Schrijfbeest verhaal: 2005-2006

Pat en Reina zijn hartsvriendinnen. Na hun laatste jaar op de middelbare school verandert echter alles: Pat gaat Nederlands studeren, terwijl Reina gezakt is en het jaar moet overdoen. Wat zal er dit schooljaar allemaal op hun pad komen? Mannen, in elk geval. Kilian begint enthousiast aan zijn nieuwe baan als leraar. En Sebastiaan stort zich net als Pat vol overgave in het studentenleven. In het schooljaar 2005-2006 zullen de levens van deze mensen zich mengen...

Wednesday, October 11, 2006

December: hoofdstuk 57 - 66

57. Sebastiaan
Ik zie hoe Reina wordt meegesleurd door Pat. Pat is niet zomaar een beetje kwaad, zo te zien. Pat is duidelijk woedend. Waarom in godsnaam? Ik haal een hand door mijn haar en probeer het allemaal te bevatten. Reina wilde met mij zoenen om één of andere gast jaloers te maken, maar in plaats daarvan haalde ze zich de woede van Pat op de hals. Ik denk eigenlijk wel dat ik begrijp waarom. Ik had gelijk. Ze is er nog steeds mee bezig. Ze is er nog steeds niet overheen. Ik schud mijn hoofd. Onbegrijpelijk. Het is drie jaar geleden! Na drie jaar moet je toch wel ophouden met zeuren, vind ik. Aan de andere kant voel ik me ook wel een beetje schuldig. Door mij hebben Pat en Reina nu ruzie. En voelt een andere gast zich nu door Reina genaaid. Ik had haar helemaal niet terug moeten zoenen. Ik had haar gewoon moeten wegduwen, verdomme. Ik had gewoon moeten zeggen: ,,Reina, je bent dronken en je weet niet wat je doet. Ik werk hier niet aan mee.” Maar nee, ik ben Sebastiaan de womanizer, dus dat heb ik niet gedaan. Geen vrouw is immers veilig voor mij. Vrouwen die plotseling om mijn nek gaan hangen natuurlijk al helemaal niet. En ik moet zeggen, ze kon verdomd goed zoenen. Ik heb medelijden met de gast waarop ze wraak wilde nemen. Ik vraag me af wat hij haar misdaan heeft. Vreemdgegaan misschien?
Vreemdgegaan…dat heb ik zelf net ook gedaan. Voor de zoveelste keer. Nou ja, zoenen is niet per definitie vreemdgaan natuurlijk. Maar in Karins ogen waaschijnlijk wel. Dus ben ik vreemdgegaan. Het is me niet gelukt mijn mooie voornemen uit te voeren. Oké, het was niet mijn schuld. Absoluut niet. Reina zoende me opeens, daar kon ík toch niks aan doen? Maar in mijn hoofd hoor ik Karin al huilen. ,,Je hebt haar toch teruggezoend, klootzak!” En dat is waar. Ik heb haar zelf teruggezoend.
,,All I want for Chistmas is yoooooouuuuu baby!” zingt Mariah Carey onverdroten door. Ik krijg per ongeluk een schuimsneeuwvlokje in mijn mond. ,,Bah!” zeg ik walgend, en ik veeg mijn mond af. Ivo begint te lachen. ,,Was het zo ranzig met Reina?” Ik werp hem een kwade blik toe. ,,Ik krijg zo’n kutnepsneeuwvlok in mijn mond.” Die mededeling lijkt Ivo niet erg te interesseren. ,,Hoe was ze? Kon ze een beetje zoenen?” Ik knik. ,,Ja hoor. Wel een vage actie, hoor.” Hij grijnst. ,,Ik vind ‘m wel mooi. Weet je meteen hoe ze al die jaren over je gedacht heeft, bij aardrijkskunde.”
,,Nah, daar ging het niet om. Ik werd gebruikt om wraak te nemen op een andere gast.”
,,Ah, da’s jammer. Vrouwen…”
,,Inderdaad. Hé, kijk daar eens. Ik krijg een biertje van je.”
Sam en het roodharige meisje staan uitgebreid te zoenen. Binnen vijf minuten. Ik heb gewonnen.
Ivo loopt naar de bar en bestelt twee bier. Ik kijk op mijn horloge. Half één. Ik ben het nu al zat. Maar alleen naar huis gaan is geen optie; we delen altijd een taxi naar het dorp, en alleen zou dat niet te betalen zijn. Ik zal moeten wachten tot mijn maten naar huis willen. En dat zal nog wel even duren. Ik neem de laatste slokken van mijn huidige biertje, voor Ivo eraan komt met de nieuwe. Ik moet er maar het beste van zien te maken. Wie weet wat de nacht nog allemaal voor me in petto heeft. Ik ben nu toch al de fout in gegaan, dus kan ik het net zo goed nog een beetje erger maken.

