Mei: hoofdstuk 106 - 115
106. Kilian
Ik kijk de gymzaal rond. Alle leerlingen zitten geconcentreerd te lezen of verwoed te pennen. Nog niet eens zo lang geleden was ik zelf één van die leerlingen, zat ik aan een tafeltje eindexamen Engels te doen. En nu zit ik hier te surveilleren. Het grootste deel zal het wel halen, denk ik. Het is geen bijzonder moeilijk examen, al zullen ze daar op het forum van eindexamen.net wel anders over denken vanavond. Maar ik vind het goed te doen. De teksten waar ze vragen over moeten beantwoorden zijn in de meeste gevallen simpeler dan de teksten die ik met ze behandeld heb dit jaar.
Het is warm in de gymzaal. Ik kijk op de klok. Ze zijn nu ruim een uur bezig. Nog twee uur moet ik hier zitten en zorgen dat er niemand gaat lopen frauderen. Verder is mijn aanwezigheid compleet nutteloos, want tot nu toe heeft nog niet één leerling zich bij me gemeld met een dringende vraag. Alleen twee meisjes met een bizar groot handschrift vroegen om een nieuw blaadje. Ik heb ze maar meteen een heel stapeltje gegeven.
Mijn blik dwaalt de zaal rond en blijft rusten op Reina. Ook zij gaat het halen dit jaar. De faalangsttraining heeft volgens mij aangeslagen: in de les leek ze de laatste tijd wat rustiger en wat zelfverzekerder. Verder kan ik moeilijk beoordelen hoe het met haar gaat, want ik heb haar buiten de les om niet meer gezien. Dat leek me beter. Ik had geen zin om mezelf weer te verlagen door weer achter haar aan te gaan rennen in de gang. Ze zou toch niet met me willen praten. Ze praat met me op een koele leerling-leraar manier, en verder is het duidelijk dat ze geen contact met me wil. Dat is goed, want ik wil ook geen contact met haar. Ik geloof niet in vrienden blijven na een relatie. Ooit deed ik dat wel, maar ik ken mezelf. Ik blijf altijd geloven dat er nog een kansje is, ik blijf het proberen. Daar heb ik deze keer geen zin in. Het is over en daar moeten we maar mee leren leven. Ik meende wat ik zei toen ik twee maanden geleden haar huis uit stormde. Als zij geen enkele moeite kan doen om zich in mij en mijn situatie te verplaatsen, houdt het op. Dan heeft het geen nut. Zo’n vriendin wil ik niet. Maar dat neemt niet weg dat ik er echt verdriet van heb, al zijn de scherpe randjes er inmiddels wel een beetje af. Ik mis haar. Ik mis de dingetjes die we samen deden: voor de tv hangen, knuffelen, nieuwe recepten uitproberen, en natuurlijk de seks. En ik mis haar als persoon. Soms word ik wakker en hoop ik nog steeds dat ik haar ergens zal zien zitten met haar schetsblok, als ik mijn ogen opendoe. Soms hoop ik nog steeds dat ik ergens een roze haarspeldje zal vinden. Maar al haar sporen zijn uitgewist. Het is alsof ze nooit in mijn kamer geweest is. Ergens is dat zonde. Maar ze is in mijn herinnering, en daar zal ze altijd blijven, al klinkt dat misschien een beetje sentimenteel.
Ze legt haar pen neer, zucht diep, leunt achterover en neemt een slok uit haar flesje water. Plotseling kruist haar blik de mijne. Zelfs van deze afstand valt het me op hoe blauw haar ogen zijn. Ik voel hoe mijn hart begint te bonzen. Vlug wend ik mijn blik af. Ik betrap mezelf erop dat ik denk: misschien is ze straks wel opeens volwassen, begrijpt ze mijn standpunt wel en kunnen we toch nog lang en gelukkig leven…Want stiekem ben ik nog steeds verliefd op haar.
107. Reina
Ik schrik als Kilian me opeens recht aankijkt. Het brengt een onverwachte chemische reactie bij me teweeg. De beruchte verliefdheidsreactie. Onzin, zeg ik gauw tegen mezelf. Het is gewoon een soort Pavlov-effect. Je lichaam reageert nog steeds een beetje op wat het verwacht dat er zal gaan gebeuren (namelijk: zoenen, seks, dat soort vieze dingen). Het heeft niets met gevoelens te maken ofzo. Het is precies wat het is: een chemische reactie. Net als bij dieren. Mensen zijn eigenlijk ook een soort grote, slim uitgevallen dieren.
Ik zie hoe hij zijn blik afwendt. Mooi zo. Ik win ze altijd, die staarwedstrijdjes. Dat moet komen doordat ik gewoon een sterkere persoonlijkheid heb dan Kilian. Ik weet zeker dat ik er, op die eerste paar dagen na, veel beter in geslaagd ben om het einde van onze relatie van me af te zetten. Kilian werpt me af en toe nog zo’n geslagen-hondenblik toe waaraan ik kan zien dat hij er nog niet overheen is. Ha, ik lekker wel. Ik heb Pats raad opgevolgd. Bijzonder letterlijk zelfs. Ik ben verdergegaan met mijn leven. Ik heb Kilian gewist. Zo simpel. Ik heb alle sporen van hem in de vuilnisbak gegooid. Ja, ook dat McGregor overhemd dat hij had laten slingeren. Als ik iets doe, doe ik het goed. Hij durfde me niet aan te spreken buiten de les om, hij durfde me niet eens te bellen om dat peperdure overhemd terug te vragen, zo’n schijterd is het nou. Nee, meneer stuurde me een mailtje.
Reina,
Kan het zo zijn dat mijn blauwe overhemd van McGregor nog bij jou ligt? Zo ja, kan ik die dan één dezer dagen komen ophalen?
Groet,
Kilian
Groet! Groet! Dat geloof je toch niet?! Dat je het meisje waar je bijna vier maanden iets mee gehad hebt een mailtje stuurt wat je afsluit met “groet”?! Ik besloot mijn antwoord dan ook zo kort mogelijk te houden.
Nee. Ligt hier niet.
Dat heb ik teruggestuurd. Ik denk dat de boodschap daarmee wel overgekomen is. Hij heeft in elk geval geen toenaderingspogingen meer gewaagd. Maar het is duidelijk dat hij spijt heeft van wat hij gedaan heeft. Hij wil me terug. Nou, ik hem niet. Hij heeft me al een keer genaaid door me niet te vertellen dat hij leraar was, dat heb ik hem met veel moeite vergeven. Maar als hij me dan een tweede keer naait, kan hij het echt vergeten. Ik ben lulletje rozenwater niet. Shame on you if you fool me once. Shame on me if you fool me twice. Dat is mijn levensmotto.
Ik zucht en neem nog een slokje uit mijn flesje water. Ik dwaal helemaal af. Ik moet door met mijn examen. Nog drie teksten, dan ben ik klaar. Moeilijk is het gelukkig niet. Ik denk dat ik deze in elk geval in the pocket heb. En voor de rest heb ik ook goede hoop. De faalangsttraining heeft geholpen. Ik voel me zekerder, kan beter leren. Opeens drong het tot me door dat ik dit vorig jaar allemaal al een keer gehad had. Opeens kon ik door de angst heen kijken en zien dat het eigenlijk helemaal niet zo moeilijk was. Ik had het in mijn gedachten supermoeilijk gemaakt, maar dat valt eigenlijk reuze mee. Eindelijk heb ik het gevoel dat ik het weleens zou kunnen gaan halen dit jaar. En daarna, zoals Pat zegt, liggen de leuke jongens voor het oprapen. Laat Kilian volgend jaar maar achter een andere leuke zesdeklasser aangaan. Laat hij dat maar proberen tot ze hem oud en vies vinden. Voor mij ligt een betere toekomst in het verschiet.
108. Sebastiaan
,,Als het niet meer gaat, moet je het zeggen hè,” zegt Karin bezorgd. Ik geef een geruststellend kneepje in haar hand. ,,Komt wel goed.” Ivo grinnikt. ,,Sebastiaan gaat doorhalen vanavond. Van de pijn merkt-ie toch niks, alcohol verdooft.” Karin kan de humor er niet echt van inzien. ,,Hij mag helemaal niet zoveel alcohol. Dat moet hij weer rustig opbouwen, heeft de dokter gezegd.” Ze heeft mijn herstellingsproces echt met argusogen gevolgd. Aan de ene kant vind ik het wel lief van haar, aan de andere kant benauwt het me ook een beetje. Ze had van mij ook niet per se mee uit gehoeven vanavond. Een ouderwets avondje met de jongens, daar had ik nou net zo’n zin in. Maar ze stond erop. Ze heeft zitten praten als brugman. Zonder haar zou ik over mijn grenzen gaan, zei ze, ze zou er echt niet van kunnen slapen. Dus bij mijn eerste avond uit sinds de brand, gaat mijn vriendinnetje mee als oppasser. Ik geloof dat Ivo en Sam het niet echt relaxed vinden. Ze kennen haar amper. En zij hadden ook liever een avondje met de jongens gehad. Maar ja, het zat er niet in. ,,Je zit onder de plak, man!” riep Ivo nog toen ik hem belde om te zeggen dat Karin ook mee zou gaan. Maar ik heb gewoon geen zin in gezeik. Dan krijg je weer dat gehuil, moet je het weer Uitpraten en Goedmaken. Soms is toegeven gewoon makkelijker. En ergens is het ook wel beter dat ze meegaat: dan ga ik tenminste niet weer de fout in door met wildvreemde meisjes te gaan rotzooien. Ik vermoed dat dat stiekem ook een reden was waarom ze zo graag mee wilde. We hebben het nooit meer gehad over die nacht voor de brand, maar ze is niet gek. Ze weet precies wat er gebeurd is. De brand was voor haar gewoon een goede reden om er niet meer aan te denken. Dat doet er nu niet meer toe, heeft ze waarschijnlijk gedacht. Karin kan zichzelf behoorlijk goed voor de gek houden als ze wil.
Zware bastonen dreunen door me heen als we in de rij staan om onze jassen af te geven. De geur van rook en verschaald bier dringt mijn neusgaten binnen. Ik geniet. Dit heb ik zo gemist. Ik ben al eeuwen niet meer fatsoenlijk uit geweest. Het is de vraag hoe lang ik het vol ga houden, want ik kan nog niet heel goed lopen en ik ben niks meer gewend, maar het kan me niet schelen. Ik zie wel hoe het loopt. Ik vind het geweldig om hier weer te zijn, om dit weer te kunnen. Ik steek het bonnetje van de garderobe in mijn zak en maak mijn vertrouwde “wie wil er wat drinken?”-gebaar. De jongens willen bier. Karin wil cola. Ze heeft blijkbaar besloten niet te drinken vanavond, om extra goed op te kunnen letten. Dit gaat niet goed. Ik zie mijn avond in het water vallen. ,,Je wilt geen cola,” zeg ik. ,,Jij wilt wijn.” ,,Nee, babysitters drinken niet!” roept Sam spottend. Ze werpt hem een dodelijke blik toe. ,,Goed dan, wijn,” zegt ze bits. Ik haal opgelucht adem. Dit moet wel een relaxte avond worden. Anders had ik net zo goed met mijn moeder kunnen uitgaan.
