer eens tegenkom.” Eigenlijk wil ik dat wel, maar ik wil terug naar binnen en ik heb geen zin in een scène. Ik geef hem dus braaf mijn nummer. Ik denk er niet eens aan om hem een verkeerd nummer te geven, terwijl ik daar normaal gesproken zo handig in ben. Hij klapt triomfantelijk zijn telefoon dicht. ,,Kom op, terug naar het feest.” Hij loopt voor me uit de zaal in. ,,Schiet maar op, voor je vriendje het met Reina aanlegt.” Ik kijk in de richting van de bar. Daar staan Reina en Max. Halfslachtig lach ik naar Sebastiaan. ,,Ja, ik ga snel naar ze toe. Doei!” Hij steekt joviaal zijn hand op. ,,Ciao!” Dan is hij verdwenen.
Ik ga bij Reina en Max staan. ,,Zo, dat hebben we ook weer gehad,” zeg ik quasi-nonchalant. Maar Reina luistert niet. ,,Kijk, daar eens, Pat,” zegt ze, en ze wijst in de richting van het podium. ,,Kijk eens wie daar met háár staat te dansen en naar míj staat te kijken? Goeie mensenkennis heb jij.”
Ik kijk in de richting die ze aanwijst. Ik kan mijn ogen niet geloven. Daar is Kilian, dansend met één of andere slet! Ik zie hem niet onze kant op kijken, maar ik zie aan Reina’s gezicht dat dat wel gebeurd moet zijn. ,,Ja,” zeg ik langzaam. ,,Leve mijn mensenkennis.” Ik voel me plotseling heel klein en dom.

51. Kilian
Ik voel me ellendig. Ik dans met Tirza, maar kan mijn ogen niet van Reina afhouden. Ik heb mezelf nog nooit in mijn leven zo’n ontzettende klootzak gevonden. Ik wil weg, er tussenuit knijpen, maar ik zie er tegenop om me door de dansende menigte heen te worstelen en de ene geïrriteerde blik na de andere te krijgen. Daar heb ik alijd een hekel aan gehad.
Tirza schurkt zich tegen me aan en ik schurk een beetje halfslachtig terug, om haar niet teleur te stellen. Voor ik het goed en wel in de gaten heb, is mijn blik alweer afgedwaald naar Reina. Ze kijkt terug. De uitdrukking op haar gezicht is alleen maar te omschrijven als “woedend”. God, dit vergeeft ze me écht nooit meer. Ik heb nog nooit iemand in zo’n kort tijdsbestek zo vaak lullig behandeld. Echt een record, Kilian. Goed gedaan.
In een reflex duw ik Tirza van me af, met een felheid waar ik zelf van schrik. Ook Tirza staat me verbaasd aan te kijken. ,,Wat heb jij opeens?” Ik leg mijn hand op haar heup, om mijn botte gebaar een beetje goed te maken. Met mijn andere hand maak ik een drinkgebaar. ,,Biertje!” roept Tirza. Ik steek mijn duim op. ,,Tot zo!” Ik haal diep adem en begin aan de ongemakkelijke worsteling naar de bar. Ik duw mensen ruwer opzij dan normaal, wat me op heel wat boze blikken komt te staan. Maar dit keer kan het me gek genoeg niet schelen. Ik wil Reina spreken, ik wil zeggen dat het me spijt, alles. Ik wil uitleggen dat Tirza gewoon een vriendin van me is, en dat ik echt niet van plan ben om met haar te gaan zoenen of wat dan ook. Nou ja, dat was ik net natuurlijk wel van plan, maar nu natuurlijk niet meer. Zo’n grote lul ben ik nou ook weer niet. Bovendien wordt het me pijnlijk duidelijk wie ik nou eigenlijk echt wil, nu ik Reina en Tirza tegelijk zie.
Ik worstel me door dansende groepjes, langs zoenende stelletjes, dwars door een ruzie. Ik verpest een paar zwoele staarwedstrijdjes en een debiel synchroon dansje. Ik zeg keer op keer snel “sorry”, maar niemand zegt “geeft niet”. Als ik eindelijk bij de bar ben aangekomen, haal ik opgelucht adem. Ik kijk om me heen. Waar zag ik haar nou? Daar toch, naast die jongen met dat foeilelijke gele shirt? Maar naast de jongen met het lelijke shirt zit nu een andere jongen, met een al even lelijk felgroen shirt. De waarheid begint tot me door te dringen. Ik heb voor niks al die mensen op de dansvloer lastiggevallen. Reina heeft me zien aankomen, en is er vandoor gegaan.

