Schrijfbeest verhaal: 2005-2006

Pat en Reina zijn hartsvriendinnen. Na hun laatste jaar op de middelbare school verandert echter alles: Pat gaat Nederlands studeren, terwijl Reina gezakt is en het jaar moet overdoen. Wat zal er dit schooljaar allemaal op hun pad komen? Mannen, in elk geval. Kilian begint enthousiast aan zijn nieuwe baan als leraar. En Sebastiaan stort zich net als Pat vol overgave in het studentenleven. In het schooljaar 2005-2006 zullen de levens van deze mensen zich mengen...

Wednesday, October 11, 2006

Mei: hoofdstuk 126 - 136

126. Kilian
De school lijkt al leger als ik naar de kamer van de directrice loop. De congierge staat gelaten de aula te vegen. De leerlingen hebben nog les, maar nu Reina hier niet meer rondloopt, lijkt het alsof de vakantie al half begonnen is. Eigenlijk is dat ook wel zo. Morgen begint de repetitieweek. Nog even flink wat nakijkwerk dus, en dan kan ik twee maanden lang van mijn rust genieten. Maar het kan me niks schelen. Ik wil niet van mijn rust genieten. Ik wil ook niet werken. En ook niet op vakantie. Reina en ik hadden ooit een plek gereserveerd op een camping op Terschelling. Die plek stond op mijn naam en ik heb ‘m aangehouden, just in case. Maar na het gala heb ik de camping gebeld om te annuleren. Ik weet nu zeker dat het nooit meer goed-komt. Ze wil niet met mij kamperen. Ook niet als “vrienden”. Waarschijnljik gaat ze iets leuks doen met die kwijlebal, Twenne. Misschien moet ik dat afschuwelijke sonnet van hem naar haar opsturen. Misschien knapt ze daar wel op af.
,,De directrice is nog even in gesprek,” zegt de secretaresse. Ik plof op een stoel neer. ,,Prima, ik wacht wel even.” Ik zie dat ze me een beetje vreemd aankijkt. Logisch; de vorige keer zweette ik peentjes, nu ben ik cool as a cucumber. De vorige keer had ik Reina nog, nu ben ik moederziel alleen. Het kan raar lopen in het leven.
Reina heeft een nieuw vriendje… als een vastgelopen cd herhaalt dat zinnetje zich sinds het gala in mijn hoofd. Net als het spookbeeld van haar, zoenend met Twenne. Ik wist niet dat mijn verdriet om haar zó diep zat. Het is nooit leuk als je ex iets met iemand anders krijgt, maar ik ben er nooit eerder zo kapot van geweest als nu. Misschien komt dat doordat ik dit keer stiekem hoopte dat het weer goed zou komen. Het was zelfs meer dan hoop: toen ik me klaarmaakte voor het gala, ging ik er al een beetje vanuit dat we elkaar die avond in de armen zouden sluiten. Misschien was dat dom van me. Misschien gebeurt zoiets per definitie niet als je het verwacht.
,,Kilian, kom binnen.” De stem va de directrice haalt me ruw uit mijn gedachten. Even niet aan Reina denken, draag ik mezelf op. Dit is belangrijk. Dit gaat over je baan, verdomme. Over de vraag of je contract wel of niet verlengd zal worden. Dat is toch wel een gesprek waarbij je je beste beentje voor wilt zetten.
,,Zo,” zegt de directrice als we allebei zitten. ,,Je hele klas is geslaagd, op twee na, met een voldoende voor Engels. Een prachtprestatie, Kilian.” Ik knik, maar voel geen echte blijheid. ,,Welke twee zijn gezakt?” vraag ik, met een mengeling van angst en hoop. ,,Oh, Sjoerd en Sanne, maar die zouden het toch al niet hebben gehaald,” antwoordt ze. ,,Maak je daar nou maar geen zorgen over. Je mag echt trots op jezelf zijn. Dit had niet iedereen je nagedaan.” Ik pers er een glimlachje uit. ,,Ik ben ook trots.”
Ze neemt me peinzend op. ,,Gaat het wel goed met je? Sorry dat ik het zeg, maar je ziet er beroerd uit.” Het is dus ook nog eens te zien. De gedachte dat ik ellende uitwasem maakt dat ik me nog beroerder voel. ,,Mijn ex heeft een ander,” gooi ik er opeens uit, voor ik het goed en wel in de gaten heb. ,,En ik hou nog heel veel van haar.”
De directrice zet haar strenge brilletje af. Ze lijkt er eens goed voor te gaan zitten. ,,Hoe lang had je iets met haar?” Ik haal mijn schouders op. ,,Bijna vier maanden.” Ik besef opeens hoe zwakjes dat klinkt.
,,En hoe lang heeft ze nu iets met hem?”
,,Dat weet ik eigenlijk niet,” antwoord ik naar waarheid. ,,Ik heb haar al een hele tijd niet echt gesproken. Maar niet heel lang, denk ik.” In elk geval niet toen ik nog lesgaf aan vwo 6. Dat zou ik gemerkt hebben. Ze zou dankbaar van de gelegenheid gebruik hebben gemaakt om het er bij me in te wrijven.
,,En je weet zeker dat je van haar houdt?”
,,Heel zeker.”
,,En je bent bereid om daar wat voor te doen?”
,,Heel wat.”
,,Doe het dan!” verklaart ze triomfantelijk, alsof dit haar persoonlijke ei van columbus is. ,,Ga naar haar toe. Verklaar haar de liefde. Laat zien dat je meer van haar houdt dat hij. Laat zien wat je waard bent. Wees een man! Laat merken dat je het serieus meent, dat ze de vrouw van je leven is. Want misschien maak je zo’n gevoel wel nooit meer mee.”
,,Ja,” zeg ik. ,,Ja, dat is misschien wel een idee.” Want al klinkt het doodeng, het klinkt ook hoopvol. Het klinkt als een kans. En waarom zou ik het eigenlijk niet proberen?
Als ik met mijn vaste contract op zak naar beneden loop, merk ik dat ik een liedje fluit. In mijn hoofd begint langzaam een plannetje te ontstaan…