58. Pat
,,Verdomme! Vuile slet!” Ik grijp de ingelijste foto van Reina en mij van mijn nachtkastje en smijt ‘m op de vloer. Tot mijn grote ergernis blijft het onding, dankzij mijn dikke vloerbedekking, heel. Ik buk me, raap de foto op en gooi hem met al mijn kracht weer op de grond. Een klein barstje in het glas, verder niks. Ik grom luid en gefrustreerd, pak de foto voor de tweede keer van de grond, ruk mijn voordeur open en smijt lijstje en foto definitief stuk op het linoleum van de gang. ,,Zo, dat zal je leren, trut.” Voldaan raap ik de scherven op. Ik prop alles in de vuilnisbak en laat die met een luide klap dichtvallen.
Geklop op mijn deur. ,,Pat? Gaat alles goed?” Het is de stem van mijn huisgenoot, Joost. Ik zucht. ,,Moment, kom eraan.” Even snel check ik of ik geen sporen van uitgelopen mascara op mijn wangen heb zitten. Gelukkig ziet mijn gezicht er vrij normaal uit. Ik kan veilig de deur open doen.
,,Ha, Joost. Alles gaat goed hier, hoor. Beetje een kutavond gehad, alleen.”
,,Wat toevallig, ik ook,” zegt Joost. ,,Het is uit met mijn vriendin.” Blijkbaar vindt hij dat een geldige reden om mij opzij te duwen en ongevraagd mijn kamer binnen te lopen. Hij ploft neer op mijn kingsize bed, biertje in zijn hand. Er gutst een beetje bier uit het flesje, dat op mijn dekbed terecht komt. Ik leun tegen de deur van mijn klerenkast en doe even mijn ogen dicht. ,,Joost, ik vind het ontzettend klote voor je en morgen ben ik er om je verhaal aan te horen, maar nu wil ik eigenlijk alleen maar slapen,” zeg ik zo aardig mogelijk. Ik denk dat dit niet zijn eerste biertje is, want hij kijkt me wazig aan, klopt op het bed en zegt: ,,Dat kan toch ook. Kom lekker naast me liggen. Gewoon een beetje chillen, samen. Alsjeblieft, Pat. Ik heb er zo’n behoefte aan, ben zo blij dat je thuis bent. Ik kan nu niet alleen zijn.” Maar ik wil nu juist alleen zijn. ,,Ik…” begin ik, maar hij geeft me niet eens de kans om iets te zeggen. ,,Ken je dat gevoel niet, Pat? Dat je zo verliefd op iemand bent dat het pijn doet? Echte, fysieke pijn? Dat je wanhopig bent, bereid om alles voor diegene te doen, om haar bij je te houden? Dat het lijkt alsof het leven voorbij is als zij bij je weggaat? Ken je dat gevoel niet?”
Ik denk aan Sebastiaan. Het gevoel dat de herinneringen over me heen vallen komt weer op. Langzaam doe ik mijn voordeur dicht. ,,Jawel,” zeg ik. ,,Dat ken ik wel. Dat gevoel heb ik nu.” Hij kijkt me verbaasd aan. ,,Maar jij hebt toch helemaal geen vriend?” Ik schud mijn hoofd en zucht. ,,Exvriendje. Vanavond weer gezien. Mijn beste vriendin heeft met hem gezoend. Ex-beste vriendin dus, vanaf nu.” ,,Wat ontzettend shit voor je,” zegt Joost. Ik knik. Ik ga naast hem op mijn bed zitten, hoewel ik vaag het gevoel heb dat dat misschien wel heel dom is. Dat gevoel wordt sterker als hij zijn arm om me heen slaat. ,,Wat ben ik blij dat je er bent,” zegt hij. ,,Nu kunnen we elkaar troosten.” Ik hoef niet getroost te worden, denk ik, maar ik ben te moe om het te zeggen. Ik wil geen toestanden meer vanavond. Ik wil willen wat hij wil, dat is in alle opzichten het makkelijkst. Als ik hem nu even zijn gang laat gaan, ben ik er snel vanaf en kan ik lekker gaan slapen.
Ik leun tegen hem aan en meer hoef ik niet te doen. Hij zet zijn biertje op mijn nachtkastje, op de plek waar eerst de foto van Reina en mij stond. Slaat zijn andere arm ook om me heen. Zoent me, eerst zachtjes en teddyberig, dan wilder. ,,Je bent echt een schat, je bent een hele steun voor me,” fluistert hij, terwijl hij mijn shirtje uittrekt.

59. Reina
Op de zachte bank in de warme kamer van Kilian beginnen mijn koude, pijnlijke voeten aangenaam te tintelen. Ook de ijsklompen die ooit mijn handen waren beginnen weer enigszins normaal aan te voelen. Zelfs in mijn hoofd voelt het weer wat fijner. Terwijl we naar Kilians huis liepen, heb ik hem het hele verhaal verteld. Nou ja, het hele verhaal… eigenlijk viel er niet zo heel veel te vertellen. Ik heb vooral uitgeweid over hoe ontzettend kwaad Pat op me was. ,,Eigenlijk is dat raar,” zei Kilian. ,,Want hoe lang zei je dat het uit was tussen hen? Drie jaar? Dan zou ze hier toch niet zo enorm woedend over hoeven worden.” Ik besefte dat hij gelijk had. Oké, ik zat fout, maar Pats reactie was toch wel buiten proportie. Eigenlijk is deze hele ruzie gewoon belachelijk. Maar kijk waar het me gebracht heeft. Op de bank bij mijn leraar Engels.
Kilian rommelt in de keuken. Ik denk dat hij thee aan het zetten is. Ik kijk zijn kamer rond. Een echte studentenkamer; niet bepaald het huis dat je van een leraar zou verwachten. Aan twee muren hangen posters van rockbands en de bekende foto van de twee meisjes die in hun ondergoed op een bed liggen te zoenen (wat hebben jongens toch met zoenende vrouwen?). De andere muur is volgetimmerd met planken, die doorbuigen onder het gewicht van een enorme vracht boeken. In de hoek bij het raam staat een twijfelaar met een simpel crèmekleurig dekbed. Naast de bank waarop ik zit staat een krakkemikkig bureautje met een computer erop. Het is grappig, maar ik voel me hier thuis. Al komt dat misschien wel doordat ik weinig keus heb; het is hier slapen of op een bankje op het station.
Kilian komt de kamer binnen, inderdaad met twee dampende mokken thee. Hij zet ze op het lage tafeltje en komt naast me op de bank zitten. ,,Eigenlijk zou ik mijn excuses moeten aanbieden,” zegt hij, opeens heel serieus. ,,Als je mij niet met Tirza had zien dansen, was dit allemaal nooit gebeurd.” Opeens zie ik ze weer voor me: Kilian en het meisje. Het meisje heeft dus ook een naam. ,,Wie was dat eigenlijk?” vraag ik. Hij glimlacht. ,,Niet mijn vriendin,” zegt hij. ,,En dat zal ze niet worden ook, al zou ze dat misschien willen.” Ik knik. ,,Dan ben ik dus eigenlijk voor niks in deze ellende terecht gekomen. Maar goed, nu is het toch al te laat, het heeft niet zoveel zin om me daar nu nog druk over te gaan maken…” ,,En nog iets,” zegt Kilian. ,,Het spijt me heel erg dat ik zo lomp reageerde toen je vroeg of het na je eindexamen anders zou zijn tussen ons. Ik bedoel, natuurlijk is het dan anders!” Ondanks alles voel ik me plotseling heel blij worden. ,,Oké,” zeg ik. ,,Het is je vergeven.”