52. Sebastiaan
,,Hé, man, waar was je nou?” Ivo kijkt me lodderig aan. Ik vraag me af hoeveel biertjes hij heeft opgedronken in het uur dat we hier nu zijn. ,,Even bijkletsen met Pat,” antwoord ik. Ivo grijnst. ,,Ah, je ex. Heeft ze het je inmiddels vergeven?” Ik haal mijn schouders op. ,,Ik geloof het wel.” Maar ik ben er niet helemaal zeker van. Ik heb het gevoel dat ze me vooral mijn zin gaf om van me af te zijn, om weer terug te kunnen naar Reina en die Max. Ik vraag me trouwens ernstig af of laatstgenoemde echt haar vriendje is. Volgens mij zei ze maar wat, om me jaloers te maken of zoiets. Dacht ze nou echt dat ik daarin zou trappen? Ik ben niet gek. Het woord “homo” staat zo’n beetje op zijn voorhoofd gedrukt. Maar ik heb maar gedaan alsof ik haar geloofde, om haar niet nog meer tegen me in het harnas te jagen. Het klinkt wreed, maar ik wilde alle opties open houden. Misschien ben ik wel net zo weinig over haar heen als zij over mij. Toen ik haar net van mijn eerzame bedoelingen probeerde te overtuigen in de gang, drong het opeens tot me door dat Karin zo voor haar zou dumpen. Vandaar die opwelling waarin ik haar nummer vroeg. Ik weet niet of ik het ooit nog eens zal gebruiken. Maar ik ben onverklaarbaar blij dat het in mijn telefoon staat opgeslagen.
Ivo stoot me aan. ,,Sam is goed bezig.” Hij wijst in de richting van onze vriend, die close staat te dansen met een roodharig meisje. Ik knik. ,,Dat wordt zoenen. Binnen 5 minuten. Wedden?” Ivo schudt bedenkelijk zijn hoofd. ,,Nah, dat kan nog wel een kwartiertje duren, hoor. Maar goed, we wedden. Om wat?” ,,Om een biertje?” stel ik voor. Ivo knikt enthousiast, alsof ik met een enorm origineel idee gekomen ben. ,,Okee dan! Om een biertje!”
Plotseling word ik op mijn schouder getikt. Ik kijk achterom. Achter me staat Reina, sinds jaar en dag Pats beste vriendin. Ik had altijd aardrijkskunde met haar. We konden het altijd wel goed met elkaar vinden, al zijn we nooit dikke vrienden geweest. Maar toch voel ik me een beetje schuldig omdat ik haar vanavond nog helemaal niet gesproken heb. ,,Reina!” roep ik dus, iets enthousiaster dan ik in werkelijkheid ben. ,,Ik weet het, ik ben een schoft, we moeten nodig bijkletsen. Wil je wat drinken?” Maar ze glimlacht en houdt een halfvol glas wijn omhoog. ,,Ik ben al voorzien.”
,,Mooi. Hoe is het op school?”
,,Wat?”
,,Hoe is het op school? Nog steeds zo saai?”
,,Valt wel mee, hoor. Maar ik ben blij dat ik er straks weg ben.”
,,Wat?”
,,Ik ben blij dat ik er straks weg ben!”
Wat heb ik toch een hekel aan gesprekken in een disco. Disco’s zijn bedoeld voor dansen, vind ik altijd, niet voor praten. Maar vanavond heb ik tot nu toe nauwelijks gedanst, alleen heel veel gepraat.
Het valt me op dat Reina steeds schichtig over haar schouder kijkt. Nu doet ze het weer. ,,Word je achtervolgd?” vraag ik grijnzend. Ze rolt met haar ogen. ,,Beetje wel. Zou jij me een plezier willen doen?”
,,En dat is?”
,,Als hij eraan komt, mag ik je dan zoenen?”
Stomverbaasd kijk ik haar aan. ,,Eh… meen je dat nou?” Maar ik krijg geen antwoord meer. Reina kijkt nog eens achterom, en het volgende moment voel ik haar lippen opeens op de mijne.