127. Reina
Als een gekooide tijger loop ik heen en weer door de huiskamer. ,,Reina, alsjeblieft, ga zitten!” roept mijn moeder vertwijfeld uit. ,,Ze bellen zo echt wel, heus!” ,,Ze bellen mij als allerlaatste!” roep ik gefrustreerd terug. ,,Verbrugge, weet je wel? Ik ben de V! Straks weet iedereen het, behalve ik!” ,,Maar je had er toch een goed gevoel over,” bemoeit mijn vader zich ermee. Ik laat me in een stoel vallen. ,,Nee, maar dat zegt niks. Dan kan ik het nog steeds verneukt hebben.” Ik spring weer op en begin weer te ijsberen. God, ik hou het niet meer. Ik moet het weten. Dit gaat over mijn hele toekomst. Kan ik volgend jaar gaan studeren of moet ik naar het ROC om de vakken die ik nu nog niet gehaald heb, alsnog over te doen? ,,Maar Reina,” begint mijn moeder weer. ,,Waar we je eigenlijk nog helemaal niet over gehoord hebben, is wat je wilt studeren. Ik bedoel, je hebt bij de IB-groep wel weer Nederlands opgegeven, maar wil je dat eigenlijk nog steeds?” ,,Ik weet het niet,” antwoord ik een beetje beschaamd. ,,Het trekt me niet meer zo heel erg aan, eigenlijk. Het liefst zou ik de kunstacademie doen, maar ik denk niet dat ik van mijn tekeningen zou kunnen leven. Dus nu zit ik te denken aan iets met kunst en management.”
,,Dan moet je wel snel beslissen,” zegt mijn vader. ,,Ik weet het,” zeg ik geïrriteerd. ,,Maar ik durf er nog niet echt over na te denken. Vorig jaar had ik alles al helemaal gepland en geregeld en toen zakte ik. Nu wil ik eerst weten of ik geslaagd ben, dan regel ik het allemaal wel.”
De telefoon gaat. Even zit ik er als gebiologeerd naar te staren. Het groene lampje knippert. In het schermpje staat een nummer dat ik niet meteen herken. Dit moet Het Telefoontje zijn. Ik spring op en ren naar de telefoon, maar vlak ervoor blijf ik staan. ,,Ik durf niet op te nemen.” Mijn vader glimlacht. ,,Muts.” Met één beweging van zijn lange arm pakt hij de telefoon van de basis. ,,Verbrugge,” zegt hij zogenaamd nonchalant. ,,Ja hoor, die staat hier naast me. Hier komt ze.” Mijn handen trillen zo dat ik de hoorn nauwelijks kan vasthouden. ,,Hallo?” piep ik, met een soort parodie op mijn eigen stem.
,,Hallo Reina, met Kees Klaassen spreek je.” Klaassen is mijn mentor. Hoe zat het nou ook alweer? Word je door je mentor gebeld als je gezakt bent en door de coördinator als je geslaagd bent? Of was het andersom? Door wie werd ik vorig jaar ook alweer gebeld? De gedachten razen door mijn hoofd, alsof ze me opzettelijk willen afleiden van het belangrijkste telefoontje van mijn leven.
,,Ik zal je niet langer in spanning laten. Ik mag je feliciteren,” zegt Klaassen. ,,Je bent geslaagd.” Ik slaak een gil. En dan begin ik opeens te huilen. Mijn moeder springt op en slaat haar armen om me heen. ,,Vreugdetranen, neem ik aan?” vraagt Klaassen, en ik hoor aan zijn stem dat hij glimlacht. ,,Ja,” snik ik. ,,U wilt niet weten hoe blij ik ben.” ,,Ik kan me er wel een voorstelling van maken,” zegt hij. ,,Gefeliciteerd, Reina. Maak er een fijne avond van.” Ik veeg de gelukstranen van mijn wangen. ,,Dat gaat wel lukken. Ik ga niet slapen vannacht.”

128. Pat
Met een enorme bos bloemen en het beruchte boekje waarin Beau van Erven Dorens vertelt hoe je je studentenleven tot een succes maakt, sta ik bij Reina voor de deur. Ze doet open en valt me in de armen. ,,Ik ben geslaagd!” gilt ze in mijn oor. ,,Ik ga studeren!” ,,Jaaa!” gil ik net zo hard terug. ,,Geweldig, man! Gefeliciteerd!” Ik overhandig haar de bloemen en het pakje met het boek erin. Met allebei is ze dolblij. Volgens mij was ze ook gelukkig geweest als ik haar een rol vuilniszakken en “Windows 95 voor dummies” had gegeven.
Ik wil naar binnen lopen, maar ze duwt me terug. ,,We gaan naar de kroeg!” zegt ze. ,,Daar vieren we met alle eindexamenkandidaten een feestje!” Hè ja, gezellig een avond doorbrengen met mensen die ik nauwelijks ken en die elkaar allemaal wél goed kennen. Nou ja, misschien wordt het wel heel gezellig. Mijn angst voor vreemde mensen zou toch minder geworden moeten zijn na een jaar op mezelf in de grote stad te hebben gewoond.
De kroeg is al flink vol als we aankomen. Reina stort zich direct in de feestende massa. Iedereen feliciteert elkaar. Ik denk aan vorig jaar, toen ik hier rondsprong. Het feit dat ik geslaagd was maakte eerlijk gezegd niet eens zoveel indruk op me. Ik genoot vooral van het feit dat ik eindelijk weer een feestje kon vieren na al die ernstige weken. En ik zag het als een prachtkans om Hidde in bed te krijgen, die ik in die laatste weken voor het examen opeens leuk was gaan vinden. Ik herinner me dat het niet verder is gekomen dan zoenen. Hij vertelde me heel serieus dat hij alleen verder wilde gaan met een meisje met wie het “echt iets was”. En dat het dat met mij niet zou worden, dat hoefde hij er niet eens bij te zeggen. Niemand in het dorp zag mij nog als relatiemateriaal. Eigenlijk is dat beschamend, als ik eraan terugdenk. Zouden die feestende jongens hier ook denken dat ik gekomen ben om iemand te naaien, vanavond? Wat erg. Hoe heb ik zo’n naam kunnen krijgen? Stond ik er dan totaal niet bij stil? Ik weet dat het antwoord nee is. Ik stond er totaal niet bij stil. Of het kon me niet schelen. Het is in elk geval maar goed dat ik naar de stad ben vertrokken, en dat ik heb ingezien dat al die vrijblijvende seks me eerder ongelukkiger maakte dan gelukkiger. Soms is het nog steeds moeilijk om de neiging te onderdrukken, dat wel. Nu bijvoorbeeld, als ik Reina gepassioneerd zie zoenen met haar nieuwe vriendje. En een paar van die jongens zien er flink lekker uit, al zijn ze dan een jaar jonger. Ik zou er makkelijk één kunnen versieren, vanavond. Ik heb toch niks beters te doen. Maar ik weet dat ik daar morgen spijt van zou hebben.
Ik kijk op mijn horloge. Ik sta hier nou al een kwartier en niemand heeft aandacht aan me besteed. Lekker zeg. Kom ik helemaal vanuit de stad hier naartoe om Reina te feliciteren, word ik straal genegeerd. Ik ben weleens op leukere feestjes geweest. Opeens krijg ik een idee. Ik ga Sebastiaan bellen. Misschien vindt hij het wel leuk om te komen, als hij tenminste niet weer ruzie zit te maken met zijn vriendinnetje. Maar wie weet, ik bel gewoon en ik zie het wel.
Sebastiaan is gelukkig heel enthousiast. ,,Gezellig, ik zat me toch al te vervelen,” zegt hij. ,,En ik kan wel een beetje afleiding gebruiken. Ik ben er over een half uurtje.” Sneller kan hij blijkbaar nog steeds niet van zijn huis naar de kroeg toe komen. Als hij binnenkomt, ben ik in gesprek met Reina en een jongen die ik zelfs amper van gezicht kende. ,,Ik ga zo dronken worden vanavond,” vertrouwt Reina ons toe. ,,Ik ben al dronken,” grijnst de jongen met waterige oogjes. Ik bedenk opeens hoe lang het geleden is dat ík voor het laatst flink dronken was. Jezus, ik ben wel een saaie muts geworden, hoor. ,,Ik ga ook flink zuipen vanavond,” draag ik dus mijn steentje aan het gesprek bij. Dan voel ik Sebastiaans hand op mijn schouder. Onwillekeurig begint mijn hart sneller te kloppen. Shit. Ophouden Pat, zeg ik vermanend tegen mezelf. Hij heeft nog steeds een vriendin. En jij bent tegenwoordig een braaf meisje.
We gaan aan de bar zitten en Sebastiaan bestelt voor mij een wijntje en voor hemzelf een biertje. ,,Zo, en hoe is het afgelopen met Karin?” vraag ik. Hij zucht. ,,Tja, dat is praktisch uit. Ik heb gezegd dat ik er over na moest denken, maar ik denk dat ze wel weet wat dat betekent.” Ik knik. ,,Waarschijnlijk wel, ja.” ,,Ik voel me zo schuldig,” gooit hij eruit. ,,Ik heb nooit voor haar gevoeld wat zij voor mij voelde. Onze hele relatie is volledig van haar uit gegaan, ik heb er nooit energie in gestoken. Ik vond het alleen zo zielig om haar te dumpen na de dood van haar moeder.” Ik leg mijn hand op zijn arm. ,,Dat wás ook heel lullig geweest. Ik vind het op zich ook wel goed van je dat je bij haar gebleven bent. Maar je had het wel iets eerder uit kunnen maken dan nu.” Hij knikt. ,,Ik weet het. Ik realiseer me nu pas wat een klootzak ik eigenlijk altijd geweest ben. Misschien komt dat door het ongeluk ofzo. Maar de laatste tijd ben ik echt gaan beseffen wat een eikel ik altijd was. Ben.” Hij is even stil. ,,Ook tegenover jou,” zegt hij dan opeens. ,,Ik heb jou ook heel veel pijn gedaan, hè?” Ik staar naar de houten bar en knik, om de één of andere reden niet in staat om hem aan te kijken. Plotseling voel ik de tranen branden achter mijn ogen. Ja, hij heeft me heel veel pijn gedaan, en dat hij dat nu toegeeft voelt als een warme douche en tegelijk als een klap in mijn gezicht.
,,Het spijt me,” zegt hij eenvoudig. Ik glimlach zwakjes. ,,Het is goed.” Even is het stil. Dan vraagt hij hoe het met mijn studiekeuze staat. Ik begin uitgebreid te vertellen over mijn plannen om naar het buitenland te gaan. Mijn voorkeur neigt naar Amerika. Ik heb zelfs al gezocht naar universiteiten daar. Er is er één in Georgia met een speciaal programma voor buitenlandse studenten dat me heel erg leuk lijkt. Als mijn ouders akkoord gaan, ga ik me daar waarschijnlijk voor inschrijven. ,,Goh,” zegt Sebastiaan. ,,Een heel jaar naar Amerika. Ik zal je wel missen, hoor.” Ik voel dat ik begin te blozen. Gelukkig kan hij dat niet zien in dit schemerlicht. Ik lach koket. ,,Je mag me altijd komen opzoeken.”
We bestellen nog een biertje, en praten door. En bestellen nog meer bier. En praten nog meer. En raken aangeschoten. En besluiten rare mixdrankjes uit te properen. En worden dronken. Het is heerlijk om weer eens echt goed dronken te zijn. Het geeft je een excuus om domme dingen te doen. Als dat irritante stemmetje in je hoofd je begint te waarschuwen, kun je het mooi het zwijgen opleggen door te denken: ja, maar ik ben stomdronken dus ik mag dat. En morgen zie ik wel weer verder. Dus als Sebastiaan met een veelzeggende blik (of denk ik dat nou maar?) zegt dat ik hem zometeen maar naar huis moet brengen, omdat hij dat stuk in deze toestand niet zelfstandig zal kunnen lopen, stel ik giechelend voor om dat dan maar meteen te doen. ,,Want als je er zo over denkt moet je duidelijk niet nóg meer drinken.” ,,Nee,” zegt hij. ,,Nee, misschien niet. Gaan we dan nu?” ,,Ja,” besluit ik. ,,We gaan nu.” Ik trek Reina los van haar kleffe vriendje, geef haar een dikke zoen en beloof haar de volgende morgen te bellen, net als vroeger. Dan trek ik Sebastiaan mee de warme juninacht in.

