Maart: hoofdstuk 96 - 105
Vandaag is mijn laatste werkdag. Vanaf maandag werk ik als receptioniste bij Prins & Basel makelaars. Ik kan het nog steeds niet helemaal geloven. Ik ga hier weg! Ik ga receptioniste worden! Aan de ene kant vind ik het superleuk, ik heb dat soort werk nog nooit eerder gedaan, en om de één of andere reden voelt het meer als een “echte baan”. Aan de andere kant ben ik er ook een beetje bang voor. Ben ik wel geschikt om receptioniste te zijn? Ben ik niet veel te slordig, veel te rommelig? Zal ik niet van alles vergeten? Als ik maar niet afga. Als ik maar niet ontslagen word in mijn eerste week.
Ik schud mijn hoofd om de gedachten te verjagen. Zo moet ik niet denken. Het gaat een succes worden, ik voel het gewoon. Mark Basel is een aardige man, niet het type dat mensen zomaar ontslaat. En hij heeft me aangenomen, dus hij moet om de één of andere reden aannemen dat ik potentie heb.
,,Pat?” Ik draai me om. Achter de kassa staat Lisa, één van mijn plaatsvervangsters, die vandaag ingewerkt wordt. Ze kijkt me lichtelijk wanhopig aan. ,,Kun je misschien even helpen?” vraagt ze met een klein stemmetje. Ik laat de shirtjes die ik op stond te vouwen met rust en ga naast haar staan. Ze heeft er een rotzooitje van gemaakt, ik zie het meteen. Zo was ik ook mijn eerste dag. Hopelijk zal ik maandag geen onherstelbare fouten maken.
Terwijl Lisa bedremmeld toekijkt, druk ik verwoed op knopjes en probeer ik de kassa weer te laten doen wat ik wil. De klant tikt ongeduldig met haar voet op het parket. God, wat ben ik blij dat dit mijn laatste dag is.
Als de kassa eindelijk weer gehoorzaam is, veeg ik het zweet van mijn bovenlip. Arme Lisa. Ingewerkt worden is vreselijk. Maandag moet ik, blijf ik steeds maar denken. Niet doen, niet doen. Verdergaan met shirtjes opvouwen. Plotseling zou ik willen dat ik hier toch gebleven was, veilig en wel.
De winkelbel klingelt. ,,Wat een nare hoge drempel!” hoor ik een vrouwenstem zeggen. ,,Ze zouden het hier weleens wat rolstoelvriendelijker mogen maken.” Oké, ik ben meteen weer blij dat dit mijn laatste dag is. Ik draai me om en wil een scherpe opmerking maken, maar mijn adem stokt in mijn keel. In de rolstoel zit Sebastiaan. Hij is bijna onherkenbaar: ongeveer de helft van zijn lichaam zit in het gips, hij draagt kleren die veel te groot zijn en eerder bij een man van vijftig passen dan bij hem, en zijn wangen zijn ingevallen. Maar wat me het meest opvalt, zijn zijn ogen. Die staan anders. Ernstiger. En vriendelijker, op de één of andere manier. Wat is er in godsnaam met hem gebeurd?
Hij herkent mij ook. Hij staart mij net zo aan als ik hem. Wat denkt hij nu? De laatste keer dat hij me zag, zoende hij met mijn beste vriendin en sleurde ik haar woedend bij hem vandaan. Maar dat lijkt nu allemaal heel ver weg. Niet belangrijk meer. Het enige dat nu nog belangrijk is, is hoe hij in vredesnaam zo heeft kunnen worden.
Ik weet niet hoe lang we elkaar hebben staan aankijken als ik eindelijk mijn stem weer een beetje heb teruggevonden. ,,Sebastiaan,” kras ik. ,,Pat,” zegt hij. Gelukkig, zijn stem is nog hetzelfde. ,,Oh, jullie kennen elkaar?” bemoeit zijn moeder zich ermee. ,,Ja, van school,” zeggen we allebei tegelijk. We lachen zenuwachtig. ,,Nou, klets dan maar even lekker bij, dan ga ik even kijken voor kleren voor mezelf!” kwinkeleert ze. Met een routineus gebaar zet ze de rolstoel op de rem. Dan fladdert ze weg. Gelukkig. Ik hurk bij Sebastiaan neer. ,,Wat is er gebeurd?” Hij kijkt me aan, met die nieuwe ogen van hem. ,,Brand,” antwoordt hij vlak, alsof hij het al honderden keren eerder heeft moeten vertellen. Misschien is dat ook wel zo. ,,In mijn studentenhuis. Ik ben uit het raam gesprongen. Twee gebroken benen en een verbrijzelde arm.” Ik sla mijn hand voor mijn mond. ,,Wat vreselijk!” Hij grinnikt vreugdeloos. ,,Twee van mijn huisgenootjes zijn verbrand. Voor de rest van hun leven verminkt. Ik huppel straks weer rond alsof er niks gebeurd is.”
Ik kan het niet bevatten. Dat zoiets echt gebeurt, het is zo onwerkelijk. Je leest erover in de krant, maar dat het iemand die je kent kan overkomen, daar denk je gewoon niet aan. Je staat er niet bij stil dat het kán. En uitgerekend bij Sebastiaan, de populaire, succesvolle, knappe Sebastiaan. Zijn leven leek altijd van een leien dakje te gaan. Altijd aan elke vinger een meisje (waarvan ik er een tijdje één was), altijd goeie cijfers, nooit ruzie of gezeik. Daarom hield ik zo van hem, en daarom haatte ik hem op hetzelfde moment. Maar nu zit er een andere Sebastiaan voor me. De echte? Of de getraumatiseerde?
Ik weet niet wat ik moet zeggen. ,,Wat vreselijk,” zeg ik maar weer. Hij haalt zijn schouders op en grinnikt weer. Nu klinkt het wat gemeender. ,,Ach, nou ja,” zegt hij. ,,Ik ben niet zielig ofzo, hoor. Ik woon weer even bij mijn ouders. Ik heb mijn playstation herontdekt. Ik lees boeken en zo.” Ik knik. ,,Goh, ja.” Ik kan alleen maar naar hem staren, proberen te wennen aan zijn nieuwe gezicht. Voor één keer ben ik volledig de woorden kwijt.