Het lopen met vier glazen in mijn handen is lastiger dan ik had gedacht. Ik moet moeite doen om mijn evenwicht niet te verliezen. Ik klem mijn kaken op elkaar. Ik wil het niet denken, maar het gaat vanzelf: vroeger was ik een man die dit soort dingen zonder moeite kon. Ik stoot per ongeluk nogal lomp tegen een meisje aan. Ze morst een scheut bier over haar lichtblauwe topje. Kwaad kijkt ze me aan. ,,Wat is jouw probleem?!” ,,Sorry, sorry,” zeg ik snel. ,,Je krijgt een nieuw biertje van me, goed?” ,,Hoeft niet,” zegt ze stuurs. Ze draait zich weer om. Nou zeg. Wat een chagrijnig wijf. Ze mag blij zijn dat ik nog bereid was 2 euro aan haar te besteden. Ik had ook gewoon door kunnen lopen.
Ik geef iedereen drinken. Sam en Ivo drinken gulzig van hun biertjes, Karin nipt zuinig van haar wijntje. De sfeer is ongemakkelijk. Ik weet dat Sam en Ivo willen gaan dansen, maar dat ze dat lullig voor mij vinden omdat ik dat nog niet kan. Ik stoot Ivo aan. ,,Gaan jullie maar gewoon, hoor. Wij vermaken ons hier wel.” Meer aanmoediging heeft hij niet nodig. Hij slaat me stevig op mijn schouder. ,,Oké dan! Tot zo!” Hij sleept Sam mee de dansvloer op. Ik zie hoe hij het meisje met het blauwe topje aanspreekt. Ze zegt iets, lacht naar hem. Ik voel een steek van pijn. Ivo heeft mijn plaats ingenomen, schiet het door me heen. Ik ben te lang weggeweest.
Ik voel hoe Karin me bezorgd gadeslaat. ,,Leuk hè?” zegt ze geforceerd opgewekt. ,,Gezellige tent. Leuke muziek. Kom je hier vaak?” Ik knik. ,,Ik kwam hier vaak, ja.” Het voelt als een vorig leven. Ergens was het dat ook wel. Ze buigt zich naar me toe, legt haar hand op mijn arm. ,,Als je weg wil moet je het zeggen, hè.” Ik schud mijn hoofd en glimlach. Ze bedoelt het allemaal zo lief. ,,Ik wil niet weg,” zeg ik. Ik geef haar een kus op haar mond.
Een nare gedachte bekruipt me: als ik hier met Pat was geweest, was het veel leuker geweest. Zij had er wat van weten te maken, of ik nou kon dansen of niet. Ik wil het mezelf eigenlijk niet toegeven, maar ik ben op haar gezelschap gesteld geraakt. We hebben best vaak afgesproken, de afgelopen maanden. Meestal op zondag. Van alles hebben we gedaan. Oude computerspelletjes, gespeeld, zoals de eerste keer. Samen mijn loopoefeningen gedaan, wat Pat om de één of andere reden ontzettend leuk vond. Films gekeken. Popcorn gemaakt. Allemaal ontzettend leuk en gezellig. Vrienden zijn we nu. Platonisch. Ik verbaas me er nog steeds over. Het is me nog nooit eerder gelukt om gewoon vrienden met een meisje te blijven. Maar ik heb ook nog nooit zo lang een vriendin gehad. Je zou bijna zeggen dat ik volwassen begin te worden. Al vraag ik me soms af wie ik nou eigenlijk leuker vind, Pat of Karin. En dan voel ik me direct een rotzak. Want wie heeft me al die tijd gesteund, toen ik met twee gebroken benen en een gebroken arm in het ziekenhuis lag? Wie is elke dag langsgekomen? Wie maakt zich zo bezorgd om me? Precies. Pat boven Karin verkiezen zou een schoftenstreek zijn.
Ik neem de laatste slok van mijn biertje en neem een besluit. Ik ga iets van deze avond maken. Ik ga de dansvloer op. Ik ga het gewoon proberen. Ik ga doen wat Pat zou doen. Ik maak er wel wat van. Desnoods beweeg ik alleen met mijn hoofd. Ik pak Karins hand en sleep haar mee.
109. Pat
Tell me why I don’t like Mondays, tell me why I don’t like Mondays… Het liedje hangt al de hele dag in mijn hoofd. Wat heb ik een gruwelijke hekel aan maandagen. Na een heel weekend doen waar je zin in hebt moet je weer een hele week doen waar je baas zin in heeft. De aanpassing is altijd even hard. Ik kijk even of er geen klanten in de buurt zijn en laat me ongegeneerd achterover zakken. Ik kijk op de klok. Half 3. Nog tweeënhalf uur. Nog een half uurtje en ik heb koffiepauze. Ik doe even mijn ogen dicht. Wat een saaie dag. Een echte maandag. Volgens mij willen mensen geen huizen kopen op maandag. Dat was het voordeel van Mona’s Fashion: kleren kopen willen mensen altijd wel. Daar had ik tenminste altijd wat te doen. Ik denk er met weemoed aan terug, aan het volle, gezellige winkeltje. Ik kan me niet meer herinneren waarom ik daar in godsnaam weg wilde. Hier is het nog veel saaier. Hier gebeurt helemaal niks. Soms vraag ik me af waarom ze überhaupt een receptioniste aangenomen hebben: voor die paar keer dat ik echt nodig ben, kunnen ze het best af met een koffiejuffrouw met een dubbelfunctie. Maar goed, wie ben ik. Werken is duidelijk niet mijn ding. Ik snak ernaar om straks weer te gaan studeren. De vraag is alleen nog steeds: wat? Ik maak steeds afspraken met mezelf: dan moet je het weten. Maar ik weet het nooit. Ik weet het echt niet. Heel veel dingen lijken me leuk, maar er is niets dat me zo leuk lijkt dat ik me er vier jaar lang in wil verdiepen. En als ik dan denk dat ik iets gevonden heb, denk ik weer: dit moet je wel volhouden hè, Pat, hier mag je absoluut niet mee stoppen! Dan krijg ik het zo benauwd dat ik besluit om er nog even over na te denken. En dan verdwijnt het idee meestal gewoon weer. Ik ben echt hopeloos. Psychologie studeren lijkt me wel leuk, maar dag in dag uit naar dramatische verhalen over incest en mishandeling luisteren lijkt me niet echt een droombaan. En ik zit er ook niet op te wachten om nauwlettend in de gaten te houden hoe muizen in een kooi reageren op bepaalde vormen van dierenmishandeling.
Journalistiek, daar heb ik ook aan zitten denken. Lekker de hele dag een beetje schrijven, lekker commentaar leveren op de samenleving en dan boze brieven krijgen van lezers uit Tietjserkstradeel. Maar bij de gedachte dat ik vreemde mensen zou moeten ondervragen lijkt de journalistiek me al wat minder aantrekkelijk. En wat doe je als ze niet eens met je wíllen praten? Word je dan ontslagen, als dat te vaak gebeurt?
Ik heb ook Theater, Film en Televisiewetenschappen overwogen. Puur omdat het me leuk lijkt om voor je studie veel films en tv te mogen kijken. Maar ik zou niet weten wat je ermee kunt worden. Niet dat ik me daar echt in verdiept heb ofzo. Zo leuk leek het me nou ook weer niet. Ja, ik ben echt het schoolvoorbeeld van de gemotiveerde student. En zo gaan de weken voorbij en vraag ik me soms af of ik überhaupt nog wel iets zal gaan studeren, of ik hier niet de rest van mijn leven achter de balie zal blijven zitten. Met elke maandag weer I don’t like mondays in mijn hoofd.
De deur naast me gaat open en ik schiet overeind. Mijn baas komt tevoorschijn. Het lichtpuntje in mijn saaie dagen. Na verloop van tijd ben ik Mark Basel namelijk steeds iets aantrekkelijker gaan vinden. Ik had nooit gedacht dat dat mij zou overkomen, dat ik iets zou zien in een man die waarschijnlijk de veertig nadert, maar dit is dan ook wel een bijzonder fraai exemplaar. Ik weet inmiddels ook waar hij me de eerste keer aan deed denken: heel in de verte heeft hij iets weg van George Clooney. Ik weet het, het is een cliché, van alle knappe oudere mannen roept iedereen altijd dat ze op George Clooney lijken. Waarschijnlijk omdat hij gewoon het prototype van de knappe veertiger is. Hoe dan ook, ik vind mijn baas knap en volgens mij weet hij dat dondersgoed. Ook nu glinsteren er onmiskenbaar pretlichtjes in zijn ogen als hij me aankijkt. ,,Pat, ga nu maar vast koffiedrinken. Ik verwacht een paar klanten om drie uur, maar ik moet er heel even vandoor, dus wil jij ze dan even koffie of thee inschenken en zeggen dat ik er elk moment aan kan komen?” Ik glimlach liefjes en zeg dat dat prima is. Ik loop naar de koffieautomaat. Stiekem kijk ik Mark na als hij de straat uitgaat. Waar zou hij heengaan? Dat gaat je niks aan Pat, zeg ik streng tegen mezelf. Ik blaas in mijn hete koffie. Nog twee uur en een kwartier.
110. Reina
,,Zooo,” zegt May samenzweerderig zodra ik bij haar en Moira op het muurtje ga zitten. ,,Wat heb ik nou over jou gehoord?” Ik kijk haar zo onschuldig mogelijk aan. ,,Ik zou het niet weten?” ,,Aaaah!” gilt ze gefrustreerd. Ze slaat op Moira’s knie. ,,Ze zou het niet weten! Liegbeest! Als ik zeg zaterdag, wat zeg jij dan?” Ik kan het niet helpen: een brede grijns trekt over mijn gezicht. ,,Dan zeg ik: pure slettebakkerij.” ,,Precies!” lacht May. ,,En nu willen we details! Hoe zoent hij?” Ik doe mijn ogen dicht, geniet van de zon op mijn gezicht en denk terug.
Natuurlijk hoor je eigenlijk helemaal niet uit te gaan als je midden in je eindexamens zit. Maar ik had de hele dag zitten leren en ik was het zat, zat, zat. Eventjes maar, besloot ik. Gewoon heel even naar de kroeg om te kijken of er iemand was. Een paar uurtjes, hooguit. Dus ik trok een vrij nieuw shirtje aan dat ik nog niet zo vaak had gedragen, werkte mijn make up een beetje bij, spoot een geurtje op en vertrok.
Er waren niet heel veel mensen; de meesten gingen waarschijnlijk vroeg naar bed. Maar in het hoekje ontwaarde ik een paar mensen uit de parallelklas. En Twenne. Hij zag me en zwaaide enthousiast naar me. Ik zwaaide terug en liep naar het tafeltje toe. ,,Zo, Reina,” zei hij vrolijk. ,,Kom jij ook je stress verdrinken?” Hij was daar duidelijk wel mee bezig; nuchter kon je hem niet bepaald noemen, dat was meteen duidelijk. Maar echt dronken was hij ook niet. Hij was aangeschoten, op een leuke manier. De mensen uit de parallelklas besteeden niet echt aandacht aan me, dus ik vroeg alleen aan Twenne of hij iets wilde drinken. Toen ik terugkwam met een biertje voor hem en een rosétje voor mezelf, zag ik dat iemand de enige vrije stoel die er nog stond, had ingepikt. Ik stond een beetje beteuterd te kijken, maar Twenne klopte op zijn knie. ,,Kom maar op schoot, hoor.” Ik ging voorzichtig zitten – ik hou er nooit zo van om bij iemand op schoot te zitten – en hij sloeg meteen zijn armen om me heen. ,,Gezellig dat jij er ook bent,” zei hij zachtjes tegen mijn haar.