129. Sebastiaan
Oei, het lopen gaat me moeilijk af. De alcohol heeft mijn benen weer net zo wankel gemaakt als toen ze net uit het gips waren. Maar het maakt me niet uit. Ik voel me fantastisch. Uitgelaten, vrij, vrolijk en vooral heel erg mezelf. Ik kan maar één ding denken: die prachtvrouw naast me moet zo snel mogelijk in mijn bed terecht komen. En aan dat ondeugende lachje van haar te zien, zou ze dat zelf ook geen slecht idee vinden. Ik vind het heerlijk dat dit soort dingen weer kunnen. Oké, ik ben nog niet helemaal single, maar het scheelt niet veel, dus ik vind dat ik dit wel mag. En anders, pech gehad. Het kan me lekker toch niks schelen. Ik heb nooit gezegd dat ik aardig was. Aardigheid is een eigenschap waar ik heel goed zonder kan leven.
Ze slaat haar arm om mijn middel. ,,Kom maar, ik zal je wel even ondersteunen,” giechelt ze. ,,Dankjewel,” zeg ik. ,,Je bent een engel.” Ze giechelt weer zo schattig. ,,Wel een dronken engel.” Ik sla mijn arm ook om haar heen. ,,Die moeten er ook zijn.”
Na een half uur voortstrompelen en zinloze discussies voeren, zijn we bij mijn huis aangekomen. Godzijdank; mijn benen voelen inmiddels alsof ze van vla zijn gemaakt. Ik heb zin om me te laten vallen. En aangezien ik stomdronken ben, doe ik dat ook. Theatraal stort ik mezelf in het hoge gras, terwijl ik Pat meetrek. Ze slaakt een gil. Gauw hou ik mijn hand voor haar mond, om te voorkomen dat ze mijn ouders wakker maakt. Speels bijt ze in mijn wijsvinger. Ik haal mijn hand weg en kus haar. Ze kust me terug. Ik voel duidelijk dat ze dit net zo graag wil als ik. Een hele tijd liggen we innig te zoenen in mijn voortuin. Ik heb geen idee hoe lang, ik ben mijn besef van tijd volledig kwijt. Als ik voel hoe de kou in mijn kleren begint te trekken, maak ik me voorzichtig van haar los. ,,Wil de dronken, gevallen engel misschien nog even binnenkomen?”
,,Ja,” zegt ze. ,,Dat lijkt me wel een goed idee. Hier valt het zo op dat ik gevallen ben.” Lachend hijsen we elkaar overeind. Zo zachtjes mogelijk stommelen we door de gang naar mijn kamer. Daar nemen we niet eens de moeite om het licht aan te doen; we laten ons in het donker op het bed vallen. ,,Ik wil je,” fluister ik tussen twee lange zoenen door. ,,Je mag me hebben,” fluistert ze terug. Dus ik verdring elke andere gedachte en neem wat mij toekomt.