,,Verder verveel ik me eigenlijk dood,” zegt hij. ,,Dus als je zin hebt om een keer op bezoek te komen…” Ondanks de situatie springt mijn hart op, alsof ik nog steeds vijftien en smoorverliefd ben. Ik knik. ,,Dat is goed. Dit weekend ben ik in Kamerik. Dan kom ik langs.” Het valt me op dat hij blij kijkt. Hij zal wel niet veel mensen gezien hebben de laatste tijd. Opeens betrekt zijn gezicht een beetje. ,,Oh, maar niet op zaterdagavond komen, hoor. Die avond claimt mijn vriendinnetje.” Oh ja. Zijn vriendinnetje. Karin. Hij klinkt niet echt alsof hij zich op haar bezoek verheugt, maar goed, wie ben ik. Ik ga Sebastiaan gewoon bezoeken als een oude vriendin, niets meer en niets minder.
Zijn moeder heeft de hele winkel uitgeplozen en blijkbaar besloten dat er niets voor haar bijzit, want ze komt terug. ,,Zullen we maar weer gaan, Sebas?” Hij knikt. ,,Ja. We gaan weer verder. Op kledingjacht.” Hij lacht naar me, en even zie ik zijn oude Sebastiaan-lach weer. ,,Als je dit weekend komt, zie ik er weer uit als mezelf.” Ik lach terug. ,,Ik ben benieuwd. Ik vind dit ook wel heel hip.”
97. Kilian
Ik wil net mijn tanden in een saucijzenbroodje uit de kantine zetten, als de directiesecretaresse de docentenkamer binnenkomt. ,,Kilian,” zegt ze afgemeten. ,,Zou je even bij de directrice willen komen?”
Ik voel al het bloed uit mijn gezicht wegtrekken. Het broodje valt uit mijn hand. Ik staar haar aan. ,,Eh… waarvoor?” Ik probeer het nonchalant te vragen, maar ik hoor dat mijn stem trilt. Ze kijkt me een beetje verwonderd aan. ,,Niks bijzonders, geloof ik.”
Nee nee, niks bijzonders, denk ik zwartgallig als ik achter haar aan loop naar de kamer van de directrice. Dat zegt ze alleen maar zodat ik niet stiekem achter haar rug uit het raam naar buiten klim. Het kan maar om één ding gaan, dat weet ik zeker. We zijn ontdekt. Ik ben mijn baan kwijt. Gek genoeg heb ik nu geen visioenen van mijn toekomst. Ik heb alleen maar een uitgeput, mat gevoel. Ergens ben ik zelfs wel opgelucht dat het er nu van komt. Nu hoef ik me er in elk geval geen zorgen meer over te maken. Het ergste dat kon gebeuren, is gebeurd. Op de één of andere manier geeft dat rust.
De directrice zit kalmpjes één of ander dossier in te kijken. Ze ziet er niet geschokt uit. Blijkbaar heeft ze wel vaker met dit bijltje gehakt. Het zou me niet verbazen als ze me zou ontslaan zonder zelfs maar op te kijken. ,,Kilian, ga zitten,” zegt ze vriendelijk. Stilte voor de storm. Ik ga op het puntje van een stoel zitten. Ze legt het dossier opzij en kijkt me over de rand van haar brilletje aan. Wat een cliché is ze eigenlijk. Een karikatuur van zichzelf.
,,Hoe vind je het gaan?” vraagt ze. Het kreng. Als ik antwoord dat ik het goed vind gaan, antwoordt ze vast: ,,Nou, dat vinden wij dus niet.” Ik haal mijn schouders op. ,,Het gaat.” Ze kijkt verbaasd. ,,Dat klinkt niet erg enthousiast.” Hoe lang gaat ze hier nog mee door? Hoe lang blijft ze het leuk vinden om mij te martelen? Waarom heb ik nooit eerder gemerkt dat dit mens een sadiste is?
,,Nee, het gaat goed,” zeg ik met tegenzin. Ik wacht op de klap. Die komt nog steeds niet. ,,Nou, dat is mooi,” zegt de directrice. ,,Je bent ook op schema?” Een beetje hoop gloeit op vanbinnen. ,,Ja, tenminste, ik loop een half weekje achter, maar dat lopen we makkelijk in.” Ze kijkt bewonderend. ,,Dat is heel netjes voor een beginneling. Heb je er ook nog een beetje lol in?” Zou het zo kunnen zijn dat dit écht alles is wat ze me wil vragen…? ,,Ja, absoluut,” zeg ik. Alsjeblieft, bid ik in stilte, zeg nu niet: ,,Ja, dat hebben we gemerkt, zegt de naam Reina Verbrugge je iets?”
Maar dat zegt ze niet. Ze zet haar brilletje weer recht op haar neus. ,,Nou, prima Kilian. Dat wilde ik even weten. Ga maar verder van je lunch genieten.” ,,Oké,” zeg ik, onbeschrijflijk opgelucht. Ik moet mijn best doen om haar kamer niet uit te rennen. Als ik buiten sta, merk ik dat mijn oksels en mijn rug kletsnat zijn van het zweet. Dit kan zo niet langer.
98. Reina
Somber blader ik door mijn agenda. Nog iets meer dan twee maanden, dan begint het. Mijn tweede keer eindexamen. Ik word al eng vanbinnen als ik eraan denk. Ik weet zeker dat ik het niet ga halen. Ik kan al meer dan een week niets meer leren, net zoals vorig jaar. Het gaat gewoon niet. Ik neem niets meer op. Ik lees, maar ik besef niet wat er staat. Ik word er wanhopig van. Vannacht heb ik amper geslapen. Ik heb alleen maar liggen piekeren. Gelukkig heb ik morgen mijn eerste faalangsttraining. Ik hoop maar dat dat een beetje helpt. Anders worden dit weer twee helse maanden, net als vorig jaar.
Alsof ik al niet genoeg zorgen heb, gaat het tussen mij en Kilian ook niet echt lekker. Hij zegt dat er niks is, maar hij houdt mij niet voor de gek. Ik merk echt wel hoe afstandelijk hij is. Al twee keer heeft hij niet willen afspreken, terwijl hij eerst juist altijd degene was die het voorstelde. Nu was hij ineens “moe” of “druk”. Hij denkt zeker dat ik nooit eerder een vriendje heb gehad ofzo. Ik weet echt wel wat “moe” en “druk” betekent, zeker als meneer je daarbij ook opeens veel minder vaak aanraakt en allergisch lijkt te zijn geworden voor zoenen. Allemaal tekenen van de pré-dump-fase. Verdomme. Begrijpt hij dan niet dat ik nu juist steun nodig heb? Ik snap best dat hij bang is om zijn baantje kwijt te raken, maar hij weet ook wel dat de kans dat we betrapt worden superklein is. Hij zou eens een beetje ballen moeten hebben, zich over die angst heen zetten, zijn ogen open doen en zien hoe het met mij gaat: slecht. Het laatste wat ik nu kan gebruiken, is een vriendje dat me in de steek laat.