Dit kwam allemaal helemaal niet onverwacht. Misschien was hem duidelijk geworden dat hij echt niet ging scoren bij May, of misschien zocht hij iemand om zijn examenstress op af te reageren, of misschien allebei, maar hij liep de laatste weken duidelijk met me te flirten. Hij voegde me ook opeens toe op MSN. Ik ben niet zo vaak online, maar als ik eens online was en hij was er ook, begon hij altijd meteen tegen me te praten. Ja, ik zag dit wel aankomen. En ik was er geen tegenstander van. Ik vind Twenne best leuk, op zo’n frisse, jongensachtige manier. Hij is een beetje de ideale schoonzoon: mijn moeder zou verguld met hem zijn (Kilian vond ze altijd nogal een dubieus figuur omdat ik zo min mogelijk over hem vertelde). Maar iets met hem willen? Nee. Dat zit er niet in. Daarvoor vind ik hem niet leuk genoeg. Maar ik kon niet wachten om Kilian verder weg te zoenen.
Dus het gebeurde. Na een paar biertjes/wijntjes vroeg hij of ik zin had om het beruchte luchtje te gaan scheppen. Zodra we op straat liepen, sloeg hij zijn arm alweer om me heen. Ik weet niet eens meer precies hoe het ging. Het ene moment liepen we daar nog gewoon, het volgende waren we opeens aan het zoenen. Het was leuk. Erg leuk zelfs. Hij kon absoluut goed zoenen. We hebben daar ook zeker een half uur gestaan. Toen sloeg de kerkklok één uur en schrokken we allebei omdat we ons niet gerealiseerd hadden dat het al zo laat was. We moesten allebei weer leren, de volgende dag. Hij bracht me naar huis – heel hoffelijk – en we deden nog een half uur over afscheid nemen. Ik had al zo lang niet zo’n avond gehad. Het was heerlijk om dat weer eens mee te maken. Echt wat ik nodig had. En gisteren kon ik weer met frisse moed verder met leren.
,,Wauw,” zegt May als ik ben uitverteld. ,,Dat klinkt echt geweldig. Heb je hem nog gesproken?” Ik schud schuldbewust mijn hoofd. ,,Ik ben expres niet op MSN gegaan, ik had geen zin in zo’n onhandig gesprekje. Ik zal hem zo wel zien, denk ik.” ,,Spannend!” giechelt ze. ,,Maar Reina,” zegt Moira ernstig. ,,Stel dat hij nou echt verliefd op je is?” Ik schud mijn hoofd. ,,Nee joh. Dan was er wel eerder iets gebeurd. Het was gewoon een scharrel.” Maar vanbinnen voel ik een steekje. Shit, als ze maar geen gelijk heeft. Als ik hem maar niet gekwetst heb door niks meer van me te laten horen.
111. Kilian
Ik lig languit op bed en staar lamlendig naar het plafond. Het is drukkend warm en ik heb nergens zin in. Ik heb een maaltijdsalade weggewerkt, waarvan ik nog de helft heb laten staan. Met deze hitte heb ik gewoon nooit honger. Ik hou niet van dit weer. Van mij mag het wel wat koeler zijn. Gelukkig voor de eindexamenleerlingen hebben we airconditioning in de gymzaal.
Nog twee dagen, dan zijn de examens achter de rug. Over twee weken wordt bekend gemaakt wie er geslaagd zijn en wie niet. Over drie weken worden de diploma’s uitgereikt. Over drie weken ben ik Reina definitief kwijt. Ik probeer er niet teveel aan te denken. Elke keer als ik eraan denk, krijg ik een heel naar gevoel vanbinnen, dat blijft tot ik mezelf dwing om aan iets anders te denken. Ik kan me gewoon niet voorstellen dat ik haar nooit meer zou zien. Ze is bij mijn leven gaan horen dit jaar. Niet alleen zie ik haar bijna elke dag op school, al is het alleen maar even vluchtig in het voorbijgaan, ik zie haar ook elke dag in mijn gedachten. Na meer dan twee maanden begint dat vervelend te worden. Ik wil haar vergeten, maar ik kan het niet. Ik krijg haar niet uit mijn hoofd. Pesterig blijft ze daar rondhangen. Keer op keer zwiept ze verleidelijk haar lange blonde haar over haar schouder en dan denk ik soms zelfs even dat ik haar shampoo weer ruik. Ik ben duidelijk stapelgek geworden. En de echte Reina kijkt me alleen maar ijskoud aan, met een blik die duidelijk zegt: ,,Ik wil niks meer met jou te maken hebben.” Tja, zo is Reina. Heb je haar vertrouwen eenmaal beschaamd, dan zal ze je dat niet zomaar vergeven. Het is me één keer gelukt om vergiffenis te krijgen, maar een tweede keer zal dat niet gaan gebeuren, vrees ik. En dat hoor ik ook helemaal niet te willen. Ik heb háár gedumpt, verdomme! Een weloverwogen beslissing is dat zelfs geweest. Ik ben niet iemand die zoiets zomaar eventjes doet. Ik heb haar gedumpt omdat het niet meer ging, omdat ik het niet meer trok, omdat ik bang was mijn baan kwijt te raken, omdat ik er niet meer van sliep… ik heb haar gedumpt omdat ik een lafaard was. Wat ze me ook luid en duidelijk verteld heeft. Nu, lamlendig liggend op mijn bed met een rug die plakt van het klamme zweet, denk ik bij mezelf: ze had gelijk. Ik was een lafaard. Ik heb het mooiste wat ik had laten gaan omdat ik bang was. Ik wilde mijn eigen hachje redden. In mij schuilt duidelijk geen held. Maar ik heb spijt. Het is nu maar eens tijd om dat toe te geven. Ik heb verschrikkelijk veel spijt en ik kan er niets meer aan veranderen. Daar is Reina heel duidelijk in geweest. ,,Als je er nu een punt achter zet, komt het nooit meer goed.” En ik ken Reina goed genoeg om te weten dat ze dat meent.
112. Sebastiaan
Ik zit in de tuin en probeer iets te snappen van het studieboek waarin ik moet lezen. Sinds een paar weken prober ik mijn studie weer op te pakken, maar dat valt nog niet mee. Ik ben bijna twee maanden uit de running geweest; ik heb ontzettend veel gemist. En om nou te zeggen dat ik voor de brand zo goed oplette, nee. Ik begrijp de helft niet van wat ik lees. Maar ik zet door, want ik heb geen zin om volgend jaar weer als eerstejaars te moeten beginnen. Als ik dit blok even haal, ben ik volgend jaar gewoon tweede jaars en hoef ik alleen blok 3 over te doen. Maar ik heb het idee dat het weleens flink lastig zou kunnen worden om dit blok “even” te halen. Ik heb vaak gewoon geen idee waar het over gaat. Ik probeer zoveel mogelijk colleges te volgen, maar het is flink kut om van Kamerik naar Tilburg te komen als je nog niet optimaal kan lopen. Een trein in- of uitstappen voelt als flirten met de dood. Als ik op de universiteit aankom ben ik al doodmoe. En dan moet ik nog twee uur opletten. En weer terug. Ik doe het twee keer in de week, de andere collegetijden stroken niet met mijn revalidatieprogramma. Stiekem ben ik daar wel blij om. Vier keer per week de dodemansrit naar Tilburg zou ik niet overleven.
Ik leg het boek omgekeerd op mijn schoot en doe mijn ogen even dicht. De avondzon schijnt warm op mijn gezicht. Het duizelt me, al die begrippen die ik net niet snap. In een opwelling haal ik mijn nieuwe mobiel uit mijn zak. Zonder er echt bij na te denken scroll ik in mijn adresboek naar de P. Zonder echt stil te staan bij wat ik doe, bel ik Pat.
,,Hallo!” roept ze vrolijk. Het wordt me opeens pijnlijk duidelijk dat ik eigenlijk niks te melden heb. Ik bel nergens voor. Waarom doe ik dit?
,,Hallo,” zeg ik. ,,Hoe is het?”
,,Goed! Mooi weer is het, hè? Ik was net aan het bedenken wie ik eens mee zou vragen naar een terrasje.”
,,Ik kan niet. Ik moet leren.”
,,Oh. Waarvoor bel je dan? Ik dacht al: twee zielen…!”
,,Eh. Ik belde eigenlijk gewoon zomaar. Ik had even geen zin meer in leren.”
,,Oh, dat is ook gezellig!”
,,Ja.”
,,Wat heb je allemaal gedaan vandaag?” Pat is duidelijk beter in zomaar-bellen dan ik.
,,Ik ben naar revalidatie geweest. Moest weer over dat stomme balkje lopen, en dat debiele spelletje met die balletjes.”
,,Dat spelletje met die balletjes is leuk!”
,,Niet als er een fysiotherapeut in je nek staat te hijgen.”
,,Ligt eraan wat voor fysiotherapeut je hebt.” Ze giechelt.
,,Helaas, Pat, val ik nog steeds niet op mannelijke fysiotherapeuten. En ik denk dat jij deze ook vies zou vinden.”
,,Hmm. Jammer. Anders zou ik wel een keer met je mee willen.”
,,Je wilt niet mee. Het is vreselijk.”
,,Ik wilde vroeger juist altijd mijn been breken omdat het me zo leuk leek. Maar toen was ik vijf, ofzo.”
,,Volgens mij willen alle kinderen hun been breken. Mijn neefjes doen in elk geval hard hun best. Maar goed, wat heb jíj vandaag gedaan?”
,,Ik heb gewerkt. Ik denk dat ik mijn baas ga stalken.”
,,Waar heeft George Clooney dat aan verdiend?”
,,Aan knap en mysterieus zijn. En steeds wegsneaken en niet zeggen waarheen.”
,,Misschien gaat-ie naar de hoeren.”
,,Néé! Met zo’n uiterlijk hoef je echt niet voor seks te betalen. Dat kan-ie overal gratis krijgen.”
,,Van jou, neem ik aan, in het kopieerhok?”
,,Hmm. Hij draagt een ring. Volgens mij is-ie getrouwd.”
,,Dus?”
,,Ik heb principes.”
,,Vast niet, als het erop aankomt.”
,,Ik haat je. Maar misschien heb je gelijk.”
,,Zoals altijd.”
,,Arrogante lul.”
Ik zet een kinderachtig stemmetje op. ,,Als je me uitscheldt mag je nooit meer op mijn playstation.” Ze giechelt. ,,Oh, in dat geval sorry.”
Er valt een stilte. Ik weet niet meer wat ik moet zeggen. Ik besluit niet langer beslag te leggen op haar tijd. ,,Ik moet maar eens verder met leren.”
,,Oké, succes ermee! Ik denk dat ik Max ga bellen voor het terrasje.”
,,Moet je doen. Het is prachtig weer.”
,,Ja, morgen wordt het alweer minder. Maar goed, leer ze hè! Doei doei!” Het volgende moment heeft ze opgehangen. Ik buig me weer over mijn boek en probeer me te concentreren. Maar het lukt niet. Flarden van het gesprek herhalen zich constant in mijn hoofd. Met een zucht klap ik mijn boek dicht. Het gaat niet meer lukken vanavond. Ik sta morgen wel extra vroeg op.
113. Pat
Ik klap mijn mobiel dicht en staar even peinzend naar het vierkante schermpje. Hmm. Sebastiaan die “zomaar” belt. Dat is raar. Out of character. Sebastiaan is niet zo’n jongen die belt terwijl hij niks te melden heeft. Sebastiaan is een jongen die belt met een reden, met een doel. Hij zegt wat hij moet zeggen en dan hangt hij weer op. Zo’n jongen is Sebastiaan. Ik vond het gezellig dat hij belde, daar niet van. Gezellig, maar wel vaag.