130. Kilian
Midden in de nacht word ik bezweet wakker. Ik schiet overeind. Ik heb het! Al dagenlang loop ik te tobben en te piekeren over de uitvoering van mijn plan, maar in mijn slaap is het geniale idee eindelijk tot mij gekomen. Ik kijk op mijn wekker. De rode cijfertjes geven onverbiddelijk 03:15 aan. Kan me niet schelen; morgen hoef ik toch alleen maar repetities uit te delen en de surveilleren. Dit is mijn spur of the moment. Ik moet het nú doen, want als ik het tot morgen bewaar, wordt het lang zo mooi niet.
Ik spring mijn bed uit en zet de computer aan. Terwijl die krakend en ratelend opstart, loop ik naar de keuken. Krachtvoer heb ik nodig voor mijn labour of love. Helaas is er niet veel krachtigs te vinden in mijn koelkast. Ik heb de laatste tijd nou niet bepaald geïnvesteerd in voedzaam doch gezonde maaltijden. Ik zal tevreden moeten zijn met een biertje en een halve zak oude chips.
Ik prop een handje chips in mijn mond en spoel het weg met een grote slok bier. Dan begin ik. Terwijl ik bezig ben, groeit het gevoel dat dit perfect is. Dit is precies wat ik in gedachten had. Als ze hier niet voor zwicht, weet ik het ook niet meer. Dan heb ik het geprobeerd. Als dit niet werkt, mocht het kennelijk niet zo zijn. Dan ga ik er ook niet meer over zeuren. Oké, misschien zal ik nog even een week of twee flink depressief zijn en teveel drinken. Maar dan boek ik een last-minute reis naar een warm land en zie ik daar wel hoe ik doorga met mijn leven. Maar dan weet ik het in elk geval dat ik het geprobéérd heb. Dat ik niet als één of andere lamzak heb zitten toekijken hoe de liefde van mijn leven werd ingepikt door een jochie dat nog nat is achter zijn oren. Voor het eerst heb ik het gevoel dat ik een echte beslissing neem, dat ik iets moedigs doe. Reina heeft me in ruzies meer dan eens “zwak” genoemd en ik denk dat ze daar wel gelijk in had. Ik hou nou eenmaal niet zo van confrontaties. Maar aan deze ontkom ik niet. En ik wil er ook niet aan ontkomen. Dit wordt de confrontatie der confrontaties, maar hij kan me het meisje opleveren waarvan ik hou. Ik weet dat dit me écht mijn baan en mijn hele carrière kan kosten, maar ik ben bereid dat offer te brengen. Soms moet een man nou eenmaal kiezen. En ik weet waarvoor ik kies. Ik kies eindelijk eens een keer voor de moeilijke weg. Voor de weg van de meeste weerstand.
Is dit nou wat ze flow noemen? Zo opgaan in een bezigheid dat je in een soort trance raakt? Ik denk het wel. Ik ben in een half uur klaar en als ik achterover leun en de laatste slok bier achterover sla, weet ik dat ik hier absoluut niets meer aan moet veranderen. Zo is het en zo moet het blijven. Om mijn levenswerk tegen mezelf te beschermen, zet ik het document op een oude diskette, die ik tegen schrijven beveilig.
Het is gebeurd. Ik heb het gedaan. Nu hoef ik alleen nog maar te wachten tot de tijd rijp is. Ik zet mijn lege bierflesje in de krat, gooi de lege zak van de chips in de vuilnisbak, rol mijn bed in en val direct in slaap.

131. Pat
Sebatiaans wimpers trillen lichtjes. Ik denk dat hij droomt. Ik laat mijn hoofd op mijn elleboog steunen en kijk ernaar, naar die prachtige lange wimpers van hem. Hij zou eens moeten weten hoe mooi die zijn. Hij weet best dat hij een knappe jongen is, maar die wimpers, daar weet hij vast niks van.
Ik heb een paar uurtjes geslapen, maar veel is het niet geweest. Nu is het kwart over zeven en ik ben klaarwakker. Al een half uur overigens. Ik werd wakker van het felle zonlicht dat zijn kamer binnenscheen en het binnen de korste keren snikheet maakte. Ik ben opgestaan om de gordijnen dicht te doen, want dat waren we gisteravond natuurlijk vergeten. Toen ben ik terug in bed gekropen. Al een half uur lig ik nu naar hem te staren, en te denken aan hoe raar het allemaal is. Ik zou me schuldig en verdorven moeten voelen. Ik heb meegeholpen aan het vreemdgaan van een jongen. Nota bene een jongen die mij ook heel veel pijn heeft gedaan. Maar gek genoeg maakt het me niet uit. Het voelde namelijk zo ontzettend goed. Het klopte. Die zeldzame chemie was er. Bij mijn one night-stands en mijn kortstondige relaties ontbrak die chemie vaak, en daarom voelde ik me nogal eens een beetje vies na de seks. Maar nu voel ik me juist heerlijk. En ook wel vies natuurlijk, maar op de goede manier. Misschien was dit zelfs wel de beste seks die ik ooit gehad heb. Het was niet alleen die chemie. Voor het eerst was er meer. Voor het eerst was er een connectie die dieper ging dan lust alleen. Als ik hem aankeek, wist ik dat hij voelde wat ik voelde. We praatten zonder woorden. We gingen in elkaar op, tot het op een gegeven moment leek alsof hij mij was, en ik hem. Alle cliché’s bleken waar te zijn. Mensen hebben dit soort dingen niet zomaar verzonnen om een goed boek af te leveren. Het gebeurt echt.
Maar wat nu? Hij heeft officieel nog steeds iets met Karin. En zijn ouders worden straks ook wakker. Die van mij ook, trouwens. Als mijn moeder mijn onbeslapen bed ziet, gaat ze waarschijnlijk flippen. Hoe mooi hij ook is met die trillende wimpers, ik zal hem moeten verlaten. Ik zal het huis uit moeten sluipen, zoals ik al zo vaak gedaan heb. Maar niet zonder hem wakker te maken. Niet na zo’n nacht.
Ik schud zachtjes aan zijn schouder. ,,Sebastiaan. Sebastiaan. Ik moet weg.” Hij doet zijn ogen open. Eén moment kijkt hij me lodderig en verbaasd aan. Dan begint hij breed te glimlachen. ,,Hee,” zegt hij. ,,Hoe is het?” Ik glimlach terug, al even breed. ,,Goed. Maar ik moet er vandoor. Voor je ouders wakker worden enzo.”
,,Hoe laat is het?”
,,Vijf voor half acht.”
,,Die slapen voorlopig nog wel even door, hoor. Voor tienen hoef je geen teken van leven te verwachten.”
,,Nee, maar ik moet thuis zijn voor mijn moeder ontdekt dat ik vannacht niet daar heb geslapen.”
,,Dus je hebt geen tijd voor een ontbijtje?”
,,Ik ben bang van niet.”
,,Ook niet voor een lopend ontbijtje?”
Niet-begrijpend kijk ik hem aan. Hij lacht. ,,Ontbijt hoort erbij, vind ik. Dus als je hier niet kunt blijven ontbijten, loopt het ontbijtje wel met je mee. Alleen niet al te snel, ben ik bang.” Ik smelt. Wat ongelooflijk schattig. ,,Dat geeft niet,” zeg ik. ,,Het ontbijtje mag me wel naar huis begeleiden.”
Een kwartier later slenteren we over straat, allebei met een kom cornflakes. ,,Ik ga het vandaag uitmaken met Karin,” zegt Sebastiaan na een lange stilte. Ik knik. ,,Dat dacht ik al.” Hij zucht. ,,Jezus, ik ben vannacht niet zomaar een beetje vreemdgegaan. Mijn God.” Op een vreemde manier voel ik me vereerd. ,,Ja,” zeg ik. ,,Het was niet mis, hè?” Hij lacht guitig en aait me over mijn wang. ,,Dat was het zeker niet.” De vraag hoe het nu verder gaat brandt op mijn lippen, maar ik beheers me. Dit mag ik niet verpesten door needy vragen te gaan stellen. Ik moet eerst maar eens goed nadenken.
Veel te snel staan we weer bij de kroeg, waar mijn fiets geparkeerd staat. Ik neem mijn laatste hap cornflakes, drink het restje melk en geef het lege kommetje aan Sebastiaan. We zwijgen onhandig. ,,Ga jij naar de diplomauitreiking?” vraagt hij dan opeens. Ik knik. ,,Ja, natuurlijk. Mijn beste vriendin is geslaagd.” ,,Dan ga ik ook,” zegt hij. ,,Ik ben uitgenodigd door een buurjongetje van me, maar ik wist het nog niet zeker. Maar als jij gaat, ga ik ook wel.” Ik voel hoe ik onwillekeurig begin te stralen. ,,Oké,” zeg ik. ,,Dan zie ik je in elk geval daar.” ,,Oké,” zegt hij. ,,Tot dan.” Dan kust hij me nog één keer. Ik zoen hem terug. Voor we het weten, staan we weer uitgebreid te zoenen, midden op het dorpsplein. Giechelend scheur ik mezelf van hem los. ,,Ik moet nog echt weg. Tot dinsdag!” Ik spring op mijn fiets. Terwijl ik wegfiets, kijk ik nog een keer achterom. Grijnzend staat hij daar, met twee lege kommetjes in zijn hand. Ik werp hem een kushandje toe en voel me opeens onbeschrijflijk gelukkig.