Ik slaak een diepe zucht en klap mijn agenda dicht. Ik kan maar beter iets anders gaan doen, op deze manier heeft het toch geen zin. Hopelijk leer ik morgen één of ander fantastisch psychologisch foefje en gaat het allemaal opeens van een leien dakje. Ik loop naar beneden, trek de keukenkast open en staar naar de voorraad lekkere dingen die daar ligt. Minizakjes chips, chocola, een half bakje cashewnootjes, een zakje zoete drop, een zak minimarsjes, een pak speculaasjes. Maar ik heb gek genoeg nergens trek in. Wat ben ik toch ook een zeikerd. Ik moet niet zo toegeven aan mijn ellende. Gewoon wat lekkers pakken, zoals altijd. Ik pak de cashewnootjes. Terwijl ik met mijn voorhoofd tegen het raam geleund naar buiten sta te kijken, eet ik ze gedachtenloos op. Stiekem ben ik blij als het bakje leeg is. Ik plens wat dubbelfriss in een glas en plof neer voor de tv. Ik zap naar TMF. De gebruikelijke rappers zijn te zien, omringd door schaarsgeklede dames. Op The Box idem. Op MTV graait een jongen in de ondergoedla van een meisje. Hij laat een slipje heen en weer bungelen voor de camera en kijkt verlekkerd. ,,Ooh, looks like I found some nice underwear here.” Ik heb zin om te huilen.
Mijn telefoon piept. Een smsje. Ik neem de laatste slok dubbelfriss en pak mijn telefoon van tafel. Het berichtje is van Kilian. Het luidt: “We moeten praten”.
Terwijl de jongen op MTV een cowboyhoed van het meisje opzet en uit haar dagboek begint voor te lezen, begin ik zachtjes te snikken.
99. Kilian
Reina heeft nog echt een schoolmeisjeskamer. De muren zijn behangen met schetsen, posters en kaarten. Overal liggen boeken en stencils. En op haar bed zitten zelfs nog een paar verdwaalde knuffels. Waarom heb ik dat nooit eerder gezien? Waarom hebben die knuffels me nooit eerder beschuldigend aangestaard? Ze hadden er wat van moeten zeggen, verdomme. Ze hadden moeten roepen: ,,Hoor eens even, meneertje, jij bent leraar, jij hoort hier niet!” Maar ze hebben hun mond gehouden. De slappelingen.
Ik heb een hol gevoel in mijn maag en een grafsmaak in mijn mond. Naast me zit Reina stilletjes te huilen. ,,Ik wil alleen maar een pauze,” herhaal ik voor de zoveelste keer. ,,Tot jij je diploma hebt. Ik wil niet verpesten wat er tussen ons is, snap je?” Met een ruk kijkt ze op. Woedend kijkt ze me aan, haar ogen rood en opgezwollen. ,,Je verpest het zo toch juist!” schreeuwt ze. ,,Als je nu gaat, komt het nooit meer goed, Kilian!”
Ik staar haar aan. Meent ze dit nou? Weet ze wel wat ze zegt? Heeft ze dan helemaal niets begrepen van wat ik net heb geprobeerd uit te leggen? Heeft ze niet gehoord dat ik zei dat ik hieraan onderdoor ga, dat ik ’s nachts amper slaap omdat ik voortdurend complottheorieën lig te bedenken? Dat ik heb zitten flippen bij de directrice? Waarom kan ze zich niet in mij verplaatsen? ,,Je meent dit niet,” zeg ik. ,,Ik weet dat dit moeilijk voor je is, maar je moet ook rekening houden met hoe ik me voel. Ik trek dit gewoon niet meer.” ,,Als je echt van me hield zou je het wel trekken,” snikt ze. ,,Echte liefde overwint alles, weet je wel? Blijkbaar is dit tussen ons dan geen echte liefde.” Wanhopig gooi ik mijn handen in de lucht. ,,Misschien niet, nee! Als dit echte liefde was, zou jij mij misschien wat ruimte kunnen geven! Dan zou je godverdomme niet alleen met jezelf bezig zijn!”
,,Met wie moet ik dan bezig zijn? Ik moet eindexamen doen, Kilian, ík moet het doen, terwijl ik geen woord meer in mijn hoofd kan krijgen! De kans dat jij je baan kwijtraakt is superklein, de kans dat ik volgend jaar nog steeds niet kan gaan studeren is supergroot. Wie heeft het hier nou moeilijk?”
,,Het gaat er niet om wiens problemen het grootst zijn! Het gaat erom dat we dit voor onszelf verpesten! Snap je dat dan niet? Jij wilt gewoon niet zien hoe onze relatie mij opbreekt. Wil je echt een relatie hebben met iemand die door die relatie amper slaapt?”
,,Wil jij mij echt in de steek laten nu ik het al zo zwaar heb?”
,,Zie je wel, daar ga je weer! Ikke, ikke, ikke. Ik snap dat je het moeilijk hebt, maar voor het geval het je nog niet was opgevallen: ik heb het ook moeilijk!”
,,Jij bent gewoon een lafaard! Je weet best dat de kans dat we betrapt worden echt nihil is! Hoe zouden ze er ooit achter moeten komen? We zoenen toch niet stiekem in je lokaal? Je tekent toch geen hartjes als je mijn repetities nakijkt? Vertel mij dan eens hoe ze het ooit zouden kunnen weten.”
,,Dat weet ik niet, dat is het probleem juist! Denk je dat ik er blij mee ben dat ik me zo voel? Het is irrationeel, ik weet het! Als ik er iets aan kon doen, dan deed ik het.”
,,Niet zeiken en het gewoon uit je hoofd zetten, is dat misschien een optie?”
,,Verdomme Reina, denk je nou echt dat het zo makkelijk is? Denk je nou echt dat ik dat niet allang geprobeerd heb? Een keertje of honderd misschien?”
,,Ik kan gewoon niet geloven dat je me nu in de steek laat.”