Ik sta op en loop naar het raam. Ik voel hoop oplaaien, ook al wil ik dat niet. Helaas is het moeilijk tegen te houden. ,,Hij is verliefd op je,” zegt een stemmetje in mijn hoofd. ,,Hij dumpt zijn vriendin voor jou en jullie leven nog lang en gelukkig.” Nee, nee, nee. Zo moet ik niet denken. Valse hoop koesteren is slecht; je wordt er alleen maar depressief van. Toen Sebastiaan in de vijfde in een onbewaakt ogenblik naar me lachte in de pauze, dacht ik ook dat hij me weer leuk vond. Een week lang liep ik te fantaseren over hoe ons leven eruit zou zien, inclusief de inrichting van ons huis en de namen van onze kinderen. Toen kreeg hij iets met Donna uit Havo 3. Weg dromen. Nee, zo stom ben ik nu niet meer. Ik moet het van me afzetten. Ik ga Max bellen voor dat terrasje.
Drie kwartier later zit ik op een wiebelig stoeltje aan de gracht, met Max tegenover me. Hij vertelt over één of ander probleem dat hij heeft met Simon, maar ik kan mijn aandacht er niet bij houden, hoe ik ook mijn best doe. Ik kan alleen maar aan het telefoongesprek met Sebastiaan denken. Waarom belde hij?
,,Ik kan gewoon niet geloven dat hij opeens zo egoïstisch doet,” besluit Max zijn verontwaardigde betoog. ,,Ja,” zeg ik. ,,Ja, heel onredelijk.” ,,Dat vind ik dus ook!” roept hij, enthousiast omdat ik hem gelijk geef. ,,Het is gewoon belachelijk dat ik zeg dat ik het niet relaxed vind en dat hij het dan tóch doet!”
,,Ja, zeg. Echt idioot. Tsss.”
Max zakt onderuit in zijn stoeltje en neemt me peinzend op. ,,Is er soms wat?”
,,Nee, hoezo?”
,,Je reageert zo mat. Normaal duik je er altijd meteen bovenop als iemand ruzie heeft.”
Ik zucht. Misschien kan ik het hem maar beter gewoon vertellen, voor ik hem nog beledig ofzo. ,,Sorry,” zeg ik. ,,Ik kreeg net een beetje een vaag telefoontje, dat zit nog in mijn hoofd.” Max’ nieuwsgierigheid wint het van zijn eigen ellende. Hij gaat rechtop zitten en leunt naar me toe. ,,Vaag telefoontje? Vertel.”
Dus ik vertel. Max grinnikt als ik klaar ben. ,,Sebastiaan, dat was toch die gast die je hebt wijsgemaakt dat ik je vriendje was?”
,,Nah, ik heb gezegd dat het uit is en dat we nu gewoon vrienden zijn.”
,,Heel verstandig.”
,,Ja. Maar wat vind je nou? Is het niet gek?”
,,Tja…” Max kijkt een beetje moeilijk. ,,Ik weet het niet, maar je zegt dat hij een vriendin heeft… ik wil niet lullig doen, maar ik zou geen valse hoop koesteren.”
Ik voel het hoopvolle vlammetje vanbinnen uitdoven. Max heeft gelijk. Ik moet het uit mijn hoofd zetten. Sebastiaan heeft een vriendin. Klaar. Ik knik. ,,Ja, dat zeg ik ook steeds tegen mezelf. Ik draaf weer een beetje door.” Max glimlacht goeïg. ,,Geeft niet, ik snap het wel. Je eerst liefde vergeet je nooit helemaal.”
Ik schud mijn hoofd. ,,Nee, nooit helemaal. Maar goed, vertel nog eens verder over Simon. Je denkt er toch niet over om het uit te maken?”
De afleidingsmanoeuvre werkt. Max is het volgende halfuur aan het woord. En als hij klaar is met zijn monoloog, denk ik al niet meer aan Sebastiaan.
114. Reina
Mijn hoofd tolt nog na van wiskunde als ik de warme zomerzon inloop. Ik kan het amper geloven. Mijn laatste examen! Ik heb het overleefd! Het wachten kan beginnen! En wat een verschil met vorig jaar, toen ik na mijn laatste examen liep te huilen op mijn weg naar de fietsenstalling. Ik had het de hele tijd zeker geweten, dat ik het niet ging halen, en toch had ik voor alle examens ontzettend mijn best gedaan. Ik hoopte het tij nog te kunnen keren. Maar diep in mijn hart wist ik dat dat niet meer ging lukken.
Nu voel ik me heel anders. Ik heb er vertrouwen in. Voorzichtig vertrouwen weliswaar, maar toch. Soms heb ik nog buien waarin ik er opeens van overtuigd ben dat ik weer zak, dat ik van school moet, dat er toch een carrière als cassière in de supermarkt voor mij in het verschiet ligt… Maar dan pak ik mijn rekenmachine er weer bij en reken ik nog eens uit hoeveel ik ook alweer voor mijn examens moet halen om voldoende te blijven staan. In de meeste gevallen stelt dat me gerust. Maar soms ben ik er opeens van overtuigd dat die 4.6 me nooit gelukt is. Dan ga ik paniekerig op internet, soms al met mijn pyama aan, en zoek ik het antwoordmodel nog eens op, probeer me mijn antwoorden te herinneren en kijk zo streng mogelijk na. Natuurlijk kom ik dan altijd uit op “tussen de 3.6 en de 5.6” waardoor ik nog geen stap verder ben. Dan zit er niks anders meer op dan het maar gewoon uit mijn hoofd te zetten. Pat bellen is daarvoor een goede manier. Die gooit me meteen dood met verhalen over haar knappe, mysterieuze baas, die een look-alike van George Clooney schijnt te zijn (al geloof ik dat maar half) en over Sebastiaan, met wie ze in het weekend veel omgaat nu hij tijdelijk invalide thuiszit. Een spoortje cynisme dringt zich daarbij altijd op: nu hij te kreupel is om andere meiden te versieren is ze opeens wel goed genoeg voor hem. Soms ben ik bang dat hij haar hart weer gaat breken, als ik hoor hoe enthousiast ze over hem praat. Volgens mij is ze bezig weer verliefd op hem te worden. En hij heeft nog een vriendin ook. Die is hij waarschijnlijk ook alleen maar trouw omdat hij verder weinig keus heeft. Hij zoende tenslotte ook gewoon met mij toen hij nog normaal kon lopen.
Als ik de hoek omloop, zie ik dat Twenne ook net zijn fiets van het slot haalt. Shit. Ik heb hem zo goed weten te ontwijken deze week. De glimlachjes die hij naar me toezond tijdens de examens deze week, heb ik liefjes beantwoord, maar ik heb ervoor gezorgd dat ik nooit tegelijk met hem klaar was. Ik had gewoon geen zin in dat gespannen gedoe, de onvermijdelijke prijs die je betaalt voor een avondje zoenen. Het was leuk, maar wat mij betreft blijft het hierbij. Ik heb alleen geen zin om hem dat te moeten vertellen.
In een opwelling haal ik mijn mobiel uit mijn tas en doe alsof ik hem niet zie omdat ik druk loop te smsen. Ik buig me diep over mijn slot, morrel eraan, maar mompel geen zogenaamde verwensingen, want straks komt hij me nog helpen. Ik weet dat ik belachelijk bezig ben, maar ik wil alleen zijn.
,,Hoi.” Mislukt. Met een rood hoofd kijk ik op. ,,Hoi,” zeg ik met tegenzin. Met een harde klik springt mijn slot open. ,,Zo,” zegt Twenne. ,,Dat hebben we gehad, hè.” Ik knik. ,,Zeg dat wel. Nu kan het wachten beginnen.”
,,Is dat heel erg? Ik bedoel, jij hebt het al eens meegemaakt.”
,,Als je weet dat je het waarschijnlijk niet gehaald hebt, is het inderdaad heel erg. Maar dat gevoel heb ik nu gelukkig niet.”
En zo kabbelt het voort, het gesprek dat ik al zo vaak gevoerd heb, de hele lange weg naar huis. Bij iedere zin ben ik bang dat hij over zaterdagavond begint. Maar hij doet het niet. Misschien denkt hij er hetzelfde over als ik. Net als we mijn straat binnenrijden en ik opgelucht afscheid wil nemen, vraagt hij: ,,Heb je zin om één dezer dagen een keer met me naar de film te gaan… om te vieren dat we klaar zijn?” Nee, wil ik zeggen, want ik wil geen valse hoop wekken, want ik ben niet verliefd op je, want het is pas twee maanden uit met mijn ex die trouwens onze leraar Engels is, wat jij niet weet en waar ik dus onmogelijk met je over zou kunnen praten… Maar het lukt niet. Ik ben opeens zo moe. Voor ik het goed en wel in de gaten heb, kiest mijn lichaam voor de makkelijkste weg en vormt mijn mond de woorden: ,,Ja, lijkt me leuk.”
Hij straalt. ,,Goed! Oké! Dan bel ik je daar nog over, ja?” Ik knik en pers er een glimlachje uit. ,,Ja hoor, ik hoor het wel.”
Binnen zit mijn moeder klaar met gebakjes. ,,Mam!” zeg ik ontzet. ,,Je weet nog helemaal niet of ik geslaagd ben!” Ze geeft me een kus en kijkt me aan met zo’n trotse-moeder-blik. ,,Ik denk dat we daar wel vanuit kunnen gaan. Het is mokka, je lievelingsgebak.” Ik eet het gebakje op, maar het smaakt me niet. Het voelt alsof ik het lot tart. En ik ben zo moe opeens, zo moe van al die examens, zo moe van dat ene halfuurtje met Twenne. Ik wil alleen maar slapen.
115. Kilian
,,Hee, Kilian!” roept Walter enthousiast. Hij slaat me op mijn rug. ,,Leuk dat je er bent, man, lang niet gezien!” ,,Gefeliciteerd,” zeg ik, terwijl ik hem het sixpack bier geef dat ik voor hem gekocht heb. ,,Zesentwintig, voel je je niet oud?” Hij lacht. ,,Ik ben een midlife-crisis nabij, man. Maar ik ben allang blij dat ik nog geen dertig ben.”
Walter is een oude studievriend van me. Het contact tussen ons was het laatste jaar een beetje verwaterd, maar toen hij me voor zijn verjaardag uitnodigde vond ik dat ik het niet kon maken om niet te gaan. Bovendien heb ik wel weer eens behoefte aan een feestje. Ik zit maar een beetje te kniezen op mijn kamer, ik word zo langzamerhand gek van mezelf. Het wordt tijd dat ik weer onder de mensen kom, misschien zelfs een nieuw vriendinnetje zoek. Het wordt tijd om mijn leven weer op te pakken.
