September: hoofdstuk 19 - 28
Ik zit dromerig te schetsen op mijn bed. Ik teken Kilian en mezelf, zoals we vanmiddag bij het meertje zaten, met onze ijsjes. Ik probeer de sfeer vast te leggen, de spanning. Mijn tekeningen moeten het gevoel uitdrukken dat in de lucht hing. Het gevoel van blije verwachting. Dat dit-zou-weleens-iets-kunnen-worden-gevoel. Mijn God, het was een geweldige middag. Terwijl ik de ene schets na de andere maak, beleef ik de hele middag nog eens opnieuw.
Bij het ijskraampje krioelde het van de natte, morsige kinderen die ondanks het minder mooie weer blijkbaar toch mochten zwemmen van hun ouders. We stonden in de rij en werden zo nu en dan natgespetterd door kinderen die langsrenden met volle emmertjes of die in hun natte zwemkleding probeerden voor te dringen. ,,Hé, laat dat!” zei Kilian, toen twee jongetjes gewoon vóór ons kwamen staan. ,,Je klinkt als een leraar,” zei ik lachend. Hij grinnikte. In de auto had hij gezegd dat hij het niet over school wilde hebben, en dat was te merken, want elke keer als ik over school begon, reageerde hij een beetje ontwijkend. Misschien haalt hij slechte cijfers.
Hij bestelde ijsjes voor ons en we slenterden over het pad dat om het meertje heen loopt. Al gauw kwamen we bij een rustiger stuk waar we niet steeds gestoord werden door spelende kinderen. Hij vroeg wat ik graag deed, en ik vertelde over mijn passie voor tekenen. Hij was echt geïnteresseerd. Hij vroeg van alles – wat ik dan precies tekende, wat voor materialen ik gebruikte, wat ik tot nu toe mijn beste tekening vond, of ik er eens een paar mee naar school wilde nemen – en elke keer dat ik opzij keek zag ik zijn geïnteresseerde, bijna bewonderende blik. Die blik spoorde me dan weer aan om meer te vertellen. Terwijl ik normaal helemaal niet zoveel over mezelf praat. Maar Kilian leek het allemaal ontzettend interessant te vinden, en daardoor was het leuk om te vertellen. Het was alsof mijn leven er een nieuw laagje vernis door kreeg. Alles zag er opeens wat leuker uit. Ik zag mijn leven door zijn ogen.
Niet dat die date één grote egotrip was, hoor. Op een gegeven moment gingen we op een bankje zitten. We keken naar het water. Er is weinig fijner dan samen naar het water zitten kijken. We waren minuten achter elkaar stil zonder dat het zo’n we-weten-niks-te-zeggen-stilte werd. Na een tijdje sloeg Kilian zijn arm om me heen. Ik leunde tegen hem aan. En het ging allemaal zo makkelijk, zo vanzelfsprekend, zo zonder woorden. Ik weet dat het ontzettend klef klinkt, maar het voelde alsof het zo moest zijn.
,,En waar hou jij van, behalve op terrasjes zitten en de krant lezen?” vroeg ik hem. Hij lachte. ,,Oh, ik ben vrij saai, geloof ik. Ik lees graag. Boeken, bedoel ik. En ik ben gek op wandelen met de hond. Maar ik hou ook van uitgaan, hoor!” ,,Dat moesten we dan maar eens doen,” flapte ik eruit. ,,Dat doen we zeker,” zei hij. En toen… ja, toen zoende hij me. Het was een heerlijke zoen. En hij leek uren te duren.
Toen ik eindelijk mijn ogen weer open deed en toevallig een blik op mijn horloge wierp, schrok ik. ,,Shit, het is al kwart voor zes! Ik moet naar huis.” ,,Ik breng je wel,” zei hij. Hand in hand liepen we naar zijn auto. Hij bracht me helemaal tot voor mijn deur. Hij haalde mijn fiets uit de auto, gaf me een klein kusje op mijn mond, glimlachte nog eens naar me en stapte in zijn auto. Week zwaaide ik hem na.
En ik maar denken dat dit een vreselijk schooljaar zou worden!
20. Sebastiaan
Als Marieke straks thuiskomt, staat er een prachtige taart voor haar in de koelkast. Met slagroom, chocola, mokka en weet ik veel wat voor rotzooi er nog meer in zit. Ik vind het nog steeds een beetje een zwaktebod van mezelf, maar ja, ik heb geen zin om weer bij mijn ouders te gaan wonen, dus ik hou me hier maar even koest.
Zoals te verwachten was, heb ik een enorme rotdag gehad. Dagen die zo beginnen, kunnen niet goed verdergaan. Bij college werd ik enorm voor schut gezet door de docent omdat ik de opgegeven hoofdstukken niet gelezen had. Wat een klootzak was die vent, zeg. ,,Nou, Sebastiaan, dat begint al goed. Jij krijgt vast een glansrijke carrière.” Wat weet hij daar nou van! Ik kom misschien een beetje traag op gang, maar ik ga wel degelijk carrière maken. Over twintig jaar lach ik hem uit, reken maar.
Natuurlijk bleek de koffieautomaat toen ook nog stuk te zijn en kregen we voor het volgende college weer drie hoofdstukken op om te lezen. Ik weet niet wat ze hier verwachten, maar ik heb ook nog een leven naast mijn studie. Pfff, ik ben nog maar een week bezig, en ik ben het nu al spuugzat. Met een diepe, lange zucht ga ik achter mijn computer zitten. De snelheid van het internet hier is niet bepaald om over naar huis te schrijven, maar het is te doen. Als je ondertussen een boek leest, verdomme.
Als de computer me eindelijk krakend en ratelend naar mijn mailbox heeft gebracht, zie ik dat ik drie mailtjes heb. Eén van mijn moeder, met als onderwerp “gaat alles goed daar?”. Zonder het mailtje verder te lezen, antwoord ik meteen: ,,Ja mam, alles gaat prima.” Er is er ook één van Karin, op mijn moeder na mijn meest hardnekkige stalkster: “jij en ik? Donderdagavond?”. Hier besluit ik later even over na te denken, als ik niet meer zo’n rotbui heb. Op dit moment heb ik absoluut geen zin in needy Karin, maar ze heeft altijd wel zin in een partijtje rollebollen, dus het zou zonde zijn als ik nu mijn kansen zou verspelen. Het laatste mailtje is van Hugo, mijn neef. Hugo’s mailtjes zijn het lezen altijd wel waard. Misschien komt het doordat hij Nederlands studeert.