,,Ik laat je niet in de steek. Ik ben er nog steeds voor je. Ik kan nu alleen niet je vriend zijn. Zodra jij buiten staat met je diploma in je hand, zijn we weer bij elkaar, dat beloof ik je.”
,,Je hebt best gehoord wat ik zei. Als je er nu een punt achter zet, komt het nooit meer goed.”
Ze meent het. Woede laait in me op. Ze doet niet eens een poging om me te begrijpen, ze denkt echt alleen maar aan zichzelf. Het kan haar niet schelen dat ik zo moe ben dat ik soms het gevoel heb dat ik ieder moment om kan vallen. Ik krijg een waas voor mijn ogen en spring op. ,,Dan ben ik bang dat het dan nooit meer goed komt. Want ik meen het dit keer, Reina. En volgens mij kan het jou geen flikker schelen hoe het met mij gaat. Volgens mij heb jij geen woord begrepen van wat ik net zei. Nou, zo’n vriendin wil ik niet. Ook niet over drie maanden.”
Ik been haar kamer uit, de trap af, de straat op. Ze komt me niet achterna.
100. Sebastiaan
Steeds langzamer strompel ik vooruit door de smetteloos witte gangen. Mijn hart bonst. Het voelt alsof mijn keel langzaam dichtgeknepen wordt. Ik sta stil en kijk paniekerig om me heen. ,,Ik kan dit niet.” Tessa legt haar hand op mijn arm en kijkt me lief aan. ,,Je kunt het wel, Sebastiaan. Ze zijn ontzettend blij dat je komt. Denk daar maar aan.” Thijs knikt. ,,Vooral Niels. Hij heeft zijn stem alweer bijna helemaal terug en hij klonk écht enthousiast toen ik zei dat jij vandaag zou komen.” Ik schud mijn hoofd. ,,Nee, ik kan het echt niet. Ik wil het niet zien. Ik word al gek als ik eraan denk.” Ik zie hoe ze elkaar radeloos aankijken en stompel naar een bankje toe. ,,Gaan jullie maar. Ik wacht hier wel.” Voorzichtig laat ik me zakken. Ik kijk hoe Tessa en Thijs de box van Niels binnengaan. De deur gaat dicht. Ik leun tegen de muur en voel me een vreselijke lafaard. Ik heb niets van mijn ongeluk geleerd. Ik ben nog steeds een egoïstische rat. En nu is het te laat. Nu zijn ze al met z’n tweeën binnen. Met z’n drieën mag niet. Verdomme. Bij Marieke ga ik wel naar binnen, neem ik me voor. Maar wat zal Niels teleurgesteld zijn als hij hoort dat ik wel bij haar geweest ben en niet bij hem… Verdomme, wat ben ik toch een klootzak.
,,Sebastiaan?” Tessa steekt haar hoofd om de deur van de box. ,,Niels wil je heel graag even spreken. Hij zegt dat hij het niet erg vindt als je je ogen dicht houdt.”
Ze helpt me overeind en ondersteunt me als ik de box binnenstrompel. Ik was mijn niet-ingepakte hand en de vingertoppen van de andere. Alsof het heel vanzelfsprekend is trekt Tessa me plastic handschoenen aan. Bij mijn gipsen poot moet ze behoorlijk sjorren. Het ziet er belachelijk en ook een beetje luguber uit, die lege vingertjes. ,,Blijf jij of blijf ik?” vraagt ze aan Thijs. ,,Blijf jij maar,” zegt hij, en hij loopt de gang op. Ik knijp mijn ogen dicht en hou mijn gezonde hand ervoor. De handschoen verspreidt een scherpe, chemische lucht.
,,Sebastiaan?” hoor ik een hese stem zeggen, een stem die heel in de verte iets weg heeft van die van Niels. Ondersteund door Tessa loop ik langzaam in de richting van het bed. Ze helpt me op een stoel. En dat alles terwijl ik mijn ogen dicht heb en mijn gezonde hand ervoor – ik heb respect voor die meid. Plotseling herinner ik me dat ze geneeskunde studeert. Vandaar.
,,Ik ben heel blij dat je gekomen bent,” zegt Niels met die afschuwelijke hese brandstem. ,,Hoe gaat het met je?” Hij ligt hier zonder gezicht en vraagt hoe het met míj gaat – kan het ironischer? ,,Het gaat goed,” zeg ik schor. ,,Naar omstandigheden. Maar hoe gaat het met jou?” ,,Ik ben heel blij dat ik weer kan praten,” fluistert hij. ,,Over de rest wil ik niet nadenken.” ,,Heb je… heb je jezelf al gezien?” vraag ik voorzichtig. ,,Ja,” zegt hij, en plotseling klinkt hij alsof hij moet huilen. ,,Ik ben een monster geworden. Ik begrijp dat je me niet wilt zien.”
Het voelt alsof hij me een klap in mijn gezicht geeft, al bedoelt hij het vast niet zo. Plotseling besef ik hoe vreselijk het is wat ik doe. Door te weigeren naar hem te kijken, onderstreep ik in feite dat hij een monster is. Als iedereen dat zou doen…
Ik haal mijn hand weg en doe mijn ogen open. Wat ik zie is afschuwelijk, maar ik moet er naar kijken. Het is precies zoals ze gezegd hebben. Hij heeft geen lippen meer, dus zijn gezicht staat voortdurend in een soort bizarre grijns. Ook de helft van zijn neus is weg, en hij is kaal. Maar zijn ogen, die zijn nog hetzelfde. Die herken ik. We kijken elkaar recht aan. ,,Je bent geen monster,” zeg ik. ,,Mensen moeten er maar aan wennen.” Dan beginnen we allebei te lachen, een vreemde mix van zenuwen en opluchting. ,,Vanaf nu kom ik zoveel mogelijk,” beloof ik hem.
De rest van het gesprek dwing ik mezelf naar hem te kijken, aan één stuk door. Ik kijk naar hem tot ik eraan gewend ben. Voor zover je aan zoiets kunt wennen, dan. Maar bang ben ik er niet meer voor. Dit is Niels nu. Iedereen moet hem verdomme maar nemen zoals hij is. En als ze dat niet doen, krijgen ze met mij te maken. Voor het eerst sinds het ongeluk voel ik me weer sterk. Wat ik nooit verwacht had, is gebeurd: door dit bezoek ben ik me beter gaan voelen.