De kamer is vol en rokerig. ,,Jongens, dit is Kilian,” zegt Walter. Er zitten teveel mensen om ze allemaal een hand te gaan geven, dus knik ik het gezelschap maar grijnzend toe. ,,Hoi. Gefeliciteerd met Walter.” ,,Jij ook,” zeggen er een paar. Walter duwt me een biertje in mijn hand. ,,Nou, doe alsof je thuis bent. Ik hoor de bel alweer, sorry.” Ik ga naast een vroegere jaargenoot zitten. Hij is oud geworden in die paar jaar dat ik hem niet gezien heb. Zou ik ook zo veranderd zijn? ,,Zo, wat doe jij tegenwoordig?” vraag ik hem, om het gesprek op gang te krijgen. Hij glimlacht treurig. ,,Ik ben huisman. Twee kinderen. Heel gelukkig, hoor, heel gelukkig.” Even staar ik hem ongelovig aan. Ik zit nog steeds op mijn studentenkamertje te dromen over een meisje dat nog maar net de puberteit achter de rug heeft, en hij is gewoon al twee keer vader geworden. ,,Wow, dat is eh… geweldig,” zeg ik. ,,En je vrouw, wat doet die?” ,,Ze is advocate,” zegt hij. ,,Ze heeft het heel druk. Dus hebben we besloten dat het voor de kinderen het beste is dat ik de komende jaren thuisblijf, want zij eh… zij had het hoogste inkomen.” Ik zie hier een man die worstelt met zijn trots. ,,Goed van je, man,” zeg ik. ,,De hele dag met twee kids om je heen, ik zou het je niet snel nadoen.” Behalve als het kinderen van Reina en mij zouden zijn, denk ik er onwillekeurig achteraan, en ik baal van mezelf omdat ik zo’n geobsedeerde gek ben geworden.
,,Oh, het is geweldig,” zegt hij, waarschijnlijk puur omdat hij moeilijk kan zeggen dat hij het een hel vindt. ,,Ze zijn alleen nogal… onstuimig. Vooral Amy kan er wat van. Soms heb ik zin om dat kind vast te binden.” Ik haal mijn schouders op. ,,Doe dat dan. Of krijg je dan de kinderbescherming op je af?” Zijn lachje is even droevig als net. ,,Ik vrees van wel, ja.”
Een meisje tikt me op mijn schouder. ,,Jij bent toch Kilian?” Ik bevestig dat ik dat inderdaad ben. ,,Ik ben Larissa,” zegt ze. ,,De zus van Julie. We hebben elkaar weleens ontmoet, geloof ik.” Net op tijd herinner ik me dat Julie Walters vriendin is, en dat ik Larissa jaren geleden inderdaad een keertje ontmoet heb. ,,Ja, dat klopt,” zeg ik. ,,Leuk om je weer te zien.” Ze glimlacht. ,,Wil je nog wat drinken?” Ik sla gauw mijn laatste slok achterover. ,,Ja, doe nog maar een biertje.” Als ze wegloopt, schenkt de jonge vader me nog zo’n treurig glimlachje. ,,Ze wil je. Ik zou ervoor gaan.” Misschien moest ik dat inderdaad maar eens doen.
116. Sebastiaan
Gedachtenloos stop ik nog een lepel met Chunky Monkey-ijs in mijn mond. Wat een draak van een film is dit. Ik kijk op de teller van de dvd-speler. Nog vijftig minuten. Help. En daarna nóg vijf van dit soort films. Filmmarathon met Karin was misschien toch niet zo’n goed idee. Het was ook niet mijn idee, eigenlijk. Zij stelde het voor, in het kader van “gezellig”. En bracht meteen haar favoriete dvd’s mee. We hebben duidelijk niet dezelfde filmsmaak. Misschien moet ik haar zometeen toch overhalen om een Tarantino-film te kijken. Of gewoon in slaap vallen. Helaas lukt dat me nooit als ik het probeer. Ik val alleen in slaap als ik een film echt wil volgen.
Naast me lacht Karin opeens hard. Ik pers er gauw een glimlachje uit, om niet al te erg een spelbreker te lijken. Ze kruipt nog eens extra tegen me aan. ,,Schat?”
,,Ja?”
,,Vind je het wel een leuke film?”
,,Eh… ik heb weleens betere gezien.”
,,Nou, wacht maar af, zometeen wordt het echt heel grappig!”
,,Ik ben benieuwd.”
Ik neem nog een hap ijs en bewonder nogmaals de kont van de hoofdrolspeelster. Dat is echt het enige wat boeiend is aan deze film. Ik kan een schuldgevoel niet onderdrukken. Waarom vind ik hier nou niks aan? Het zou toch al voldoende moeten zijn dat ze tegen me aan ligt, dat we samen een bak van haar lievelingsijs delen, dat we samen zijn? Ik zou toch niet mijn best hoeven doen om dit leuk te vinden, mijn uiterste best om haar niet hier te laten liggen met haar ijs en haar debielenfilm en achter mijn computer te gaan zitten om iets nuttigs te doen?
Mijn geweten dringt zich aan me op. ,,Nee,” zegt het. ,,Dat zou je inderdaad niet. Je bent niet verliefd op haar, Sebastiaan. Dat ben je nooit geweest. Als haar moeder niet was overleden, had je haar gedumpt na die avond in de Monza. Maar dat durfde je niet, omdat je een lafaard bent. En nu heb je jezelf alleen maar meer in de problemen gebracht. Jullie hebben nu al meer dan een halfjaar iets met elkaar. In de grotemensenwereld heet dat “serieus”. Jij bent dat voor haar. En ze heeft je in alles bijgestaan de afgelopen maanden. Het is nu minstens tien keer zo moeilijk om nog van haar af te komen. Je zit vast, jongen. Je zit lelijk vast.” Ik weet dat het de waarheid is. Ik heb inderdaad een groot probleem. Ik heb een vriendin waar ik niet verliefd op ben. Een vriendin waarbij ik er soms zelfs aan twijfel of ik haar überhaupt wel aardig vind. Wat moet ik hier in godsnaam mee?
117. Pat
Voor de verandering ben ik dit weekend eens niet naar Kamerik gegaan. Mijn ouders zijn een weekendje naar Center Parks met opa en oma, Sebastiaan heeft Karin te logeren en Reina ligt ziek in bed, waarschijnlijk een terugslag van alle examenstress. Ik heb er dus helemaal niks te zoeken. Ik dacht dat het wel lekker zou zijn, zo’n weekendje helemaal voor mezelf, maar ik verveel me kapot. Gisteren was het nog wel lekker, toen heb ik de hele dag gevuld met lezen en films kijken. Vandaag heb ik daar geen zin meer in. Vandaag wil ik iets doen. Liefst met iemand, maar ik zou niet weten met wie.
Nu slenter ik dus maar een beetje door de stad. Het is koopzondag. Sinds ik mijn baan als receptioniste heb, ben ik een stuk rijker, dus ik loop rond in de weldadige wetenschap dat ik iets zou kunnen kopen. Ik zie alleen niks leuks, zo gaat dat altijd als je eens geld hebt. Als je arm bent, lonken de topjes en shirtjes je vanuit de etalages toe. Maar als je iets kunt kopen, wil je opeens niks meer.
Ik trek een kroket uit de muur en ga op een muurtje zitten. Ik kijk naar de auto’s die de parkeerplaats op rijden en voel me een beetje armoedig. Waarom ga ik niet gewoon naar huis, iets nuttigs doen? Er zit een hard stukje in het vlees. Een zeentje noemt mijn moeder dat altijd. Een stukje spier. Gadverdamme. Vloekend spuug ik het uit.
Dan zie ik hem opeens. Mark Basel slaat het portier van zijn auto dicht en zet zijn zonnebril op zijn neus. Aan de andere kant stapt een jonge vrouw uit. Zou dat zijn vrouw zijn? Hij glimlacht naar haar. Ik verberg mijn gezicht een beetje tussen mijn haar en de kraag van mijn jasje en hoop dat hij mij hier niet ziet zitten. Zijn receptioniste, met een kroket op een muurtje. Gelukkig heeft hij het te druk met kijken naar zijn gezelschap om mij op te merken. Bezitterig slaat hij een arm om haar middel. Samen lopen ze de winkelstaat in. Ik spring op en loop ze achterna. Ik lijk wel gek, denk ik bij mezelf. Je baas achtervolgen in de stad, wie doet dat nou? Maar aan de andere kant, ik loop zo ver achter ze dat ze me toch nooit zullen betrappen. En als hij achterom kijkt, kan ik het altijd nog op het toeval gooien.
Ze gaan een dure winkel in. Shit. Daar kom ik nooit, en al zou ik er willen komen, dan kwam ik er nog niet in met mijn kroket. En hier buiten op ze gaan staan wachten? Nee, dat gaat me echt te ver. Ik zucht en loop verder. Wat ben ik triest bezig vanmiddag. Ik moet maar gewoon naar huis gaan en mijn boek weer pakken.
118. Kilian
Ik word wakker van fel zonlicht dat meedogenloos op mijn gezicht schijnt. Moeizaam doe ik mijn plakkerige ogen open. Verdomme, wat heb ik een hoofdpijn. En waarom heb ik gisteravond de gordijnen niet dichtgedaan? Als ik naast me kijk, weet ik het weer. Daar ligt de reden te slapen, de reden voor mijn open gordijnen en mijn hoofdpijn. De reden is Larissa. Die is gisteren met me mee naar huis gegaan, na een hele avond kletsen en drinken. Zodra ze me aansprak, was het duidelijk dat ze me wilde versieren. En dat is haar gelukt. Ik weet nog hoe we de trap op struikelden, wild zoenend en ongeduldig aan elkaars kleren rukkend. Zodra we binnen waren, lieten we ons op mijn bed neervallen. We dachten geen moment aan de gordijnen.
En hier ligt ze nou te slapen, mijn eerste one-night stand sinds tijden. Vroeger was dit normaal voor me. Ik dacht dat ik veranderd was, dat ik er geen behoefte meer aan had. Maar ik moet zeggen dat ik me nu toch verdomd lekker voel. Dit is wat ik nodig had: een goeie vrijpartij. Het is alsof ik hiermee eindelijk een definitieve streep onder mijn liefde voor Reina heb gezet. Nu voel ik duidelijk hoe voorbij het is. Ik ga verder met mijn leven. En of het nou wat wordt met dit meisje of niet, Reina is niet meer Het Laatste Meisje. Reina is history. Het idee geeft me een enorme dosis energie. Ik ben bevrijd. Ik ben vrij.
Ik kijk op mijn klok. Het is alweer middag. Ik heb belachelijk lang geslapen. Mijn halve dag is naar de klote. Maar het maakt niet uit, want Reina is eindelijk uit mijn systeem. Dat is wel wat waard. En nu is het tijd voor ontbijt. Ik spring energiek uit bed en loop naar de keuken.
Een kwartier later kom ik terug met twee dampende gebakken eieren. Larissa is al wakker. Ze is, tot mijn verbazing, zelfs al aangekleed. Op de rand van mijn bed zit ze haar spijkerbroek in haar laarzen te proppen. ,,Ontbijt!” kondig ik aan. Ze kijkt op. Niet echt enthousiast, lijkt het. ,,Oh,” zegt ze. ,,Ik lust eigenlijk geen gebakken eieren.” ,,Geen probleem,” glimlach ik geruststellend. ,,Ik heb zo’n honger, ik kan er ook wel twee op. Wat wil je dan hebben?” Ze schudt haar haren naar achter en maakt er een staart van. ,,Ik hoef niets. Ik ontbijt nooit.”
,,Ook geen kop koffie?”
,,Nee, dank je. Ik moet er vandoor. Ik moet nog best veel doen.”
Verbouwereerd zet ik de borden op tafel. ,,Dus… je gaat nu weg? Je blijft echt niet ontbijten?” Ze glimlacht een beetje schuldig. ,,Nee, sorry. Ik vond het erg leuk. Ik zie je wel weer eens, goed?” Ik knik. Ze pakt haar tas en geeft me een korte kus op mijn mond. Het volgende moment hoor ik haar de trap af stommelen.
Ik ga aan de tafel zitten en begin aan het eerste gebakken ei. Maar het smaakt me minder goed dan ik verwacht had. Mijn euforie is verdwenen. Reina is dan misschien eindelijk verleden tijd, maar wat er voor haar in de plaats is gekomen, is alleen maar leegte.