Hey neefje!Hoe staat het daar in het verre Tilburg? Bevalt het wilde studentenleven je een beetje? Heb je al ruzie met je huisgenoten? Wil het een beetje lukken met de vrouwen? Over vrouwen gesproken, ik rotzooi op dit moment met een meisje uit mijn mentorgroepje van de introweek. Een hete, gewillige eerstejaars, kan het nog mooier? Ik dacht trouwens dat je haar misschien wel zou kennen, want ze komt uit een dorpje bij jou in de buurt (ben ff de naam kwijt). Ze heet Pat. Misschien zie je haar dit weekend wel, want Gwen en ik geven zaterdag een feest. Jij bent natuurlijk ook uitgenodigd. Als je een luchtbedje meeneemt, kun je blijven pitten. Laat het me ff weten!Hugo
Mijn slechte humeur wordt er wat beter op. Hugo doet het met Pat! Niet te geloven. Hij weet blijkbaar niet dat ik het ook met haar heb gedaan. Dat ga ik hem niet over de mail vertellen; ik wil zijn gezichtsuitdrukking niet missen. Daar verheug ik me nu al op. Ik mail terug dat ik van de partij ben en dat ik een fles Jack Daniels mee zal nemen. Dan leun ik tevreden achterover. Dit gaat een bijzonder leuk weekend worden, ik voel het in mijn botten.
21. Kilian
,,En daarom noemen we dit de past tense.” Ik schrijf de woorden past tense op het bord. Ik kan het bijna niet laten om erbij te neurieën. Na gistermiddag kan mijn humeur gewoon niet stuk. Ik weet wel dat ik iets heel fouts gedaan heb, maar het blije gevoel overheerst. Ik zie wel hoe het verder gaat. Op dit moment voel ik me in elk geval fantastisch. Reina was zo lief en zo interessant. Ze vertelde gepassioneerd over haar tekeningen, ze had bijna geen aanmoediging nodig. Ik kan niet wachten tot ze er een paar mee naar school neemt. En dan die kus… die kus was toch wel het hoogtepunt. Die kus, die wel eeuwen leek te duren. Die van mij ook wel eeuwen had mógen duren. Ik vond het jammer dat ze terug naar huis moest om te eten. ,,Dat krijg je ervan als je afspreekt met schoolmeisjes,” zei een stemmetje vanbinnen. Maar dat vond ik een erg flauwe opmerking van dat stemmetje. Reina heeft er ook niet om gevraagd om nog een jaar op de middelbare school te moeten zitten. Maar stiekem ben ik er wel heel blij om. Als ze geslaagd was, had ik haar tenslotte niet ontmoet.
Ik hoor wat rumoer achterin. Als ik me omdraai, steekt één van de brugklassers zijn vinger op. Ik knik hem toe. ,,Ja, Jeffrey?” Jeffreys vriendjes grinniken. Jeffrey haalt diep adem. ,,Meneer, hoe komt het dat u vandaag in zo’n goed humeur bent?” Ik voel dat ik begin te blozen. Wat ben ik toch ook een mietje. ,,Dat is voor jou een vraag, en voor mij een weet!” antwoord ik. Ik heb er meteen spijt van. Jezus, ik klink als mijn eigen opa. ,,Ah, kom op, meneer,” valt een vriendje Jeffrey bij. ,,Het is iets met een meisje, hè?” Nu begint te hele klas te lachen. Ik lach mee, al is het een beetje als een boer met kiespijn. ,,Dat gaat jullie helemaal niks aan!” ,,Dat betekent ja! Dat betekent ja!” roept Jeffrey enthousiast. ,,Oké, oké! Misschien wel,” geef ik toe, want ik vrees dat dat de enige manier is om ze weer een beetje stiller te krijgen. Maar ze beginnen alleen maar harder te joelen. Ik laat ze eventjes uitrazen. ,,Goed, de past tense dus,” roep ik dan. Ze blijven nog wel wat rumoerig, maar stiller dan dit worden ze niet, dus ik schreeuw mijn uitleg er wel overheen. ,,Okee, en dan gaan jullie nu oefening 14 maken in het werkboek,” besluit ik.
Opeens voel ik dat het tocht in het lokaal, alsof de deur openstaat. Ik kijk opzij. Mijn hart slaat een slag over. Het zweet breekt me uit. In de deuropening staat Reina.
22. Reina
Lieve Pat,
Ik heb je al drie keer geprobeerd te bellen, maar ik krijg steeds je voicemail. Je hebt het zeker te druk met de student/slet uithangen? Nou ja, ik mail je nu maar, want ik móet dit gewoon even kwijt. Dit is niet iets voor een voicemail. Je zou meteen al je beltegoed kwijt zijn.Maar ik hoop nou maar dat je dit een beetje snel leest. Ik heb je hier nodig, met troost, cynische opmerkingen en Ben & Jerry’s.
Okee. Wat is er aan de hand, vraag je je af? Nou, weet je nog die leuke jongen, Kilian, die ik tegenkwam toen we de stad in waren, zaterdag? Ik heb gisteren een date met hem gehad, na school. Ik had hem zelf natuurlijk nóóit durven vragen, maar May vroeg hem voor me. Zomaar, vanuit het niets, toen we in de aula zaten en hij voorbij kwam. En hij zei ja! Ik was helemaal in paniek natuurlijk, we kenden elkaar amper. We hadden wel een paar keer een babbeltje gemaakt, maar die gesprekjes gingen altijd een beetje stroef. Ik was dus als de dood dat onze hele date aan elkaar zou hangen van de stiltes. Maar dat was niet zo. Het was helemaal geweldig. Hij wilde alles weten over mijn tekeningen, we liepen hand in hand, en uiteindelijk hebben we zelfs gezoend op een bankje.