132. Reina
Gelukzalig rek ik me uit. Ik lig heerlijk te zonnen in de tuin. Sinds ik geslaagd ben is dat mijn enige tijdsbesteding. Het is heerlijk om eindelijk zo uit te kunnen rusten. Gisteren heeft Twenne me gezelschap gehouden, eergisteren Pat, die helemaal vol zat met verhalen over Sebastiaan. Ik kan niet geloven dat ze weer met hem naar bed is geweest terwijl ze zo ontzettend veel moeite had om over hem heen te komen. Nu kan ze weer helemaal van voor af aan beginnen. Want ik geloof er niks van, dat hij haar dit keer geen pijn zal doen. Sebastiaan is best een aardige jongen, maar meisjes kwetsen zit in zijn natuur. Ik denk dat Pat dat stiekem ook best weet. Maar ja, het vlees is zwak. Ik zal er wel weer voor haar zijn als ze straks aan de kant geschoven wordt voor een slanker exemplaar.
Ik neem een slok water en staar naar de kleine wolkjes die voorbij drijven. Ik kan niet geloven dat mijn middelbare schooltijd nu bijna voorbij is. Een deel van mijn leven dat definitief afgesloten wordt. En dit laatste jaar is tot mijn verrassing één van de leukste jaren geweest. Twee vriendjes in een jaar, dat is wel een record. Wat spanning & sensatie betreft is dit bepaald geen karig jaar geweest. Ja, ik denk er met een grote glimlach op mijn gezicht aan terug. Ik merk ook dat mijn woede op Kilian begint af te nemen. We hebben het samen heel erg leuk gehad, tenslotte. Meer dan leuk. Wat wij hadden, was bijna perfect. Die band van ons, dat kom je niet vaak tegen. Hoe goed we elkaar aanvoelden. De één zei wat de ander dacht. Dat soort kleffe dingen.
Nu ik er zo aan terugdenk, een beetje melancholiek, zonder wrokgevoelens, treft het me als een bliksemschicht. Dat heb ik met Twenne allemaal niet. Twenne is leuk gezelschap, maar dieper gaat het niet. En ik denk eerlijk gezegd ook niet dat dat gaat veranderen. Shit. Ik wist de hele tijd ergens wel dat er iets niet klopte tussen Twenne en mij, maar nu kan ik er eindelijk de vinger op leggen. Onze relatie mist diepgang.
Net als ik de volledige betekenis van deze openbaring tot me door laat dringen, komt mijn moeder de tuin in. ,,Reina? Er is een brief voor je!” Ze gooit me een envelop toe, die ik verbaasd opvang. Wie schrijft mij nou een brief? Ik herken het handschrift op de envelop niet. Nieuwsgierig scheur ik hem open. Er zit een getypt briefje in.

No more be grieved at that which thou hast done
Roses have thorns, and silver fountains mud;
Clouds and eclipses stain both moon and sun,
And loathsome canker lives in sweetest bud.
All men make faults, and even I in this,
Authorizing thy tresspass with compare
Myself corrupting, salving thy amiss
Excusing thy sins more than thy sins are.

,,Hè?!” roep ik hardop uit. Ik ben al geen ster in Engels, maar hier begrijp ik echt helemaal niks van. Ik moet het nog een keer heel zorgvuldig lezen voor ik er iets van begin te snappen. Dit kan maar van één iemand komen. Kilian is de enige die me een oud Engels gedicht zou kunnen sturen. Maar waarom doet hij dat anoniem? En waarom is de envelop dan in een ander handschrift geschreven? Heeft hij dat iemand anders laten doen? Maar waarom in godsnaam? Komt het dan misschien toch van iemand anders? Maar wie zou dat dan kunnen zijn? Ik heb het gevoel dat ik in een slechte detectiveroman terecht ben gekomen. Ik voel me opgewonden en verward.
Midden in mijn opwinding & verwarring gaat mijn mobiel. Twenne. ,,Heb je zin om vanmiddag bij mij in de tuin te komen zonnen?” vraagt hij. Ik denk even na, maar besef dat ik hier eigenlijk niet eens een klein beetje zin in heb. Ik moet alleen zijn vanmiddag. ,,Nee,” zeg ik. ,,Ik eh… ik kan niet.” ,,Oh,” zegt hij, en ik hoor de teleurstelling in zijn stem. Jezus, denk ik een beetje geërgerd, je hebt me gisteren ook al de hele middag gezien! ,,Ik zie je morgen bij de diplomauitreiking,” zeg ik vriendelijk. ,,Tot morgen!” ,,Oké doei,” zegt hij kortaf. Dan hangt hij op. Meneer is duidelijk verontwaardigd. Zeikerd. Ik heb het al gedacht voor ik er erg in heb. Ik plof weer neer op mijn stretcher en lees het geheimzinnige briefje nog een keer. Ik denk dat het tijd wordt om eens heel goed na te denken.