60. Kilian
,,Oké,” zegt ze. ,,Het is je vergeven.” Ik onderdruk een luide opgeluchte zucht. Vanaf nu ga je het goed doen, Kilian, zeg ik streng tegen mezelf. Geen rare dingen meer nu. Ik kijk opzij en glimlach naar haar. Ik kan het op de één of andere manier niet geloven, dat zij hier zit, op mijn ouwe tweezitter. In mijn kamer. In mijn huis. Reina.
Ze glimlacht terug. Zo zitten we even, glimlachend als twee debielen. Weer dat stemmetje in mijn hoofd dat roept: “Je bent haar leraar, man!”, maar dit keer negeer ik het. Het kan me niet meer schelen. Als ze het zou vragen, zou ik de stapel correctiewerk die op mijn tafeltje ligt, zo uit het raam smijten. Zó weinig interesseert mijn baan me op dit moment. Dit is het leven, dit is wat telt. Dit is wat mij gelukkig maakt.
,,Waar moet ik slapen?” Haar vraag schrikt me op uit mijn gedachten. Ik kijk mijn kamer rond. ,,Eh, nou, op de bank? Of eh… in mijn bed? Ik heb geen luchtbed, geloof ik, of ik zou het aan mijn huisgenoot moeten vragen, maar ik weet niet of die thuis is… maar ik kan wel even aankloppen als je dat wilt…” Ze lacht. ,,Op deze bank slapen is in elk geval geen optie. Ik weet niet of je het gemerkt hebt, maar dan hou ik waarschijnlijk een heel stuk been over.” Ik grinnik schaapachtig. ,,Eh, nou ja, je zegt het maar…” Ze kijkt me geamuseerd aan. ,,Ik zou maandag natuurlijk wel met een mooi verhaal op school komen als ik bij mijn leraar Engels in bed geslapen had.”
,,Ja, dat zou je aan de schoolkrant kunnen vertellen. Die zijn zeker blij met zo’n verhaal.”
,,Misschien zouden mensen de schoolkrant dan eens een keer lezen.”
,,Leerlinge Slaapt In Bed Bij Meneer De Booij.”
,,Leerlinge Verkracht In Bed Van Meneer De Booij!”
,,Leerlinge Zwanger Na Verkrachting In Bed Van Meneer De Booij!”
,,Leerlinge Bevalt Op Schooltoilet Van Tweeling Na Verkrachting Door Meneer De Booij!”
We rollen zowat over de bank, schaterend van het lachen. ,,Ik zal mijn handen boven de dekens houden,” beloof ik als we een beetje bijgekomen zijn. ,,Nou, vooruit dan maar,” grijnst Reina.
Het is even stil tussen ons. Ik moet opeens geeuwen. Reina ook. ,,Ik ga jouw bed maar eens opzoeken,” zegt ze. Mijn keel wordt droog. ,,Goed plan,” zeg ik zo nonchalant mogelijk. Ze gaat op haar knieën op de grond zitten en begint in haar weekendtas te graven. Ze haalt er een schattige lichtblauwe flanellen pyama met roze vlindertjes uit, een enorme toilettas en een slipje (ik kan er niks aan doen, ik zie het gewoon). ,,Waar is de douche?” vraagt ze. ,,Hier om de hoek, tweede deur rechts,” antwoord ik schor. Ik hoor hoe ze in de douche verdwijnt, om er een vol kwartier later pas weer uit te komen. Haar gezicht schoon en make-uploos, haar haren in een nette vlecht, pyama aan. Onschuldig en mooi is ze zo. ,,Waarom heb je niet gezegd dat mijn hele gezicht onder de mascara zat?” vraagt ze, verwijtend, maar een beetje plagerig. ,,Omdat ik die zwarte strepen juist zo beeldig vond staan,” zeg ik. ,,Een soort zebra’tje.” Ze lacht, gooit haar toillettas op haar weekendtas en springt met een aanloopje op mijn bed. Ik heb opeens erge haast om zelf naar de douche te gaan.
Ik haal diep adem. O God, een hele nacht met Reina in mijn bed. Ik ga geen oog dichtdoen, dat weet ik nu al. En wat moet ik aan? Ik kan moeilijk in mijn boxer gaan liggen als zij zo dik ingepakt zit in haar pyama. Maar een pyamabroek heb ik ook niet. Terwijl ik mijn tanden poets, overweeg ik dit probleem. Ik denk diep na. Heb ik nog iets anders, dat dienst kan doen als pyama? Gelukkig bedenk ik opeens dat ik nog wel een verschoten zwarte joggingbroek in de kast heb liggen. Met een shirt erbij lig ik er keurig bij vannacht. Pff, nog een reden om slecht te slapen: ik kan nooit slapen met zoveel kleren aan. Veel te warm. Ja Kilian, bereid je maar voor op een doorwaakte nacht.
Met joggingbroek en shirt aan kruip ik naast Reina in bed. ,,Welterusten,” zeg ik. ,,Welterusten,” zegt ook zij. Ik knip het licht uit. We liggen zwijgend in het donker.
,,Kilian?”
,,Ja?”
,,Ik heb het koud.”
,,In die dikke pyama?”
,,Eh… ja. Ik dacht… als ik nu toch bij mijn leraar Engels in bed lig…”
,,Wil je lepeltje-lepeltje liggen?”
,,Als jij dat goed vindt?”
,,Ach, natuurlijk. Je hebt gelijk: je bent er nou toch.”
Ik schuif naar haar toe, ga tegen haar aan liggen en sla mijn armen om haar heen. Ze zucht tevreden. ,,Ik word hier altijd zo lekker… slaperig van…” murmelt ze. Dan voel ik hoe haar lichaam slap wordt. En luisterend naar haar diepe, regelmatige ademhaling, val ik zelf ook in slaap.