119. Reina
Vanavond heb ik eindelijk mijn dat met Twenne. Hij was een beetje vertraagd doordat ik dit weekend ziek was (wat me op minstens tien medelijdende sms-jes van Twenne is komen te staan) maar nu gaat het er dan eindelijk van komen. Nu het eenmaal zover is, heb ik er eigenlijk wel zin in. Ik ben een beetje uitgerust en ik heb echt behoefte aan een leuke avond. En wie weet, misschien slaat er toch wel een vonk over. Het zoenen was tenslotte erg leuk. En soms moet verliefdheid gewoon groeien. Op Kilian was ik ook niet meteen stapelgek.
Ik borstel voor de laatste keer mijn haar en spuit een lekker luchtje op. Als ik mijn verschijning nog een laatste keer sta te bekijken in mijn passpiegel, hoor ik beneden de bel gaan. Dat is waar ook: hij zou me komen ophalen. Ik grijp mijn tasje en hol de trap af. Ik voel de opgewonden spanning die hoort bij achtbanen en dates. Twenne staat in de gang, een beetje onhandig naast de kapstok. Het valt me nu pas op hoe lang hij eigenlijk is. Gek dat ik dat nooit eerder gezien heb, bedenk ik met een kriebeltje in mijn maag. Hij lacht schaapachtig als hij me ziet. ,,Ben je er klaar voor?” ,,Helemaal,” glimlach ik.
Na een wat gespannen fietstochtje en een half uurtje zinloos rondhangen in de hal van de bioscoop, mogen we eindelijk de zaal in. Zodra de lichten uitgaan en de eerste voorfilm begint, slaat Twenne zijn arm om me heen. ,,Gezellig,” zegt hij zachtjes in mijn oor. Ik glimlach naar hem. ,,Vind ik ook.”
En ik meen het. Ik vind het ook echt gezellig. Ik voel me mooi en geliefd, bijna aanbeden. Het gesprek begint wat vlotter te gaan. Twenne is lief en galant, een beetje ouderwets ook, dat hij deuren voor me openhoudt enzo. Dat vind ik wel leuk. Hij heeft al beloofd om in de pauze een grote bak popcorn voor ons tweetjes te kopen. Hij doet zo zijn best om dit een perfecte date te laten zijn. En dat is het ook. Dit is een date zoals een date zou moeten zijn. Maar er knaagt iets. Ik weet niet wat het is. Ik probeer er geen aandacht aan te besteden, maar het knaagt onmiskenbaar door. Er zit iets niet goed. Maar ik weet niet wat. Heel vervelend. Want ik wil dat dit een leuke avond is, zonder geknaag. Dat verdient Twenne. En ik trouwens ook.
Ik doe een nieuwe poging om het nare gevoel van me af te zetten. Ik leun nog wat meer tegen Twenne aan, hef mijn gezicht naar hem op en laat me door hem zoenen. Dat kan hij behoorlijk goed. Even denk ik helemaal niets meer. Dan worden we opgeschrikt door harde muziek. De film is begonnen. Twenne trekt me nog eens wat dichter tegen zich aan. Ik leg mijn hoofd op zijn schouder. Ik besluit gewoon te genieten: van hem, van de film, van de avond. Piekeren kan later wel.
120. Sebastiaan
,,Oh, sorry,” zegt een meisje dat me bijna de trap af duwt. Ik grijp de leuning wat steviger vast. ,,Geeft niet,” zeg ik met een moeizaam glimlachje, terwijl mijn hart wild bonst. Verdomme, ik had lelijk op mijn bek kunnen gaan. Kan zo’n stom kind niet uitkijken? Wat is naar college gaan toch een crime tegenwoordig. Gelukkig hoef ik nog maar een paar weekjes. Of ik dit jaar nou haal of niet, ik heb bijna vakantie. Na die maanden van nietsdoen zou je niet denken dat ik daarnaar uitkijk, maar gek genoeg is dat wel zo. Ik weet dat ik aan het eind van de zomer alles weer zal kunnen. Deze zomer zal ik de puntjes op de i van mijn herstel zetten. Als ik hier straks terugkom, loop ik weer fluitend de trap op en af. Dan is alles eindelijk weer zoals het hoort.
Eindelijk ben ik beneden aangekomen. Ik manoeuvreer me door de drukke hal. Ik ben opgelucht als ik eindelijk buiten sta. Op naar de trein. Ook dat nog. Man, wat verlang ik naar het eind van de zomer. Ik kan gewoon niet wachten.
Als ik langs de bushalte loop, zie ik opeens de bus die ik altijd naar mijn kamer nam als het regende. Mijn kamer… daar ben ik na de brand nooit meer geweest. Mijn ouders wel, die hebben in mijn plaats rondgekeken of er nog iets te redden viel. Dat was niet zo. Alles, echt alles was vernield door het vuur. In mijn kast hingen nog een paar blousen die ze hebben meegenomen, maar na vijf keer wassen stonken die nog steeds zo dat mijn moeder ze heeft weggegooid. Ik zou ze toch nooit meer kunnen dragen, zei ze.
In een opwelling steek ik mijn hand op. De bus stopt en ik hijs me het trapje op. ,,’t Is goed zo,” zegt de chauffeur als ik onhandig naar mijn OV begin te zoeken. Ik glimlach dankbaar naar hem en plof neer op de zitplaats voor invaliden.
De bus maakt de route die ik nog zo goed ken. Ik kan nauwelijks geloven dat ik dit echt doe. En waarom eigenlijk, in godsnaam? Wat verwacht ik te vinden? Ik kan geen goed antwoord op die vraag bedenken, maar ik weet wel dat ik dit wil. Om een onverklaarbare reden wil ik mijn oude, afgebrande huis zien.
Ik stap uit bij mijn vertrouwde halte en steek nog een keer mijn hand op naar de buschauffeur. Een beetje nerveus loop ik de straat uit. Linksaf, nog eens linksaf, de eerste straat rechts. De laatste keer dat ik hier liep, had ik geen flauw vermoeden van wat er zou gebeuren. Er schiet een pijnscheut door me heen. Ik denk aan wat Niels zei, de laatste keer toen ik hem bezocht: ,,Eén omgevallen kaars, en zoveel levens geruïneerd.” Het is waar, het is verdomme zó waar. Ze zijn bezig Niels en Marieke op te lappen: stukje huid hier, een beetje rechttrekken daar. Maar ze zullen er nooit meer “normaal” uitzien. Voor de rest van hun leven zullen ze een schrikreactie oproepen bij mensen. Niels zegt dat hij zich erbij neer probeert te leggen dat hij waarschijnlijk nooit meer een vriendin zal krijgen. Dan realiseer ik me hoe dankbaar ik zou moeten zijn voor het feit dat ik wel een vriendin heb.
Daar is het. Mijn maag trekt samen. Mijn oude studentenhuis, waar ik nog geen jaar gewoond heb maar wat toch als “thuis” voelde. Voor de ramen zijn planken gespijkerd. De kozijnen zijn zwartgeblakerd. Wanneer ze het gaan opknappen, is nog niet bekend, weet ik. Ze weten niet eens of ze het überhaupt zullen gaan restaureren. Misschien gaat het wel gewoon tegen de vlakte. Het is al zo’n oud huis. Het is misschien voordeliger om hier gewoon een nieuw huis neer te zetten.
Toch hoop ik dat ze het opknappen, realiseer ik me, terwijl ik naar de grimmige, met graffity bespoten houten platen staar. Ik weet dat ik met mijn huisbaas zou kunnen regelen dat ik hier weer terecht zou kunnen als het weer bewoonbaar zou zijn gemaakt, maar dat wil ik niet. Ik zou hier nooit meer kunnen wonen. Maar ik wil niet dat het helemaal verdwijnt. Ik wil dat hier nieuwe mensen aan hun studententijd beginnen, net als ik een klein jaar geleden deed. En ik wil dat die nieuwe mensen hier zorgeloos kunnen wonen, tot ze hun master gehaald hebben, zoals ik zelf van plan was. Ik hoop dat ze kunnen doorschuiven naar steeds grotere kamers, tot ze uiteindelijk in één van de felbegeerde kamers beneden zullen wonen. Ik hoop dat hier weer hospiteeravonden gehouden zullen worden, en wekelijkse huisetentjes. Maar zonder mij. Ik wil hier niet eens meer in de buurt wonen. Soms denk ik erover om mijn studie volgend jaar in een andere stad voort te zetten. Ik ben bang dat ik deze stad altijd met de brand zal blijven associëren. En zo wil ik niet studeren. Volgend jaar wil ik weer een gewone student zijn.
Ik draai me om en begin terug te lopen naar de bushalte. Ik kijk nog één keer achterom en zeg in gedachten het huis vaarwel, hoewel ik dat eigenlijk vreselijk sentimenteel van mezelf vind. Maar ik voel dat mijn ingeving om hier naartoe te gaan, goed was. Ik heb het gevoel dat ik weer een stukje van mijn trauma een plek heb gegeven. Bram van Breukelen zou trots op me zijn.
121. Pat
,,Patricia, de uitzendkracht is er. Je kunt gaan.’ Ik kijk op van het formulier dat ik zit in te vullen en zie een bleek meisje staan. Naast Marc Basel, zoals gewoonlijk licht gebronsd, lijkt ze nog bleker. Maar ze is mijn redding, mijn verlosser, dus ik zal niet zeuren. Ik dank God op mijn blote knieën voor het fenomeen uitzendbureau. Want dankzij dat uitzendbureau kan ik vanmiddag meelopen met Mandy, een studente TFT (Theater, Film en Televisiewetenschap). Ze is een vriendin van één van mijn huisgenoten, die het wel leuk vond om een middagje iemand op sleeptouw te nemen. Eerst gaan we lunchen, dan ga ik met haar mee naar college.
Het is raar om weer die oude kantine binnen te lopen. Ik heb er nog steeds geen spijt van dat ik met Nederlands ben gestopt, maar het studentenleven mis ik wel. Elke dag achter dezelfde balie zitten en fantaseren over het geheime leven van mijn baas is niet bepaald het droomleven dat ik voor mezelf in gedachten had.
Ik kijk de kantine rond. Ik zie een paar vroegere werkgroepgenootjes aan een tafeltje zitten. Ze hebben allemaal hun readers opengeslagen en bladeren allemaal verwoed in hetzelfde boek. Daar had ik ook bij kunnen zitten. Ik ben aan de ene kant blij dat dat niet zo is, maar aan de andere kant mis ik wel de gezelligheid.
Mijn aandacht wordt getrokken door een woest zwaaiend, roodharig meisje. ,,Hoi, ben jij Pat?” roept ze dwars door de kantine. Mijn ex-werkgroepgenootjes kijken verstoord op. Ik vind haar meteen aardig. We halen allebei een broodje met brie en komkommer en ploffen aan een leeg tafeltje neer. ,,Nou, wat wil je weten?” vraagt Mandy. Ik bedenk tot mijn schrik dat ik daar eigenljk helemaal niet over nagedacht heb. Wat ben ik toch stom. Ik dacht: leuk, een middagje meelopen met een TFT-student. Maar ik stond er totaal niet bij stil dat ik dan ook inhoudelijke vragen zou moeten stellen. Jezus, echt ik weer.