133. Sebastiaan
Wat zal ik blij zijn als deze middag voorbij is. Karin zit in de tuin te wachten en ik ga het zometeen uitmaken. Natuurlijk heb ik dat al veel vaker gedaan, maar nooit na zo’n lange tijd. Ik schenk twee glazen vol met ijsthee en zucht. Ik hoop maar dat ze niet gaat huilen. Ik haal nog één keer diep adem en dan loop ik met de drankjes naar buiten. Ik ga naast haar zitten. ,,En?” vraagt ze een beetje vinnig. ,,Waarvoor ben ik ontboden? Heeft meneer eindelijk een beslissing genomen?” Ik slik. ,,Ja.” Ze zwijgt, waarmee ze mij dwingt om door te praten. ,,Ik denk dat het beter is als we ermee stoppen,” zeg ik, zoals ik dat in mijn hoofd geoefend heb. ,,Dat dacht ik al,” bijt ze me toe. ,,Krijg ik ook nog de reden te horen? Of mag ik dat zelf bedenken?” Mijn God. Er is niets meer over van de aanhankelijke teddyberenkarin. Haar gekat irriteert me. Ik voel drift oplaaien. Beheers je, Sebastiaan, zeg ik streng tegen mezelf. ,,Ik denk dat we allebei gelukkiger zouden zijn met iemand anders.” Ook dit heb ik geoefend.
Opeens springt ze op. Met één vloeiende beweging maait ze de twee volle glazen ijsthee van de tafel. Ze spatten stuk op de tuintegels. Het zoete spul stroomt over de grond. Meteen komen er drie wespen op af. Karin kijkt niet eens naar de schade die ze heeft aangericht. In plaats daarvan kijkt ze naar míj. Haar ogen schieten vuur. Onwillekeurig schuif ik mijn stoel een stukje achteruit. Maar dat helpt natuurlijk niet. ,,Gelukkiger met iemand anders?!” schreeuwt ze. ,,Dat is een mooie manier om je er vanaf te maken! Gewoon doen alsof je me het beste toewenst! Wat ben jij toch een huichelaar, Sebastiaan! Je wenst mij helemaal niks toe. Je wenst dat ik zo snel mogelijk opgedonderd ben! En nu zit je te hopen dat ik niet ga huilen. Nou, je hebt geluk. Ik zal geen traan om je laten. Ik zie nu pas wat een egoïstische klootzak je bent. Ik snap niet waarom ik zoveel moeite voor je gedaan heb. Je was het absoluut niet waard.”
Dan pakt ze haar tasje en stormt de tuin uit, de gang door, naar buiten. Ze slaat de deur zo hard dicht dat ik bang ben dat het glas zal breken. Gelukkig hoor ik geen gerinkel. Ik begraaf mijn hoofd in mijn armen en laat de betekenis van haar woorden tot me doordringen. Ze heeft godverdomme nog gelijk ook. Ik ben echt een ontzettende klootzak. Ik heb me nog nooit zo slecht gevoeld als nu. En dan weet ze nog niet eens dat ik vannacht geweldige seks met Pat heb gehad. Zit er dan geen sprankje goedheid in mij? Op dit moment voel ik me afschuwelijk. Niemand wil een klootzak zijn. Iedere jongen heeft dromen waarin hij een rotzak is die zich van niemand wat aantrekt, waarin hij een hartenbreker is, een womanizer. Maar ik heb die droom werkelijkheid gemaakt. En ik wil het niet meer. Ik wil aardig zijn. Ik wil veranderen. Maar kan dat wel, zoiets fundamenteels aan je persoonlijkheid veranderen? Is dit niet gewoon mijn karakter? Zal ik het niet hiermee moeten doen?
Ik zie mijn spiegelbeeld in de openstaande tuindeur. Mijn krullen, waarmee ik altijd zoveel meisjes heb weten te strikken. Meisjes houden van krullen. Al helemaal in combinatie met een knap gezicht. Maar wat stelt het eigenlijk voor? Ik besluit dat ik een daad moet stellen. Mijn handen jeuken om iets te doen, om iets fundamenteels te veranderen. Iets wat de verandering in mij zal laten zien.
Ik loop naar binnen en pak de keukenschaar. In de badkamer ga ik voor de spiegel staan. Ik pak de eerste krul. Ik heb de neiging om mijn ogen dicht te doen, maar ik doe het niet. Ik blijf kijken terwijl ik de pluk haar afknip, tot ongeveer een centimeter van mijn hoofd. Vanaf nu is het makkelijk. Krul voor krul knip ik mijn haar af. Ze vallen in de wasbak. De berg haar wordt steeds groter. En het haar op mijn hoofd wordt steeds korter. Tenslotte ben ik klaar. Ik staar in de spiegel. Een nieuwe Sebastiaan staart terug. Ik heb mezelf nog nooit met zulk kort haar gezien. Ik ben nog steeds niet lelijk, maar duidelijk minder knap. Ik ben onopvallend. Een gewone jongen. Ik pak al het haar bij elkaar en gooi het in het pedaalemmertje. Dan loop ik weer naar de tuin om de scherven en de ijsthee op te ruimen.

134. Pat
Ik slaak een gil als Sebastiaan de deur opendoet. ,,Wat is er met je haar gebeurd?!” Hij grijnst schaapachtig. ,,Ik heb het afgeknipt.”
,,Afgeknipt?! Zelf? Waarom in godsnaam?”
,,Ik wilde iets veranderen. Ik leg het straks wel uit. Kom je binnen?” Hij houdt de deur voor me open en neemt galant mijn jasje van me aan. Dan kust hij me zachtjes in mijn hals. Genietend sluit ik mijn ogen.
Hij belde gisteren. Zijn ouders zouden vanavond een etentje hebben; of ik zin had om te komen eten en daarna samen naar de diplomauitreiking te gaan? Mijn hart maakte een sprongetje. Het was geen one night-stand. Hopelijk heb ik mijn celibaat niet voor niets doorbroken.
Tot mijn verbazing heeft hij de tafel gedekt. Hij heeft er een wit tafelkleed overheen gelegd en alvast twee glazen witte wijn ingeschonken. ,,Zo, zo,” zeg ik lachend als hij mijn stoel aanschuift. ,,Ben je opeens in de ideale schoonzoon veranderd?” Hij grinnikt. ,,Niet echt. Gisteren werd mij nog verteld dat ik een huichelaar en een egoïstische klootzak ben.” Gek genoeg word ik hier heel blij van. ,,Dus het is uit,” probeer ik meelevend te zeggen. Hij knikt. ,,Jep,” antwoordt hij een beetje onhandig. Het is niks voor hem om “jep” te zeggen. ,,Opgelucht?” vraag ik voorzichtig. Hij denkt even na. ,,Aan de ene kant wel,’ zegt hij. ,,Aan de andere kant heeft ze me nog eens even goed duidelijk gemaakt hoe vreselijk ik haar behandeld heb. Ik vind mezelf zo’n lul nu. Al jarenlang behandel ik meisjes als oud vuil en zij is de eerste die het tegen me gezegd heeft. Hoe kan dat? Waarom heeft niemand me eerder tot de orde geroepen? Waarom heb jij het toen eigenlijk niet gedaan? Jij bent niet bepaald verlegen ofzo.”,,Meisjes hebben ook hun trots,” antwoord ik. ,,Als je een jongen voor zijn voeten gaat gooien wat hij je allemaal wel niet heeft aangedaan, laat je daarmee zien hoeveel pijn hij je gedaan heeft. Je wilt niet altijd dat hij dat weet. Je wilt dat hij denkt dat het voor jou nog minder voorstelde dan voor hem.” Hij schudt ongelovig zijn hoofd. ,,Karin heeft die trots dan waarschijnlijk al lang geleden de deur uit gezet.” Daar besluit ik maar niet op in te gaan. ,,Maar dat haar?” vraag ik. ,,Hoezo dat dan?” ,,Het klinkt misschien raar,” zegt hij. Voor het eerst hoor ik dat hij een beetje onzeker klinkt. ,,Maar ik wilde geen mooie jongen zijn. Ik wil geen meisjes meer versieren en na een nachtje dumpen. Ik wil geen meisjes pijn doen. En om de één of andere reden hing dat voor mijn gevoel samen met mijn haar. Want daar vielen ze altijd op. Op mijn krullen.” Ik ben onder de indruk. ,,Wat mooi. Wat goed dat je dat hebt durven doen.” Dat hij nog steeds een hele mooie jongen is, hou ik wijselijk voor me.