61. Sebastiaan
,,Waar willen jullie heen, heren?” vraagt de taxichauffeur. ,,Naar New York!” roept Ivo. De taxichauffeur grinnikt. ,,Grappenmaker. Ik kan je wel afzetten op Schiphol, maar dat gaat je aardig wat geld kosten.” ,,Geld speelt geen rol!” brult Ivo vrolijk. ,,Wij willen naar New York, niet dan, mannen?” ,,Kunnen we niet gewoon naar Parijs?” vraagt Sam zorgelijk. ,,Dat is dichterbij.” Ik, als enige nog enigszins in staat normaal te denken, tik de taxichauffeur op zijn schouder. ,,Naar Kamerik graag.” ,,Dankjewel,” zegt hij, en start de auto. Terwijl Ivo en Sam en verhitte discussie voeren over het verschil in leukheid tussen New York en Parijs, haal ik mijn mobiel uit mijn zak. Ik heb ‘m een paar keer voelen trillen vanavond, maar ik had geen zin om erop te reageren. Ik was veel te druk bezig. Ik heb gedanst en gezoend met een knap meisje dat Suzanne heette. Verkeerd, ik weet het, maar anders had ik de hele tijd maar wat langs de kant gestaan, en daar had ik ook geen zin in. Misschien moet ik Karin de volgende keer maar gewoon meenemen.
,,U heeft 3 nieuwe voicemailberichten,” vertelt een smsje me. Ik zucht. Wie is er nou zo gek geweest om midden in de nacht drie keer mijn voicemail in te spreken? Toch niet Karin? Als dat zo is, is ze nu definitief een stalker.
Ik toets het nummer van mijn voicemail in. Het eerste bericht is inderdaad van Karin. ,,Sebastiaan? Kun je me alsjeblieft terugbellen? Ik weet dat je uit bent, maar het is dringend. Oké. Kus.” Ik kreun zachtjes. Wat kan er in godsnaam dringend zijn, zo midden in de nacht? Nou ja, eerst die andere berichtjes maar eens beluisteren. Misschien kan ik daaruit opmaken wat er aan de hand is. Het zal wel weer één of ander wijvenprobleem zijn.
Het tweede bericht is ook van Karin. ,,Sebastiaan, ik hoop dat je dit hoort. Bel me alsjeblieft terug. Please!” Ze klinkt alsof ze elk moment in tranen uit kan barsten. Een onbehaaglijk gevoel bekruipt me. Ik ben in één klap nuchter. Met ingehouden adem luister ik naar het derde bericht. ,,Oké, ik denk dat je je telefoon niet hoort. Maar bel me alsjeblieft terug zodra je dit beluistert. Het maakt niet uit hoe laat. Ik slaap toch niet vannacht.”
Ik aarzel geen moment en scroll meteen door mijn telefoonboek naar de K. Een moment later hoor ik haar telefoon overgaan. Ze neemt al snel op. ,,Oh Sebastiaan, wat ben ik blij dat je belt! Er is iets vreselijks gebeurd!”
,,Wat is er dan?”
,,Mijn moeder… mijn moeder heeft een auto-ongeluk gehad! En ze… ze… ze heeft… ze heeft het niet overleefd…”