53. Reina
Ik voel Kilians ogen branden in mijn rug. Ik slinger mijn armen om Sebastiaans nek, kus hem heftiger. Ik hoor zijn vrienden verbijsterd joelen. Ik ben opgelucht als ik voel dat hij me terug begint te zoenen. Het voelt minder verkeerd nu hij zijn lippen niet meer op elkaar geklemd heeft. Hij slaat zijn ene arm om mijn middel en woelt met zijn vrije hand door mijn nonchalant opgestoken haar. Verdorie, hij haalt alles los, denk ik een beetje geïrriteerd bij mezelf. Maar het moet er wel verdomd echt uitzien, zo. Een mooie wraak is dit. Ik zal Kilian leren. Zo gaat hij niet met mij om.
Zou hij er nog staan? Ik durf me niet los te maken en achterom te kijken. Daarmee zou ik mezelf verraden. Dit moet eruit zien als een gepassioneerde zoen, een echte gemeende zoen. Sebastiaan werkt gelukkig wel goed mee. Lief van hem. Hij heeft geen idee waar dit over gaat, maar hij helpt me wel. Een geroutineerde kusser is hij, dat voel ik wel. Zo voelde Pat het dus toen ze…Shit! Pat! Hoe heb ik haar nou over het hoofd kunnen zien! Sebastiaan is haar ex. Van exen van vriendinnen blijf je af. Dat is de regel. Die regel heb ik nu overtreden. Oh, verdomme, waarom dacht ik daar nou niet aan? In mijn blinde woede dacht ik alleen maar aan zoenen, zoenen, zoenen. Ik was blij dat ik Sebastiaan in elk geval nog van school kende. Ik zag hem als een oud-klasgenoot, een jongen waar ik aardrijkskunde mee had. Niet als de ex van mijn beste vriendin. Oké, het is inmiddels al heel wat jaren geleden dat ze iets hadden, maar toch. Ze is er goed stuk van geweest toen het uitging. Hoe kan ik nu met hem zoenen? Hoe kan ik haar dit aandoen?
Ik kan niet meer doorgaan. Ik duw Sebastiaan van me af. ,,Sorry,” breng ik uit. ,,Dit had ik niet moeten doen. Ik wou alleen…ik vergat…” Ik kan de drang om achterom te kijken niet meer onderdrukken. Gelukkig; Kilian is nergens meer te bekennen. Dat scheelt dan weer.
Sebastiaan schudt zijn hoofd, alsof hij iets van zich af wil schudden. ,,Jezus, Reina… waarom deed je dat nou opeens? Ja, je kan goed zoenen hoor, daar niet van, maar… ik heb een vriendin!” Om de hele situatie nog idioter te maken, zet opeens All I Want For Christmas Is You in en dwarrelen er duizenden schuimsneeuwvlokjes rond. ,,Het spijt me!” roep ik, en ik meen het uit de grond van mijn hart. ,,Ik wilde iemand terugpakken. Iemand die mij heel slecht behandeld heeft. Maar het was natuurlijk een dom idee om jou daarvoor te gebruiken.” Hij zucht. ,,Nou ja, laat maar zitten. We doen alsof het niet gebeurd is, oké?” Opgelucht knik ik. ,,Niks tegen Pat zeggen, oké?”
Ik heb het nog niet gezegd of ik word op mijn schouder getikt. ,,Oh, doe geen moeite,” klinkt een wel heel bekende stem venijnig. ,,Ik heb alles gezien.” Oh god. Waar zijn die gaten in de grond als je ze nodig hebt? Heel langzaam draai ik me om. Achter me staat Pat. Uit haar blik maak ik op dat ze niet in staat zal zijn om hier begrip voor op te brengen. ,,Ik…” begin ik nog, maar ze laat me niet uitpraten. Ze grijpt mijn arm. ,,Meekomen jij. We gaan nu naar mijn huis om jouw tas te pakken. Jij slaapt vannacht op het station, vuile slet.”