De kust is veilig, denk ik terwijl we eten en over koetjes en kalfjes babbelen. Hij wil geen meisjes meer pijn doen. Hij wil lief worden. Hij wil worden wat ik altijd al wou dat hij zou zijn. Nu kan ik ervoor gaan. Ik kan mijn Amerika-idee laten varen, iets saais gaan studeren en gelukkig met hem worden. Het is zo makkelijk. Vanaf nu kan mijn leven eindelijk in rustiger vaarwater komen. Maar waarom heb ik dan toch het gevoel dat iets me tegenhoudt?
,,Waar denk je aan?” vraagt Sebastiaan zachtjes, en ik besef dat het al een tijdje stil is. ,,Aan ons,” beken ik. ,,Ik weet dat het daar nog veel te vroeg voor is,” zeg ik er haastig achteraan. ,,Eén nachtje hoeft nog niks te betekenen enzo, en ik wil niet dat je denkt dat ik…” Hij lacht. ,,Ho, ho, ho! Ik denk helemaal niks! Het enige wat ik denk…” Hij buigt naar voren en strijkt een krul uit mijn gezicht. ,,…is dat ik jou nog steeds een heel leuk meisje vind.” ,,Is dat zo?” vraag ik ademloos. ,,Ja,” antwoordt hij. ,,Maar je gaat naar Amerika.” ,,Nou…” begin ik. ,,Dat is nog helemaal niet zeker en…” Hij onderbreekt me weer. ,,Jawel. Dat is wel zeker. Ik heb die blik in je ogen gezien toen je me erover vertelde. Jij wilt naar Amerika. Jij gáát naar Amerika. Want wat zou je ook alweer gaan doen als je hier bleef?” ,,Weet ik niet,” mompel ik. ,,Precies,” zegt hij. ,,Je moet gaan, Pat. Laat je nergens door tegenhouden. Zelfs niet door mij. Zo’n kans krijg je de rest van je leven niet meer.” Ik weet dat hij gelijk heeft. ,,Maar ik vind het zo zonde,” zeg ik. ,,Het gaat net zo leuk tussen ons. Dit is wat ik al die jaren stiekem al wilde.” Ik had nooit gedacht dat ik dat nog eens zou toegeven.
Sebastiaan zucht. ,,Denk je dat ik het leuk vind dat je weggaat? Maar ik wil niet degene zijn die je hier houdt. Vroeg of laat ga je me dat kwalijk nemen. Jij bent een avonturier, Pat. Jij moet eerst je wilde haren kwijt raken.” Weer weet ik dat hij gelijk heeft. ,,Maar als ik terugkom? Heb je dan weer iets met een Karin?” vraag ik. Hij lacht. ,,En als jij terugkomt? Heb je dan een Amerikaans vriendje met een pick-up truck?”
We kijken elkaar aan en begrijpen elkaar helemaal. ,,We zullen het moeten afwachten,” zeg ik. ,,Het is een soort test.” Sebastiaan knikt. ,,Als er nog steeds iets tussen ons is als je terugkomt, is het echt. Dan laat ik je nooit meer gaan.” Ik voel me helemaal warm worden vanbinnen en schenk hem mijn allermooiste glimlach. Dit keer ziet hij die wel. Hij kust me en vraagt zachtjes: ,,Deal?” Ik knik. ,,Deal.”
Even is het stil. Dan vraagt hij: ,,Wanneer ga je?” ,,Als alles goed gaat 1 september,” antwoord ik. Hij begint breed te grijnzen. ,,Dan ben je nog meer dan twee maanden hier! Heb ik nog meer dan twee maanden om van je te genieten!” Ik strijk door zijn ernstig gekortwiekte kapsel. ,,Dat vind ik helemaal een mooie deal.”

135. Kilian
Het zweet loopt in koude straaltjes over mijn rug. Alle diploma’s zijn uitgereikt: zometeen is het mijn beurt. Ik ga mijn plan ten uitvoer brengen. Het is erop of eronder. Voor een zaal met daarin driehonderd man. Ik weet niet of ik dit wel aankan. Ik wou dat ik mijn ogen dicht kon doen en mezelf zo naar een andere plaats kon stralen. Ergens waar ik niet elk moment iets doodengs zou moeten doen.
,,Kilian?” Ben van Vleuten, de geliefde leraar geschiedenis, komt me roepen. ,,Over twee minuutjes word je op het podium verwacht.” Ik slik en veeg nog wat zweet van mijn voorhoofd. ,,Okee.” Hij geeft me een schouderklopje. ,,Leuk hoor, zo’n jonge leraar die meteen een speech wil houden. Dapper van je.” Ik glimlach zwakjes. Op dit moment voel ik me allesbehalve dapper.
,,Jullie hebben nu allemaal het felbegeerde diploma in handen,” hoor ik de stem van de conrector door de zaal schallen. ,,Nu zijn er nog een paar leraren die iets willen zeggen. De eerste werkt hier pas een jaar, maar deed dat zo goed dat hij meteen aan een examenklas kon gaan lesgeven, die hij, op een enkeling na, allemaal met vlag en wimpel heeft laten slagen! Graag een warm applaus voor Kilian de Booij!” De zaal begint te klappen. Ik heb het gevoel dat ik moet overgeven. Ik haal een paar keer diep adem en loop met bibberige benen het podium op. Ik haal het papier uit mijn zak en probeer het op de lezenaar uit te vouwen zonder te laten zien hoe mijn handen trillen. Ik kuch. Ik hoor het geluid resoneren. Het wordt stil in de zaal.
,,Dit is voor mij een bijzonder jaar geweest,” begin ik, en als ik die eerste zin heb uitgesproken, is het alsof ik mijn eerste duik in koud water heb genomen: ik ben door. Vanaf dat moment gaat het soepel.
,,Ik kwam hier op school werken als net afgestudeerd broekie, en nu voel ik me een leraar. Ik heb hier ontzettend veel geleerd. Hiervoor dank ik onze directrice, die mij de kans heeft gegeven in te vallen voor meneer van Zijl, waardoor ik les kon geven aan VWO 6. Maar er is nog iemand die ik moet bedanken. Eigenlijk is het zelfs meer dan bedanken. Met iemand hier op school heb ik dit jaar een heel speciale band gekregen. Die was er meteen de eerste dag. Zodra ik je zag en ik je de weg vroeg, wist ik dat jij bijzonder voor mij zou zijn. En ondanks alle ups en downs, ben je dat gebleven. Ik weet dat ik niet altijd eerlijk tegen je ben geweest. Ik weet dat je me vaak zwak vond. Daarom wil ik je hiermee laten zien dat ik echt van je hou en dat ik bereid ben om dit alles voor jou op te geven. Ik zal je naam niet noemen, want ik wil je niet in verlegenheid brengen. Maar ik wil iedereen vertellen dat ik dit jaar een relatie heb gehad met een leerlinge.” Ik hoor geschokte geluiden in de zaal. Ik trek me er niets van aan. Ik praat door. ,,Ik heb in eerste instantie gelogen over mijn identiteit als leraar, en je weet hoeveel spijt ik daarvan heb en hoe dankbaar ik je ben dat je me toch nog een kans hebt willen geven. Maar je weet niet hoe ontzettend veel spijt ik heb van die tweede keer dat ik je heb laten gaan. Ik heb de liefde van mijn leven gedumpt omdat ik bang was mijn baan te verliezen. Dat is iets wat ik mezelf maar niet kan vergeven. Ik vraag niet om een tweede kans. Als je wilt, mag je uit mijn leven verdwijnen. Maar ik heb nu gedaan wat ik kon. Ze mogen me wat mij betreft ontslaan. Ik wil alleen maar zeker weten dat ik alles heb gedaan wat in mijn vermogen lag om je terug te winnen.”
Het is nu doodstil. Driehonderd stomverbaasde gezichten gapen me aan. Ik durf niet naar Reina te kijken. Ik knik de zaal toe. ,,Dank u wel.” Als ik me omdraai om het podium te verlaten, barst er een daverend applaus los.