62. Reina
Ik doe langzaam mijn ogen open en draai me op mijn rug. Waar ben ik ook alweer? Ik zie donkerblauwe gordijnen waar zonnig winterlicht onder vandaan komt, een poster van twee zoenende meisjes en een heleboel boeken. Naast me klinkt zacht gesnurk. Ik kijk opzij. Daar ligt Kilian, op zijn zij, mijn kant op. In één klap is de herinnering terug. Eten en tutten met Pat. De monza. Kilian die danste met een onbekend meisje. Mijn zoen met Sebastiaan. De heftige ruzie met Pat. Het verdwalen, en de bijbehorende paniek. Kilian die me vond en me meenam. Het lachen op de bank. En tenslotte het warm en behaaglijk indommelen met zijn lichaam tegen me aan. Mijn god, wat een avond, wat een nacht. Ik kijk naar Kilians digitale wekker. 08.34 geeft het ding aan. Ik weet niet precies hoeveel ik geslapen heb, maar veel kan het niet geweest zijn. Toch voel ik dat de dag voor mij definitief begonnen is. Ik ken mezelf; als ik eenmaal wakker ben, kan ik niet meer slapen. En nu al helemaal niet, met al die gemengde gevoelens die ik nu heb. Aan de ene kant ben ik heel blij dat ik hier ben, in Kilians huis, in zijn kamer, in zijn bed. Hij mag van mij zo lang doorslapen als hij maar wil; zolang ik hem kan bekijken, zal ik me niet vervelen. Ik ben ervan overtuigd dat dit het begin is van iets moois, ik voel het gewoon. Al hebben we nog niks en gaat het nog zeker een half jaar duren voor daar verandering in komt, al is hij mijn leraar, ik voel gewoon dat dit niet zomaar een losse flodder is. Ik had dat gevoel al een beetje toen hij zijn armen om me heensloeg op straat en toen hij binnenkwam met de thee, maar toen hij in bed tegen me aan kwam liggen wist ik het opeens zeker. Het klinkt ontzettend corny, maar het voelde alsof ik thuiskwam.
Maar er is ook nog een andere kant. Ik voel me ontzettend schuldig tegenover Pat en ik ben doodsbang dat het nooit meer goedkomt tussen ons, dat ik mijn beste vriendin voorgoed kwijt ben. Die gevoelens hangen als een schaduw over mijn ochtend heen. Na het ontbijt ga ik direct naar haar toe, besluit ik. Ik ben nou toch in de stad. Ik hoop ontzettend dat ze me binnen wil laten, of desnoods alleen naar mijn verhaal wil luisteren. Maar Pat kennende, zit dat er niet in. Ze wordt niet snel zo kwaad, maar als je haar eenmaal zover gekregen hebt, is het ook menens. Dan vergeet ze dat niet snel. Nee, de kans is groot dat ze de deur in mijn gezicht dichtsmijt zodra ze me ziet. ,,Rot op, slet!” hoor ik haar al roepen in gedachten. Ik voel tranen opkomen, maar ik slik ze weg. Ik wil niet huilen nu. Deze ochtend mag dan wel bitterzoet zijn, in huilen heb ik echt geen zin. Ik heb gisteravond genoeg gehuild voor de rest van het jaar. En aangezien dit jaar bijna afgelopen is, ook voor de rest van volgend jaar.
Plotseling krijg ik een idee. Ik ga haar een brief schrijven. Die moet ze gewoon lezen, ze zou ‘m nooit kunnen weggooien. Daar is ze veel te nieuwsgierig voor. Voorzichtig, om Kilian niet wakker te maken, sta ik op. Zachtjes zoek ik op zijn bureau naar een schrijfblok en een pen. Ik vind een blok met proefwerkblaadjes van school en een rode pen die Kilian waarschijnlijk voor correctiewerk gebruikt. Ik glimlach. Wat een absurde situatie is dit.
Ik leg de spullen op mijn geleende hoofdkussen en kruip weer onder het dekbed. Ik ga op mijn buik liggen. Bijna wil ik op Kilians pen bijten, zoals ik altijd doe als ik na moet denken over wat ik zal schrijven, maar ik weet me nog net op tijd in te houden. Al snel weet ik een goed begin. Ik begin verwoed te krabbelen. Ik krijg kramp in mijn arm, maar ik schrijf door. Binnen de korste keren heb ik de situatie helemaal uitgelegd, gezegd wat ik wilde zeggen en uitvoerig mijn spijt betuigd. Ik voel me onbeschrijflijk opgelucht. Ik leg schrijfblok en pen op het nachtkastje en ga behaaglijk op mijn zij liggen. Nu kan ik eindelijk zonder vervelende bijgevoelens naar Kilian liggen kijken.