101. Pat
Ik ben een beetje zenuwachtig als ik voor Sebastiaans huis van mijn moeders fiets spring. De vrijstaande bungalow ziet er nog precies hetzelfde uit als drie jaar geleden. Even voel ik weer die oude opgewonden golf door me heen gaan die ik toen altijd had als ik voor zijn huis stond. Even heb ik weer het oude ik-ben-bij-mijn-vriendje!-gevoel. Maar nu is alles anders. Sebastiaan is mijn vriendje niet meer. Hij is tijdelijk gehandicapt en ik begin morgen als receptioniste. We zijn geen onbezorgde vierdeklassers meer.
Ik zet mijn moeders fiets zorgvuldig op slot in de voortuin en bel aan. Ik hoor hoe Sebastiaan naar de voordeur hompelt. Als hij opendoet, zie ik tot mijn opluchting dat hij er een stuk beter uitziet dan van de week. Hij draagt een zwarte joggingbroek en een rood Ralph Lauren-overhemd. De winkelexpeditie heeft duidelijk zijn vruchten afgeworpen. ,,Pat! Je bent echt gekomen!” zegt hij verrast. Ik lach. ,,Natuurlijk ben ik echt gekomen! Wat dacht jij dan, dat ik het zou vergeten ofzo?” Hij haalt zijn schouders op en grinnikt schutterig. ,,Nou ja, ik dacht dat je misschien wel weer een reden zou hebben gevonden om boos op me te zijn.” Oh God, hij herinnert zich mij natuurlijk nog als de feeks die ik drie maanden geleden in de Monza was. ,,Oh, maak je maar geen zorgen hoor,” zeg ik snel. ,,Ik weet dat het niks voorstelde tussen jou en Reina. Bovendien had ik helemaal het recht niet om zo kwaad te worden. Ik was gewoon dronken.” ,,Ach, dat was ik ook,” zegt hij ook, en even betrekt zijn gezicht een beetje, alsof hij zich die vreselijke avond weer voor de geest haalt. Ach, ik zal het me wel verbeelden. Voor hem wás het tenslotte helemaal geen vreselijke avond.
Ik hang mijn jas op en loop achter hem aan naar de ruime woonkamer. ,,Wil je iets drinken?” vraagt Sebastiaan. Ik knik. Hij maakt aanstalten om naar de keuken te hompelen. ,,Nee, wacht, ik pak het zelf wel,” zeg ik snel. Maar hij schudt beslist zijn hoofd. ,,Niks daarvan! Je bent mijn gast, dus je krijgt drinken van mij. Al duurt het een uur.”
Het duurt geen uur, maar wel behoorlijk lang. Als ik het onhandige gerommel niet langer kan aanhoren, sta ik op uit mijn hoekje van de bank en loop naar de keuken. Sebastiaan reikt me trots een door hemzelf ingeschonken glas cola aan. ,,Het is zo fijn om dat soort dingen weer een beetje te kunnen,” zegt hij. ,,Echt, je beseft niet hoe mooi het is om cola voor iemand in te kunnen schenken.” Ik glimlach. ,,Net als dat je pas beseft hoe belangrijk je pink is als je je erin gesneden hebt.”
Zonder er iets over te zeggen, pak ik zijn glas ook van het aanrecht en loop voor hem uit naar de woonkamer. Ik voel me ongemakkelijk als ik zie met hoeveel moeite hij zichzelf in een fauteuil laat zakken. Ik kan er niet goed naar kijken. Het is zo niet-Sebastiaan. ,,Zo, het kost altijd even moeite, maar ik zit,” zegt hij zogenaamd luchtig. Ik glimlach. De stilte is gespannen. Waar moet ik het eigenlijk met hem over hebben?
,,Hoe is het met je vriend?” vraagt hij. Ik staar hem verbaasd aan. ,,Mijn vriend?”
,,Ja, die Max die je aan me voorstelde, weet je wel?”
Shit, dat is waar ook! Ik heb met mijn aangeschoten hoofd geprobeerd hem wijs te maken dat Max – duidelijk zo gay als maar kan – mijn vriendje was! Verbeeld ik het me nou, of zie ik pretlichtjes in zijn ogen? Ik voel dat ik begin te blozen. ,,Oh, dat is alweer uit,” zeg ik zo neutraal mogelijk. ,,Was ook maar een scharrel eigenlijk. We zijn nu gewoon vrienden.”
,,Aha.”
Het is weer stil. Ik pijnig mijn hersenen. Wat moet ik in godsnaam zeggen? Plotseling staat Sebastiaan op. Hij hompelt naar de kast en begint erin te rommelen. Dan gooit hij iets naar me toe dat ik nog net op tijd kan opvangen. Ik slaak een opgewonden kreetje. ,,Spawn! Dat speelde ik vroeger altijd! Geweldig!” Hij grijnst. ,,Ik heb ze weer helemaal herontdekt, die spelletjes. Zin in een potje?” Ik knik heftig. Ik was vroeger altijd dol op dat soort spellen. Ik deed ze eindeloos met mijn vriendjes, en versloeg vervolgens mijn vriendinnetjes, die er dan na één potje al meteen geen zin meer in hadden. Wat een jeugdsentiment.
Vijf minuten zitten we allebei met een controller in onze hand gespannen de rennende figuurtjes op het scherm te volgen. ,,Haha! Die laserstraal had je niet zien aankomen hè?” roept Sebastiaan triomfantelijk. Ik haal mijn machinegeweer tevoorschijn. ,,Dat zet ik je betaald!” Ik weet opeens helemaal zeker dat dit een leuke middag gaat worden.
102. Reina
Voor de derde keer luister ik moedeloos hoe Pats telefoon over blijft gaan. Waarom neemt ze nou niet op? We zijn nu toch weer vriendinnen? Het is toch allemaal weer hetzelfde? Ze moet naar me toe komen, of in elk geval naar me luisteren. Ze moet weer met me meeschelden, net als vroeger. Zeggen dat Kilian een eikel is, een slappe zak, geen-knip-voor-zijn-neus-waard. Ik heb behoefte aan haar tirades. Ik heb speciaal met bellen gewacht tot vandaag, want ik wist dat ze vandaag in Kamerik zou zijn. Natuurlijk is May ook erg lief voor me geweest, maar wat dit betreft kan ze toch niet tegen Pat op. Goeie, ouwe Pat. Ik ben blij dat het weer goed is tussen ons. Maar dan moet ze er wel zijn als ik haar nodig heb.