Maar goed, zoals je wel begrepen zult hebben, mail ik je niet om te vertellen hoe fantastisch alles is, al was ik dat vanmogen nog wel van plan. Helaas, vandaag op school veranderde alles. Ik moest weer eens één of ander boek ophalen voor meneer van Zijl. Hij vergeet nog steeds al zijn spullen, en hij is te lui om de namen van mijn klasgenoten te leren, dus ik ben altijd degene die alle vergeten troep moet gaan ophalen bij de buren. De klas maakte enorme herrie, dus ik deed de deur maar gewoon open, zonder te kloppen. Nou, en daar stond hij.Voor de klas. Kilian, of moet ik zeggen menéér Kilian, schreef iets op het bord en riep dat ze een oefening in hun werkboek moesten gaan maken. Hij zag me niet. En ik stond daar maar in de deuropening, met stomheid geslagen. Al die tijd was hij al een leraar! Hij was helemaal geen “leuke jongen”! En ik hem met hem gezoend! IK HEB MET EEN LERAAR GEZOEND!!! Bij die gedachte heb ik zin om te kotsen.
Uiteindelijk keek hij opzij, en hij zag me staan. Ik zag hoe hij wit werd van schrik. Een moment stonden we elkaar aan te staren. Hij deed zijn mond open en weer dicht. Hij leek wel een vis, de sukkel. ,,Menéér?” zei ik met mijn allerliefste stemmetje. ,,Ligt het boek van meneer van Zijl hier misschien nog?”
Hij kuchte ongemakkelijk. Ik wilde het hem nog moeilijker maken. Ik wilde hem het vuur aan de schenen leggen. ,,Ik bedoel,” ging ik poeslief verder. ,,Ik weet dat leraren onderling alles uitwisselen…” Ik legde sterk de nadruk op het woord “leraren”. Hij rommelde op het bureau. ,,Ja, hier ligt het,” zei hij, schor en kortaf. ,,Dankuwel menéér!” zei ik zonnig. Hij keek me niet aan toen hij me het boek gaf. Ik sloeg de deur met een harde klap dicht.
En nu zit ik hier de koektrommel leeg te vreten en te balen van mezelf. Achteraf denk je bij zoiets altijd: ik had het kunnen weten. Altijd als ik hem vroeg in welke klas hij zat, ontweek hij die vraag. Maar ik dacht dat hij misschien een paar keer was blijven zitten en dat hij zich daarvoor schaamde. En al die tijd gaf hij overdag gewoon les! Hoe durfde hij! Dacht hij nou écht dat ik daar nooit achter zou komen?!
Laat alsjeblieft snel iets van je horen. Ik vond hem écht heel leuk, en ik voel me nu echt zwaar klote.
Liefs,Reina
23. Pat
Zuchtend lees ik Reina’s mailtje nog eens over. Wat ontzettend klote voor haar. Loopt ze eindelijk een leuke jongen tegen het lijf, blijkt het een leraar te zijn! Ik dacht dat ik de enige was die dat soort dingen meemaakte. Ik leun achterover in mijn stoel en denk terug aan de jongen waar Reina zaterdag mee stond te praten in de stad. Ik heb niet al te goed opgelet, maar ik herinner me kort, donkerblond haar, een donkerblauw shirt en een leuke lach. Helemaal niet iemand waarvan je zou denken dat het een leraar is. Logisch dat ze niet bij die mogelijkheid stilstond.
Ik kijk wanneer ze het mailtje verstuurd heeft. Gisteravond, zie ik tot mijn schrik. Auw. Gisteravond stond mijn telefoon uit en lag ik op mijn bed muziek te luisteren en na te genieten van mijn middag met Hugo. Terwijl zij zich thuis ellendig zat te voelen. Wat ben ik nou voor waardeloze vriendin. Ik ga meteen een mailtje terugsturen.
Heeey!
Sorry, sorry, SORRY voor mijn late reactie! Ik lag te zwijmelen op mijn bed en had mijn telefoon uitstaan. Hugo de Goddelijke heeft me namelijk uitgenodigd voor zijn verjaardagsfeestje, aankomende zaterdag, en omdat het lastig voor mij zou zijn om ’s avonds laat nog helemaal terug naar huis te gaan, mag ik blijven slapen. Hoera! J
Maar ik moet helemaal niet over mezelf beginnen! Wat ben ik toch slecht! Ik vind de hele toestand superkut voor je, en als je vanavond tijd hebt, kom ik zeker langs met onze vriendjes Ben en Jerry. Ik hoop dat je dit op tijd leest, maar ik bel je straks nog wel even om zeker te weten of het goed is. Hou moed! En kick some ass!Pat
Als ik ’s avonds binnenkom, zit Reina zielig tv te kijken op haar kamer. Ik zwaai vrolijk met de can Ben & Jerry’s die ik heb meegebracht. ,,Hallo! Kijk eens wat ik heb? Chunky Monkey, je lievelingsijs!” ,,Dankjewel,” zegt ze toonloos. Ik ga naast haar op het bed zitten. ,,Je vond hem echt heel erg leuk, hè?” Ze knikt. ,,Eergisteren was het allemaal nog zo perfect. En nu…nu is hij gewoon een vuile leugenaar.” Ze speelt met één van de bandjes van haar hemdje. Het ziet er opvallend nieuw uit. ,,Je hebt jezelf al opgevrolijkt met iets nieuws, zie ik,” zeg ik. Ze grinnikt. ,,Met vijf nieuwe dingen, op precies te zijn. Dat moet maar geen gewoonte worden.” Ik haal mijn schouders op. ,,Ach, voor een keertje kan dat best, toch? Maar vertel eens wat over… hoe heette hij nou ook alweer? Kilian?” ,,Kilian, ja,” gromt ze. ,,Maar vanaf nu noem ik hem liever menéér Kilian. Wat wil je over hem horen? Hij is een bedrieger, een pedofiel, meer heb ik niet over hem te zeggen.” Ik zucht onhoorbaar. Ze is wel onhandelbaar vanavond. Het zat blijkbaar echt diep. Waarom wist ik dat niet?