54. Pat
Ik kan het niet verdragen om naast Reina te lopen. Ik been een paar meter voor haar uit. Max sjokt bedremmeld ergens tussen ons in. Ik wil met geen van beiden praten. Max heeft me niets misdaan, maar dat kan me niet schelen. Ik ben boos, boos, boos. Op de hele wereld. Maar het allermeest op Reina. Hoe kon ze dit doen? Mijn beste vriendin heeft gezoend met mijn exvriendje. En niet zomaar een exvriendje. Nee, in plaats van dat ze één van de exvriendjes uitkoos die geen significante rol in mijn leven spelen, koos ze net degene waar ik na drie jaar nog steeds niet overheen ben. En waarom? Niet omdat ze verliefd op elkaar zijn, want dan had ik het haar misschien nog wel kunnen vergeven. Nee, om wraak te nemen op één of andere onbenullige kloothommel van haar zielige middelbare school. Dáárom. Ze beseft nog niet dat het grootste deel van de dingen die nu heel belangrijk voor haar lijken, dat over een jaar absoluut niet meer zijn. Ze is nog zo naïef. En zo dom. Ze dacht er totaal niet over na wat ik zou voelen als ik haar en Sebastiaan bezig zag. En dat noemt zich dan een vriendin. Nou, ik flikker haar zometeen met tas en al op straat, en dan zoekt ze het verder maar uit. Ik wil haar nooit meer zien.
Het beeld blijft maar voor mijn ogen zweven, dat van een zoenende Reina en Sebastiaan. Ik heb Sebastiaan wel eens eerder met andere meisjes zien zoenen, op schoolfeesten bijvoorbeeld. Maar nu was het anders, om de één of andere reden. Nu voelde het alsof ik verraden werd, en niet zo’n beetje ook. Het was een afschuwelijk gevoel, en ik kan het maar niet kwijtraken. Ik kan Reina nooit meer normaal aankijken, dat weet ik nu al. En ik wíl haar ook nooit meer aankijken. Het is afgelopen tussen ons, uit. Ze had moeten begrijpen dat Sebastiaan mijn grote zwakke plek is (want dat is hij, dat geef ik nu maar gewoon toe). Dat heeft ze niet gedaan, dus is er geen plaats meer voor haar in mijn leven. Ze heeft hoogverraad gepleegd. Eigenlijk zou ik haar moeten kaalscheren, zoals ze dat in de oorlog deden. Al haar mooie blonde lokken eraf, weg, foetsie. Dat zou haar verdiende loon zijn.
Als Max is afgeslagen, zijn we gelukkig snel bij mijn huis aangekomen. Ik stamp de trap op en gooi mijn deur open. Reina wil achter me aan naar binnen lopen. ,,Blijf buiten maar wachten,” bijt ik haar toe. ,,Pat, alsjeblieft, luister nou even naar me…” zegt ze smekend. Ik laat haar niet uitpraten. ,,Nee, luister jij nou eens even naar míj,” val ik haar in de rede. ,,Je wist dat ik altijd een zwak gehouden heb voor Sebastiaan, je wist hoe ik om hem gehuild heb, en toch heb je met hem gezoend. Weet je hoe ik dat noem? Dat noem ik verraad. Hoogverraad. En nee, dat komt nooit meer goed.” Ik geef haar niet de kans om iets terug te zeggen, en marcheer mijn kamer in. Ik prop al haar rondslingerende topjes en rokjes in haar tas (waarom heeft ze in godsnaam zoveel meegenomen?!) en rits die met geweld dicht. Ik hoop dat de rits het daarbij begeeft, maar helaas. Ik kwak de tas voor haar voeten. ,,Zo, en nou opdonderen.” Dan smijt ik de deur in haar gezicht dicht.

55. Reina
Zachtjes huilend loop ik door de verlaten straten van een stad die ik niet goed ken. Pats harde woorden echoën na in mijn hoofd. ,,Jij slaapt vannacht op het station, vuile slet.” ,,Blijf buiten maar wachten.” ,,Weet je hoe ik dat noem? Dat noem ik verraad. Hoogverraad. En nee, dat komt nooit meer goed.” Bij de gedachte aan dat laatste begin ik te snikken. Wat ben ik ontzettend dom geweest. Door één stomme actie, in een opwelling nog wel, ben ik in één klap iedereen waar ik om geef kwijtgeraakt. Ik wou dat ik de tijd kon terugdraaien. De gedachte dat dat niet kan maakt me wanhopig. Wat heb ik gedaan?! Wat heb ik op het spel gezet?! En kan ik het ooit nog goedmaken? Ik denk aan Pats woedende gezicht, haar ogen die vuur schoten. Nog nooit heb ik haar zó boos gezien. Nee, dit komt waarschijnlijk echt nooit meer goed.