Met mijn hoofd nog bonkend van de kater van gisteravond, sta ik op en loop naar het raam. Ik heb al drie dagen niets meer geleerd. Ik ben wel naar de faalangsttraining geweest, maar ik heb alleen maar een beetje voor me uit zitten staren. Ik kan me er op dit moment gewoon niet toe zetten om iets te gaan doen. Het helpt toch allemaal geen fuck. Het is net alsof alle kleur uit mijn leven is weggetrokken. Alles is zwart-wit. Of eerder grijs. Grijstinten, alleen maar grijstinten. Kilian heeft het uitgemaakt. Ik ga mijn eindexamen weer niet halen. Ik heb het gevoel dat ik in een put gevallen ben waar ik niet meer uit kan komen. Een beetje zoals in die aflevering van Alfred Jodocus Kwak. Alleen zat die er nog gezellig met dat andere vogeltje. Hij had tenminste nog iemand om mee te praten, die in dezelfde ellende zat. Zo iemand heb ik niet. May vindt het allemaal erg lullig voor me, maar zelf lijkt ze er het volste vertrouwen in te hebben dat ze het examen gaat halen. En Pat hééft het al gehaald, dus zij is al helemaal geen gelijkwaardige ellende-partner. Ik leun met mijn hoofd tegen het koele glas. Het brengt een beetje verlichting. Normaal drink ik nooit zo buitensporig veel. Maar gisteren heeft May me meegesleept de kroeg in. ,,Je moet drinken en sjansen, dat is de beste methode!” Het drinken is zeker gelukt, het sjansen wat minder. Eerst kwam er een gast naar me toe die op een groot, wandelend ei leek. ,,Ben je niet moe?” vroeg hij op lijzige toon. ,,Want je hebt de hele nacht eh… je vader is een dief want hij heeft de sterren eh… ken ik jou niet ergens van?” ,,Nee, en dat wou ik graag zo houden,” snauwde ik, waarop het contactgestoorde ei afdroop. Hij was nog geen vijf minuten weg, of de volgende kwam al naar me toe met zijn lamme pick-up line. Hij hield het wat simpeler: ,,Zo, jíj bent echt mooi.” Normaal zou ik zoiets wel schattig vinden, nu kon ik de humor er niet van inzien. Ik antwoorde: ,,Nou, jij anders niet.” Hij keek me dodelijk geschrokken aan en een moment had ik spijt: hij zou deze coole openingszin vanaf nu vast nooit meer durven gebruiken. Toen hij was weggelopen, zag ik dat May iets tegen hem zei. Hij keek even naar me en knikte medelijdend. Ik bestelde mijn zesde glaasje wijn. Toen ik dat bijna op had, draaide de wereld om me heen alsof ik in een op hol geslagen draaimolen zat en kwam jongen nummer drie op me af. Helaas was dat Twenne, de flirt van May. ,,Hé, gaat het wel?” Ik had geen zin om met hem te moeten praten. Hij ziet er altijd zo fris uit, alsof hij net onder de douche vandaan komt. Ik voel me altijd al een beetje smoezelig als ik naar hem kijk, dus nu helemaal. Ik had geen zin om hem te bekennen dat ik hard bezig was om straallazarus te worden. Ik schonk hem dus een onvast glimlachje. ,,Ja hoor, gaat prima. Wijn en ik, altijd de beste maatjes, haha.” Ik wilde mijn woorden kracht bij zetten met een handgebaar. Helaas maaide ik hierbij de wijn omver. ,,Oh, kut, kut, kut!” Twenne legde zijn hand op mijn schouder. ,,Geeft niet, geeft niet.” ,,Geeft wél,” zei ik kwaad. ,,Alcoholverspilling, weet je wel?” Tot mijn verbazig sloeg hij ineens zijn arm om me heen en trok me van mijn kruk, verbazend resoluut voor zijn verlegen doen. Alcohol doet wonderen voor de sociale vaardigheden. Al was dit me toch een beetje té sociaal. ,,Kom, ik breng je naar huis,” zei hij beslist. ,,Maar het is pas één uur!” protesteerde ik. ,,Als jij zo doorgaat lig je om twee uur te kotsen in de goot,” zei hij. ,,Maar May…” probeerde ik nog. ,,May redt zich wel,” zei hij. Plotseling voelde ik inderdaad een golf van misselijkheid opkomen. ,,Oké,” zei ik. ,,Ik ga wel mee. Als je dat zo graag wilt.”
Van de rest herinner ik me niet zo heel veel meer, tot mijn schaamte. Ik geloof dat hij me achterop mijn eigen fiets heeft gezet en me zo naar huis heeft gebracht. Daarna zal hij wel weer terug zijn gegaan. Toch wel lief van hem. Ik zou hem eigenlijk even een smsje moeten sturen om hem te bedanken. Maar volgens mij heb ik zijn nummer niet eens. Ik probeer Pat nog wel een keer.
Dit keer neemt ze eindelijk op. Ze klinkt vrolijk en uitgelaten. ,,Hoi Reina! Hoe is het?”
,,Niet zo goed. Kilian heeft het uitgemaakt.”
,,Echt?! De schoft! Ik kom vanavond naar je toe, goed? Of is het dringend?”
Eigenlijk wil ik het liefst dat ze nu komt, nu meteen. Vroeger zou ik dat gezegd hebben. Maar nu vind ik het opeens een beetje bezitterig. ,,Nee hoor, het is niet dringend,” zeg ik. Ze lacht. ,,Okee. Ik ben nu namelijk bij Sebastiaan. We zijn al die oude spelletjes van vroeger weer aan het doen, Spawn enzo, vet man!”
Ik had het kunnen weten. Ik zit hier in zak en as en Pat is weer eens bij een jongen. ,,Nou, veel plezier dan,” zeg ik. ,,Tot vanavond.”
,,Joe, tot vanavond!” Ik hoor haar nog even lachen, dan hangt ze op. Nou ja, ze komt vanavond tenminste. Misschien moet ik maar vast een Kilian-voodoopopje gaan maken.