,,Kom op,” hou ik geduldig vol. ,,Hoe was hij voor je hier achter kwam? Wat vond je zo leuk aan hem? Waarom doet het je nu zo’n pijn?” Ze gaat natuurlijk alleen in op die laatste vraag. ,,Waarom het me píjn doet?! Vráág je dat nou? Waarom dénk je dat het pijn doet?! Hij heeft me gewoon belazerd! En hij heeft me gezoend, dat vind ik nog wel het ergste!” Ik blijf vasthouden aan mijn engelengeduld. ,,Dat snap ik wel, maar je zei dat hij perfect was. Waarom leek hij dan zo perfect?” Ze denkt even na. ,,Hij was zo… rustig. Zo iemand die luistert als je iets vertelt. En niet alleen omdat hij zijn eigen verhaal kwijt kan als jij je mond weer dicht houdt. Hij is zo iemand die luistert omdat hij het echt wil wéten. Nou ja, dat leek zo. Waarschijnlijk wilde hij me alleen maar aan de praat houden, zodat ik geen lastige vragen zou gaan stellen.”
,,Dat weet je niet. Misschien was hij écht geïnteresseerd in je. Hij wilde toch met je uit?”
,,Ja, omdat hij een vieze pedofiel is.”
,,Oké. Maar dat wist je eergisteren nog niet. Wat vond je nog meer leuk aan hem?”
,,Dat hij niet zo stoer deed. Hij gaf gewoon toe dat hij… oh nee, dat was natuurlijk ook een leugen. Zie je wel, alles was een leugen!”
,,Wat was ook een leugen?”
,,Hij zei dat hij heel verlegen was en dat hij daarom niet zomaar een vreemde klas in durfde te lopen. Maar hij was natuurlijk bang dat ze “meneer” tegen hem zouden zeggen.”
Ik heb geen idee waar ze het nou over heeft, maar ik knik zogenaamd begrijpend. Ik begin een beetje wanhopig te worden. Ik krijg steeds meer het idee dat die Kilian een leuke, lieve jongen is die Reina helemaal niet wílde belazeren. Ik weet niet waarom, ik voel het gewoon. Misschien komt het doordat hij er zaterdag zo leuk uitzag. Dat zegt natuurlijk niks, maar in combinatie met wat ze over hem vertelt…
Ik haal diep adem. ,,Reina, wat ik nu ga zeggen vind je waarschijnlijk belachelijk, maar is het ooit in je opgekomen dat Kilian misschien wel tegen je loog omdát hij je leuk vond?” Ze haalt nukkig haar schouders op. ,,Ik snap niet wat je bedoelt.” Ik zucht. ,,Die jongen wist ook wel dat je niet meer met hem om zou willen gaan als je de waarheid zou weten. Misschien wilde hij wel helemaal niet liegen, maar rolde hij er gewoon in. Misschien kwam hij er gewoon te laat achter dat hij zichzelf klem geluld had.”
Ze kijkt me minachtend aan. ,,Natuurlijk heb ik daaraan gedacht. Maar daar schiet ik niks mee op. Of hij het nou zo bedoelde of niet, hij heeft me belazerd en ik vergeef het hem nooit.” ,,Maar…” probeer ik nog. Ze werpt me een dreigende blik toe. Ik weet dat ik nu moet dimmen. Als Reina in zo’n bui is, kun je het beter eens zijn met wat ze zegt. Ik haal dus gelaten mijn schouders op. ,,Okee dan. Zullen we een film gaan kijken?”
24. Kilian
,,Reina! Reina, alsjeblieft!” Dit is een behoorlijk mensonterende situatie: ik ren achter Reina aan door de hal. Wat mensen van me zouden kunnen denken kan me allang niet meer schelen. ,,Laat me het nou uitleggen!” smeek ik. ,,Ik vind je echt leuk en…” Met een ruk draait ze zich om. Haar ogen schieten vuur. Nog steeds. Net zoals gisterochtend, gistermiddag en vanochtend. Waarschijnlijk wil ze dus nog steeds niet luisteren. ,,Ik wilde niet…” begin ik nog, maar ze onderbreekt me. Alweer. ,,Hoe duidelijk moet ik zijn?! Ik wil niet naar je luisteren! Je hebt me belazerd en je moet opdonderen! Begrepen?” ,,Nee, ik begrijp het niet,” zeg ik koppig. ,,Als je zou weten hoe…”
Er duikt een boos kijkend meisje naar Reina op. ,,Ze wil het niet weten,” zegt ze dreigend. ,,En als je haar nou niet met rust laat, gaan we ermee naar de directrice. Ik zou maar uitkijken, meneer de leraar. Je zet je baan op het spel.”
Daar heeft ze wel een punt. Ik zet inderdaad mijn baan op het spel. Maar om de één of andere reden lijkt dat opeens niet meer zo belangrijk. Toch zou het misschien handig zijn om mijn toekomst niet in de waagschaal te zetten voor een meisje. Ik knik dus gelaten. ,,Okee dan. Maar ik…ik zal er altijd voor je zijn.” ,,Voor wat? Studiebegeleiding?” hoont Reina’s vriendin. ,,Kom Reina, we gaan.” Ze draaien zich om en lopen weg, met venijnig tikkende hakken. Ik zucht diep. Dit was mijn laatste poging. Als ik het nu niet opgeef, maak ik me compleet belachelijk en word ik nog ontslagen ook. Waarom ben ik dan ook zo stom geweest om tegen haar te liegen! Als ik meteen de waarheid had verteld, had ze heel misschien nog wel met me willen omgaan. En anders had ze me in elk geval niet gehaat. Nu haat ze me wel. Ik zag het in haar ogen. Haar vertrouwen is beschaamd. Zij is zo iemand die daar nooit overheen komt. Zij is niet iemand die vergeet en vergeeft. Nee, ik heb het verpest en het komt nooit meer goed. Ik moet het maar loslaten. Aan het eind van dit jaar doet ze weer eindexamen en daarna zie ik haar nooit meer. Er zijn veel meer mooie blonde meisjes met interessante hobbies.