Ik ben zo druk bezig met mijn eigen malaise dat ik helemaal niet op de weg let. Ik loop maar wat. Als ik opkijk, realiseer ik me dat ik niet weet waar ik ben. En dat ik niet weet waar het station is, mijn slaapplaats voor vannacht. Ik dwing mezelf om te stoppen met huilen en goed om me heen te kijken. Het enige wat ik zie zijn nietszeggende huizen, en in de verte een bruggetje. Ik ben in de Lijsterstraat, vertelt een bordje me. Wanhopig zak ik neer op de koude stoeprand en begin weer te huilen. De Lijsterstraat! Hoe kom ik hier ooit weer vandaan? Aan wie kan ik de weg vragen zonder meteen mishandeld en/of verkracht te worden? Want zo gaat dat toch vaak in steden?
De kou van de stoep begint in al mijn ledematen door te dringen. Nog even en ik vries hier nog dood. Snikkend – ik ben nu in het stadium dat ik gewoon niet meer kán stoppen met janken – hijs ik me overeind. Ik sjor mijn weekendtas weer over mijn schouder en sjok in het wilde weg verder. Weerdsingel. Van Asch van Wijckskade. Plompetorengracht. Nergens een spoor van iets dat zelfs maar lijkt op een station. ,,Hé, meisje, gaat alles goed?” roept iemand naar me, maar ik hou mijn ogen krampachtig neergeslagen. Wie weet wat er met me gebeurt als ik erop inga.
Ik heb het inmiddels zo koud dat ik klappertand en huil door elkaar. Ik heb het gevoel dat de tranen bevriezen op mijn gezicht. Ik hou het niet meer uit buiten. Ik besluit de eerste de beste kroeg die ik tegenkom in te duiken en daar te blijven zitten tot een uur of zes.
Maar dan voel ik plotseling een hand op mijn schouder. Ik gil het uit.

56. Kilian
Ik draai me om, kotsmisselijk opeens. Reina staat daar te zoenen met een wildvreemde gozer. Ongetwijfeld om me terug te pakken, om me jaloers te maken. Nou, het heeft gewerkt. Ik voel opeens sterker dan ooit dat ik haar wil. Liever dan Tirza. Liever dan mijn baan. Liever dan alles. Ik zou haar bij die gozer willen wegtrekken, maar ik plaats daarvan sla ik mijn hand voor mijn mond en ren ik naar de wc. Ik weet niet of het nou door de drank komt of door wat ik net heb gezien, maar voel mijn maaginhoud omhoog komen. Paniekerig gooi ik de deur van de herenwc open. Ik kokhals een paar keer boven de wasbak, walgend gadegeslagen door een paar mede-feestbeesten. Gelukkig komt er niks uit. Ik slaak een diepe zucht, plens wat water in mijn gezicht en loop terug de zaal in.
,,Waar zijn de biertjes?” vraagt Tirza verbaasd als ik bij haar terugkom. ,,Die heb ik niet,” antwoord ik. ,,Het spijt me heel erg, maar ik ga naar huis.” Grote ogen. ,,Hè? Waarom dat opeens?” Ik probeer minstens zo beroerd te kijken als ik me voel. ,,Ik voel me opeens helemaal niet goed. Ik voelde me de hele dag al niet lekker,” lieg ik er achteraan. ,,Maar net werd het opeens erger. Bijna kotsen enzo. Sorry dat ik je avond verpest.” ,,Ah joh, dat geeft toch niet,” zegt Tirza goedhartig. ,,Kom, dan gaan we.” Een moment spijt het me verschrikkelijk dat ik niet op haar val.