103. Kilian
,,Wat zie je wit! Eet je wel genoeg?” Mijn moeder neemt me bezorgd op. ,,Je moet echt wat meer hier naartoe komen, jongen. Je weet dat hier altijd een gezond prakje voor je klaarstaat. Nou, als ik het geweten had, had ik een paar maaltjes voor je ingevroren. Je zou jezelf eens moeten zien!” Kwebbelend loopt ze door naar de keuken. Ik sjok er achteraan. ,,Ik eet prima, mam. Het is net uit met mijn vriendin, daarom voel ik me een beetje kut.” Ze krimpt inéén. ,,Hè, Kilian, je weet dat ik het niet leuk vind als je dat woord gebruikt!” Pas dan lijkt ze zich te realiseren wat ik nou eigenlijk zei. ,,Wat? Had je een vriendin?! Waarom heb je haar niet een keer meegebracht?” Omdat ze een van mijn leerlingen is, zeg ik niet. Ik haal mijn schouders op. ,,Het was allemaal nog heel pril. Maar toch altijd k… eh, naar als zoiets voorbij is.” ,,Ja, vooral voor zo’n gevoelige jongen als jij,” zegt ze medelijdend. ,,Je hebt daar altijd meer onder geleden dan andere jongens. Wist je nog met Marjolein? Zo klein als je was, je was er stuk van.” Het verbaast me iedere keer weer hoe mijn moeder er binnen vijf minuten in slaagt het bloed onder mijn nagels vandaan te halen. ,,Ik was er vooral stuk van dat ze mijn video’s van de Turtles niet wilde teruggeven,” help ik haar uit de droom.
Ik zie de bezoekjes aan mijn moeder en stiefvader vooral als een noodzakelijk kwaad. Ze begrijpen niets van mijn leven, en hebben ook nooit een poging daartoe gedaan. Maar commentaar geven, dat kunnen ze wel. Vooral mijn moeder is daar heel goed in. Mijn stiefvader heeft het meestal te druk met Studio Sport. Ook nu zit hij als gebiologeerd naar het scherm te staren. ,,Hoi Jan!” roep ik de woonkamer in. ,,Dag jongen,” zegt hij zonder zich zelfs maar om te draaien.
,,Eten!” roept mijn moeder vanuit de keuken. ,,Of eten we weer voor de tv?” Ik kijk naar mijn stiefvader. ,,Ik ben bang van wel.” Ze zucht. Ik weet dat ze een hekel heeft aan voor de tv eten omdat Jan zo nodig Studio Sport moet zien. Zeker als ik er ben. Dan wil ze als een hecht gezinnetje aan tafel eten en Bijpraten. Dat ik daar op deze manier vaak aan ontsnap, dat is eigenlijk het enige positieve aan mijn stiefvaders Studio Sport-obsessie.
,,Maar je had dus een vriendin,” zegt mijn moeder als we alledrie met een bord op schoot voor de televisie zitten. ,,Ssst!” sist Jan nijdig. ,,Nou, sorry hoor,” zegt mijn moeder gebelgd. ,,Sorry dat ik geïnteresseerd ben in het leven van mijn zoon.” Jan reageert hier niet eens op. Ik kauw verwoed op een bal lauwe spaghetti. ,,Ik wil er toch niet over praten,” zeg ik als ik die eindelijk heb weggekregen. ,,Ik vertel het nog wel eens.” ,,Sssst!” doet Jan nog een keer. De rest van de maaltijd krijgt hij zijn zin.
104. Sebastiaan
Ik kijk Pat na als ze het tuinpad af fietst, op de fiets van haar moeder met het potsierlijke mandje achterop. Ik wil het eigenlijk niet toegeven, maar ik heb me in tijden niet zo vrolijk gevoeld. Na een wat ongemakkelijk begin was het een vrolijke, ongedwongen middag. Pat bleek ongelooflijk goed te zijn in computerspelletjes. We waren aan elkaar gewaagd. Bijna al mijn spelletjes hebben we gespeeld, maar stiekem heb ik er een paar achtergehouden om haar nog een keer te kunnen uitnodigen. Ik voel me lichtelijk ontrouw aan Karin, maar die gedachte duw ik weg. Het slaat nergens op. Ik heb gewoon ontzettend veel lol gehad met mijn exvriendinnetje. Ik ben blij dat ze eindelijk niet meer boos op me is. Ik ben blij dat we elkaar eindelijk weer eens hebben gezien zonder minstens één keer ruzie te maken. Dat is alles. Genoeg reden om vrolijk te worden, helemaal voor iemand die de afgelopen weken als een halve kluizenaar heeft geleefd.
Ik strompel naar binnen en laat me in mijn stoel neervallen. Mijn ouders zullen zo wel thuiskomen van het bezoekje aan hun saaie kennissen. Het kwam wel goed uit dat ze er vanmiddag toevallig net niet waren. Pat en ik hadden vast niet zoveel lol gehad als zij hadden zitten toekijken. Ik doe mijn ogen even dicht. Ik voel nu opeens hoe moe ik ben. Wat ben ik toch een mietje geworden. Zodra ik weer kan lopen, moet ik maar snel weer eens stevig gaan stappen. Dat mag ik niet verleren.
Terwijl ik half wegdoezel neemt mijn geheugen me mee op reis. Opeens ben ik weer zestien. Ik loop met Pat, ook zestien, door het bos. Ik kijk de hele tijd bezorgd naar mijn schoenen. Ik ben als de dood dat ze vies of modderig worden. Ze waren duur en zoveel kleedgeld krijg ik nou ook weer niet. ,,Waarom moest je nou zo nodig een boswandeling maken?” vraag ik knorrig aan Pat. Ze lacht. ,,Het is herfst! Dan moet je boswandelingen maken. Ruikt het hier niet heerlijk?” Net als ik wil zeggen dat ik de geur van verrotte bladeren niet bepaald “heerlijk” zou willen noemen, trekt ze me ondeugend giechelend van het pad af. We vallen neer in een berg bladeren. Als we beginnen te zoenen, begrijp ik opeens wat er zo heerlijk is aan een boswandeling in de herfst.
Ik doe mijn ogen weer open en even is het alsof ik de geur van gevallen bladeren weer ruik. Dat was een leuke middag. Toen was ik ook echt wel verliefd op haar. Maar ik was te jong om dat echt vol te houden. Ik was een jong hondje in die tijd. De lol ging er gewoon snel af. Ik wilde weer iets nieuws, een nieuw avontuur. Pat heeft dat nooit begrepen. Die dacht toen nog: als we iets krijgen, is het voor altijd. Nou, van die gedachte is ze daarna wel teruggekomen. Volgens mij heeft zij meer jongens versleten dan ik meiden. Wat dat betreft zouden we goed bij elkaar passen. Vreemdgaan zou bij haar vast geen probleem zijn. Ze zou het waarschijnlijk zelfs eerder doen dan ik.