Ik pak mijn tas en sjok naar mijn auto. Een saai en eenzaam weekend tegemoet.
25. Sebastiaan
Tevreden neurieënd leg ik mijn matje klaar in Hugo’s slaapkamer. Ik ben de hele week niet in zo’n goed humeur geweest. Ik kan niet wachten om te beginnen met zuipen en feesten. En ik kan natuurlijk ook niet wachten om Hugo zometeen eens goed aan het schrikken te maken. Ik grinnik, vol voorpret. Ik draai het knopje van mijn matje open en haal de fles Jack Daniels uit mijn tas. Ik bekijk mezelf nog eens in Hugo’s spiegel. Terwijl ik een hand door mijn haar haal, bedenk ik dat ik blij met mezelf mag zijn. Ik ken gasten die het een stuk slechter getroffen hebben. Ik ben vooral gelukkig met mijn krullen. Vrouwen vinden krullen onweerstaanbaar.
,,Kom je nog, ijdeltuit?” roept Hugo vanuit de huiskamer. ,,Ja, ja, ik kom eraan,” brom ik. Ik pak de fles en zwaai ermee terwijl ik naar binnen loop. ,,Het feest kan beginnen!” kondig ik aan. ,,Trouwens, waar is Gwen eigenlijk? Dit is toch ook haar feest?”
,,Oh, Gwen komt zo, geloof ik. Zal wel aan het tutten zijn thuis.”
,,Blijft ze slapen?”
,,Nee, Pat blijft al slapen.”
,,Player.”
,,Ho ho! Gwen en ik zijn officieel uit elkaar, weet je nog?”
,,Ja, en dat “officieel” van jullie stelt ook altijd zóveel voor. Kom op man, wanneer is de laatste keer dat jullie seks gehad hebben?”
,,Oké, oké. Dinsdag.”
,,En weet Pat daarvan?”
,,Nee, natuurlijk weet Pat daar niks van! Sinds wanneer ben jij zo’n moraalridder?”
Ik besluit dat dit het juiste moment is om met mijn nieuwtje op de proppen te komen. Ik laat een stilte vallen en zet een serieus gezicht op.
,,Nou, dit ligt een beetje gevoelig…”
,,Ja, dat moet wel.”
,,Pat is mijn exvriendinnetje.”
Ik vertel het zo ernstig als ik maar kan. Hugo’s mond valt open. ,,Wát?! Dé Pat? Mijn Pat?” Ik kan het niet laten. Ik barst in lachen uit. Dat gezicht van hem!
,,De enige echte Pat, ja,” zeg ik. ,,Je zult het vanzelf zien als ze vanavond komt. Ze schrikt zich vast dood.”
Hugo leunt naar voren. ,,Wil je me een plezier doen?” Ik haal mijn schouders op. ,,Ligt eraan wat.” Hij kucht. ,,Zou je haar niet willen vertellen dat ik dit weet? Dan wil ze vast nooit meer wat. Je weet hoe vrouwen zijn.” Ik snap deze logica niet helemaal, maar ik knik braaf. ,,Prima, joh. Ik hou mijn mond wel. Waarschijnlijk spreek ik haar niet eens. Ik heb haar niet zoveel meer gesproken nadat het uit was gegaan.”
Dan gaat de bel. Hugo springt op. Ik leun achterover en haal me zijn verbijsterde gezicht nog eens voor de geest. Geweldig, wat een reactie. Dit wordt vast een leuke avond.
26. Pat
Ik spring de trein uit en zwaai mijn weekendtas over mijn schouder. De stationsklok vertelt me dat ik fashionably late ben. Mooi zo; zo had ik het ook gepland. Ik heb zin om te huppelen, en op weg naar de bus doe ik dat stiekem ook een beetje. Ik kan nog steeds niet helemaal geloven dat Hugo mij voor zijn feestje heeft uitgenodigd. Voor zover ik weet ben ik de enige van het mentorgroepje. Ik ben lekker bijzonder!
In de bus zit ik ongeduldig op en neer te wippen op mijn stoel. Wat mij betreft kunnen we er niet snel genoeg zijn. Ik heb heel veel zin in Hugo’s feestje. Als zijn nieuwe vriendinnetje zal ik schitteren aan zijn coole zijde. Hij zal me aan al zijn vrienden voorstellen, en hopelijk zijn die allemaal net zo cool als hij. En misschien zit er zelfs wel een klein vluggertje in. Ik controleer voor de honderdste keer of mijn haar nog een beetje in model zit, en of mijn make-up niet is uitgelopen door de motregen.
Eindelijk stopt de bus bij mijn halte. Ik heb zin om er met een gigantische sprong uit te springen en, uitgelaten als een jong hondje, naar zijn huis te rennen. Maar er zou weleens iemand in de buurt kunnen zijn die ook naar Hugo’s feestje gaat, dus met de grootste moeite slenter ik kalmpjes naar zijn straat. Het lijkt wel weken te duren, maar eindelijk sta ik dan voor zijn deur. Binnen hoor ik muziek, en mensen die praten en hard lachen. Plotseling slaat de angst me om het hart. Mijn hekel aan vreemde mensen steekt de kop op. Stel dat niemand me aardig vindt? Stel dat ze me allemaal raar vinden? Ik slik moeizaam. Kom op, even doorzetten.
Ik druk op de bel. ,,Bezoek!” hoor ik iemand brullen. Het duurt even, maar dan wordt de deur opengedaan door een lang, slank meisje. Kut. Dit moet Gwen zijn. Helemaal vergeten dat die ook zou komen. Sterker nog; ik herinner me vaag dat Hugo zei dat hij dit feestje samen met haar zou geven. Waarom onthou ik dat soort belangrijke details niet wat beter? Het meisje dat vermoedelijk Gwen is schudt haar lange, kastanjebruine haar naar achteren en glimlacht. ,,Hoi!” zegt ze vriendelijk. ,,Jij bent zeker Pat?” ,,Ja,” zeg ik fantasieloos. Ze schudt mijn hand. ,,Ik ben Gwen.” Daar was ik dus al bang voor. Gwen vormt serieuze concurrentie. Ouder dan ik, langer dan ik en overduidelijk knapper dan ik. Gwen is zo’n meisje dat dat allemaal best weet, maar toch doet alsof we beste maatjes zijn. Ik weet zeker dat zij zo’n meisje is dat haar vriendinnen “vriendinnetjes” noemt.