,,Ehhh,” hakkel ik. ,,Is het een leuke studie? Ik bedoel, heb je er een beetje lol in of is het vooral bikkelen?” Scherp Pat, heel scherp. Mandy moet lachen. ,,Tja, het ligt een beetje aan het vak natuurlijk. Sommige vakken zijn heel saai, sommige zijn heel relaxed. Maar over het algemeen is het wel leuk.” ,,Wat kun je er eigenlijk mee worden?” vraag ik, want tijdens haar antwoord heb ik alvast zitten brainstormen over nieuwe vragen. ,,Oh, je kunt er alle kanten mee op,” zegt ze, en er volgt weer een lang verhaal dat ik kan gebruiken als bedenktijd voor nieuwe vragen. Ik ben zo bang dat ik haar het gevoel geef dat ze haar tijd zit te verdoen met mij. Ik betrap mezelf erop dat ik eigenlijk helemaal niet zo geïnteresseerd ben in deze studie. Ik wilde mezelf gewoon het gevoel geven dat ik eindelijk iets deed om mijn studiekeuze-probleem op te lossen. Maar dat probleem is er nog steeds. Levensgroot. Ik weet niet wat ik wil gaan studeren. Ik heb écht geen flauw idee. Allerlei dingen lijken me “wel leuk”, maar er is niks waar ik echt voor wil gaan.
Ik stel nog een paar doordacht klinkende vragen en dan zijn godzijdank onze broodjes op. Mandy kijkt op haar horloge. ,,Shit, we moeten opschieten. We moeten nog helemaal naar een ander gebouw.” We geven onze bordjes aan een chagrijnig kijkende afwashulp en snelwandelen naar buiten. Terwijl we langs de gracht lopen, stelt Mandy mij gelukkig vragen. Ik vertel over mijn gebleken desinteresse voor de Nederlandse taal, mijn werk bij Mona’s Fashion en mijn huidige baan als receptioniste. ,,Het is goed voor je hoor, zo’n tussenjaartje,” zegt ze. ,,Dan kom je er tenminste een beetje achter wat je nou eigenlijk wilt. Op de middelbare school heb je daar echt nog geen idee van.” Ik knik. ,,Inderdaad. Ik wilde Nederlands gaan studeren omdat mijn beste vriendin het wilde. En zij wilde het omdat ik het wilde. Zij is gezakt, en nu willen we het geen van beiden nog.” ,,Ik ben een jaar naar het buitenland geweest,” vertelt Mandy. ,,Eerst naar Indonesië, toen naar Australie en Nieuw Zeeland. Echt geweldig was dat.” Ik zie hoe haar ogen beginnen te glimmen. Het is alsof een beetje van haar enthousiasme naar mij overstraalt. Een jaar naar het buitenland. Dat is misschien helemaal nog niet zo’n gek idee.
Het college gaat over Hitchcock en ik begrijp er niets van. Ik zit er maar zo’n beetje bij en werp af en toe een stiekeme blik op mijn horloge. Maar mijn gedachten zijn mijlenver weg. Een jaar naar het buitenland. Een jaar weg. Een jaar helemaal ergens anders. Waar zou ik heen kunnen gaan? De mogelijkheden zijn eindeloos. Ik zou naar Engeland kunnen gaan, naar Italië, naar Zweden, naar Rusland, naar Amerika, naar China, naar Zuid-Afrika. Ik zou er kunnen studeren, een baantje als au-pair nemen of gewoon op de bonnefooi gaan en wel zien hoe ik aan de kost kom. Hoe langer ik er over nadenk, hoe enthousiaster ik word. Ik zie mezelf in een afgeknipte jeans en een bikinitopje door LA skeeleren. Ik zie mezelf in een speeltuin met drie schattige Japanse meisjes. Ik zie mezelf in een weeshuis vol snoezige Vietnameesjes. Ik zie mezelf decadent shoppen in Milaan. Mijn God, ik zou zóveel kunnen doen! Waarom zou ik hier blijven en wanhopen omdat hier niks is wat ik echt leuk vind?
122. Kilian
Ik bekijk mezelf in de speigel en frunnik aan mijn strikje. Ik ben nog steeds niet zo’n man die knapper is in een pak, al dachten verscheidene ex-vriendinnetjes en scharrels daar anders over. Ik zucht. Vanavond is het eindexamengala. En ik ben nerveus. Waarom, dat is niet zo moeilijk te raden. Reina komt ook vanavond. Waarschijnlijk met de mooiste jurk van allemaal. En ik weet dat ik haar niet zal kunnen weerstaan. Die one night-stand heeft uiteindelijk toch niks geholpen. Welgeteld twee dagen had ik et gevoel dat ik eindelijk over haal heen was, maar toen begon het allemaal vrolijk opnieuw. Het denken aan haar. Het dromen over haar. Het verzinnen van hele gesprekken met haar. En naarmate vanavond dichterbij kwam, heb ik daar ook steeds meer aan gedacht. Natuurlijk loop ik op het gala rond als leraar, maar ik kan altijd met haar praten. En misschien dansen. Ik kan het niet meer ontkennen: ik wil haar terug. Ik wil dat het weer goed komt. Ik heb ontzettend veel spijt van mijn besluit om er een punt achter te zetten en dat ga ik haar vertellen ook. Vanavond wordt de grote avond. Tenminste, dat hoop ik. Ik werp nog een laatste blik op mijn in apenpakje gehesen spiegelbeeld. Oké. Tijd om ervoor te gaan. Go get her, tiger.
De aula is kunstig versierd met nepbloemen en nepklimop. Een hitje van een paar zomers geleden schalt door de boxen. Ik speur de hele zaal af, maar Reina zie ik niet. Die zal nog wel aan het tutten zijn met May en Moira. Ik verheug me op haar komst. Ik weet zeker dat ze er prachtig uit zal zien. De belle van het bal. Míjn belle van het bal. God, ik hoop zo dat het goed gaat komen, vanavond. Kwam ze nou maar, want van wachten word ik alleen maar zenuwachtiger. Ik slenter naar de geïmproviseerde bar en bestel een biertje. Ik ga bij twee leraren Duits staan. Ze voeren een geanimeerd gesprek over één of andere Duitse cultfilm en besteden niet al teveel aandacht aan mij. Ik drink mijn lauwe bier en kijk naar het groeiend aantal dansende eindexamenkandidaten.
En dan zie ik haar. Ze heeft inderdaad een prachtige jurk aan: zwart, laag uitgesneden, met een strak lijfje en een hele wijde tulen rok. Ik hou mijn adem in terwijl ik naar haar kijk, zo mooi vind ik haar. Misschien is dit meisje wel de ware voor mij, schiet het door me heen.
Maar opeens zie ik het. Reina staat daar niet in haar eentje adembenemend te zijn. En ook niet met haar vriendinnen. Hand in hand met haar staat Twenne, die slijmbal uit haar klas, die toen nog bij me kwam zeuren dat ik zijn tenenkrommend slechte sonnet niet aan de klas mocht voorlezen. With your blonde hair and your blue eyes… dat ging dus over haar. En hij heeft zijn zin gekregen, zo te zien. Ik krijg een heel naar gevoel in mijn maag als ik zie hoe hij zijn arm om haar heenslaat en haar in haar hals zoent. Ze glimlacht – dat lieve warme glimlachje waarvan ik altijd dacht dat ze het speciaal voor mij bewaarde – en ze kust hem terug. Ik sta als aan de grond genageld. Het nare gevoel in mijn maag lijkt zich uit te breiden naar mijn hele lichaam. Reina heeft een nieuw vriendje. Ik ben officieel afgeschreven. Het komt definitief nooit meer goed tussen ons. Niks ware liefde. Ik ben nog steeds moederziel alleen en ongelukkig. Ik heb mezelf weer voor de gek gehouden. Hoe kwam ik erbij dat het weer goed zou komen? Het was toch zonneklaar dat ze me niet meer moest! Ik wist toch hoe Reina is! Reina doet slechts bij hoge uitzondering aan tweede kansen, en al helemaal niet aan derde.
Opeens kijkt ze me aan. Het is een koude blik. Wat een doortrapt wijf is het ook eigenlijk. Ik zie haar gewoon denken: haha, zie je dat Kilian, ik heb alweer iemand anders!
Ik draai me abrupt om. Zonder na te denken over wat ik doe, loop ik de aula uit, de hal door, naar buiten. ,,Hé meneer, gaat u nu al naar huis?” roepen twee leerlingen die net naar binnen gaan. ,,Sorry,” verontschuldig ik me. ,,Ik voel me niet goed.” Ik sla het portier van mijn auto hard dicht. Ik heb zin om met mijn hoofd op het stuur te leunen en te huilen. Maar er lopen continu leerlingen langs, dus dat doe ik maar niet. In plaats daarvan geef ik gas en stuif ik de straat uit, waarschijnlijk veel sneller dan wettelijk is toegestaan. Zodra ik thuis ben, bel ik de eerste de beste vriend in mijn telefoonboek en ga ik me daarmee klem zuipen in de dichtstbijzijnde kroeg, neem ik me voor.
123. Reina
Ik zie hoe Kilian zich omdraait en wegloopt. Het schuldgevoel begint met scherpe tandjes te knagen. Hoe hij me aankeek… dat was nou typisch zo’blik die recht door je hart snijdt. Hij keek geschokt, wanhopig. Ik wist niet dat het nog zó diep zat bij hem. Ik dacht wel dat hij me terug wilde, gewoon omdat hij met dat soort dingen nogal een zwakkeling is. Maar nu leek het wel alsof ik ter plekke zijn hart gebroken had. Shit. Da was nou ook weer niet de bedoeling. Hoe graag ik hem ook wilde terugpakken, ik wilde hem ook niet echt pijn doen. Misschien dacht ik dat, maar nu realiseer ik me dat ik dat niet wilde. Ik ben dan misschien een harde, af en toe, maar als er iemand lijdt door mijn schuld kan ik daar ook niet goed tegen. Verdomme. Zal ik hem achterna rennen?
Net als ik dat wil doen, slaat Twenne zijn arm wat steviger om me heen. ,,Is er wat?” vraagt hij. ,,Je kijkt opeens zo ernstig.”
,,Nee, nee, er is niks. Ik dacht gewoon opeens… dat we hier nooit meer terugkomen, weet je? Dat dat raar is enzo.”
,,Maak je daar nou maar geen zorgen over,” zegt hij. Wat is hij toch lief. ,,Er komt vast wel een keer een reünie. En je hebt mij toch nog? Wij blijven elkaar toch nog wel zien?” Ik glimlach naar hem. ,,Natuurlijk blijven wij elkaar zien.”
Hij buigt zich nog wat meer naar me toe en kijkt me diep in de ogen. ,,Betekent dat… betekent dat dat we iets met elkaar hebben?” Ik probeer een luchtig lachje. ,,Was dat nog niet duidelijk dan?” We hebben elkaar de afgelopen week zoveel gezien, dat ik al aan hem was gaan denken in termen als “mijn vriendje”. Het is ook niet dat ik daar ontevreden over ben. Absoluut niet, zelfs. Hij is ontzettend lief, galant, attend, begrijpend… Ieder meisje zou zich een vriendje als hij wensen. Van hem weet ik ook dat hij eerlijk is, dat hij niet over belangrijke dingen liegt. Over dat hij een leraar is, bijvoorbeeld. Nee, Twenne is quite a catch. En hij is helemaal stapel op mij, dat is natuurlijk ook niet verkeerd.