63. Pat
,,Schatje… schatje… nee, alsjeblieft… nee, niet doen… blijf alsjeblieft hier… schatje…alsjeblieft… ga niet weg…”
Wat hoor ik nou toch? Wie praat daar? Langzaam doe ik één plakkerig ook open. Ik lig in mijn eigen kamer, dat is in elk geval goed. Maar waar komt dat geklets dan vandaan? Ik doe het andere plakkerige oog ook open en hijs mezelf overeind. Naast me ligt mijn huisgenoot Joost. Oh, verdomme, Joost. Natuurlijk. Joost met wie ik gisteravond naar bed ben geweest omdat ik te moe was om te zeggen dat ik dat eigenlijk niet wilde. Ben ik nou echt zo van God los? Pff, blijkbaar wel. En hij praat nog in zijn slaap ook. Over zijn vriendin. Blijkbaar beleeft hij de hele breakup opnieuw in zijn droom. ,,Liefje…” kletst hij verder. ,,Alsjeblieft… niet…ik hou van je…”
Dit is dus echt het walgelijkste dat ik ooit heb meegemaakt. Een jongen die in mijn bed in zijn slaap over zijn ex ligt te kletsen. Dit is rock bottom, het absolute dieptepunt. Ik gooi het dekbed van me af en spring mijn bed uit. Ik ga wel in de keuken zitten. Hier hoef ik niet naar te luisteren. Rillend sta ik in mijn blootje in mijn koude kamer. Ik hijs me snel in een rode flanellen pyamabroek en mijn grote zwarte hoodie en stap in mijn sloffen. En nou wegwezen.
Er is niemand in de keuken, maar gelukkig is de verwarming wel aan. Ik vul de waterkoker voor een kop thee en plof neer op één van de oude keukenstoelen. De keukenklok wijst half elf aan; ik ben vroeg voor mijn doen. Mijn bed uitgejaagd door een in zijn slaap pratende huisgenoot. Ik moet mijn leven veranderen.
Ik denk zo vaak dat ik mijn leven moet veranderen, maar dit keer meen ik het serieus. Dit keer heb ik het echt verneukt. Ik ben met Joost naar bed geweest terwijl dat ongeveer het laatste was dat ik wilde. Ik heb ruzie met mijn beste vriendin, en ik denk niet dat dat ooit nog goedkomt. Ik weet nog steeds niet of ik nou met mijn studie zal stoppen of niet, en wat ik in godsnaam moet gaan doen als ik stop. Kortom; mijn leven is een rotzooi. Ik moet iets veranderen. Ik moet heel veel veranderen, zelfs. Maar waar moet ik beginnen?
Ik begin met een kop thee, want de waterkoker slaat af. Ik besluit dit keer voor kruidenthee te gaan, symbolisch voor de zuivere levensstijl die ik wil gaan nastreven. Want dat is absoluut het eerste dat ik moet veranderen: mijn eh… bedgedrag. Na het dieptepunt van vannacht weet ik opeens zeker dat ik het niet meer wil, met de eerste de beste tussen de lakens kruipen. Het is afgelopen. De eerstvolgende jongen met wie ik naar bed ga, zal een jongen zijn die ik écht leuk vind. En die ik langer ken dan één avond.
,,Goeiemorgen!” Joost komt de keuken binnen, duidelijk in een opperbest humeur. Hij ziet al snel dat ik dat niet ben. ,,Eh… is er wat?” Ik zucht. Als ik echt mijn leven wil veranderen, moet ik nu in actie komen. ,,Joost,” zeg ik vriendelijk. ,,Vannacht was een vergissing. Het spijt me. We hadden het nooit moeten doen. Zullen we het er maar niet meer over hebben?” De wetenschap dat hij in zijn slaap heeft liggen praten, bespaar ik hem. Dat zou alles tussen ons alleen maar nog ongemakkelijker maken. Hij kijkt me beteuterd aan. ,,Eh… okee dan. Misschien heb je ook wel gelijk. Ik moet eerst over Suus heen komen.” Ik knik. Er valt een gespannen stilte. Gelukkig gaat de bel. Saved by the bell, denk ik bij mezelf. ,,Welke idioot gaat er nou om kwart voor elf staan aanbellen!” zegt Joost geïrriteerd. Ik haal mijn schouders op en loop naar de deur, mijn handen om mijn warme beker thee gevouwen. Ik doe de deur een klein stukje open, maar meteen word ik zowat omver geblazen door een gure windstoot. Ik huiver. En het is ook nog eens Reina die voor de deur staat, ongeveer de laatste die ik nu wil zien. ,,Wat kom jij doen?” snauw ik. ,,Dit afgeven,” zegt ze. Ze geeft me een blanco envelop. De geslagen-hondjes-houding die ze gisteravond had, heeft ze niet meer. Ze lijkt nu zelfs sterker dan ooit. Ze ziet er schoon en wakker uit, zeker voor iemand die op een bankje op het station geslapen heeft. Ze heeft een spijkerbroek aan en haar natte, naar shampoo geurende haar hangt in twee lange vlechten over haar schouders. Ik kan mijn nieuwsgierigheid niet bedwingen. ,,Waar kom je vandaan?” vraag ik zo nors mogelijk. ,,Ik heb bij Kilian geslapen,” zegt ze, en ze kan een vleugje trots niet onderdrukken. De slet. Eerst met de een zoenen, en dan met de ander neuken. Ik dacht dat ík erg was. Maar hier voor me staat iemand die nog harder haar leven moet verbeteren.
,,Nou, dankjewel,” zeg ik koud, terwijl ik me de envelop wapper. ,,Ik zal er eens naar kijken. Maar verwacht geen antwoord. Dag Reina.” Dan knal ik de deur dicht. Rillend loop ik terug naar de keuken. ,,Problemen?” vraagt Joost nieuwsgierig, als ik de envelop openmaak. Ik ben mijn kruidenthee-attitude alweer vergeten. ,,Praat alsjeblieft even niet tegen me,” snauw ik hem toe. ,,Je ziet toch dat ik zit te lezen.”