,,Kom binnen,” zegt ze, bijna overdreven aardig. Ze neemt zelfs mijn jas van me aan. ,,Wat een snoezig topje heb je aan!” roept ze uit. Snoezig?! Ik grijns maar wat. ,,Dankjewel.” Vergeleken bij het subtiele lapje stof dat zij aanheeft ziet mijn topje eruit als een afdankertje van mijn overgrootoma. Ik voel mijn zelfvertrouwen inzakken. Gwen merkt er niks van, of doet alsof ze er niks van merkt. Ze pakt mijn elleboog. ,,Kom mee, dan breng ik je naar Hugo.” Dat klinkt alsof dit een kast van een huis is. Gelaten laat ik me meeslepen. Ik voel me als een brugklasser op het feestje van haar grote zus. En in feite bén ik dat ook. Gelukkig hebben we Hugo al vrij snel gevonden. ,,Kijk eens wie hier is?” kirt Gwen. ,,Pat! Mijn favoriete eerstejaars!” roept Hugo, en hij plant een kus op mijn mond. Zijn adem ruikt overduidelijk naar bier. Ik schaam me een beetje omdat alle omstanders nu gehoord hebben dat ik eerstejaars ben. Dat klinkt toch een stuk minder spetterend dan “mysterieuze vreemdelinge” of wat ik ook dacht dat ik vanavond zou zijn.
Hugo drukt een biertje in mijn handen. ,,Zo schat, en nou zuipen maar. Want wat gingen we ook alweer doen vanavond…?” Hij draait zich om. Achter hem zitten twee nu al ladderzatte vrienden op de bank. ,,Zuipen!” brullen ze goedgemutst. Ik sla het tafereel stomverbaasd gade. Dit leek me nou helemaal niks voor Hugo. Gwen raadt mijn gedachten. ,,Dacht je soms dat hij beschaafder was?” ,,Eh, ja, eigenlijk wel,” stamel ik. Ze grinnikt. ,,Met drank op dus niet meer.” Toch was hij op introkamp niet zo, bedenk ik me. Maar ja, toen moest hij natuurlijk een beetje volwassen overkomen op ons, zijn mentorkindjes. Ik neem een slok van mijn bier. Ik hou eigenlijk helemaal niet van bier, maar ik moet me op de één of andere manier toch een houding geven. Waarom stelt Hugo me aan niemand voor? Nu sta ik hier maar wat. Tussen allemaal vreemde mensen. Tot nu toe is dit feestje een nachtmerrie.
Hugo ziet blijkbaar dat ik me ongemakkelijk voel, want hij slaat zijn arm om mijn middel. ,,Wil je je spullen niet liever in mijn slaapkamer leggen?” vraagt hij. Tot mijn schrik merk ik nu pas dat ik mijn weekendtas nog aan mijn schouder heb hangen. Oh, shit. Nog dommer. Een eerstejaars met een enorme weekendtas. Wat moeten al die mensen hier wel niet van me denken? ,,Eh, ja, natuurlijk,” hakkel ik. ,,Kom mee,” zegt Hugo, en hij loodst me mee de gang op. Als we zijn slaapkamer binnenlopen neemt hij mijn tas van me over. Hij gooit hem op het bed, en daarna gooit hij míj op het bed. Hij ploft naast me neer en begint me te zoenen. Eindelijk kan ik me een beetje ontspannen. Hier had ik op gehoopt. Een exclusief momentje met Hugo de Goddelijke, wat mij definitief het meest bijzondere meisje hier maakt. Die status raak ik de rest van de avond niet meer kwijt.
Als we eindelijk uitgezoend zijn, kom ik moeizaam overeind. ,,Kunnen we niet nog heel even…” bedel ik. Hugo grinnikt. ,,Jij kunt er geen genoeg van krijgen, hè? Nee liefje, ik moet nu echt terug naar binnen. Misschien vanavond, als Sebastiaan slaapt.” ,,Sebastiaan?” Opeens zie ik het luchtmatje op de grond liggen, naast Hugo’s bed. Dat was me net totaal niet opgevallen. ,,Er blijft nóg iemand slapen?” vraag ik. Ik kan de teleurgestelde toon nauwelijks verbergen. Hugo knikt. ,,Had ik dat niet gezegd? Sebastiaan is mijn neefje. Hij zei trouwens dat hij je kende. Hij woont ook in zo’n dorpje.” ,,Niet iedereen die in een dorpje woont kent elkaar, Hugo,” zeg ik koeltjes. ,,Er zijn heel veel dorpjes in Nederland, weet je.” Hij lacht. ,,Neehee, in zo’n dorpje bij jou in de buurt bedoel ik!” Ik slik. ,,Aha. Oké.” Ik probeer rustig te blijven, maar mijn hart bonkt als een razende. Ik moet teveel informatie in één keer verwerken. Sebastiaan is Hugo’s neefje? Sebastiaan is hier?! Mijn Grote Ex – díe Sebastiaan? Sebastiaan die ik na de diplomauitreiking had gehoopt nooit meer te zullen zien? Sebastiaan op wie ik al een jaar zo vreselijk verliefd was en die me na drie weken verkering dumpte voor “iets beters”? Sebastiaan tegen wie ik daarna nooit meer een woord gezegd heb? En nu moet ik met hem gaan socializen?
,,Ik eh…” begin ik schor. ,,Ik heb Sebastiaan nooit echt gemogen.” Maar Hugo trekt me rigoureus overeind. ,,Onzin! Alle bierdrinkers houden van elkaar. Kom mee.” En hij sleurt me de woonkamer weer in. En de eerste die ik zie als ik weer goed en wel binnen sta, is inderdaad Sebastiaan.