Maar net als bij onze eerste date, blijf ik er een beetje een onbehaaglijk gevoel over houden. Niet de hele tijd, maar soms komt het opeens op. Ik heb geen idee waar het vandaan komt. Want het is al meer dan twee maanden uit met Kilian, dan is het toch niet verkeerd om iets met iemand anders te beginnen? Als je dat na twee weken doet, okee, maar na twee maanden moet dat toch kunnen? Toch kan ik niet ontkennen dat het vervelende gevoel dat sinds ons eerste afspraakje onder de oppervlakte sluimerde, met die blik van Kilian weer in alle hevigheid is toegeslagen. Ik kan het nu bijna niet meer negeren. Maar dat moet. Ik ben hier op het eindgala, en Twenne heeft me nota bene net gevraagd of onze relatie officieel is! Niet echt een moment om over je ex-vriendje te staan piekeren.
Hij kijkt me nu heel blij aan. ,,Is dat zo? Is dat volgens jou duidelijk?” ,,Ja,” zeg ik. ,,Volgens mij wel.” ,,Je weet niet half hoe gelukkig je me daarmee maakt,” zegt hij zachtjes in mijn oor. Dan zoent hij me. Terwijl we zoenen, wiegen we zachtjes heen en weer op de muziek. Maar in al dit liefdesgeluk kan ik me alleen maar afvragen waar Kilian is. Want die heb ik sinds De Blik niet meer gezien.
124. Pat
Voor het eerst in mijn leven heb ik een bedrijfsfeestje. Een écht bedrijfsfeestje. Ik ben weleens wezen bowlen met collega’s van de C1000 waar ik één regenachtige zomer gewerkt heb, maar een echt chic feestje op locatie heb ik nog nooit gehad. Ik hoop maar dat mijn rokje niet te kort is.
Prins & Basel Makelaars heeft een zaaltje gehuurd. Een hip zaaltje midden in de stad. Ik dacht eerst dat het bedrijf te klein was om een heel zaaltje te vullen, maar alle aanhang mag ook komen, en de belangrijke klanten. En ik, de receptioniste, ga natuurlijk maar voor één ding: mijn knappe baas. Niet dat ik de illusie heb hem vanavond te kunnen verleiden, maar het lijkt me alleen al geweldig om hem een avond uitvoerig buiten de werksfeer te kunnen bewonderen. Ja, het wordt hoog tijd dat ik weer ga studeren. Of reizen, want dat plan begint langzaam wat meer vorm te krijgen. Ik heb een beetje gekeken op Internet, en er is inderdaad ontzettend veel mogelijk. Het leukst lijkt het me om reizen en studeren te combineren, dus een jaar in het buitenland te studeren. Hiervoor zit ik te denken aan Italië, Spanje of Amerika. Eén van die drie gaat het worden. Een jaar geleden was ik voor het doorgaan van mijn reis afhankelijk van de goedkeuring van mijn ouders, maar nu heb ik zoveel geld verdiend dat ik het waarschijnlijk zelf wel kan betalen. En een kleine bijdrage willen ze misschien wel leveren.
Een stijlvol muziekje staat niet te hard aan, en groepjes mensen staan beleefd met elkaar te keuvelen onder het genot van een drankje. Help. Dit is niet mijn soort feestje. Ik bestel een glaasje wijn en sla het geheel gade. Mark staat met twee onbekenden te praten. In het gedempte licht is hij nog goddelijker dan anders. Hij vangt mijn blik op en glimlacht naar me, maar komt me niet redden van mijn isolement. Ik realiseer me dat ik hier eigenlijk niemand anders ken die het waard is om mee te praten. Shit. Dit wordt een kutfeestje. Ik denk dat ik snel dit wijntje opdrink en me uit de voeten maak met een smoesje. Ik heb geen zin om hier de hele avond als een muurbloempje aan de kant te staan.
Ik kijk naar de mensen die binnenkomen. De één ziet er nog saaier uit dan de ander. De vrouwen hebben allemaal knielange rokken aan met nette schoentjes er onder. En ja, ik denk dat mijn rokje inderdaad te kort is.
Een lange vrouw in een rood mantelpakje loopt naar Mark toe en legt haar hand op zijn schouder. Hij kijkt op, glimlacht en kust haar op haar mond. Ik voel een steek van jaloezie. Wat ben je toch een idioot, zeg ik meteen tegen mezelf. Hij is nota bene je baas! Dan realiseer ik me opeens dat dit een andere vrouw is dan de vrouw met wie ik hem in de stad heb gezien. Dit is duidelijk zijn vrouw, want je neemt je maitresse niet mee naar een bedrijfsborrel. En hij bedriegt deze vrouw dus met een jongere dame, met wie hij winkelt in dure kledingzaken. Voor wie hij onder werktijd wegsneakt. Natuurlijk dacht ik de hele tijd wel zoiets, maar nu ik het voor mijn ogen zie gebeuren, voel ik het eigenlijk pas. Mark Basel is een ordinaire vreemdganger. Mark Basel belazert zijn vrouw. Zou hij kinderen hebben? Ik hoop het niet, want je zal maar zo’n vader hebben.
Plotseling vind ik mijn baas een stuk minder aantrekkelijk. Nu ik met eigen ogen zijn bedrog heb gezien, vind ik hem opeens een rotzak. Een knappe rotzak, maar nog steeds een rotzak. Nog een reden om niet langer op dit feestje te blijven. Ik drink de laatste slok van mijn wijn en pak mijn jasje.
Als ik buiten naar mijn fiets loop, voel ik me leeg. Ik kijk op mijn horloge. Het is negen uur, verdomme. Wat moet ik verder doen met mijn avond? De verleiding is groot om een kroeg in te duiken en iemand te versieren. Om met diegene mee naar huis te gaan en te vrijen. Maar ik heb me voorgenomen om dat niet meer te doen, en daar hou ik me aan. Al bijna een half jaar ben ik celibatair, en daar ben ik trots op. Dat wil ik niet verpesten. Ik weet dat die lege, gevoelloze seks me niet gelukkiger maakt.
In een opwelling besluit ik Sebastiaan te bellen. Maar zodra hij opneemt, hoor ik aan zijn stem dat dit niet het goede moment is. ,,Stoor ik?” vraag ik. ,,Ja,” zegt hij. Hij klinkt gespannen. ,,Ja, eigenlijk wel. Wacht even.” Ik hoor een deur dichtslaan. Dan een zucht. Zachtjes zegt hij: ,,Sorry hoor, maar ik heb een beetje gezeik met Karin.”
,,Dat zal er niet beter op worden als je op de gang gaat staan bellen.”
Hij zucht nog eens. ,,Nee, ik weet het. Maar ik weet niet wat ik moet doen. Dit is zo moeilijk.” Vond hij het toentertijd maar zo moeilijk om het met mij uit te maken, denk ik een beetje bitter bij mezelf. Daar had hij toch een stuk minder moeite mee. Ik denk weer aan Mark die zijn vrouw bedriegt. En Sebastiaan die al een half jaar iets met een meisje heeft waar over ik hem nog nooit teder heb horen praten en met wie hij het niet durft uit te maken omdat hij bang is voor “gezeik”. ,,Sebastiaan,” zeg ik streng. ,,Ik ben er net achter gekomen dat mijn baas zijn vrouw belazert. Het is bizar om dat voor je ogen te zien gebeuren. Ik vind hem nu een ongelooflijke rotzak. En weet je wat ik vind? Ik vind dat jij Karin ook bedriegt als je bij haar blijft terwijl je daar niet helemaal achter staat.”
Het is even stil. ,,Oh,” zegt hij. ,,Dat is misschien wel zo, ja. Maar ik moet er nog even over nadenken.”
,,Doe dat maar. Sterkte.”
,,Dank je. Je bent lief.” Dan verbreekt hij de verbinding. Even sta ik verbaasd naar het schermpje van mijn mobiel te staren. “Je bent lief”? Zei hij dat nou? Ja, volgens mij zei hij dat. Mijn lippen krullen zich in een glimlach. ,,Goh,” zeg ik hardop, midden op straat. ,,Dat is een interessante ontwikkeling.” En terwijl de schemering invalt, fiets ik langzaam naar mijn kamer.
125. Sebastiaan
Als ik weer binnenkom, zit Karin mistroostig uit het raam te staren. ,,Sorry,” zeg ik. ,,Was niet belangrijk.” ,,Belangrijk genoeg om de kamer uit te vluchten,” snauwt Karin. Ik zucht. Ik weet niet wat ik hiermee aan moet. Pat heeft natuurlijk gelijk – ik sta hier duidelijk niet achter, en dus moet ik er gewoon mee stoppen. Maar Pat heeft makkelijk praten. Iedereen die het niet zelf meemaakt, heeft makkelijk praten. Toen Karin net opeens begon te huilen midden in het journaal, schrok ik me wezenloos. Huilende meisjes zijn altijd een ramp. Zeker als het om je vriendin gaat, heb ik vanavond geleerd. Als je je niet een beetje hardvochtig kunt opstellen, ben je verloren. ,,Wat is er nou opeens?” vroeg ik onhandig. ,,Ik heb gewoon het gevoel,” snikte ze. ,,Ik heb al zo lang het gevoel dat dit voor jou allemaal helemaal niks voorstelt...” En ik zweeg. Zweeg omdat ik niets kon terugzeggen. Ik kon niet zeggen “dat is niet waar”, want ik wist dat het wél waar was. Maar dat kon ik ook moeilijk zeggen. Dus ik liet haar maar aan het woord. En ik heb het wel gehoord. Met zo’n beetje alles wat ik gedurende onze hele relatie gedaan en gezegd heb, heb ik haar pijn gedaan. ,,Als je me niet leuk vond had je beter helemaal niks met me kunnen beginnen,” jammerde ze. ,,Maar je bent gewoon een lafaard.” En dat heeft Pat net ook gezegd. Ik ben een lafaard. Ik heb haar meer dan een half jaar aan het lijntje gehouden. Ik ben een ongelooflijke klootzak.
,,Zeg nou eens wat,” zegt Karin nu. ,,Je zit daar maar een beetje, en je zegt helemaal niks. Doet het je dan niets?” ,,Natuurlijk doet het me iets,” antwoord ik geheel naar waarheid. ,,Ik voel me een ontzettende lul. Ik wist helemaal niet dat jij je zo voelde. Waarom heb je dit nooit gezegd?” ,,Omdat ik dacht,” piept ze. ,,Omdat ik dacht dat ik het me allemaal verbeeldde. En ik wilde niet needy zijn, snap je? Dan rennen mannen nog harder weg. Dus ik hoopte gewoon dat je op een dag zou inzien dat ik wel je grote liefde was.” Het klinkt zo pathetisch dat ik opeens afkeer voor haar voel. Mens, get a life, denk ik bij mezelf. En daar voel ik me natuurlijk meteen weer schuldig over. Ik wil haar geen pijn doen. Ik wil alleen maar dat dit voorbij is. Maar ik wil haar ook niet zomaar de deur uit schoppen. Nooit geweten dat een mens zoveel gevoelens tegelijk kon hebben.
,,Ik weet het even niet,” zeg ik. ,,Je overvalt me hiermee. Ik moet er over nadenken, goed?” Ze knikt zielig. ,,Dan ga ik maar.” ,,Ja,” zeg ik. ,,Dat is nu misschien even het beste.” En het mooist zou het zijn als je nooit meer terugkwam, denk ik er onwillekeurig achteraan. Verdomme, ik kom later echt in de hel. ,,Ik bel je,” beloof ik haar. ,,Als ik eruit ben wat ik wil. Dan praten we er nog eens over.” ,,Okee,” zegt ze. Dan pakt ze haar tasje en verlaat met hangende pootjes mijn huis.

0 Comments:
Post a Comment
<< Home