64. Kilian
Ik blaas in mijn handen en wrijf ze verwoed tegen elkaar. Het is koud in mijn auto. Ik hoop dat Reina niet al te lang met Pat bij de deur blijft kletsen, dan kunnen we snel doorrijden naar mijn verrassing. Ik glimlach in mezelf als ik daaraan denk. Vanaf het moment dat haar vertelde dat ik ergens naartoe wilde meenemen, bleef ze maar zeuren. ,,Waar gaan we dan heen? Vertel het nou, alsjeblieft??? Waar gaan we heen? Ik wil het weten!” Maar ik heb natuurlijk mijn mond gehouden. Het moet wel een verrassing blijven.
Ik denk terug aan vanmorgen. Van die gedachte krijg ik het wat warmer. Het was geweldig om naast Reina wakker te worden. Toen ik mijn ogen opendeed, keek ik meteen in de hare. Ze lag me op haar dooie gemakje te bekijken. ,,Sorry,” zei ze. ,,Ik ben een onbeleefde logé.” ,,Hoezo?” vroeg ik, nog slaapdronken. Ze giechelde. ,,Ik lig je onbeschaamd te bespieden terwijl je slaapt.” Ik rekte me uit en probeerde een helder antwoord te formuleren. ,,Geeft niet hoor.” ,,Maar,” zei ze. ,,Ik heb ook nog iets anders gedaan.” Ze haalde een dichtbeschreven proefwerkblaadje tevoorschijn. ,,Ik heb Pat een brief geschreven.” Ik schudde vol verbazing mijn hoofd. ,,Wat ben jij actief zeg, ’s morgens.” Ze knikte. ,,Ik ben een ochtendmens. Ik was om half 9 al wakker.”
,,Heb je je niet verschrikkelijk verveeld?”
,,Nee hoor. Ik ben het wel gewend om vroeg wakker te worden.”
,,Maar nu wil je zeker wel opstaan?”
,,Eigenlijk wel, ja. Ik wil zometeen die brief bij Pat gaan langsbrengen. Dan heb ik dat maar gehad.”
,,Wil je dat ik je breng met de auto?”
,,Dat zou relaxed zijn.”
,,En dan heb ik daarna nog een verrassing voor je.”
Ik moest opeens denken aan mijn kindertijd, aan de zondagse traditie die mijn ouders hadden toen ze nog bij elkaar waren. Een prachtig plan ontstond in mijn hoofd.
Het leek wel alsof ze in de douche bleef wonen, zo lang was ze er bezig. Ik was in tien minuten schoon en aangekleed, maar zij leek wel een halve dag nodig te hebben. Ik stond te trappelen van ongeduld en zenuwen. ,,Kunnen we zo gaan?” riep ik tegen de douchedeur. ,,Nog heel even!” riep ze terug. ,,Nog even mijn ogen doen!” Eindelijk kwam ze dan tevoorschijn. Het was het wachten wel waard. Ze had een strakke spijkerbroek aan, een witte wollen trui met een grote capuchon en ze had twee vlechten van haar haar gemaakt. ,,Je ziet er mooi uit,” zei ik. Ze glimlachte verlegen. ,,Dank je.”
Toen ze alle meegenomen troep in haar tas had gepropt, konden we eindelijk weg. Ze wilde ontzettend graag weten wat mijn verrassing nou was, maar ik zei natuurlijk lekker niks. En zometeen komt ze naar buiten en gaat het beginnen. Ik zucht diep. Ik ben nerveus. Mijn hart maakt een sprongetje als ik de deur van de flat hoor dichtslaan. Maar als ik opzij kijk, zie ik een groezelige student met een klitterig staartje op zijn fiets springen en wegrijden. Gelukkig zie ik op datzelfde moment Reina naar buiten komen. ,,Hoe ging het?” vraag ik zodra ze het portier van de auto opendoet. Ze haalt haar schouders op. ,,Wel een beetje zoals ik verwacht had, eigenlijk. Ze wilde niet met me praten. Maar ze vroeg wel waar ik vandaan kwam, zo nieuwsgierig was ze dan weer wel.” ,,Ze zal wel bijdraaien,” probeer ik haar gerust te stellen, hoewel ik die Pat natuurlijk helemaal niet ken. Reina zucht. ,,Ik hoop het. Ik probeer er nu maar even niet meer aan te denken. Ik wil genieten van jouw verrassing.” Ik glimlach en aai even over haar hand. ,,Dat lijkt me een goed idee.” En ik start de auto.

65. Sebastiaan
Het is bijna elf uur als ik bij Karins ouderlijk huis in Rotterdam aankom. Ik heb nauwelijks geslapen. Ik lag om half 6 in mijn bed en ik heb tot minstens 7 uur wakker gelegen. Iedere keer hoor ik het Karin in gedachten weer zeggen: ,,Mijn moeder… mijn moeder heeft een auto-ongeluk gehad! En ze… ze… ze heeft… ze heeft het niet overleefd…” En dan zag ik mezelf weer dansen en zoenen met dat wildvreemde meisje. Op dat moment had Karin net het verschrikkelijke nieuws te horen gekregen dat haar moeder was overleden. Ze had mij nodig, haar vriendje. Ze belde me, drie keer, en sprak wanhopig mijn voicemail in. Ik voelde mijn mobiel wel trillen in mijn zak, maar ik had geen zin om op te nemen. Ik stond er niet bij stil dat de meeste telefoontjes die je ’s nachts krijgt, nogal dringend zijn. Als je midden in de nacht gebeld wordt, betekent dat meestal dat er iemand dood is, of op z’n minst flink gewond. Maar nee, Sebastiaan de womanizer had het te druk. Te druk met womanizen. Te druk met VREEMDGAAN. Ik weet niet of ik mezelf dit ooit zal vergeven. Ik mag dan wel een klootzak zijn, een geweten heb ik wél.
Ik druk op de bel. Een ouderwets ding-dong geluid klinkt. Ik hoor rennende voetstappen op de trap, de deur zwaait open, en het volgende moment heb ik een snikkende Karin in mijn armen. ,,Ik ben zo blij dat je er bent!” huilt ze. ,,Ik ook,” zeg ik schor. ,,Het…eh… het spijt me dat ik er vannacht niet voor je was.” Maar ze geeft geen antwoord. Ze snikt alleen maar. Ik hou haar onhandig vast. Ik heb nog nooit zoiets van dichtbij meegemaakt. Ik heb geen idee wat ik moet doen. ,,Zullen we naar binnen gaan?” vraag ik na een tijdje. Ze zucht diep en knikt. ,,Het zit nogal vol binnen, dus niet schrikken.”
De kamer zit inderdaad vol. Familie, gok ik. Niemand huilt, maar de één ziet nog bleker dan de ander. Als we binnenkomen, valt het gesprek stil. ,,Dit is mijn vriend, Sebastiaan,” zegt Karin. Ik slik. Het is waar. Ik ben haar vriend. Ze heeft mijn steun nu ontzettend hard nodig. En ik zal er voor haar zijn. Ik zal bij haar blijven. Ik zal haar trouw zijn. Zolang ze me nodig heeft. Hoe lang dat ook zal zijn.