27. Sebastiaan
Ongeduldig sla ik mijn biertje achterover. Het meisje waarmee ik sta te praten is nu al tien minuten aan het woord. Ik kom er gewoonweg niet tussen; ze geeft me zelfs niet de kans om “oh” te zeggen. Afwezig staar ik naar haar pratende mond, naar haar zachtroze gestifte lippen, naar haar regelmatige witte gebit. Ze heeft beslist een mooie mond. Alleen jammer dat er zoveel onzin uitkomt.
,,…en toen zei mijn trainer tegen me dat ik mijn backhand nog wat moest oefenen en dat ik zeker in de finale zou staan als ik die onder de knie had…” hoor ik haar kwaken in de verte. Ik geeuw openlijk en kijk of het haar opvalt. Maar ze ratelt gewoon door. Verbijsterd over dit totale gebrek aan sociale intelligentie keer ik me demonstratief een kwartslag van haar af. Ik kijk de kamer rond. Plotseling begint mijn hart te bonzen. In de deuropening, naast Hugo, staat Pat. Ze heeft een stunning topje aan, van glanzende rode stof, met een subtiel kanten randje. Veel mooier dan dat hoerige ding waar iedereen Gwen al de hele avond mee loopt te complimenteren. Haar krullen, die op school altijd een beetje pluisden, heeft ze nu min of meer onder controle. Ik heb haar drie maanden niet gezien, maar ze lijkt veel ouder. Zou ze me nog steeds negeren?
Tijd om dat te gaan uitvinden. Ik laat het pratende meisje midden in één van haar vele zinnen in de steek en stap vastberaden op Pat af. ,,Hallo! Wat een toeval, hè?” Helaas; ze kijkt me nog even vuil aan als altijd. ,,Dat kun je wel zeggen, ja,” bijt ze me toe. ,,En je blijft nog slapen ook.” ,,Ja, die lange, romantsiche nacht met Hugo kun je vergeten,” antwoord ik lackoniek. ,,Nou ja, waarschijnlijk was het toch meer een lange, romantsiche ochtend geworden.”
Ze kijkt nog vuiler. Ik heb het altijd geweldig gevonden om haar op stang te jagen. Zij is één van die zeldzame meisjes die leuker worden naarmate ze bozer worden. ,,Je bent nog even vervelend als altijd,” snauwt ze. Ik grinnik. Ik zie dat het bandje van haar topje om het bandje van haar beha gedraaid zit. Met één simpele beweging doe ik het goed. Dat soort dingen kan ik gewoon niet laten. Maar Pat maak ik zo natuurlijk alleen maar kwader. Driftig slaat ze mijn hand weg. Ze doet me denken aan een wild katje. ,,Nou, nou,” zeg ik met gespeelde verontwaardiging. ,,Ik bedoelde het goed, hoor. Je ziet er mooi uit. Of mag ik dat soms niet zeggen?” Nukkig haalt ze haar schouders op. ,,Van mij mag je dat zeggen. Ik geloof er alleen geen woord van.” Ai, blijkbaar hebben we hier toch echt nog steeds te maken met onvervalste wrok. Ik geef toe dat ik niet bepaald de aardigste manier heb gekozen om haar te dumpen. Maar hoeveel jaar is dat inmiddels geleden? Drie? Vier?
Ik besluit de conversatie luchtig te houden. ,,Aangezien we de hele avond met elkaar opgescheept zitten, is het misschien handig als je toch een páár dingen van me aanneemt.”
,,Hoezo, wij zitten de hele avond met elkaar opgescheept?”
,,Nou, jij kent hier geen hond, en ik ken hier geen hond. En we kunnen moeilijk de hele avond om Hugo’s aandacht gaan vechten. Nee, jij komt niet meer van me af, dame. Biertje?”
,,Nee!”
,,Echt niet?”
,,Nee, eh, ik bedoel…ik heb liever een wijntje.”
Inwendig schaterlachend loop ik naar de dranktafel. Nu ik haar duidelijk heb gemaakt dat ze niet meer van me af komt, wil ze opeens wél wat van me weten. Wat zijn vrouwen toch vreemde wezens.
Ik schenk een glaasje wijn in en besluit om Pat vanavond tot haar recht te laten komen. Al die jaren heb ik haar niet anders gezien dan als een stoeipoes, of een wilde kat. Maar ik merk dat ik meer van haar wil weten. Misschien omdat het uitgesloten is dat ik ooit nog met haar naar bed zal gaan, nu zij het met Hugo doet. Ik grinnik in mezelf. Een heel nieuw gevoel voor mij. Maar het voelt niet slecht.
28. Pat
Langzaam aan raakt de kamer wat leger. Mensen geeuwen, scharrelen hun spulletjes bij elkaar, zeggen gedag en geeuwen overdreven nog een keer als Hugo roept: ,,Nú al weg?!” Ze schrikken als hij half over hen heen valt, dronken als hij is, en duwen hem voorzichtig weg. ,,Misschien moest jij je bed ook maar eens op gaan zoeken,” zeggen ze lacherig en stiekem een beetje geïrriteerd. Dronken mensen vinden zichzelf altijd enorm populair, maar zijn het in feite nooit. ,,Ik, naar bed?! Mooi niet!” lalt Hugo. ,,Mijn feestje! Iedereen komt langs om te spacen! En al die chickies, die…” ,,Oké, we moeten nu echt weg,” zeggen de mensen op dat moment steevast. En zo wordt het clubje in de kamer steeds kleiner.