,,Zal ik je naar je vriendin brengen?” vraag ik beleefd als we buiten staan. Tirza heeft me verteld dat ze vannacht bij een vriendin zou overnachten. ,,Nee hoor, dat hoeft niet, ik neem wel een taxi,” zegt Tirza. ,,Duik jij nou maar lekker je bed in, als je je zo beroerd voelt.” Als ik haar aankijk, weet ik opeens dat haar vriendelijkheid niet echt is. Ze is op me afgeknapt. Ik voel de verkilling. Ziek naar huis gaan tijdens een date, dat kan blijkbaar niet. Of zou ze me gewoon niet geloven? Ach, wat kan het me ook eigenlijk schelen. Niemand kan me meer iets schelen. Ik moet eerst slapen, en daarna moet ik het goedmaken met Reina. Plichtmatig geef ik Tirza een kus op haar wang. ,,Ik mail je,” beloof ik. Over bellen heb ik het maar niet, dat komt er waarschijnlijk toch niet van. ,,Goed,” zegt ze, een beetje onverschillig. ,,Beterschap, hè?” Dan draait ze zich om. Ik zie haar nog net woest met haar handen zwaaien om een taxi aan te houden.
Vaak neem ik ook een taxi naar mijn kamer als ik uit geweest ben, maar vanavond ga ik lopen. Ik heb behoefte aan frisse lucht. Ik wil dat het beeld van Reina en die gozer bij elke stap vager wordt. Maar het lukt niet. Het wordt juist bij elke stap scherper. Toch doet het lopen me goed. Mijn hoofd wordt helder, al mijn zintuigen staan op scherp. Wat ik ga doen komt me steeds duidelijker voor ogen te staan: ik ga ervoor. Ik ga mijn baan op het spel zetten. Ik ga het met Reina proberen. Als zij dat tenminste nog wil… als ik het nog niet verpest heb… God, laat het niet zo zijn! Ik hoop zo ontzettend dat ik nog een kans krijg! Ik zou in staat zijn om hier smekend op mijn knieën neer te vallen, midden op straat. Oké, dat is misschien te wijten aan een biertje teveel.
Als ik de hoek om ben geslagen, hou ik mijn pas in en luister gespannen. Ik hoor iets. Het lijkt op gehuil. Voor me zie ik een blond meisje sjokken, met een grote weekendtas. Huilend. En niet zomaar huilend; nee, ze snikt erbarmelijk. Wat zou er in godsnaam met haar in de hand zijn? Zou ik haar kunnen helpen? Zou ze dat wel op prijs stellen? Hoe lang zou ze al zo rondlopen? Hopelijk niet lang, als je die hakken onder haar laarzen ziet. Plotseling gaat er een schok door me heen. Die laarzen… dat zijn Reina’s laarzen! En haar jas, dat is Reina’s jas! En dat haar… en dat rokje… Het huilende meisje is Reina!
Ik aarzel geen moment. In drie grote stappen ben ik bij haar. Ik leg mijn hand op haar schouder. Ik voel haar ineenkrimpen. Ze slaakt een luide gil.
,,Rustig maar,” zeg ik sussend. ,,Ik ben het.” Voorzichtig draait ze zich om. Ze ziet er verschrikkelijk uit. Haar gezicht is rood, gezwollen en overdekt met mascaravlekken. ,,Oh, Kilian,” jammert ze. ,,Haat je me nu niet? Zoals Pat? Want Pat haat me, en het komt nooit meer goed!” Ik kan niets anders doen dan mijn armen om haar heenslaan, stevig. Ze hangt tegen me aan, compleet overstuur. ,,Natuurlijk haat ik je niet,” stel ik haar gerust. ,,Waarom zou ik je moeten haten?”
,,Omdat ik met Sebastiaan gezoend heb! Ik deed het alleen maar om jou jaloers te maken, maar ik vergat dat hij Pats exvriendje is! En nu heeft ze me haar huis uit gegooid en kan ik nergens slapen vannacht!”
Ik streel haar rug. ,,Onzin. Als je wilt, logeer je vannacht toch lekker bij mij?” Ze huilt en lacht tegelijk. ,,Bij mijn leraar Engels.” Ik zou veel meer willen zijn dan dat, maar dit lijkt me niet het juiste moment om haar dat te vertellen. Ik glimlach en veeg met mijn hand de tranen van haar wangen. ,,Een goede leraar zorgt goed voor zijn leerlingen,” zeg ik. ,,Kom maar mee, het is hier vlakbij.”

0 Comments:

Post a Comment

<< Home