66. Reina
We rijden over de snelweg. Een benzinestation vliegt voorbij. Het vierde al, sinds we de stad uit gereden zijn. Bij iedere benzinepomp word ik me sterker bewust van mijn knorrende maag. Bij de eerste stelde ik nog aan Kilian voor om even te stoppen en een broodje te kopen, maar hij grijnsde alleen maar wat en zei: ,,Geen sprake van.” Ik vermoed dus dat zijn verrassing iets met eten te maken heeft. Ik ben maar opgehouden met erachter proberen te komen wat zijn verrassing precies is, want het is me inmiddels wel duidelijk dat hij niet van plan is dat te gaan vertellen voor we er zijn. Oh, waren we er maar vast! Ik wip op en neer op mijn stoel. Ik ben zo benieuwd! ,,Zijn we er al bijna?” vraag ik. Kilian lacht. ,,Nog een kwartiertje, denk ik.”
Het kwartiertje van Kilian kruipt voorbij. We passeren nog twee benzinestations, een wegrestaurant en een Mac Drive. ,,Ik heb zo’n honger!” klaag ik. ,,Nog heel even geduld!” zegt Kilian. Hij rijdt een bomenlaantje in. Aan de linkerkant zie ik een weiland met twee paarden en een paar pony’s. Het gras is wit van de rijp. Het is een prachtig gezicht. ,,Eigenlijk zonde dat ik met paardrijden ben gestopt,” zeg ik hardop. ,,Begin er dan weer mee!” zegt Kilian simpel. Ik kijk nog een keer naar de ronddravende paarden. ,,Ja, misschien…”
We rijden een bruggetje over, het bos in. We rijden door niemandsland; het bos is volledig verlaten. Waar zouden we in godsnaam heengaan? Ik zit op het puntje van mijn stoel, voor zover mijn gordel dat toelaat tenminste. ,,We zijn er nu echt bijna,” zegt Kilian, alsof hij mijn gedachten kan lezen. We rijden een kleine parkeerplaats op. Hij zet de auto stil. ,,Vanaf hier zullen we moeten lopen.” Ik kijk bezorgd naar mijn hooggehakte laarzen. Kilian ziet het, en hij glimlacht. ,,Maak je geen zorgen; vijf minuutjes maar.”
We stappen de auto uit en lopen een smal paadje op. Helemaal aan het eind zie ik iets wits. Ik wijs ernaar. ,,Is dat het soms?” Kilian grijns mysterieus. ,,Wie weet!” Het witte iets komt steeds dichterbij. Het lijkt op een huisje. Hoe dichterbij we komen, hoe beter ik het begin te zien. Kilian pakt mijn hand. Hand in hand lopen we zwijgend naar het witte huisje toe. Als we er voor staan, staan we even stil. ,,Wat is het… lief,” verbreek ik de stilte. ,,Zo klein, en toch zo parmantig, in z’n eentje in het bos…” ,,Het is groter dan je denkt,” zegt Kilian. ,,We moeten aan de andere kant zijn. Kom maar mee.” Nieuwsgierig laat ik me meetrekken. Mijn hart klopt verwachtingsvol. Het huisje is inderdaad een stuk dieper dan je zou verwachten. Dan zie ik dat er een serre aan vast zit. En in die serre staan tafeltjes en diepe rieten stoelen. Lieve kleine tafeltjes, met rood-wit geblokte tafelkleedjes erop. In de stoelen liggen rood-wit geblokte kussentjes. Aan één van de tafeltjes zit een echtpaar te ontbijten. Het lijkt net alsof ze midden in het bos zitten. Als er geen glas was, zaten ze daar ook. Verrukt sla ik mijn handen voor mijn mond. ,,Kilian, wat mooi! Gaan we hier eten?” Hij knikt, een beetje verlegen, lijkt het wel. Hij houdt een glazen deur voor me open. Meteen staan we in de serre. Het is er heerlijk warm. We kiezen een tafeltje in de hoek. Bijna direct komt er een serveerster om onze bestelling op te nemen. ,,We kunnen een schaal flensjes bestellen,” stelt Kilian voor. ,,Zullen we dat doen?” Ik knik gretig. Op dit moment vind ik alles heerlijk, dus flensjes al helemaal. ,,Ik kwam hier vroeger vaak ontbijten met mijn ouders,” zegt Kilian. ,,Toen ze nog bij elkaar waren, tenminste.” ,,Ach, zijn ze gescheiden?” vraag ik meelevend. ,,Dat is klote.” Hij knikt. ,,Nogal, ja. Maar ik wil het nu over iets anders hebben.” Plotseling lijkt hij ontzettend nerveus. En ernstig. ,,Eh, okee,” zeg ik, opeens ongemakkelijk. ,,Steek van wal, zou ik zeggen.”
Hij kucht. ,,Dit is voor mij een eh… bijzondere plaats. En ik vind… ik vind… ik vind jou ook een eh… bijzonder meisje. Oh, verdomme, ik ben hier niet goed in. Laat ik het maar gewoon zeggen. Ik ben van gedachten veranderd. Ik wil jou. Met alles erop en eraan. En ik heb geen zin om een half jaar te wachten tot je van school bent. Ik wil het nú proberen.” Hij zegt het allemaal in sneltreinvaart achter elkaar, maar ik heb ieder woord verstaan. Een moment kan ik niets zeggen. Ik zit hem sprakeloos aan te kijken, te verbaasd om blij te zijn. ,,Nou, eh, wat zeg je ervan?” vraagt hij onzeker. Dan realiseer ik me dat hij het echt meent. Duizend vlinders fladderen opeens rond in mijn buik. Ik voel een brede glimlach doorbreken op mijn gezicht. ,,Ik zeg ja,” zeg ik. ,,Ja! Natuurlijk! Wat dacht jij dan?” Hij lacht even breed als ik. ,,Ik dacht dat dit toch even bezegeld moet worden.” Dan zoent hij me, lang en liefdevol, midden in het restaurantje. We laten elkaar pas los als de serveerster schuchter vraagt of we onze flensjes nog willen.

0 Comments:

Post a Comment

<< Home