Dit tafereel wordt gadegeslagen door Sebastiaan en mij, gezeten op de bank. Mijn aangeschoten hoofd leunt op zijn schouder. Mijn verzet heb ik opgegeven. Toen hij zei dat we nou eenmaal met elkaar opgescheept zouden zitten omdat we hier allebei verder niemand kenden, besefte ik dat hij gelijk had. Niemand leek verder van plan om met mij te komen praten, dus ik besloot eieren voor mijn geld te kiezen. De hele avond hebben we hier op de bank gezeten. En stiekem vond ik het heel, héél erg leuk. Natuurlijk heb ik hem nog steeds niet vergeven dat hij mijn hart in duizend kleine stukjes gebroken heeft, nu precies drie jaar geleden. Maar daar is nu tegenover komen te staan dat hij me vanavond gered heeft van een hele serie sociale blunders. En hij was nog leuk gezelschap ook. We hebben commentaar geleverd op iedereen die we in de huiskamer zagen, en toen we echt iedereen gehad hadden, begonnen we met de foto’s. We hebben herinneringen opgehaald aan leraren en medeleerlingen van de middelbare school. En na een paar drankjes hebben we elkaar zelfs onze ergste seksblunders verteld. Ik hoef in elk geval niet bang te zijn dat hij me een slet vindt, want hij heeft zelf ook een behoorlijk lijstje afgewerkt. ,,Weet het Hugo eigenlijk van ons?” vroeg ik op een gegeven moment zelfs. Hij schudde zijn hoofd. ,,Natuurlijk niet.” Daar was ik echt blij om. Blijkbaar heeft hij aangevoeld dat ik niet zou willen dat Hugo dit wist. Natuurlijk moet hij het op den duur wel weten, maar dan vertel ik het hem zelf wel. Het zou verschrikkelijk genant zijn als hij dit van Sebastiaan zou horen. Maar gelukkig is dat dus niet gebeurd.
Ik weet trouwens niet eens of ik wel met Hugo verder wil. Dat gebeurt me nou altijd: als de buit eenmaal binnen is, is het opeens niet interessant meer. Kijk hem nou door het huis zwalken. Hij is stomdronken! En hij heeft de hele avond nauwelijks naar me omgekeken, terwijl ik hem wél met Gwen heb zien dansen. Maar gek genoeg kon dat me niet eens zoveel schelen. En de afschuwelijke reden daarvoor is, dat ik Sebastiaan opeens veel leuker vind. Het is zo duidelijk, dat ik het maar beter meteen aan mezelf toe kan geven. Hoe fout het ook is. Nou ja, ik heb de nodige wijntjes op, misschien is het gevoel dat ik nu heb, morgen wel gewoon helemaal over.
De laatste gasten blazen nu de aftocht. Dit zijn de jongens die aan het begin van de avond al lam waren. Nu zijn ze nog lammer. De reden dat ze weggaan is dan ook dat de één bijna moet kosten en dat de ander zich ook niet meer zo lekker voelt. ,,Doei! Doei! Doehoei!” blijft Hugo maar schreeuwen in de deuropening. ,,Wah..? Oh. Kom d’raan.” Hij waggelt naar buiten, waarschijnlijk om zijn kotsende vriend naar de goot te loodsen. Sebastiaan en ik kijken elkaar aan. ,,Daar zitten we dan,” zeg ik droog. ,,Ja,” zegt hij. Hij blijft me aankijken. Zijn blik heeft iets intens, iets broeierigs. Oh nee. Alsjeblieft niet. Niet dát. Niet nu. Niet nu ik me zo voel. Niet nu het fout is, omdat ik bezet ben.
Maar dat soort dingen kunnen Sebstiaan, of het Lot, blijkbaar niet schelen. Want hij zoent me. Alsof het de gewoonste zaak van de wereld is, buigt hij zich voorover en zoent hij me. En omdat ik nou eenmaal een zwakke slaaf van mijn hormonen ben, zoen ik hem terug.
Ik weet niet eens hoe lang we hebben zitten zoenen als we worden opgeschrikt door geloei. Hugo staat met open mond naar ons te wijzen. ,,Ik wist het wel!” roept hij. ,,Ik wist het wel! Je kon je poten weer niet van haar af houden hè!” Ik ben enigszins opgelucht als ik in de gaten krijg dat hij tegen Sebastiaan schreeuwt, en niet tegen mij. Hij wankelt naar de andere bank, en ploft daarop neer. ,,Willen jullie soms in het grote bed vanavond? Lekker neuken in mijn grote bed? Net als vroeger, hè. Lekker herinneringen ophalen? Moeten wij ook eens doen. We zijn nu kutzwagers, Bas. Kutzwagers!” ,,Hugo, hou op!” zegt Sebastiaan boos. ,,Je ben stomdronken en je gaat veel te ver!” Maar ik zit hem met open mond aan te kijken. Ik kan mijn oren bijna niet geloven, maar ik weet dat ik het goed gehoord heb. ,,Hij weet het wél?” vraag ik, met een boze, schrille stem. ,,Hij vroeg me om…” begint Sebastiaan zich te verdedigen, maar ik hoef het niet eens meer te horen. Wat ben ik stom geweest vanavond. Dit is Sebastiaan. Dat was ik even vergeten. Sebastiaan is niet te vertrouwen. En dat heeft hij nu weer voor eens en voor altijd bewezen. En Hugo, dronken, ontrouwe Hugo, die hoef ik ook niet meer te zien.
Ik spring op en been naar Hugo’s slaapkamer, waar ik mijn nog helemaal ingepakte tas van het bed gris. ,,Ik ga,” zeg ik afgemeten als ik de kamer weer in marcheer. ,,Ik heb het gehad met jullie. Met jullie allebei! Stelletje klootzakken.” ,,Pat! Alsjeblieft, wacht nou even!” roept Sebastiaan, maar hij komt niet overeind. Hij blijft gewoon zitten waar hij zit, de slappeling. Ik kan niet geloven dat ik vijf minuten geleden nog met hem aan het zoenen was. Ik pak mijn jas van de grond en trek hem aan. ,,Maar waar ga je dan slapen?” vraagt Hugo onnozel. ,,Dat kan me niet schelen, als het maar niet hier is,” snauw ik. Dan sla ik de deur met een harde klap achter me dicht.
Zachtjes huilend loop ik door de donkere straten. Ik voel me dom, eenzaam, vernederd en bedrogen. Als dit nou dat geweldige studentenleven is waar iedereen altijd zo hoog over opgeeft, nou, dan hoeft het niet voor mij. Mijn voeten doen pijn en mijn hoofd bonkt, maar ik loop door. Tot ik, na een lang half uur, eindelijk bij het station kom. Ik ga op een bankje liggen, met mijn hoofd op mijn tas. Zo wacht ik tot de eerste trein komt.

0 Comments:
Post a Comment
<< Home