136. Reina
De tranen stromen over mijn wangen terwijl ik luister naar Kilians speech. Hij heeft zijn speech speciaal voor mij geschreven. Voor mij! Hij neemt dit enorme risico, hij zet zichzelf te kakken voor een stampvolle aula, allemaal om mij te bewijzen dat hij van me houdt. En ik zit hier met een vriendje waar ik niet eens echt om geef. Hij is nog steeds een beetje gepikeerd omdat ik gisteren niet langs wilde komen. Maar ik heb gisteren iets belangrijkers gedaan. Ik heb de hele middag in de tuin gezeten, het gedicht op het briefje gelezen en teruggedacht aan mijn tijd met Kilian. Hij had dit niet hoeven doen. Ik had hem zo ook wel teruggenomen. Ik wilde Twenne alleen niet dumpen op de dag van zijn diplomauitreiking. Dat vond ik te hard.
,,Wat is er?” vraagt Twenne bezorgd, als hij mijn betraande wangen ziet. ,,Vind je het zo mooi?” Wat een uilskuiken. Ik kijk hem alleen maar aan. Ik zeg niets. Terwijl ik langzaam het kwartje bij hem zie vallen, hoor ik Kilian “dank u wel” zeggen en het applaus losbarsten. Twenne en ik klappen niet mee. Midden in al het tumult zitten wij elkaar alleen maar aan te staren. ,,Nee,” zegt hij langzaam. ,,Dit kun je niet menen.” Ik knik. ,,Het spijt me.” De blik in zijn ogen verandert van niet-begrijpend in woedend. ,,Waarom heb je het me niet verteld, Reina? Waarom heb je het me godverdomme niet verteld!” Mensen kijken naar ons. Ik vrees dat Kilians lieve poging om mij niet in verlegenheid te brengen, mislukt is. ,,Het was een geheim,” zeg ik zacht. ,,Je zou het niet begrepen hebben.” ,,Ik zal het nooit begrijpen,” bijt hij me toe. Dan grijpt hij zijn diploma, zijn jaarboek en de roos van de ouderraad. Ruw wurmt hij zich tussen de stoeltjes door. Ik kijk hoe hij de zaal uit beent. Zijn moeder roept geschokt ,,Twenne!” en holt met een sukkeldrafje achter hem aan. Ik betrap mezelf erop dat ik het niet eens erg vind. Ik moet naar Kilian. Terwijl van Vleuten begint met zijn ongetwijfeld komische speech, pak ook ik mijn spullen bij elkaar en wurm me uit de rij, langs de mensen die zich inmiddels beginnen te ergeren. Het kan me niet schelen. Met mijn neus in de lucht loop ik door de aula. Ik voel driehonderd paar ogen naar me staren. Zij is het, denken ze. Zij is dat verdorven kind dat iets met meneer de Booij heeft gehad. Maar ik schaam me niet. Kilian heeft open kaart gespeeld, dus ik zal dat ook doen. Ik heb mijn diploma, ik ben nu een vrije vrouw. Iedereen mag weten naar wie ik toe ga. Dus loop ik niet langs het podium naar Kilian, wat makkelijk zou kunnen. Nee. Ik klim er aan de voorkant op en loop er overheen. Ik hoor hoe het geluid van mijn laarzen de speech van van Vleuten verstoort. Ik voel alle ogen branden in mijn rug als ik van het podium af ga waar Kilian dat ook heeft gedaan.
Dan sta ik voor hem. Ik zie hoe hij begint te stralen. Ik voel hoe ook op mijn gezicht een stralende glimlach verschijnt. ,,Ik ben er,” zeg ik. ,,En ik blijf. En als je nu ontslagen wordt, beginnen we samen een galerie. Of we gaan zwerven.” ,,Wat we ook doen,” zegt hij. ,,We worden gelukkig.” Dan tilt hij me op en zwiert me door de lucht. Iets waarvan ik niet eens wist dat hij het kon. ,,Dat gedicht,” bedenk ik opeens als hij me weer heeft neergezet. ,,Was dat van jou?” Hij grijnst en knikt. ,,Het is een deel van het vijfendertigste sonnet van Shakespeare. Een onderdeel van mijn plan. Ik wilde je alvast een beetje voorbereiden.” ,,Dat is gelukt,” zeg ik glimlachend. ,,Anders was ik nu niet hier geweest. En Twenne niet op de fiets naar huis.”
,,Kilian,” zegt een ijzige stem achter ons. We draaien ons om. De directrice. Ik voel mijn geluksstemming wegebben. Mijn maag trekt zich samen. ,,Je hebt mijn raad opgevolgd,” zegt ze. Tot mijn verbazing glimlacht ze een beetje. Ik snap er niets van. Raad? Welke raad? Kilian lacht ook, een brutaal lachje dat ik nooit eerder van hem heb gezien. ,,Inderdaad.” Ze schudt haar hoofd. ,,Ik weet niet wat ik hiermee moet. Ik ben bang dat je hier niet kunt blijven.” Hij knikt gelaten. ,,Daar was ik al bang voor.” ,,Maar,” vervolgt ze. ,,Je was dit jaar zo veelbelovend dat ik het niet over mijn hart kan verkrijgen om je hele carrière te verwoesten. Ik wil met je afspreken om dit in de doofpot te stoppen. Je kunt gewoon een baan op een andere school zoeken en niemand heeft het hier meer over. Akkoord?” Kilian begint te stralen. ,,Akkoord,” zegt hij. ,,Ik kan niet zeggen hoeveel dit voor me betekent.” Hij draait zich naar mij om. ,,En jou,” zegt hij. ,,ga ik vanavond dronken voeren in de duurste club van de stad.”

Epiloog

Pat
Mijn tassen heb ik al weg zien rollen op de lopende band. Het is definitief. Ik ga naar Amerika. Vandaag. Zometeen. Over een uurtje. Er is een enorm uitzwaaicomité meegekomen naar Schiphol. Iets waar ik wel om kan huilen, maar ik kan dan ook om alles huilen vanochtend. Vooral om het idee dat ik bijna een heel jaar van huis weg zal zijn. Niet dat ik er spijt van heb. Absoluut niet. Dit is het geweldigste dat ik tot nu toe gedaan heb in mijn leven. En Sebastiaan hier achterlaten is tegelijk het moeilijkste. Maar ik weet dat het moet. En het is niet zo dat ik hem een jaar niet zie. Hij heeft een bijbaantje gevonden bij een verzekeringsmaatschappij. Met het geld dat hij daar verdient zal hij een ticket naar Georgia kopen, om daar met mij Kerstmis te vieren. Vrijblijvend natuurlijk, dat wel. Dat was de deal. Dit jaar zijn we geen vriendje en vriendinnetje. En als ik terug ben kijken we hoe het gaat. Maar om de één of andere reden heb ik er een heel goed gevoel over.
Ik kijk naar alle mensen die me zijn komen uitzwaaien. Max en Simon hebben het weer bijgelegd en zien er heel gelukkig uit samen. Hun geluk wordt nog overtroffen door dat van Reina en Kilian, die sinds de diplomauitreiking ook weer bij elkaar zijn. Kilian heeft werk gevonden op een school in de stad en heeft een appartementje gevonden, waar Reina en hij over een paar weken intrekken. Reina gaat Kunst & Management studeren.
Er wordt iets omgeroepen. Ik doe mijn best om het vooral niet te verstaan, maar helaas doet Sebastiaan het voor me. ,,Dat is jouw vlucht,” zegt hij. ,,Je moet gaan.” Hij veegt de tranen van mijn wangen, maar ik zie dat zijn ogen verdacht glanzen. ,,Veel plezier,” zegt hij. ,,Heel veel plezier. Maak er wat van.” Ik knik. ,,Ja. Dat ga ik doen.” Dan omhels ik iedereen nog een keer. Wat zal ik ze missen. Maar wat zal ik ook veel spannende nieuwe dingen gaan beleven. Als allerlaatste knuffel ik Sebastiaan nog een keer. Nog een laatste keer aai ik over zijn korte haar, waar ik nog steeds niet helemaal aan gewend ben. Nog een laatste keer zoen ik hem. Dan loop ik door de poortjes van de douane. Ik kijk nog een keer achterom. Door een waas van tranen zie ik hoe ze allemaal zwaaien. Ik zwaai terug terwijl ik doorloop, tot ze uit het zicht verdwenen zijn.
Dan ben ik alleen. Ik kan niet meer terug. Ik kan alleen maar blijven lopen, het vreemde tegemoet. Het wordt tijd dat ik me nu eindelijk eens over die angst heenzet.

0 Comments:

Post a Comment

<< Home