Gelukkig word ik van mijn onzedelijke gedachten afgeleid door mijn mobieltje, dat trilt in de zak van mijn joggingbroek. Het is Karin. ,,Hoi schatje! Ik wou gewoon even weten hoe het met je gaat.” En vandaag kan ik eindelijk naar eer en geweten zeggen dat het prima met me gaat.
105. Pat
Reina ziet er ellendig uit. In haar oude grijze joggingbroek en haar prehistorische zwarte Naf Naf-sweater hangt ze op haar bed. Een flauwe Amerikaanse comedyserie staat aan. Ik erger me direct aan het ingeblikte gelach. ,,Daar ga je je alleen maar depressiever van voelen,” zeg ik, wijzend naar het beeldscherm. Ze haalt ongeïnteresseerd haar schouders op. ,,Ik kijk niet echt.”
,,Wat doe je dan?”
,,Zwelgen in mijn ellende misschien?”
Ik zucht. Zo is Reina nou altijd als ze gedumpt is, en ik weet wat ze van me verwacht. Ze wil dat ik Kilian – die ik amper ken – tot de grond toe afbrand, dat ik originele scheldnamen voor hem verzin, dat ik haar er voor de zoveelste keer van overtuig dat ze iets véél beters kan krijgen dan hij. Daarvoor heeft ze me ontboden. Maar ik heb er geen zin in. Ik ben nog steeds vrolijk van mijn middag met Sebastiaan. Ik heb geen zin om haar ego op te gaan zitten vijzelen. Ik realiseer me dat ze dat zelf moet doen. Na het debacle met mijn huisgenoot ben ik écht veranderd. Dit keer is het niet bij een voornemen gebleven. Ik heb me gerealiseerd dat je zelf verantwoordelijk bent voor je manier van leven. Je kunt anderen de schuld er niet van geven dat jij het verneukt. En je kunt al evenmin van ze verwachten dat zij het voor je opknappen. Dus nee, ik ga Reina niet vertellen dat ze een geweldige meid is en dat ze binnen de korste keren een ander vriendje zal hebben en dat Kilian zichzelf dan voor zijn kop zal slaan. Dit keer help ik haar op een andere manier.
,,Zet die tv eens uit.”
Verbaasd kijkt ze op. ,,Waarom?” ,,Omdat ik het zeg,” antwoord ik, zo autoritair als ik maar kan. Ze pakt de afstandsbediening en zet de tv uit. ,,Ik snap nog steeds niet waarom…” ,,Je wilt toch dat ik je help?” val ik haar in de rede. ,,Nou, dat doe ik nu. Alleen een beetje anders dan eerst.” ,,Ik wil gewoon dat je naar me luistert,” pruilt ze. ,,Ik ken het verhaal al,” zeg ik. ,,Hij heeft je gedumpt en hij is een eikel. Hij is je aandacht niet waard. Jij moet niet apatisch voor slechte tv-programma’s hangen, die eer gun je hem toch niet? Je moet verder met je leven, dat is de beste wraak.” Ik besluit haar niet de kans te geven daar iets tegenin te brengen en trek met een grootse beweging haar klerenkast open. De enorme hoeveelheid kleren overdondert me. Een paar shirtjes vallen eruit. ,,Reina, hoe kom je in godsnaam aan zoveel kleren?!” Ze kijkt een beetje schuldig en haalt haar schouders op. ,,Shoptherapie. Heb ik soms nodig.” Mij lijkt het niet echt normaal als je van een beetje shoptherapie zo’n beetje je eigen kledingwinkel kunt beginnen, maar ik besluit er niet op in te gaan. Ze zal het wel afleren als ze straks student is. Nu zijn er belangrijker dingen. Ik trek haar favoriete Indian Rose-spijkerbroek en een groen shirtje met pailletjes uit haar kast en gooi ze naar haar toe. ,,Trek aan,” commandeer ik.
,,Maar ik ga over een paar uurtjes al slapen! En ik hoef nergens heen!”
,,Dat maakt niet uit. Het gaat erom hoe je je voelt. In wat je nu aanhebt zie je eruit als een vaatdoek, dus voel je je ook een vaatdoek.”
Ze kijkt een beetje beledigd, maar verruilt de kinderachtige sweater wel voor het sexy shirtje, en de oerlelijke joggingbroek voor haar lievelingsjeans. Ik ga achter haar zitten, trek de slordige staart uit haar haar en begin het te borstelen, zoals ik dat vroeger in de pauze weleens deed. Ik ben altijd jaloers geweest op haar lange, steile, blonde lokken. Veel mooier dan de modderkleurige klittenbos waar ik het al mijn hele leven mee moet doen. ,,Je zou het wat vaker los moeten laten hangen,” zeg ik. ,,Dan zien mensen tenminste hoe mooi het is.” Ik maak nog twee slagen en leg de borstel dan opzij. Ze staat op. ,,En nu nog een beetje make-up zeker?” zegt ze. ,,We moeten het wel afmaken.” Ik leun tevreden achterover. De methode lijkt aan te slaan.
,,En voel je je beter?” vraag ik als ze de mascara dichtdraait. Ze denkt even na. ,,Ja, ik geloof het wel.” ,,Mooi zo,” zeg ik, een beetje zelfvoldaan wel, ik geef het toe. ,,Vanaf nu ga jij verder met je leven. Ik zeg niet dat je niet meer aan Kilian mag denken, want dat doe je toch wel. Maar je moet je nu gewoon op je eindexamen concentreren. Je gaat het halen, volgend jaar word je student en dan bieden de leuke jongens zich in bosjes aan.” ,,Ja, misschien had ik toch wat beter moeten opletten bij faalangsttraining,” zegt ze schuldbewust.
,,Je gaat het halen,” verzeker ik haar. ,,Denk maar aan alle lol die we gaan hebben als jij volgend jaar ook studeert.”
,,Okee,” zegt Reina vastbesloten. ,,Ik ga mijn eindexamen halen. Ik ga verder met mijn leven. Tenminste, ik ga het proberen.” Nou ja, dat is in elk geval iets.

0 Comments:
Post a Comment
<< Home